zaterdag 22 september 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Bert Pinkster - Een zomer feest (2)
Gepubliceerd op: 01-07-2004 Aantal woorden: 5491
Laatste wijziging: 03-10-2004 Aantal views: 2131
Easy-print versie Aantal reacties: 3 reacties

Een zomer feest (2)

Bert Pinkster


De volgende ochtend werd ik wakker met een barstende hoofdpijn die mijn schedel in tweeën leek te splijten. Ik voelde iets tegen mijn verhemelte aan plakken. Met een nagel krabde ik er een bruinachtige substantie af.
Hoewel mijn neus helemaal dichtzat, vond ik dat het stonk als de hel in mijn kamer. Ik peuterde een paar stukken hard geworden snot uit mijn reukorgaan, met als gevolg dat het nog harder begon te stinken. Moeizaam kwam ik tot het besluit dat daar echt wat aan gedaan moest worden en ik probeerde me op te richten. Geheel pijnloos scheen dat niet te mogen lukken. Ik sloot mijn ogen weer en liet me behoedzaam op het kussen terugzakken. Aan de lichte kleur van mijn oogleden kon ik zien dat het al later op de dag moest zijn. De anderen waren vast al in het zwembad en aan het werk. Voorzichtig zette ik mijn wimpers op een kier. Dat ging redelijk. Nu verder open. Ook dat lukte als dat behoedzaam gebeurde, al kwam er meteen een pijnscheut mijn hersenpan binnen. Nu met beleid mijn benen buiten bed. Even blijven liggen, dan op de buik draaien, ogen voor de zekerheid maar weer dichtdoen en dan langzaam oprichten….. Ik stond! Weliswaar heen en weer zwaaiend, maar ik stond. Rustig aan nu. Ik voelde de pijn in mijn hoofd terugzakken tot een niveau, waarop hij nog wel zeer vervelend was, maar toch niet zo, dat ik niet uit mijn ogen kon kijken. Zolang ik die tenminste niet te snel van het ene naar het andere punt bewoog.
Ik moest iets aan die stank doen! Schuifelend verplaatste ik mij in de richting van de wasbak. Ik schoof het gordijntje ervoor opzij en voelde de walm mij in vlagen tegemoet slaan. In de geëmailleerde bak lag een bobbelige, oranjebruine drab, waarvan de aanblik mij subiet een nieuwe pijnscheut bezorgde. Ik draaide mijn hoofd zo voorzichtig mogelijk rond om te zien of er in de kamer niet iets was, dat mij van dienst kon zijn bij het opruimen van deze troep. Een plastic tasje of zak had ik natuurlijk niet bij de hand….. Niets zag ik, wat mij nuttig voorkwam. Ik draaide een kraan open, maar de drab steeg in plaats van weg te spoelen. Toch leek de substantie wel een beetje op te lossen. Met mijn hand zocht ik naar het roostertje onderin de bak. Misschien zit het stopje er wel in, dacht ik nog….. Er zat geen stopje in. Wel lukte het me het roostertje even vrij te maken, maar ik voelde de grote stukken onverteerd vlees tussen mijn vingers hun weg naar de gaatjes alweer terugzoeken teneinde de doorgang opnieuw te versperren. Met zo weinig mogelijk water spoelde ik mijn hand af.
In godsnaam, dan moest het maar in het rieten prullenmandje. Maar eerst moest ik me aankleden. Voorlopig werden het dezelfde broek en hetzelfde overhemd als ik gisteravond gedragen had. Straks zou ik wel een bad nemen.
Ik opende de deur om te zien of de kust veilig was. In de gang was geen levende ziel te bekennen. Met een hand hield ik het prullenmandje zo dicht mogelijk tegen de rand van de wasbak en met de andere schepte ik zo goed en zo kwaad als het ging het braaksel erin. Ik begon in mijn broek, bij de plaats waar ik met mijn been het mandje ondersteunde, een natte plek te voelen die zich snel uitbreidde. Nadat ik de laatste brok opgevist had, liet ik een dun straaltje water over mijn vieze hand lopen. Nu snel naar de wc, het mandje leegkiepen en doortrekken! Daarna naar de badkamer, deur op slot en met de douchekop het riet schoonspoelen, en ook mijn broek waar zich inmiddels een lelijke bruine vlek aftekende. Even bekroop me de angst dat nu het bad van de in het mandje achtergebleven resten verstopt zou raken, maar dat viel gelukkig nogal mee. Na een paar keer gericht spuiten vloeide alles weg.
Op de gang was het nog steeds doodstil. Waarschijnlijk was ik op dit uur van de dag de enige in Haus Theresia.
In mijn kamer was de stank wel ietsje verminderd; lekker rook het nog altijd niet. Ik zag een ondiep laagje oranjebruin water in het fonteintje staan. Bij de aanblik ervan kreeg ik spontaan opnieuw kramp in m'n buik. Terug naar de wc! Terwijl ik daar leegliep, maar nu van onderen, lukte het me mijn hoofdpijn steeds duidelijker te traceren in de randen van mijn hersenpan.
Met moeite trok ik me overeind. Mijn maag voelde als een leeggelopen ballon en in mijn hoofd dreunde het weer als een gek.
Het laagje in de wasbak in mijn kamer stond er minder hoog. Ik rommelde wat aan het putje en liet er nog wat water bijlopen. Het bleef weer staan. En het rook nog steeds niet aangenaam. Al was het erger geweest; het stonk nog steeds!
Met mijn sokken en schoenen in de hand sloot ik af en schuifelde naar de trap, waar ik me op de treden verder aankleedde. Later zou ik wel zien wat er met de afvoer moest gebeuren. Er zou vast wel een ontstopper in het keukentje zijn.
Diep ademend liep ik de weg af in de richting van Werners huis. Die zou me wellicht ook wel kunnen helpen.
Het was er echter uitgestorven. Zonder vooralsnog een duidelijk doel voor ogen te hebben liep ik rechtsaf de snelweg langs naar Segheim. Een fiets of voetpad was er niet; ik wandelde naast de doorgetrokken lijn aan de bergkant, zodat de auto's rakelings langs me raasden. Aan de andere kant van de weg was een dal. Verderop reed een trein. Ik zette m’n ene voet voor de andere, angstvallig probeerde ik m’n arme hoofd zo min mogelijk te bewegen. Diep ademen hielp ook.
In Segheim hoefde ik de Autostraße maar verder te volgen om bij het station uit te komen. Daar zou het centrum wel zijn, dacht ik. En misschien klopte dat meetkundig gezien ook wel, winkels waren er echter niet te vinden. Ik liep door. Ik had een kerktoren boven de huizen gezien.
De kerk stond naast een ander indrukwekkend gebouw op een plein, waartegenover een straat lag, waar ik een uithangbord ontwaarde. Het bleek een heuse zelfbedieningswinkel aan te duiden. Ik kocht er een fles jus d'orange en twee repen chocola. Ze hadden er ook nog een plastic tasje bij. Voor een volgende keer, dacht ik bitter.
In hetzelfde straatje bleek zich ook nog een kantoorboekhandeltje te bevinden. Op een vrouw na, die stond af te rekenen, was ik er de enige klant. Ik pakte er een schrijfblok van een stapel in een rek, zodat ik aan deze of gene – ik had nog geen idee aan wie – ik een brief zou kunnen schrijven. Nu nog enveloppen. In de buurt van het schrijfpapier zag ik ze niet. De vrouw stopte haar geld in haar beurs en onder een "Wiederschau’n!" verdween zij uit de winkel. Waar vond ik enveloppen? De winkelier stond me al onderzoekend te bekijken. Ook aan de andere kant van het rek zag ik ze niet. Daar kwam de goede man al op me af. Ik realiseerde me dat de vlek in mijn broek nog niet geheel opgedroogd was en misschien ook wel een beetje rook.
"Guten Morgen, kann ich Ihnen behilflich sein? Suchen Sie etwas?"
Terwijl mijn hoofd nog steeds bonsde, antwoordde ik: "Ja, vielleicht. Ich suche Brieftaschen."
Zijn gezicht straalde. Ja, die verkocht hij en daarmee zou hij wel snel van me af kunnen zijn. "Komt U maar mee!"
We liepen naar de andere kant van de zaak, waar hij me allerlei portemonnees toonde. Had hij me niet goed verstaan? Ik moest enveloppen hebben, geen portemonnee!
"Nein, ich meine eine Brieftasche. Um Briefe dadrin zu stecken!"
Hij keek me nog eens aan, begon me toen portefeuilles te tonen. Enveloppen had hij blijkbaar niet. Ik schudde gedecideerd mijn hoofd.
"Andere Brieftaschen hab' ich leider nicht." zei hij.
"Leider….." stamelde ik, gaf de man drie Mark en schuifelde achterwaarts naar de deur, de vrijheid en frisse lucht tegemoet. "Guten Morgen. Auf Wiedersehen!" Wat een zaak, zeg! Dan maar geen enveloppen! Die kwamen nog wel ‘ns. Nu moest ik eerst zien dat ik me wat fitter voelde.
Ik nam dezelfde weg terug naar het kinderdorp zonder dat ik me erg van de omgeving bewust was. Voor Haus Theresia stonden meerdere auto's geparkeerd. Het was vast al middag.
In mijn wasbak was het laagje water nog lang niet verdwenen, evenmin als de geur. Dat kon zo echt niet langer! Ik dronk eerst de helft van de jus d'orange op, trok een schoon T shirt aan en vervoegde me daarna in de keuken om een ontstopper te zoeken. De meeste kastjes waren zo goed als leeg. In enkele stonden een paar pannen of lagen opscheplepels. Ook vond ik een stapeltje van drie borden en een gebutste ketel. Maar geen ontstopper! Op de voorgalerij was al evenmin iets van mijn gading te vinden. Er stond een bankje en een emmer met een gat erin. Dan zou ik toch naar Werner moeten en mijn nachtelijke zwakte opbiechten…..
Tegen beter weten in hopend dat er een wonder geschied was – je wist maar nooit! –, slenterde ik opnieuw naar mijn kamerdeur. De deur ervoor werd, toen ik hem passeerde, met een onverwachte ruk geopend en een lange gestalte vulde de opening. Hij had lang, blond, steil haar met een band erom, een soort kaftan met Indiase motieven, waarvan ik dacht dat ze zo'n twintig jaar geleden allemaal weggesmeten waren, een spijkerbroek met borduursel op de zakken en sandalen rond blote voeten; het enige wat eraan miste, was een baard. Hij stelde zich voor met: "Gert, Sie sind der neue Nachbar?" en stak een hand uit.
"Ja," zei ik, "ich bin neu hier. Ich arbeite im Schwimmbad als Bademeister."
"Ach so! Ich mach' hier Zivildienst."
Mooi, ik had geen idee wat het inhield, maar misschien wist deze Gert iets van een ontstopper. "Weet je," begon ik, "ik zoek een....." Wat is "ontstopper" in het Duits?! ".....Entstopfer?" Hij keek me met grote ogen aan. Dan uitleggen dat mijn "Springbrünnchen verstopft ist"?? "…..Waschbecken?" Nu scheen er iets door te dringen.
"Der Waschkübel?"
"Ja," (het klonk aannemelijk), "die is kapot. Das Wasser läuft nicht durch."
"Ach, dan heb je gereedschap nodig."
Kijk…..! "Ja, zo'n ding dat je erop zet om het water weg te laten lopen. Hoe noemen jullie zoiets?"
Hij haalde zijn schouders op. "Weiß nicht. Aber hier in der Küche soll's eins geben."
"Daar ben ik schon gewesen en habe überall gesucht. Niets!"
"Als er in de keuken geen ligt, is er zeker geen een in huis. Da ist einfach nichts zu machen….. Aber ich könnte dir eins besorgen."
"Dat zou fantastisch zijn!"
"Goed, vanmiddag zal ik hem langsbrengen."
"Großartig! Alleen ben ik vanmiddag in het zwembad. Ich muß ja arbeiten und da weiß ich nicht genau wie spät ich fertig sein werde."
"Kein Problem. Als je niet thuis bent, zet ik hem wel voor je deur.
"Uitstekend," ik gaf hem opnieuw een hand, als om de afspraak te bezegelen.
"Abgemacht," zei hij, "en veel plezier verder in Schranke."

Wat had ik verder nog in Haus Theresia te zoeken? Het was half drie geweest en ik moest maar eens naar het zwembad gaan. De lunchpauze zou wel al om zijn. Ik had trouwens geen honger. Wel leek het of met het weer mijn hoofdpijn opgeklaard was. Er begon zowaar een zonnetje door te breken. En in het westen was de hemel wolkenloos. Werd het toch nog een mooie dag!
John zat bij het hek achter een gammel tafeltje waarop de kas, een afsluitbaar kistje, prijkte. Hij scheen niet in het minst verbaasd mij zo laat op de dag pas te mogen begroeten. Ook van de anderen kreeg ik niets te horen over mijn late entree. Wel zwermden kleine jongens en meisjes om mij heen, die deze nieuwe Bademeister eens goed wilden bekijken.
De temperatuur ondertussen was tot ruim 25 graden opgelopen. Ik had noch mijn korte broek, noch mijn zwembroek meegenomen naar het bad, wat natuurlijk wel stom was voor een badmeester. De anderen liepen allemaal met blote benen; alleen Art zag ik niet. Powers zwom baantjes en dook van de duikplank en Edward zat op een randje met iemand te praten. Ik trok mijn T shirt uit.
"Wie heißt du?"
"Wo kommst du her?" Er stonden wel acht kinderen om me heen.
"Ich heiße Ron und ich komme aus Holland," vertelde ik ze.
"Bleibst du den ganzen Sommer hindurch?"
"Ik denk het wel. Zou je dat leuk vinden?"
Het meisje haalde haar schouders op. "Das ist mir egal."
"Kijk eens naar mij! Ik kan al heel goed zwemmen!" en weg stoof het jongetje dat dat gezegd had, over de rand het bad in.
Ongemerkt was ik in de buurt van Edward gekomen.
"Hi Ron, I'd like you to meet Alex."
"Hi Alex, I'm Ron."
"Hi."
"Alex heeft ervoor gezorgd dat we vanavond een diapresentatie krijgen."
"…..En eten."
"Een diapresentatie èn een maaltijd bij een van de mensen in het dorp. 't Kan best leuk worden."
"Okay, we zullen zien. 't Lijkt me wel wat." Als het maar niet weer zo’n drankfestijn zou worden…..
"It's really incredible," zei Edward nu weer tegen Alex, "we doen niet anders dan feesten aflopen, and go visit people. Nu dineren we weer eens hier, dan worden we weer ergens anders gevraagd. Weet je, ik maak me zorgen om morgen, ik heb nog geen enkele afspraak in mijn agenda staan."
"Wat vreselijk voor je, zul je altijd zien: in je laatst week toch nog een avond vrij."
"Ach, er zal nog wel iemand komen. Herr Riehm misschien."
"Is dit je laatste week?" vroeg ik.
"I'm afraid so. Ik moet over negen dagen terug zijn in de States."
"Hoe bevalt het je hier, Ron?" wilde Alex opeens weten.
Nou, ik was er pas, 'k was nog niet echt moe geworden van het werken, mijn hoofdpijn was zo goed als over, ik had gisteren een eerste fantastische avond gehad….. Dat de nacht minder was, verzweeg ik maar. Dat zou hem waarschijnlijk toch niet interesseren. Tot nu toe beviel het me dus wel, antwoordde ik.
"Het is ook een fantastisch dorp."
Een van de kinderen liep rakelings langs me.
"Je zult het nog wel merken. You know, it's just very hard to express how life and things are here 'round."
"Ben jij ook Bademeister hier?"
Weer paradeerde het meisje langs ons, giechelend.
"Nee, niet echt. Ik ben het wel ooit geweest, maar nu ben ik zo'n beetje met vakantie hier."
Ik rechtte mijn rug. Mijn huid deed pijn bij die beweging. Hoe lang stond ik hier nu te kletsen? Een half uur? Ik maakte een rollende beweging met mijn schouders.
"Je kunt beter wat aantrekken. You'll get a sunburn." zei Alex.
Aha! Dat was het! En opnieuw liep het meisje langs me heen "That's Tamara" vertelde Edward uitdagend kijkend. En nu begreep ik waarom. Ze had mijn T shirt aan met aan de voorzijde een zwarte adelaar met pijlen in zijn klauwen en daaronder 'Sixth fleet of America' in rode schrijfletters. Ik keek om naar de plek waar ik het gelegd had. Verdwenen. Ik keek naar Tamara.
"Schön!" zei ze en zette het op een lopen.
"Mijn T shirt!" riep ik en rende haar achterna.
Natuurlijk kon zij de mogelijkheden die de omgeving bood veel beter benutten dan ik, die hier net kwam kijken. Het lukte haar zo te manoeuvreren dat de rozenstruiken tussen ons in kwamen. Ik moest helemaal omlopen, terwijl zij door de andere kinderen werd aangemoedigd. Mijn grootste angst was, dat ze het textiel ze had het uitgetrokken en liep er in bikini mee te zwaaien in het water zou gooien. De koude plakkerigheid leek me geen leuke sensatie op mijn roder wordende huid. Ik spurtte, had haar bijna, maar gleed uit bij het tafeltje waarachter John zat. Ik hoorde ze lachen. Maar Tamara bleef staan of ik me bezeerd had. Ik stond vlug op. Ze was nog nauwelijks verder gelopen. Ik graaide naar mijn shirt. Het kraakte. Ze deed weer een stap. Het kraakte weer. Toen liet ze los. Ik had mijn kledingstuk weer terug! Maar er zat nu wel een scheur in, zag ik. Precies op de schouder. Ik voelde ook weer dat ik gisteravond te veel gedronken had. Duizelend en met bonzend hoofd zocht ik mijn weg naar het betegelde bassin terug.
Ik wilde niets laten merken, zwaaide even met het shirt naar Alex en Edward, terwijl ik bijna weer moest kotsen. Ik had vandaag nog nauwelijks iets gegeten, alleen wat sinaasappelsap gedronken. 'k Moest me maar zo rustig mogelijk houden. Ik voelde me miserabel en buitengesloten.
"Alles okay?" vroeg Powers, die uit het water geklommen was.
"Ja prima, everything under control."
Ik hield het T shirt de hele verdere middag aan, terwijl de zon genadeloos brandde. Natuurlijk zouden ze wel van me verwacht hebben dat ik van mijn kamer mijn zwembroek was gaan ophalen. Ik voelde me echter niet in staat te gaan staan. Ik wist zeker dat de wereld dan onder mijn voeten zou wegdraaien naar onbekende verten in het heelal en mij hier alleen achter zou laten.

Om even voor vier, de rust had me duidelijk goed gedaan, vroeg Edward: "D'you wanna beer?"
"Ja," zei ik en bedacht me meteen dat ik het eigenlijk beter niet kon doen. Terugkrabbelen was echter onmogelijk. Ik moest dus maar zien hoe het uitpakte.
Van het middelste kamertje in de tussenbalk, dat met de gordijnen, was een Bademeistershok gemaakt. Daar stond het geldkistje op het gammele tafeltje. Er was een EHBO-kastje, een reddingsboei en –haak hingen aan de muur. Er lagen wat plastic tasjes en handdoeken op de grond en de bank. En er was een krat bier. Drie flesjes waren al leeg. lk kreeg een volle aangereikt.
"We moeten straks meteen door naar Hermann," zei John, "laten we dan via Dominik gaan."
"Alex has taken care of everything. We'll have a delicious meal."
Ik begreep dat Hermann de man van de dia's moest zijn. Ik zei: "Ik moet nog even langs mijn kamer." Moest ik eraan toevoegen: daar staat een ontstopper voor de deur op me te wachten, waarmee ik een vreselijke stank te lijf moet gaan?
"That's okay. Wees dan om half zes in Dominik."
"Waar is dat?" vroeg ik, want wat wist ik?
"Sankt Dominik! Dat is het Gästehaus!"
"O! Okay, I'll be there." Ik had het inderdaad kunnen weten, bedacht ik schaamtevol en ik bracht het bierflesje naar mijn lippen. Dat smaakte niet verkeerd!!

Voor mijn deur stond geen ontstopper. Ook voor Gerts deur stond niets. Ik klopte aan. Geen respons. Nog eens. Ik probeerde de klink. De deur zat op slot.
In mijn kamer stonk het nog altijd like hell. De wasbak was leeg, maar zodra ik er een straaltje water in liet lopen, wolkte de prut weer uit het roostertje op.
Ook in de keuken misschien had hij me verkeerd begrepen en had hij hem ergens anders neergezet was geen spoor van een ontstopper.

Het Gästehaus had Herr Schroeder me gisteren aangeduid en ik vond het in één keer. Ook de drie treden naar de deur kwam ik zonder kleerscheuren ik had een schoon overhemd aangetrokken af. Ik pakte de deurknop: dicht! Wat zouden we nu krijgen? Wat waren dat voor grappen? Of was er weer eens iets vreselijks gebeurd, waar ik niets vanaf wist?
Ik steeg de drie treden weer op en liep om het gebouwtje heen. Het had een achterdeur, maar ook die was gesloten. Wel hing er een bord voor het ruitje: Dienstag Ruhetag. Van God en iedereen op deze planeet verlaten stond ik daar. Ik viste een kauwgommetje uit m'n achterzak. Niet dat dat veel aan de situatie verbeterde, maar ik had nu tenminste het idee dat ik met iets zinnigs bezig was.
Net was ik van plan maar naar Haus Theresia terug te gaan om daar verder te hongeren, toen Edward, Powers, John, Art en Alex uit de deuropening van een gebouwtje aan de overkant kwamen. Opgelucht haalde ik adem.
"Ready?" vroeg John.
"Sure!" Natuurlijk. Altijd. Toevallig kwam ik net aan. Ja….., laten we maar gaan.
We namen de weg die naast het gebouwtje het dorp uit leidde. Aan de linkerkant begon een straat die parallel liep aan de asfaltweg waaraan speeltuin, kerk en Verwaltung lagen. Op de hoek stond een witgepleisterd huis, waarvoor een gele BMW geparkeerd stond. Ons pad daalde licht. Hermann woonde in Segheim, maar dat was best te lopen, verzekerden de anderen. Trouwens, een wandelingetje voor het eten was juist goed. En het zou een heerlijk diner worden: "steaks and all kinds of stuff". En natuurlijk zou Hermann wel zorgen dat we niets te kort zouden komen. “Ik hoop wel dat hij genoeg stoelen heeft,” zei Powers. Ik begreep de opmerking niet, maar de anderen vonden hem erg lollig.
Blijkbaar ging Schranke traploos over in Segheim, want volkomen onverwacht sprak John een man aan, die in zijn tuintje net een plantje in een gat in de aarde stopte.
"Daar zijn jullie! Welkom! Kom binnen!"
Hij had golfjes in zijn haar, een overhemd met korte mouwen waarvan drie knoopjes openstonden en waar bovenuit krullend borsthaar tevoorschijn kroop, een zeer korte broek en opvallend bruine, lange benen.
We werden binnen een trap opgeleid naar een kamer met een schuine kant van het dak als plafond. Er stonden een bankstel van rood pluche, een salontafel, een televisietoestel en drie moderne schemerlampen. Of we het ons maar gemakkelijk wilden maken en wat was het leuk dat we mij meegenomen hadden. Toe, ga zitten! Hermann nam een van de fauteuils. Wilden wij thee? Ja? Hij zou ervoor zorgen. Echt allemaal? En weg was hij. Wij keken elkaar eens aan. Thee?!?
"Don't worry," zei Alex, "everything will be all right," en hij nestelde zich in de andere fauteuil.
"It’ll better be," antwoordde Powers, die blijkbaar honger had gekregen.
Daar was Hermann alweer. Met een blad vol theekopjes en een schaaltje suikerklontjes met het embleem van de Lufthansa erop.
"Zo heeft elke baan zijn voordelen….." zei hij, een klontje uitpakkend.
John vroeg: "Wo arbeitst du? Heidelberg?"
"Nee….. Frankfurt, op het hoofdkantoor."
"What's he saying?" vroeg Powers, wiens Duits blijkbaar te wensen overliet.
Art vertaalde dat Hermann op het hoofdkantoor van de Lufthansa in Frankfurt werkte.
"How interesting!" zei Powers ongedurig, "Where the fuck is the food?"
Hermann keek vragend rond. John vertelde hem dat Powers het erg interessant vond en dat hij Hermann daar graag eens zou komen bezoeken in Frankfurt, als dat kon. Hermanns Engels was ook al niet te best.
"What did you say?" wilde Powers nu weer weten, die zijn naam gehoord had.
"Dat je hem een vreselijke boerenpummel vindt en dat je je afvraagt of hij 's nachts naakt door de bossen danst met één been omhoog, fluitend."
We lachten. Alleen Hermann keek weer vragend in het rond. Maar natuurlijk was het mogelijk eens op zijn werk langs te komen. Hij zou ons met alle plezier rondleiden en alles laten zien.
"Pas dan maar op," lispelde Art die naast mij op de bank zat.
Gestommel op de trap. De deur werd opengestoten: Hermanns mams met een grote schaal bonbons. "Voor bij de thee." En of Hermann even beneden wilde komen.
Zo gauw hij de kamer uit was, vielen wij op de chocolaatjes aan. Powers was de eerste die een verpakkingspapiertje achter de kast wist te schieten. We kozen zorgvuldig uit en rangschikten de achtergeblevene.
"A very fine steak indeed," zei Edward met een blik op Alex. Die stak in een gebaar van ik kan er toch ook niets-aan doen zijn handen de lucht in.
Ik rolde mijn uitgekauwde gom in een papiertje en knipte dat door de open balkondeuren naar buiten.
We zaten met ons meest schijnheilige gezicht op toen Hermann met vader en moeder terugkwam. De vader droeg een ingeklapt scherm, dat hij in een hoek van de kamer installeerde. Moeder sleepte stoelen aan en Hermann zette zowaar de projector klaar. Ik ging even naar de wc, waar ik mijn hoofd tegen de onderkant van wat de trap naar de zolderverdieping had kunnen zijn als we daar niet al waren, stootte. Staand urineren bleek alleen mogelijk met een naar achter hellend bovenlijf, wat het mikken er niet eenvoudiger op maakte.
Toen ik weer in de kamer kwam, zat iedereen klaar. De eerste dia van de voorstelling toonde ons Hermann met z'n vader en moeder op een vliegveld. De volgende vader, moeder en een tante, die de reis ook had meegemaakt, maar er vanavond helaas! niet bij kon zijn. Shots vanuit de lucht: wolken..... wolken….. Toen de twee vrouwen voor een Dakota-vliegtuigje met de armen om elkaars schouders. "Wow, what a dyke!" liet Art zich ontvallen, waar wij met ons zessen hartelijk om schaterden, misschien wel juist omdat nergens een dijk te bespeuren was - later heeft Art me het grapje uitgelegd. Hermann en zijn familie konden er de humor echter niet van inzien. De volgende dia toonde vader, moeder en tante in een Amerikaanse auto, "Gehuurd." Een ondergaande zon volgde, met ervoor tante, moeder en vader. Nog een ondergaande zon met alleen tante. Een ravijn met tante en moeder. "One step back please." Verstoorde gezichten van de familie Hermann, want er viel nu werkelijk helemaal niets te lachen aan deze prachtige opnamen.
"Das hier ist Salina." verduidelijkte Hermann bij zijn tante voor een rotsblok.
"Hey, dat ken ik!" zei Edward. "Ik woon daar vlakbij, ik ga daar vaak klimmen."
"Waar?"
"The Rocky Mountains."
"And from now on you're goin' in Lederhosen?" wilde John weten, de meligheid ten top.
"Lederhose?" echode Hermann.
"Ja, didn't he tell? Hij heeft twee Lederhosen gekocht."
"Bij de second-hand shop in Schranke."
Hermann was nu werkelijk geïnteresseerd. ’t Was toch ook te gek voor woorden dat een Amerikaan in Lederhosen de Rocky Mountains zou gaan beklimmen! Hermann begon over klimtochten in Zwitserland, Oostenrijk. John kon ternauwernood een geeuw onderdrukken.
Verder ging de vertoning, onverbiddelijk. Nog ettelijke Hermanns, moeders, vaders en tantes voor gebouwen, uitzichten, auto's, waanzinnig gebrandschilderde ruiten, huizen en zelfs met een echte indiaan met namaakartikelen werden ons meedogenloos voorgeschoteld. Powers vertelde ondertussen dat hij foto’s gemaakt had van de kinderen in het dorp en Alex vroeg hem of hij Werners kinderen ook had gekiekt. Vervolgens kwam het gesprek op de goedheid van de mensen hier en ik stond net op het punt mijn wederwaardigheden van deze morgen te vertellen, toen de laatste dia langskwam en op het scherm nog slechts een verlicht vierkant geprojecteerd werd.
Het was grandioos geweest, waren we unaniem van mening en we klapten om het hardst. Trots verrees Hermann uit zijn stoel en stapte de deur uit om even later terug te komen met een arm vol zeer kleine flesjes bier. Hij zette ze op tafel met een "Neem gerust, hoor! Ik heb er nog meer." Op elk etiket zag ik het logo van de Lufthansa staan. En daar was zowaar moeder ook weer met een bak vol broodjes! En het liep pas tegen half tien!
"Lekker!" zeiden we in koor en vielen aan.
Hermann vroeg me of ik het naar m'n zin had. "Jawel, hoor!" antwoordde ik en hij complimenteerde me met mijn uitspraak. Als ik zin had, moest ik maar eens meegaan naar Frankfurt. Hij had daar een flatje uiteraard, want hij was alleen in de weekends en vakanties in Segheim. Nou, dat zou ik zeker eens doen, verzekerde ik.
Blijkbaar herinnerde hij zich opeens dat Art eerder die week gezegd had naar de kapper te zullen gaan, want hij zei plotseling, wijzend op Arts en vervolgens zijn eigen hoofdhaar: "Deine Haare! Gut, Art. Viel het mee?"
"O! Ja! Het was een aardige persoon. Het is alleen ongelooflijk, zolang als het er duurt. Maar het was okay, yes."
"Tell him the story you told the hairdresser," moedigde John aan en Edward sprong bij: "Ja, tell'm!"
"Okay," zei Art, "okay, it's hilarious! Ik zal hem vertellen. Luister, listen. Ik zat daar in de stoel en die man begint te knippen, dus ik zeg: ken je dat verhaal van die inwoner van Schöffling, die naar Peking wilde?" Tegen mij: "Schöffling is een klein plaatsje hier in de buurt, waar niemand in de wereld verder nog ooit van gehoord heeft. Eigenlijk zijn het drie plaatsjes: Oberschöffling, Mittelschöffling en Unterschöffling." "Goed, die man wil dus naar Peking en gaat naar het station van Segheim. Daar aangekomen, zegt hij: 'Een enkele reis Peking graag.' En de lokettist zegt: 'Peking? Peking?' Nooit van gehoord. Waar ligt dat?' Dus die man zegt: 'Kom nou, iedereen weet toch waar Peking ligt! Zo'n grote stad….!' 'Het spijt me,' zegt de man achter het loket. 'Parijs ken ik wel'. 'Goed,' zegt hij, 'geef me dan maar een enkele reis Parijs.' In Parijs aangekomen wil hij natuurlijk toch verder reizen naar Peking. Dus hij vraagt in Parijs om een enkele reis naar Peking. 'Peking? Peking?' zegt de Franse lokettist, 'Nooit van gehoord! Wel van Londen.' 'Goed,' zegt die man, 'dan maar naar Londen. Van daaruit zie ik dan wel verder.' In Londen hetzelfde verhaal. De lokettist weet wel Moskou te liggen, maar Peking? 'Nee, nooit van gehoord.' In Moskou kan de man een enkele reis naar Hongkong krijgen, want ook hier was het: 'Peking? Nooit van gehoord.' En eindelijk, vanuit Hongkong, lukt het hem een reis naar Peking te boeken. In Peking loopt hij dan een paar dagen rond, bezichtigt alles van waarde, bezoekt theaters, gaat naar de Chinese opera….. En na een tijdje denkt hij erover maar weer eens op huis aan te gaan. Hij denkt: de heenreis leverde problemen op, hoe zal dat met de terugreis wel niet gaan? Dus vooringenomen stapt hij naar het loket op centraal station Peking en hij vraagt zonder veel hoop: 'Hebt u voor mij een enkele reis Schöffling?' Zegt die man achter het loket: 'Obelschöffling? Untelschöffling? Mittelschöffling?'"
Iedereen lachte, zelfs Hermanns vader, die ik de hele avond nog niets had horen zeggen. Hilarious! Hilarious!
We dronken nog een paar Lufthansaflesjes leeg en Hermann liet ons een paar echte cowboylaarzen zien die hij in de States gekocht had. Op de binnenzool stond: "Made in Taiwan", maar dat kon hij, aangezien het in het Engels stond, onmogelijk weten. John floot bewonderend tussen zijn tanden. Maar nu moesten we echt gaan.
Hermann bracht ons naar de buitendeur. Hij legde vanachter een hand op mijn schouder en terwijl de anderen al wegliepen, zei hij me toch vooral nog eens langs te komen. Dan konden we nog wat praten. Het leek hem wel interessant ervaringen uit te wisselen.
"Ja goed. Dat doen we. Nou tot ziens dan. Auf Wiedersehen!"
"Bis bald hoffentlich!"
Met zijwaarts gestrekte armen liep ik de anderen achterop. Schertsend riep ik Hermann had de deur dichtgedaan, bovendien waren we nu sowieso buiten gehoorsafstand : "Watch out! Here's the flying Dutchman!" Ik vond hem zelf wel toepasselijk en komisch. De anderen leken er niet van onder de indruk.
John zei: "Je kunt morgenochtend wel thuisblijven. We hoeven niet met zovelen in het zwembad te zijn."
"Okay," zei ik, "graag." Per slot van rekening was ik er nog maar pas en het werk moest nog beginnen voor mij. Maar ik zou nog wel gelegenheid krijgen, dacht ik.
Muggen dansten in het schijnsel van een lantaarnpaal toen we Schranke binnenliepen. Ik was zonder jas uitgegaan, maar koud had ik het niet.


Bert Pinkster @ 11-01-2005 21:44:56
Met vettig grappig af en toe nietsis mis, vind ik.


SabineL @ 09-01-2005 00:12:24
deel haha Maar 'bweikes, jak uhuuumh.urgll',
vettig grappig dus,
de rest was iets minder spannend,
groetjes Sabine


@ 08-01-2005 16:43:15
De tekst is te lang om op alle details in te gaan. Ik beperk me tot een algemene indruk. Het is een zeer levendige en onderhoudende tekst met heel leuke stukken zoals het gedoe rond de kots en de reis naar Peking. De verschillende types komen qua karakter hier nog onvoldoende uit de verf. Wie is wie en wat onderscheidt hen van elkaar? De rest is maar afwachten hoe het verhaal zich verder ontwikkeld (in de fragmenten 3 t/m 999)



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens