maandag 25 juni 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Josephien - Kiandra Deel 1: Ann
Gepubliceerd op: 05-06-2018 Aantal woorden: 1949
Laatste wijziging: - Aantal views: 36
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Kiandra Deel 1: Ann

Josephien


1

Mijn moeder kun je van alles uitmaken. Maar saai en gewoon is ze zeker niet. Haar kleding stijl bijvoorbeeld, zou je eerder mystiek kunnen noemen. Langer rokken met een aantal topjes dat eerder past in de achttiende eeuw. Dan in de moderne tijd. De topjes hebben lange wijde mouwen. En ze heeft altijd een bloedrode cape om. De kleur van haar kleding is altijd zwart met soms hier en daar een bloedrode roos op de rok.
Vroeger wist ik niet beter, maar nu ik zie hoe andere moeders zijn gekleed! Valt ze wel erg uit de toon.
Nu we in Bullfort wonen, tussen de mensen. En nu ik naar Bullforthigh ga. Wil ik een zo gewoon mogelijke schooltijd. Maar als je dan een moeder hebt die je in zulke kleren komt ophalen. Nee, dat kan echt niet.
Boos loop ik op haar af. “ Mam, had je niet iets anders aan kunnen trekken?”
“ pardon?” Roept ze. En knijpt haar ogen bijna helemaal dicht. En kijkt me aan. Ik schrik er van. Ik heb haar echt kwaad gemaakt. Dan komt Ann naast me staan. Een meisje dat ik hier op school heb ontmoet. Mijn moeder herstelt zich. Maar ik weet zeker dat dit nog niet het laatste was wat ik over dit onderwerp heb gehoord.
Ann stelt zich voor aan mijn moeder. “ Ohh Cool, roept ze, u ziet er uit als een heks uit de middeleeuwen. “
En voor het eerst van mijn leven, zie ik dat mijn moeder even niet weet wat ze moet zeggen.
“Hoe bedoel je lieffie?” vraagt ze dus maar. “ nou, gewoon, uw enorme lange haar, uw prachtige lange, zwarte nagels. En uw oogwit is eigenlijk uw oog rood. En uw pupil is er eentje die ik nog nooit heb gezien. Een mix tussen mens en katten ogen.”
Mijn moeder glimlacht. “ eigenlijk wil ik er meer als een moderne heks uit zien’.
Ik weet niet wat ik hoor. Dit wilde ik altijd. Ik vraag me stilletjes af hoe het komt dat ze het nu wel wil.
“ Omdat jij het onvriendelijk zegt. Je schaamt je voor mij. Terwijl je vriendin hier het Cool vindt.’ Shit, ik vergeet altijd dat mijn moeder gedachten kan lezen.
Ann stelt voor om zaterdag te gaan winkelen.
Dan lopen mijn moeder en ik naar huis. Als we in een rustig steegje zijn beland, draait mijn moeder drie keer, zonder al te veel inspanning, in het rond, en er verschijnt een deur. Ik kijk ondertussen achter om. Dan stappen we door de deur naar, en komen aan op een mistig weiland waar je in de verte ons kasteel kan zien.
Er komt een lange man op hun af, hij heeft rood haar en blauwe ogen. Hij lacht.
“Morrigan schat, hoe was je eerste dag op school? “ Ik ben blij, mijn vader is een schat streng maar vol liefde voor mij”.
Ik vertel hem onderweg honderduit over school en de leerlingen. We merken niet eens dat mijn moeder weg is. Als ik me omdraai, is ze weg. Vragend kijk ik mijn vader aan. “ Ach, ze is even weg. Ze moest een klusje opknappen. Over een paar dagen komt ze wel weer.”
Ik hoop maar dat ze terug komt voordat we gaan winkelen. Maar meestal wel, als ze iets belooft dat houd ze zich er aan. Dus dat betekent dat ik aanstaande zaterdag lekker met mijn moeder en nieuwe vriendin winkelen.
Even een nieuwe garderobe scoren en mijnmoeder oppimpen. Voor zover mogelijk. Want eerlijk gezegd betwijfel ik of ze er wil uitzien als andere moeders. Ik ben benieuwd wat mijn vader ervan vind dat Ik en mijn vriendin haar een nieuwe look willen geven. Hij zal vast wel benieuwd hebben hoe ze er uit komt te zien.
‘ whaaa haa! Mijn vader barst in lachen uit, als ik hem vertel wat we die zaterdag van plan zijn. Lieve schat, je moeder zal nooit echt worden als de andere moeders.’’
Teleurgesteld kijk ik hem aan. ‘Hoe bedoel je’.
Hij slaat zijn arm om me heen. ‘ Loop eens mee!’ In de gang stopt hij. “Zie je al die schilderijen?’Ik knik, natuurlijk ken ik die. Van mama’s geboorte tot en met mijn geboorte. We noemen het daarom ook wel de geboorte hal. Mijn vader gaat verder:
‘Op al die schilderijen is ze ongeveer hetzelfde gekleed.
Ik weet het wel, hij heeft gelijk. Maar toch denk ik dat een verandering haar goed zal doen.

Noem me maar gemeen, Maar dit soort dingen brief ik altijd door aan mijn moeder. Ik hoop natuurlijk dat ze dan probeert om mijn vader zijn ongelijk te bewijzen.
Ik krijg natuurlijk gelijk.
“ Wat? Zei hij dat?” Mijn moeder kijkt boos. “Ik zal hem eens wat laten zien.”
Misschien niet zo handig van mij om dit te zeggen terwijl we in de auto zitten en zij rijd.
We halen Ann op, want vandaag gaan we winkelen. Als we bij haar huis aankomen, staat Ann niet op ons buiten te wachten. Wat ik wel vreemd vond, want zij houd zich altijd aan de afspraken. Mijn moeder drukt de claxon in. Maar ook daar op komt geen antwoord. Enig sinds gepikeerd stap ik uit de auto. En ren naar de voordeur. Ik druk op de bel. Dan word en wel opengedaan. Een vrouw van een jaar of 45 doet open. “ Dag mevrouw, is Ann thuis? We zouden gaan winkelen.”
Met een minzame blik kijkt ze naar me. “Oh dus jij bent Morrigan”.
Nog voordat ik wat kan zeggen komt er een man naast me staan. Een man waar bij mij meteen de nekharen overeind gaan staan. Niet vanwege zijn uiterlijk. Hij is knap om te zien. Nee het zijn z’n ogen die zijn pik zwart. Er zit geen leven in, ze zijn dood.
Zijn stem is zacht maar indringend. Het heeft een bepaalde kracht waar ik mijn vinger niet op kan leggen. Het lijkt net of ik niet meer kan praten. Hoewel ik ze een heleboel heb te vertellen. Maar gelukkig hoeft dat want mijn moeder staat plotseling naast me. De man schrikt. “He, er zit toch leven in je.” Ik kijk mijn moeder aan. Ze weet het, die moest even.
Nu moet je weten, dat mijn moeder een bijna lieve moederlijke kant heeft. Maar als je echter te dicht bij mij in de buurt komt. Dan kun je maar beter gaan onderduiken.
“ Kiandra! Wat leuk je te zien’. De man lacht zenuwachtig.
“ Dat gevoel is niet wederzijds.”
Dan komt Ann’s moeder tussen beide. “ Luister eens Ann komt niet mee ze is niet lekker. Trouwens wie bent u?” Arme Ann, wat een kreng van een moeder.
“ Waarom heeft ze me dan niet gebeld?” Ik ben boos en besluit het antwoord niet af te wachten. En ren het huis binnen. Ik hoor mijn moeder me nog iets na roepen. “ Gebruik je extra ontwikkelde vermogen om mensen en dingen te ruiken.” Oh ja ik kan beter ruiken dan mensen. Nu weet ik Ann snel op te sporen. Ik vind haar, naakt vastgebonden aan het plafond. Ze bloed heftig. Ik moet haar er vandaan krijgen. Kom ik nu maar vliegen.
Dan gebeurt er iets vreemds, opeens begin ik te zweven. Eerst stuiter ik alle kanten op, maar dan weet ik mezelf naar Ann toe te bewegen. “Ann, ik ben het Morrigan.” Langzaam gaan haar ogen open. Gelukkig maar zeg. Als ze mij ziet begint ze te huilen. “ Haal me hier af” Snikt ze. Maar hoe ik ook trek de sterkte ketens gaan niet los. Even weet ik niet wat ik moet doen. In nood kan ik mijn gedachtes of bepaalde beelden naar mijn moeder sturen. Dit is ook een dergelijk noodgeval. Het duurt even, maar dan horen we hoe de voetstappen van meerdere personen dichterbij komen. De man Ann’s moeder en mijn moeder komen de slaapkamer binnen. Het is duidelijk dat mijn moeder alles prima onder controle heeft. Maar als ziet hoe erg Ann is toegetakeld, geeft ze de man een enorme klap op zijn wang. Waarbij en een grootdeel van zijn wang openligt. Het bloed gutst. Hij gild. Dan kijkt ze de moeder van Ann strak aan.” Ik geef u, omdat ik zo goed ben, nog één kans. Of u gaat met deze nietsnut mee.” Ze wijst naar de man die wonderbaarlijk genoeg weer volledig is genezen van zijn wond. Hoewel hij nog wel een pijnlijk gezicht trekt. Mijn moeder, die trekt zich er niets van aan. En gaat ongestoord verder. “ Of gaat gezellig met ons mee winkelen, en je gaat een geweldige zorgzame moeder worden voor Ann.”
Mijn moeder kijkt diep in de ogen van de vrouw die voor haar staat. Maar nog voordat Ann’s moeder een woord kan uitbrengen, zegt mijn moeder: “Laat maar,” ze schudt droevig haar hoofd. “ Ik weet het antwoord al, je ziel verteld me dat je het hebt verkocht aan deze man.”
Dan draait ze zich om naar Ann. Met een knip van d’r vinger zijn alle ketens, waarmee Ann vast zat los. En Ann laat ze zachtjes naar beneden komen. Ik zweef met Ann mee. En samen landen we op de grond. Ik houd haar goed vast, want door alle verwondingen kan ze nauwelijks op haar benen staan.
Mijn moeder loopt naar Ann toe. “ Het spijt me, Ann dat ik je dit moet aan doen. Maar ik heb geen andere keus. Jij komt bij ons wonen. Totdat we je vader hebben gevonden.”
Ik leg Ann uit niet bang te worden, maar dat dit iets is wat mijn moeder moet doen. Maar waar ze geen genoegen in schept.

Langzaam verandert het uiterlijk van mijn moeder. Haar vingers worden dun en je kunt niet zeggen waar haar vingers beginnen en waar haar nagels eindigen. In het haar komen kleine vlammetjes. Haar voeten vernaderen in klauwen. In het gezicht komen groene bloedvaten. Het lijkt wel of haar hele gezicht er mee is bedekt. En ook haar hals en nek hebben dat. Haar huid wordt geel.
Ze kijkt de man aan die inmiddels Ann haar moeder stevig vast heeft.
“ Ik stuur je terug waar je thuis hoort. Jij duistere demon.” Haar stem is fel en luid.
Ik schrik er niet meer van maar Ann wel. Ik stel haar gerust.

“ Sleutel, sleutel van de hel, Kom bij je meesteres, heel snel. Dan open ik met jou de zwarte poort. En sluit ik de demon op waar hij hoort.”
Dan verschijnt er op de grond een zwarte ijzeren poort. De sleutelbos, die ze altijd bij zich heeft, maakt ze los van haar riem. En al die tijd hoor je haar hetzelfde zeggen.
“Sleutel, sleutel van de hel. Kom bij je meesteres heel snel. Dan open ik de zwarte poort. En sluit ik de demon op waar hij hoort.” Ze opent de poort en opeens komt en een enorme kracht uit de poort. Die de demon en Ann’s moeder mee de poort in trekt. Ann gilt en haar moeder gilt en de demon gilt.
Dan is het stil. Mijn moeder is weer normaal. In stilte lopen we naar Ann’s kamer, we pakken alle spullen en laden die in onze auto. Dan rijden we naar ons huis. Onderweg verteld mijn moeder wie wij zijn. Ik weet niet wat Ann denkt. Maar als mijn moeder zegt dat er nog een kans is dat haar moeders ziel word gered, komt er een kleine glimlach om haar mond. Daar achter in de auto, besluiten we er het beste van te maken.


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens