vrijdag 20 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Henk Gruys - Hoog in de kerk
Gepubliceerd op: 19-08-2017 Aantal woorden: 756
Laatste wijziging: 29-12-2017 Aantal views: 331
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Hoog in de kerk

Henk Gruys



Er heilig van overtuigd was Edsert, dat omhoog klimmen in een geheel lege Nederlandse hervormde kerk dè oplossing was om schadelijke en beangstigende dromerijen krachtig te bestrijden.
    Ook ditmaal, op het uur dat hij met zijn ouders èn visite een zondagswandeling door de buurt maakten om de laatsten bijzondere plekjes in de stad te laten zien, hield dit klimmen hem bezig. Hij was op enig moment zo verzonken in deze mijmeringen, dat hij veel te ver voor hen uit was gelopen. Na een paar straathoeken te zijn omgeslagen kon hij ze ineens nergens meer ontdekken.
    Zo gauw hij merkte dat hij helemaal alleen was overgebleven, was hij buiten, via een stapeling van donkere onbekende materialen tegen de kerkmuur snel naar boven geklommen, naar waar een rond venster als een blind oog in de bakstenen gevel zat.
    Binnenin de kerk, helemaal in de hoogte begon hij zijn vaste toer. Hoogtevrees kende hij niet. Hij klom via de gaanderijen en hanebalken krap langs de crème muren, waarlangs hekken met dunne, lange leuningen van een lichtbruine kleur liepen, eindigend in een onbekend niets. Er was binnen weinig licht, hij zag slechts grijze en bruine vlakken en balken die kantelende schaduwen veroorzaakten op zijn netvlies. Hij klom met opzet traag, om de duur van de klautering zo lang mogelijk te laten lijken. – Hoe gelukkig voelde hij zich altijd bij deze activiteiten, dacht hij.
    Het leek of men speciaal voor hem stellingen had aangebracht. Tussen spanten en spijlen ging hij verder, móest hij verder gaan, zo voelde hij het, zorgvuldig steun zoekend en zich behoedzaam naar de volgende uitdaging strekkend, met de schoenranden zich afzettend tegen de plankieren. Het was riskant; één misstap kon fataal zijn. De vele houten stoelen beneden leken klein, als van een poppenhuis, alle leeg en gekeerd naar de preekstoel en naar het bescheiden orgel van bruinhouten panelen. In de muur tegenover hem zag hij, tot slot, de drie grote, veelkleurige ramen naast elkaar, waardoorheen wit schaduwloos licht binnenviel. Sinds hij hier de vorige keer klom... hoe lang alweer was dat geleden ? Geloofde hij nog wel in GOD? Nu hij hier was zou hij daar eigenlijk weer opnieuw mee moeten beginnen, dacht hij.
    Gaandeweg scheen hij zijn einddoel te vergeten, of het minder belangrijk te vinden, en naderde hij de zware zuidmuur onder het kerkedak. Het kerkhof zag hij vanuit de hoogte als een grijs schaakbord van stenen velden, waarop kransen, bossen verdorde bloemen in doffe zinken vazen de schaakstukken voorstelden.
    Hij daalde snel af en was bijna direct beneden; zelfs wat te vlug naar zijn zin. Voor de laatste sprong op de grond spanden zich zijn spieren; en was het of je daarvoor geen benen nodig had. De wilgen ritselden alom; gele bladeren zag hij op een windvlaag voorbij vliegen en als medailles tegen de zerken plakken.
    Zijn voetstappen knirsjten op het scherpe grind. Het veld met de grijze grafstenen lag nu voor hem, met gras en bleek sprietig groeisel opgeschoten. Honderden zerken zover als hij kon kijken, met ondiep ingebeitelde namen. Ontcijferen kon hij ze niet, omdat ze geen letters bevatten, maar uit vreemde, onbestaanbare tekens bestonden, allemaal.
    Het werd zeer donker, vooral onder de reusachtige ruisende bomen rondom. Hij prees zich gelukkig dat het nog steeds droog was; regen zou zijn beleving op het kerkhof ingrijpend veranderd hebben. De oude gedachten van deze middag verlieten hem echter niet; hij haastte zich terug door de ijzeren toegangspoort en zocht de licht afdalende straat af om te zien waar de anderen gebleven waren.
    Tot zijn geluk zag hij hen op een straathoek, onzeker overleggend wat te doen; ze hadden het vast en zeker over hem. Edsert stak over.
    De begroeting was gelijk verrassend, allerhartelijkst. Hij verontschuldigde zich zonder kruiperig te doen uitvoerig voor zijn onhandige gidswerk.
    – Maar zijn eigen, grote, diep-raadselachtige geheim van de klim bleef in het verborgene. En dat vond hij maar het beste. Hij zou geen mens iets over zijn hoogteavontuur vertellen. Nooit. Nog net op tijd was hij tot dit besef gekomen. Niemand zou het immers begrijpen?
    – Dat, unieke, en het feit dat hij de enige was die ervan wist, vervulde hem met trots. – En met een gevoel van bijzondere eer.



Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens