donderdag 23 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Henk Gruys - Wim
Gepubliceerd op: 05-04-2017 Aantal woorden: 1560
Laatste wijziging: 24-04-2017 Aantal views: 281
Easy-print versie Aantal reacties: 6 reacties

Wim

Henk Gruys




Er is over bijna-dood-ervaringen al zoveel gezegd en geschreven dat ik niet de illusie heb daar nog iets nieuws aan toe te voegen.
    In het kort waarover het gaat. Door ongeluk of ziekte, en feitelijk heel dichtbij de dood, bevindt men zich, zo zeggen de betrokkenen, in een soort tunnel met aan het eind een overweldigend, helder licht. Daar ontmoet men mensen die overleden zijn, ouders, geliefden, zelfs huisdieren worden genoemd. – Maar bij hen verblijven, of verdergaan in die tunnel wordt niet getolereerd, want, zo wordt er gezegd: "het is uw tijd nog niet." – De ervaring wordt door degenen die het meemaken over het algemeen als buitengewoon zinvol en zelfs verlossend ondergaan.

De relatie tot Wim kon je eigenlijk geen echte vriendschap noemen. Ik kende hem voornamelijk via de fotografie, want we zaten in dezelfde foto-filmgroepen. Ik had al regelmatig werk van hem gezien op tentoonstellingen, in tijdschriften, bij wedstrijden en zo meer.
    Wim, was een grote lange man, die vanwege zijn lengte altijd een beetje voorovergebogen liep. Met zijn wat flossige haren, warme, gedempte, maar overredende stem, had hij een sympathiek, jongensachtig voorkomen. Hij was getrouwd en had drie dochters.
    Op een festival in Alkmaar, waar wij beiden ons werk exposeerden respectievelijk vertoonden, raakten we in gesprek en ontvouwde Wim zijn plan om een speelfilm te gaan maken.
    Misschien had ik interesse om het camerawerk te doen? Ik had tot dan toe alleen experimentele films gemaakt en het leek me aardig om mij eens met dit, – voor mij nieuwe genre – bezig te houden. Het zou gaan over een vrouw die op een vuilnisbelt woonde.
Het tekende misschien het beste de verhouding tot Wim; we waren eigenlijk meer collega's dan echte vrienden. We konden evenwel goed met elkaar opschieten.
    We draaiden voor die film op 16 millimeter een weekend lang in Markenbinnen, onder andere met een draaiorgel, – want dat kwam er ook in voor, – tientallen figuranten en belangstellenden. Het hele dorp stond twee dagen op zijn kop.
    We brachten de film tot een goed einde, waarna we het idee kregen onze samenwerking op dit gebied voort te zetten. Wim had verhalen genoeg...
    – Zover is het echter nooit gekomen.
    Een bijzonder voorval trof hem.    

Wij woonden niet in dezelfde stad en daardoor zag ik Wim soms weken niet; – daarbij hadden we natuurlijk ook nog onze fulltime-banen.
    Maar toen we weer eens bij elkaar waren gekomen in overleg voor een nieuwe film, ongeveer drie maanden na de succesvolle voltooiing van De Vuilnisvrouw, vertelde Wim dat hij een bijna-dood-ervaring had gehad. Dat was eigenlijk het eerste waarover hij begon, op die gedenkwaardige, zonnige avond bij mij thuis. Ik onderging zijn onverwachte mededeling met een zeker gevoel van schrik. Wim kende ik als een volstrekt nuchter iemand, zeker geen fantast of eentje die zich nu eens interessant aan de buitenwereld wilde voordoen. Nee, dit was echt gebeurd; hij had het meegemaakt, ik wist het zeker.
    Een paar weken terug, bij het zwemmen in zee was hij in een mui terecht gekomen, en kon hij het strand niet meer bereiken. Opeens, vertelde hij, bevond hij zich in een soort tunnel van een vreemde, goudachtige structuur, en een ontzaglijk helder licht was aan het eind, maar pijn aan de ogen deed het niet. Hij zag er zijn moeder, die allang overleden was, en ook andere bekenden waren er. Het was een aangrijpend, en toch zachtaardig en bijna lieflijk geheel, zei hij.
    Maar toestemming om door te mogen lopen naar dat ontzaglijke licht, en zich te voegen bij de overleden personen, kreeg hij niet.
    Het was zijn tijd nog niet, werd er gezegd; en hij moest terug.

Dat hij niet in zee was verdronken en dit alles kon navertellen, kwam doordat hij werd gered door twee studenten die daar toevallig op het strand liepen.
    "Alles is erdoor anders geworden," zei Wim aan het slot van zijn onthulling. "Ik ben nu nergens bang meer voor,"
    – Nergens bang meer voor. – Ik kreeg er kippevel van.

Neurologen op tv doen dergelijke getuigenissen niet zelden af met betrekkelijk eenvoudige verklaringen. "Om te beginnen," zeggen ze, "is dat licht en die tunnel een gevolg van een bepaalde hersenactiviteit die zulks genereert; dat is allang bekend. Zo dichtbij de dood, wat natuurlijk een zeer uitzonderlijke situatie is, kunnen zuurstofgebrek en endorfinen in de hersenen bepaalde visioenen veroorzaken.
    De volgende vraag is dan natuurlijk wel waarom die toestand of droom, als je het zo wil noemen, dan bij iedereen die het heeft meegemaakt nagenoeg dezelfde ingrediënten bevat: altijd die tunnel met licht, altijd overleden personen, steeds: "het is uw tijd nog niet" enz.
    "Die details nemen ze dan van elkaar over," zeggen de medici. "Of ze hebben daarover in boeken of in de krant gelezen."
    Is dat nu niet een wat al te gemakkelijke verklaring voor al die overeenkomsten? – "Gelezen in de krant," zeggen ze. – Maar dat kunnen zij, de deskundigen, toch niet weten?

Hoe men er ook over mag denken; – waar vaak minder bij wordt stilgestaan is dat een bijna-dood-ervaring soms buitengewoon ingrijpende gevolgen heeft voor de persoon en zijn omgeving.
    Na zijn tunnelervaring bij Egmond ging het met Wim een vreemde kant op. Zijn karakter en leefwijze begonnen snel en ingrijpend te veranderen. Ineens woonde hij niet meer bij de vrouw waarmee hij al vijfentwintig jaar getrouwd was, maar trok hij zich terug in een flatje. Hij liet de therapeutische behandeling die hij onderging stoppen, want "die was niet meer nodig." Dat alles hoorde ik van zijn dochters. Een hele tijd zag ik Wim vervolgens niet. Onze nieuwe filmplannen liepen vertraging op. En bleken tenslotte helemaal niet meer door te gaan.
    Een maand na de gebeurtenis. Omdat ik volgens afspraak "De Vuilnisvrouw" op een filmfestival zou draaien, en Wim het enige exemplaar in zijn bezit had, zijn mijn vriendin en ik op een sombere zondagmiddag naar hem toegegaan, in die flat in Alkmaar.
    Ik had Wim tevoren niet meer gesproken, en was bezorgd over hoe wij hem zouden aantreffen.

Op het adres deed een opgemaakte, enigszins geblankette vrouw open. We betraden een geheel leeg apartement. Kale vensterbanken, geen gordijnen, geen meubels, helemaal niets, alleen op de grond een rafelig kleedje. Wim zat daar met om zich heen drie vrouwen van, ik schatte, iets jongere leeftijd dan hij. – Jezes Wim, dacht ik, ben jij eigenlijk de echte Wim nog wel? We zaten in een kring, met wierookstokjes in lege blikjes. Het had iets religieus, of iets oosters – maar iets met godsdienst leek het ook weer niet...
    De vrouwen bemoederden Wim alsof hij een groot kind was. Of in hun ogen een begenadigd artiest, die toevallig ziek was geworden, – ziek in de geest vooral, een eenzame man die hulp nodig had. – Misschien waren ze alledrie wel verliefd op hem. – Wie waren die vrouwen, waar kwamen ze vandaan, – als zomaar aangezweefd? Wim had wel honderd kennissen, van allerlei soort, kleur en ras, maar deze had ik nog nooit gezien. Te vragen durfde ik niets, hoeveel raadsels er ook in mij rondgingen. Hoewel wij elkaar goed kenden wilde ik mij er ook niet mee bemoeien, want ondanks alles bleven het natuurlijk toch zijn privézaken.
    Van de gesprekken die we voerden kan ik mij niet veel meer herinneren. Toch moeten we met elkaar hebben gesproken. Ik zat mij een beetje te schamen, hoewel dat eigenlijk niet het goede woord is. Een soort medelijden misschien...
    Het was een onwerkelijk bezoek. Een situatie als deze had ik nog nooit meegemaakt. Wat was er toch met hem gebeurd... Wim, die zich eerder altijd zo luchtigjes en ontspannen bij alles gedroeg... En waar waren al zijn spullen gebleven, zijn foto's, zijn camera's?
    "Ja die film," zei Wim op mijn vraag, "neem jij die maar onder je hoede," op een toon alsof hij intussen van alle aardse zaken afstand had genomen.
    Mijn vriendin en ik liepen een uur later met de blikken doos met de film terug naar het station. Zij had Wim nooit eerder ontmoet, en vond dat hij een zeer artistiek iemand was, maar die in een acute leeftijdscrisis of zoiets was terechtgekomen. Al was zij het ermee eens dat er in dit geval toch wat meer aan de hand kon zijn.

Het is al vrij lang geleden. Maar altijd ben ik met een soort raadsels blijven zitten. Ik kon de laatste maanden van zijn leven, zijn neergang, niet anders opvatten dan als een zeer negatieve nasleep van die tunnelgebeurtenis.
    Sindsdien kijk ik toch anders naar verhalen over de bijna-dood-ervaring.

Het bezoek in Alkmaar was de laatste keer dat ik Wim ontmoet heb.
    Hij is, niet lang daarna, aan kanker overleden.



Bert Pinkster @ 04-05-2017 22:17:51
Het is maar wat je wilt. Als je een mooi verhaal wilt schrijven (fictie), zou weglating van die stukken daaraan bijdragen, mijns inziens.
Als je een stuk met werkelijkheidswaarde wilt schrijven, waarin je dan je twijfel wilt weergeven, kun je het wellicht beter zo laten.


Henk Gruys @ 28-04-2017 09:06:24
Ik waardeer het dat je er zo "ingedoken" bent, waarvoor dank.
Je stelt evenwel zoiets ingrijpends voor, dat ik daar even over moet nadenken.
Door die tegenstem (de neurologische verklaring) in dat tweede blokje te schrappen, wordt het verhaal niet zozeer raadselachtiger, maar wel eenzijdiger, nietwaar; met meer van een soort geloof in bovennatuurlijke krachten. En daar heb ik juist mijn twijfels over.
Ik ben er absoluut van overtuigd dat Wim echt heeft meegemaakt wat hij mij verteld heeft , maar dat het een aanwijzing is voor leven na de dood of dat het een voorportaal is naar het hiernamaals, overtuigt mij niet. De kans dat neurologen hier gelijk hebben acht ik reëel. – Maar zeker weten doe je zoiets
natuulijk nooit.



Bert Pinkster @ 26-04-2017 18:02:34
Mooi verhaal! Al vind ik het beginstukje en het stukje over de neurologen op tv wat afbreuk doen. Het raadselachtige zou m.i,. vergroot worden als je het sec bij de gebeurtenis zou houden. Leg je hand 'ns op beide stukjes en kijk wat er dan met je verhaal gebeurt...


Henk Gruys @ 07-04-2017 16:44:52
Het verhaal is vrijwel geheel gebaseerd op persoonlijke ervaringen. Alleen alle namen heb ik om privacy-redenen veranderd.
Bedankt voor je lezen en reactie, jannes
Met groet, Henk


jannes @ 07-04-2017 15:06:45
Ik heb mij in mijn reactie vergist. Ik schreef Wim maar het mag duidelijk zijn dat de auteur van het verhaal Henk moet zijn.


jannes @ 07-04-2017 14:15:08
Hallo Wim. Een mooi geschreven verhaal. Met veel belangstelling gelezen. Alleen zou ik graag weten of het fictie of non-fictie is of een combinatie van beiden.

vr.gr.Jannes



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens