vrijdag 22 september 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
lil_pea_bo - Het grote verlies
Gepubliceerd op: 27-06-2004 Aantal woorden: 835
Laatste wijziging: - Aantal views: 1336
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Het grote verlies

lil_pea_bo


Het grote verlies

Ik kijk door het raam naar buiten en ik zie de mensen buiten bezig zijn met het leiden van hun leven. Ik hoor kinderstemmen kreten slaken van plezier, ik zie vrouwen sjouwen met zware boodschappen en zelfs de vogels zijn bezig met het bouwen van hun nest.
Kon ik het allemaal maar vergeten, dan was ik net zoals de rest; bezig met het leiden van mijn leven. Maar ik zit hier door het raam te staren. Denken aan Hem. Kon ik maar bij iemand uithuilen...
Maar niemand weet wie Hij is en niemand weet dat ik met Hem omging.
Zal ik ooit kunnen vergeten dat hij diegene was die elke keer lieve briefjes schreef. Zal ik ooit kunnen vergeten dat hij diegene was die mij elke keer de geweldigste dingen liet ervaren? En zal ik ooit kunnen vergeten dat hij diegene was die zijn leven voor mij gaf?

Ik ben naar zijn graf geweest. Het was de eerste keer dat ik alleen was op het kerkhof, zonder hem. Zijn warme handen die mij normaal vast hielden, lagen nu onder de grond, koud. Ik las wat er op zijn grafsteen stond: “Wachtend op de voltooiing van het werk van een meester wiens gruweldaden niet te beschrijven zijn”.
Niet wetend wat deze uitspraak precies betekende nam ik zijn mooie woorden maar voor lief. Een grijze steen met de tekst erin gekerfd, ik besloot dat het bij hem paste.
Ik kon niet huilen, de ervaring was compleet. Dit deel van mij leven was voor altijd afgesloten.

Mijn ogen dwalen van het raam af en zien de roos, gedroogd en liggend bij een brief. Ik hoef de brief niet eens meer te lezen, ik ken de woorden uit mijn hoofd. Deze woorden waren voor mij bedoeld, voor mij alleen. Hij was zo bijzonder, hij wist wat er zou komen en hij vergaf het me, het was niet mijn schuld.

Toen hij mij bij de leider liet wist hij wat er zou gebeuren, hij wist dat ik toegelaten zou worden en hij wist dat dat het begin van zijn eind was.
Nu ben ik verbannen, relaties binnen de groep zijn verboden, dat wisten we allebei. Maar onze liefde was sterk, heel sterk...

Toen hij hoorde wat ze met mij van plan waren... hij wilde ze meteen... maar ik... en hij... zucht.

Het lukt me soms niet meer om alles goed op een rijtje te zetten.
De groep wilde hun nieuwe ritueel op mij uitproberen en hij hoorde ze zeggen dat dit ritueel het laatste zou zijn wat ik ooit mee zou maken. Hij vertelde het mij onmiddellijk en samen zouden we wat gaan doen.

Als ik de dolk uit het fluwelen tasje haal glimt ze nog steeds, Ik heb het al lang niet meer gebruik, maar als ik haar door mijn vingers haal is ze scherp. De zoete pijn doet e goed en ik denk weer terug aan het vele bloed dat ik heb vergoten, heb verspild. Maar het was het allemaal waard, elk druppeltje, zelfs mijn eigen bloed. “Het zoetste bloed van allen.”, zo sprak hij tot mij terwijl hij het uit mijn nek zoog.
Hij geloofde zo sterk in zijn eigen bestaan dat hij ook echt bestond. Je kon hem niet voor gek verklaren, je leefde zijn leven, hij nam je mee.

Het menselijk lichaam is verwonderlijk, je begint met pijn, maar de extase die volgt door het natuurlijke verdovingsmiddel is verslavend. Alsmaar meer en meer. Het bloed druppelt op de grond. Ik zie het bloed wel, maar voel geen pijn. De pijn ligt nu ook op de grond, bij het bloed.

Hij had het dolk gepakt en hij stormde op de leider af, zonder na te denken, zonder met mij te overleggen. Ik had hem voor een fout kunnen behouden. Ik had hem kunnen redden! Hij raakte hem, zij doodden hem en ik? ik stormde op hem af, knielde naast hem neer en ik hoorde zijn laatste woorden uit zijn mond vallen, woord voor woord; “Brief... bed...”. het ging zo moeilijk en ik begreep hem niet. Ik begon te huilen. Hij probeerde het nog eens: “Jou kamer... ligt brief... op bed...”. Ik aaide hem over zijn gezicht, streelde zijn wang en droogde zijn betraande ogen. Toen keek hij mij voor het laatst aan en fluisterde iets. De woorden waren “ik hou van je”, ik weet het zeker!

Opeens voel ik de warmte van armen om mij heen. Ze komen me bekend voor, maar het zijn niet zijn armen. De warmte maakt en rustig en de tranen stoppen met vloeien. Ik doe mijn ogen open en ik kijk. Ik kijk en ik zie mijn moeder. Ze heeft me vast en wiegt me heen weer. Ze zegt dat ze van me houdt, maar het zijn niet haar woorden die ik hoor, maar de zijnen. Zachtjes fluister ik: “Ik hou ook van jou.” En sluit mijn ogen, langzaam sterf ik van binnen.


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens