woensdag 20 september 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Demion - De curieuze sage van Herbert de zwaan
Gepubliceerd op: 14-03-2017 Aantal woorden: 513
Laatste wijziging: - Aantal views: 145
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De curieuze sage van Herbert de zwaan

Demion



Ik ben zo mak als een doosje. Gelukkig wel. De wereld klatert vrolijk verder met de snelheid van het licht de toekomst in en ik klater mee, tot in de pruimentijd en daaraan voorbij. Lichtzinnig gedartel drentelt op z'n dooiste gemakje langs de rand van de horizon en vangt het licht. Ik zie het in de verte gebeuren maar ik ben er niet helemaal bij. Ik was op jacht naar kabouters in mezelf verdwaald. In een woud van versleten herinneringen vond ik talloze draken en een oude tovenaar. Hij wees me de weg naar een magisch universum waarvan ik de naam ben vergeten. Vreemde alternatieven doken uitzinnig uitgedost uit het struikgewas op en een helder idee presenteerde zich: stel je toch eens voor dat alles anders zou zijn? Dat zou geweldig zijn, zei ik, maar anders dan wat? Een antwoord bleef uit en ik wilde mijn weg vervolgen, maar ik werd nog steeds hardnekkig door een briesend alternatief achtervolgd. Ik sloeg vlug een zijweg in over het geometrisch patronen breien en ergens elders werd stuurs en verward afgedropen. Dapper het pad hervattend werd de hemel verduisterd en daar kwam Herbert de zwaan aangezwerkt. Hij etste gehaast zijn verhaal in het glas en ging er vandoor, de vuigaard. Ik riep hem nog na maar werd overstemd door de donkere slag van zijn vleugel. Logische parameters kwamen uit de lucht gevallen en namen hun stellingen in. Ik schoot direct hun argeloze argumenten vol gaten en zij zonken naar de bodem. Van hen is sindsdien niets meer vernomen. Boven mij waren beelden van een verbijsterende weelde verschenen. Zij vleiden zich tegen het zenit en werden door hordes krankzinnige kinderen schril afgestoken. De oude gezangen verstierven en een laatste ijl restant kwam naar beneden gezwerveld. Ik ving het op in mijn buideltas en bewaarde het daar voor later. Geheel door dit alles niet ontmoedigd zette ik een monter deuntje flierefluitend mijn barre tocht voort. Zwijgzaam werd een tijdlang in straf tempo door gebanjerd. Soms moesten de sokken er gewoon eens stevig ingezet worden, en dit was zo'n moment. Had ik maar waarin geweten, dan wist ik waarschijnlijk wel beter. Daar onwetendheid alleen voor de zwakkeling zalig is ging ik slechts in stilzwijgen gehuld en ik permitteerde mij een bibbering. Alras werd mijn doel dan toch genaderd: een donkere toren moest het zijn, van botten gebouwd en bekleed met as en roet. Krampachtig alle sprookjes ontwijkend die voortdurend de weg overstaken liep ik een hermitisch kluizenaar tegen het onwelriekend lijf en vroeg hem om raad, maar hij bracht alleen grauwel uit en verdween naakt en krijsend in het laagstaande struikgewas. Een heks op mijn pad verkocht me haar ezel, maar daar heb ik niet veel aan gehad: hij was na drie stappen dood. Dan maar alleen mijn reis gemaakt en ik zette mijn tocht solo voort. Na wat een eeuwigheid leek een kwartier was gebleken verscheen in het schimmerend licht van de horizon in slank silhouet mijn knokige toren. Niets te vroeg, zo dacht ik, voor wie zo mak als een doosje is.

:)



Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens