woensdag 20 september 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Demion - Zonder kaartje
Gepubliceerd op: 14-03-2017 Aantal woorden: 1437
Laatste wijziging: - Aantal views: 132
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Zonder kaartje

Demion



Het begint allemaal aan de Maas, die mooie oude rivier. Ik zit hier aan haar oevers en zie haar voorbij glijden. Ze staat hoog vandaag. De vele regen van de afgelopen tijd wordt hier voor mijn ogen met vele tonnen tegelijk afgevoerd. De hoge waterstand in combinatie met een koude wind die precies tegen de stroomrichting in blaast zorgt voor koppen en golven. Witte schuimvlokken springen soms opeens los van hun dragers en worden weggevaagd door de wind. Ze heeft het op haar heupen vandaag, de oude dame. Parmantig en breedgeschouderd toont ze nog eens haar gerimpelde spierballen. Het is een waarlijk prachtige dag. De zon staat in een met witte wolkjes bestippelde strakblauwe hemel te stralen alsof het een lieve lust is. Haar warme licht schittert weldadig over alles: de rivier en de stad en de mensen en mijzelf. Nog eens weerkaatst in het woest langs stromende water is het hier bijzonder aangenaam verpozen. Ik steek mijn joint aan, laat de juichende housemuziek nog eens wat harder heen en weer dreunen tussen mijn beide trommelvliezen en droom verder.

Een duif komt met zijn korte vleugels strak gestrekt laag over het water aan vliegen en landt met een nogal coole beweging zo op de rand van het beton en het water. Strakke landing, zie ik hem denken. Belangrijk, want de vrouwtjes zijn in de buurt. Het is tenslotte al lente, midden in de winter. Hij poft zijn borstveren eens op en stapt parmantig en breedgeschouderd in het rond. Een argwanende blik over het water, en zijn geile hoop wordt direct bevestigd: een iets slankere damesduif landt met een klapperende beweging naast hem. Helemaal dol van blijdschap begint Maverick, de eerste duif, rondjes om zichzelf te draaien. Dan loopt een jongen links mijn blikveld in. Hij zegt iets en houdt een uitgedoofde en half opgerookte joint voor zich uit. Vuur, vermoed ik, en ik trek de oordopjes uit mijn oorschelpen.
'Fire' zegt hij in een soort Engels.
'Yes' zeg ik en geef hem mijn aansteker.
'Thank you' zegt hij, en draait zich van de wind af. Met enige moeite krijgt ook hij de brand in zijn rooksel. Hij geeft de aansteker terug en vraagt: 'Marihuana?'
Ik glimlach. Ik dacht zelf dat de aanwezigheid van mijn eigen breeduit dampende genotsknots die hier al een kwartier of zo dikke dampende wolken van een geurig en altijd apart cachet weet te verspreiden nogal prominent aanwezig was in deze hele situatie, maar mijn gesprekspartner denkt daar blijkbaar heel anders over. Ik hou hem mijn dikke joint voor.
'Ik heb al' grijns ik hem vrolijk toe.
'Okay...!' zegt hij lachend, steekt zijn handen in de lucht, vist een telefoonscherm tevoorschijn en hij draait zich automatisch als een robot om, zijn aandacht direct en volledig opgeslorpt door die kleine digitale wereld.
Okay, denk ik nog eens bij mezelf, en ik glimlach. Jazeker. Alles is okay. Vandaag even wel.

Maverick de duif heeft ondertussen koerende concurrentie gekregen in de vorm van duif nummer drie. Laten wij hem Iceman noemen. Deze wederom parmantige en breedgeschouderde hengst van een gevederde rat trip nu rondom de dame in kwestie. Charlie was haar naam. Maverick ziet dit gepikeerd aan, bedenkt zich even en trippelt naar de rand van het beton. Een blik op Charlie om te zien of hij haar aandacht heeft. Dat heeft hij. Dan laat hij zich zonder pardon van de betonnen rand af vallen en verdwijnt. Dit had de coole Iceman niet verwacht. Hij staat stil. Er is daar beneden nog een smalle richel in het beton, net boven het water, herinner ik me glimlachend. Strakke actie van Maverick. Charlie trippelt verheugd naderbij en na een blik over de rand laat ze zich koket koerend ook vallen. Iceman ziet dat het de verkeerde kant uit gaat en stapt nu ook naderbij. Tijd voor actie, zie ik hem denken. Hij kijkt over de rand en laat zich vallen. Wat er dan gebeurd kan ik niet zien, maar nog geen drie seconden later zie ik Maverick opeens op volle snelheid laag over het water weg spurten. Dan trekt hij met een beweging waarbij een echte piloot zijns gelaat onmiddellijk in een lauwe grijze plumpudding zou veranderen naar boven, strekt op het allerlaatste moment zijn vleugels en landt met twee korte klapwiek-bewegingen op een oude groenbruin verroeste buis die over de hele lengte onder het brugdek loopt. Strakke actie, wederom. En even later, jawel: daar volgt mevrouw Charlie, duidelijk onder de indruk van deze aerotechnisch-acrobatische hoogstandjes. Ze trippelen daar nu samen over die dikke buis. Boven hen lopen mensen en bussen en auto's allemaal samen jachtig en druk en heen en weer, zich in het geheel niet bewust van de liefdesperikelen zoals die zich recht onder hun voeten afspelen.
Daar gaat Iceman ook. Hij schiet half onder de brug door en buigt dan af naar links. Hij verdwijnt over de rivier de stad in. Hij verliest. Ach ja, Iceman. Duifjes genoeg, jongen. Duifjes genoeg.

Ik droom verder. Een monsterachtig grote bak schuift opeens van links onverbiddelijk het plaatje binnen. Ik hou mijn hand boven mijn ogen om de felle zon wat af te schermen en kijk op. Wat een beest van een bak. Hoog en breed en lang en zo groot als een eiland dendert die enorme bak door het water, van ritme voorzien door de dampende bassen in mijn oren en de stampende dieselmotoren van de enorme duwboot die deze dinosaurus van een bakbeest door het water ploegt. 'Mover 4' staat er met grote zwarte letters op de felwitte zijkant van het grote stuurhuis. Dat zou ik verdomme denken, gaat het door me heen. Mover 4. Jazeker. Dender door, mijn vriend. Dender voor altijd door.

Ik sta op. Ik strek mijn eigen gerimpelde spierballen en hoor en voel her en der iets kraken en knarsen. Ach ja. Breedgeschouderd ben ik nog altijd, maar mijn parmantige jaren heb ik toch wel achter me gelaten, dacht ik zo. Ik lach. De jongen met de halve joint bevindt zich aan het einde van het beton, daar waar gras de oever overneemt. Hij houdt zich met èèn hand vast aan het beton en hangt over het water. Misschien ligt daar een lijk, zo denk ik. Ik wens hem succes en stap de grote treden van de kade op. Ik loop terug richting het centrum en laat die laatste paar honderd meter van kade die ik nog heb het krachtige zonlicht rechtstreeks en weerkaatst nog eens over me heen glijden. Zalig. Mijn jas hangt zoals altijd open en zwiert wat in de wind. Dan ben ik bij de grote winkelstraat en neem ik afscheid van de zon, maar zij nog niet van mij. Door de hele straat blijft ze voor me uit dansen, over de gevels van de oude handelshuizen, snel flitsend weerkaatst in de ramen van de panden, het glas van een auto en de reebruine ogen van die jongedame daar. Het lijkt verdorie wel lente.

Bij het station aangekomen tekent zich een hoge torenflat af tegen de strakblauwe lucht. De kleuren en lijnen die dit beeld bepalen zijn zò scherp en helder dat ze wel nep lijken, alsof ze afkomstig zijn uit zo'n superheldenstrip, voorzien van extra dikke accenten en contrasten zodat je zeker weet dat het ook echt ècht is. Mijn wereld is soms net een stripboek.

Ik ga naar huis. Op het station sta ik te wachten. De muziek beukt nog immer vrolijk in mijn hoofd en ik leun tegen de trap. Voor me op het beton van het perron glanzen dikke korrels zout in de zon, deze morgen vroeg gestrooid voor nooit gevallen of al lang weer weggesmolten sneeuw. Opdat gij niet zult vallen, forens. De trein zoemt elektrisch het perron langs en komt tot stilstand. Zijn deuren openen zich en vlokken mensen, veelal jong en fruitig, dringen zich naar binnen. Ik wacht nog even af en kijk toe. Als men zo naar binnen gedruppeld is slenter ik naderbij en zo'n halve minuut voordat de deuren zacht sissend weer sluiten en de trein vertrekt ben ik ook naar binnen gewandeld en heb ik me laten zakken in de brede zetels van de heerlijk rustige eerste klas-cabine. Ik laat me zakken in mijn jas en mijn muziek en de trein rolt weg. Ik zie de zon naderbij komen door de vuilwit-gele ramen die ze geslagen hebben in die lelijke oude gietijzeren overkappingen hier. Als de trein het perron helemaal verlaten heeft springt ze nog èèn keer in al haar stralende pracht tevoorschijn. Ik sluit mijn ogen. De trein meerdert langzaam vaart en ik laat me vervoeren. Zonder kaartje, dat wel.

:)

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens