zaterdag 25 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Demion - De Boekenclub
Gepubliceerd op: 14-03-2017 Aantal woorden: 1233
Laatste wijziging: - Aantal views: 179
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De Boekenclub

Demion



Er was eens een soepkip. Zijn naam was Giorgi Bar-mani. Gio, voor vrienden. Zijn moeder kwam uit Tanzania en zijn vader uit Samoa, maar hijzelf was afkomstig uit het meer bescheiden België-land. Deze exotische mix zorgde voor een soepkip van jewelste en onze Gio was dan ook bijzonder populair onder de vrouwelijke soepkippen. Nu denkt u misschien dat zo'n bleek soepkippetje onmogelijk veel kan voorstellen, exotische afkomst of niet, maar dan vergist u zich toch. Gio was een held onder de soepkippen. Hij had in al in vele films en documentaires een prominente rol gespeeld en ook op het gebied van soepkippenrechten was Gio de kip waar niemand omheen kon. Zo had hij er haast in zijn naakte eentje voor gezorgd dat de gemiddelde soepkip niet, zoals voorheen, rechtstreeks de soep in verdween, maar eerst een tijdje geweekt werd in lauwwarm bouillonwater, om zo de peesjes wat losser te maken. Zijn almaar toenemende populariteit in de soepkippenwereld zorgde ervoor dat hij geen supermarkt of poelier voorbij kon gaan zonder dat alle andere soepkippen direct volkomen hysterisch werden en allemaal gillend naar buiten kwamen rennen om maar een glimp op te vangen van hun eigen superkipje. Beveiligingskalkoenen moesten ingehuurd worden om al die kippige koketterie in goede banen te leiden. Het gebeurde te vaak dat deze of gene onoplettende soepkip door een argeloze boodschapperaar met zijn winkelkarretje pardoes overreden werd, en dat was natuurlijk geen gezicht. Ook van de winkeliers kon maar met moeite verwacht worden dat zij hun kaalgeplukte handelswaar te pas en vooral te onpas uit hun schappen zagen klauteren om dan op hun kale pootjes door de wandelgangen te hupselen, daarbij vrouwen en kinderen en ook deze of gene stoere vent zich licht kokhalzend doen verwijderen bij die toch wat onsmakelijke aanblik.

Op een nare dag was Gio plots verdwenen. Heel de soepkippenwereld was in rep en roer. Al dagenlang was er niets meer van hem vernomen. Hij was niet verschenen op premières en openingen en ook in het uitgaansleven, waar hij zich doorgaans graag liet fêteren door een jong kuiken of twee, drie had hij zich niet meer vertoond. Lelijke geruchten begonnen al gauw de kop op te steken, als zou hij met een of ander veel te jong piepkuiken er vandoor zijn, of, maar dat durfde eigenlijk niemand hardop te zeggen, dat zijn wilde levensstijl hem uiteindelijk teveel geworden was en hij voor de makkelijke uitweg had gekozen: de shoarmatent. Juist toen de paniek en de onrust bijna hun kookpunt bereikten werd ik ingeschakeld. Uw trouwe verteller is niet alleen een getalenteerd fantast maar klust in zijn sporadische vrije tijd ook nog eens graag bij als soepkippenprivédetective. Ik had een schimmig kantoortje boven een broodjeszaak in de stad, en op de dinsdag na zijn verdwijning kreeg ik zijn agent op bezoek. Of ik alstublieft en wel zo snel mogelijk op zoek wilde gaan naar Gio, want de hele soepkippenwereld dreigde zijn houvast te verliezen en als dat zou gebeuren zouden de gevolgen niet te overzien zijn. Er verschenen nu al verhalen over soepkippen die geheel het spoor bijster waren en 's nachts over de snelweg zwierven om aldaar door vrachtwagens en personenauto's ongenadig platgesmeerd te worden, kippen die weigerden nog langer de pan in te gaan, en zelfs kippen die, eenmaal in de pan gelegen, er weer ùit kropen. Het was een chaos. Ik drukte de kippenagent op het hart dat ik zo snel mogelijk aan het werk zou gaan. Dit kon zo niet langer doorgaan, dat zag ik ook wel in.

Ik ging daarom undercover bij een boekenclub. Een boekenclub geheel van en voor vrouwen, dus dat was nog best even lastig. Om mijn lange magere ongeschoren mannenlijf voor vrouw te laten doorgaan kostte wat moeite, maar na de nodige operaties, hormoonbehandelingen en spraaktherapiesessies kreeg ik het toch voor elkaar. Ik nam contact op met de voorzitter van de boekenclub, ene mevrouw Quinti Naaktgeboren, van wie ik al lang vermoedde dat zij een psychopathische seriemoordenaar was. Niet perse van soepkippen of zelfs maar van mensen, maar van Barbiepopjes. Zij had een haast onwelvoeglijke neiging minstens eens per maand met een propyleen gasbrander het kopje van zo'n popje te smelten, helemaal alleen in haar bedompte kelder, waarbij ze dan vreemde kir-geluidjes maakte en ook heel raar uit haar ogen keek. De rest van de tijd deed zij zich voor als heel aimabel dametje met heel gebruikelijke hobby's, zoals bridgen en punniken, en dus de boekenclub. Als er iemand was die wist wat er met Gio gebeurd was, was zij het, zo dacht ik. Ik werd door haar uitgenodigd om bij de volgende bijeenkomst van de club aanwezig te zijn. 'Vijftig tinten bagger' was de titel die besproken zou worden, dus haastte ik mij naar de bieb om een exemplaar van dat veelbesproken boekje te bemachtigen, maar helaas: ze waren allemaal uitgeleend. Hierin vond ik direct al mijn eerste aanwijzing. Dan Bol.com maar geprobeerd, maar ook daar was geen enkel exemplaar meer te krijgen. Nu begon ik te vermoeden dat ik echt iets op het spoor was en ik belde mijn oude vriend, Bas Krinkel. Hij was een boekenwurm van hier tot ginder en had een privébibliotheek om u tegen te zeggen. Ik wist zeker dat hij nog wel zo'n boek zou hebben. 'Kom maar langs' zei Bas, en ik kwam langs. Nadat ik u had gezegd tegen zijn verzameling overhandigde hij me een exemplaar van het boek dat ik zo naarstig zocht. Ik bedankte Bas en toog huiswaarts om mij eens driftig te gaan verdiepen in dat hitsig geneuzel, zodat vrijdag, als de boekenclub weer bij elkaar zou komen, ik tenminste goed beslagen ten ijs zou komen. Thuis aangekomen wachtte me echter een verrassing: daar, gezeten in mijn leunstoel bij de haard alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, zat Gio. Blij dat ik dat slappe seksverhaaltje uiteindelijk toch niet hoefde te lezen zette ik mij tegenover hem op een krukje en zei: 'zo, Gio...' Want tja, wat zeg je ook anders, op zo'n moment?

We hadden een lang gesprek, Gio en ik, waarin veel pijnlijke en persoonlijke dingen besproken werden. Hoe zijn vader hem kaalgeplukt had en zijn moeder, dat kippensnolletje, zijn papa al vroeg verlaten had voor een haan die, zo bleek later, van kraaien toeten noch blazen wist. Al deze ervaringen hadden een onuitwisbare indruk achtergelaten op onze superkip, en de laatste dagen was het hem gewoon allemaal even teveel geworden. Hij was ondergedoken in het kippenhok van buurvrouw Jansen en had zich daar drie dagen lang overgegeven aan grote hoeveelheden drank en drugs en piepkuikens. Daarna had hij zijn Maserati met tweehonderd kilometer per uur tegen een brugpijler geparkeerd en nu zat hij hier, in mijn leunstoel: een gebroken soepkip. Toen hij zijn verhaal gedaan had en er de nodige traantjes geplengd waren, door hemzelf èn door mij, stond ik op om een kopje thee voor ons beiden te maken. Helaas lette ik daarbij niet goed op het sluiten van de keukendeur en kon Bernhard, mijn mastiff van tachtig kilo, de woonkamer in glippen om de arme Gio in een enkele hap op te slokken. Eèn rechterpootje wist ik nog uit die kwijlende muil te trekken en dat staat nu in een potje met aarde op de vensterbank, in de hoop dat er volgend voorjaar weer nieuwe soepkippetjes aan groeien. Maar ik vermoed van niet.

:)

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens