zaterdag 25 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Henk Gruys - Philipes verschijning
Gepubliceerd op: 13-01-2017 Aantal woorden: 1262
Laatste wijziging: 17-04-2017 Aantal views: 259
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Philipes verschijning

Henk Gruys


Op die bijzondere middag gebeurde het dat Philipe zijn ouders, die een jaar eerder waren overleden, weer terugzag. –

Omdat Philipe jarig was, roezemoesde er een drukte van belang in zijn woonkamer. – Hij was vijftig geworden, en het vijftigste jaar was volgens zijn vrienden altijd heel speciaal. – "Een mijlpaal" noemden zij het.
    Van nature was vrijgezel Philipe niet zo voor het uitbundig in ere houden van zulke feestelijkheden; maar zijn buren hadden aangeboden te helpen, hadden tafels ingericht met drank, glazen, saladeschotels en gebak.
    Philipe had zich op een moment teruggetrokken uit het gewemel, en stond met zijn glas whisky in een hoek van de kamer, wat vaag nafilosoferend over zijn vroegere levensjaren, en enigszins verrast door het grote aantal bezoekers vanmiddag: zelfs oud-collega's waren gekomen...
   Totdat hij, terzijde van de grootste drukte, iets absoluut schokkends ontdekte. Zijn vader en moeder waren er. Zij zaten op stoelen van de eethoek, naast elkaar, ruggelings gekeerd naar de achtervensters. Vooral zijn moeder keek vriendelijk geïnteresseerd naar de onophoudelijk door elkaar warrelende gasten die waren gekomen ter ere van haar enige zoon.
    Nog in dezelfde seconde bedacht Philipe, met het gevoel of hij uit een droom ontwaakte, dat dit helemaal niet kon bestaan. Zijn ouders leefden niet meer. Het was de laatste jaren zo slecht met hen gegaan dat zij nauwelijks het bed uit konden komen. Hun sterven daarna had niet lang op zich laten wachten, vlak na elkaar. – Dit was ruim een jaar geleden.
    Maar thans zagen zij eruit als ver tevoren, vóór ze ziek werden, in kleding die niet veel afweek van toen. Zijn moeder in een japon uit de hangkast op de slaapkamer, gemêleerd roze en grijs, en zijn vader evenmin opvallend, in zijn zondagse, bruine kostuum, losjes zonder daarbij slordig te zijn.
    Philipe was onthutst door deze ontdekking, wilde direct naar hen toe gaan. Maar reeds werden zij, het leek bijna opzettelijk, door een groepje drukke praters aan het oog onttrokken. En daarna kon hij, hoe hij ook zijn best deed, hen niet meer terugvinden; de stoelen waarop ze hadden gezeten, zag hij eveneens niet meer. Hij bleef speuren of hij hen niet ergens kon ontdekken, bij de tafel met drank en eetwaren misschien; desnoods geposteerd bij de ramen om in de tuin te kijken. Maar het herhaalde zich niet.
    Wat was dit geweest, vroeg hij zich af... Gezichtsbedrog? Werd je bijwijlen door je eigen brein in de maling genomen met een schokkend visioen uit het verleden? Dan zou hij nu het beste zijn hoofd onder de koude kraan houden, en drie maal uitroepen dat hij helemaal niets had gezien. Maar hij voelde dat dit een gebeuren was waar hij zich niet zomaar bij neer kon leggen.
    Hij stond nog in gepeins op zijn lip te bijten en merkte amper dat een buurvrouw bij hem was komen staan.
    "Ik heb gisteren nog iets leuks gevonden," zei zij, "op zolder, een album met vroegere foto's. Daar staan jullie ook op! Wil je dat niet zien?"
    Mevrouw Jardoos sloeg het album open en hield het voor. Hij keek nog wat afwezig naar de vele kleine, onscherpe opnamen met ouderwetse mensen en kinderen. Hij zag ook enkele vroegere foto's van zijn ouders samen, toen hij er nog niet was. – Toeval? Of had dat toch iets met de verschijning daareven te maken. Hij wist niet anders dan te stamelen: "Ja ja, dank u wel."
    Mevrouw Jardoos zei: "Zij waren zulke leuke buren, en het is zo jammer, jammer dat zij er niet meer zijn..." En ze liep weg; Philip meende dat ze mogelijk tot tranen geroerd was, maar zij ging zich aan de tafel een glas Martini inschenken. Hij stond met het album in de hand en wist niet wat te doen. Hij legde het tenslotte op een kastje in een hoek.
    Hij geloofde niet dat zijn vader en moeder daar echt hadden gezeten; het was denkelijk een spookbeeld van hemzelf geweest. Ik ben toch niet gek, dacht hij, en mijn hersens werken ook niet anders dan gewoonlijk en mediamiek of helderziend ben ik evenmin! Aan het bestaan van paranormale verschijnselen geloof ik niet eens! – Maar hij bleef zich wel afvragen: waarom hij dan nog steeds zo erover bleef twijfelen.
    Nu begon de pick-up te spelen vanuit een hoek van de kamer, waarschijnlijk aangezet door een gast. Het leek met een willekeurige plaat, eentje die er nog op lag. De muziek was hem vaag bekend, driekwartsmaat en eigenlijk nietsbeduidend, hij kon zich de naam niet direct te binnen brengen. Het past hier in ieder geval helemaal niet, dacht hij een beetje kregelig; een plaat uitzoeken hadden ze beter aan mij kunnen overlaten; al ben ik er ook niet zeer voor in de stemming.
    – Enkele gasten probeerden een dansje te maken, wat niet geheel scheen te lukken, daarom begonnen zij telkens opnieuw.
    – Opeens leek dit tafereel Philipe te oud voor de huidige werkelijkheid. Het was alsof hij in hun woonkamer van tientallen jaren terug een kijkje mocht nemen, met de wanden en het plafond in die vale verlichting in grijs en vaal paarsachtig. Hij merkte op hoe stoffig en somber hun voorkamer eigenlijk altijd al was geweest. En wat een verstikkende werking dit nu leek te hebben, alsof het plafond zich verlaagde, terwijl de muren op elkaar af schoven. De dansers gingen evenwel voort; zij sleepten lange rollen van grijs stof aan hun voeten mee, de hele kamer door.
    Hij zag ineens ook zijn ouders weer; zij waren opgestaan en voegden zich bij de dansers.
    Maar zij vervaagden meer en meer. Hij wilde naar hen toe gaan, kon bijna niet meer vooruit komen, alsof er geen zuurstof meer in de lucht zat en hij begon te zweten... Iemand zette de deuren tegen elkaar open, zodat het enorm begon te waaien in de kamer, en van overal de pluizen door de voordeur naar buiten vlogen.
    Hij wankelde, liep nog een paar passen... hij moest ergens naartoe, maar lang hield dit hem niet bezig. Dat hij zijn ouders weer had ontmoet leek helemaal niet vreemd meer. Zij waren er, en hij wilde vragen hoe het ging. Maar daar hadden ze geen antwoord op gegeven, ze glimlachten flauw, alsof het een vraag betrof die kleine kinderen stelden, waarbij zij geen antwoord hoefden te geven,
    Het werd zo snel donker om hem heen dat hij niet eens meer kon zien hoe zij er op dit moment uitzagen.

Men stond gebogen over Philipe, die op de vloer lag, op de plaats waar hij was ineengezakt. Mevrouw Jardoos zat snikkend bij hem.
    "Och, mevrouwtje..." zei Philipes oudste neef; hij legde troostend zijn hand op haar schouder, "kalmeert u alstublieft toch wat.. We hebben gebeld, en de ambulance kan ieder ogenblik komen... meer kunnen we op het ogenblik niet doen..."
    De overgebleven gasten stonden om hen heen; de anderen waren eerder al vertrokken.
    Dat iemand van hen nog iets zou willen vragen over de toestand van Philipe, leek onwaarschijnlijk; men wist het.
    In de verte hoorde men de sirene van de ziekenwagen janken.



Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens