woensdag 15 augustus 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Henk Gruys - Philipes verschijning
Gepubliceerd op: 13-01-2017 Aantal woorden: 1301
Laatste wijziging: 02-01-2018 Aantal views: 540
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Philipes verschijning

Henk Gruys


Op die bijzondere middag gebeurde het dat Philipe zijn ouders, die een jaar eerder waren overleden, weer terugzag. –

Omdat hij jarig was, roezemoesde er een drukte van belang in Philipes woonkamer. – Hij was immers vijftig geworden, en het vijftigste levensjaar was volgens zijn vrienden en kennissen altijd iets heel speciaals. – "Een mijlpaal" noemden zij het.
    Van nature was vrijgezel Philipe niet in de wieg gelegd voor het uitbundig in ere houden van zulke feestelijkheden; maar zijn buren hadden aangeboden te helpen, hadden tafels ingericht met drank, glazen, saladeschotels en gebak.
    Hij had zich voor een moment teruggetrokken uit het gewemel, en stond met zijn glas whisky in een hoek van de kamer, wat vaag mijmerend over zijn vroegere levensjaren, en enigszins verrast door het grote aantal bezoekers – zelfs oud-collega's waren gekomen, – totdat hij, terzijde van de grootste drukte, iets absoluut schokkends ontdekte. Zijn vader en moeder waren er. Zij zaten op stoelen van de eethoek, naast elkaar, ruggelings gekeerd naar de achtervensters. Vooral zijn moeder keek vriendelijk geïnteresseerd naar de onophoudelijk door elkaar warrelende gasten die waren gekomen ter ere van haar enige zoon.
    Nog in dezelfde seconde bedacht Philipe, met het gevoel of hij uit een droom ontwaakte, dat dit helemaal niet kon bestaan. Zijn ouders leefden niet meer. Het was hun laatste levensjaar zo slecht met hen gegaan dat zij nauwelijks het bed uit konden komen. Hun sterven daarna, vlak na elkaar, had niet lang op zich laten wachten. – Dit was ruim een jaar geleden.
    Maar thans zagen zij eruit als ver tevoren, vóór ze ziek werden, in kleding die niet veel afweek van toen. Zijn moeder in een japon uit de hangkast op de slaapkamer, gemêleerd roze en grijs, en zijn vader evenmin opvallend, in zijn zondagse, bruine kostuum, losjes zonder daarbij slordig te zijn.
    Philipe was onthutst door deze ontdekking, wilde naar hen toe gaan. Maar reeds werden zij, het leek bijna opzettelijk, door een groepje drukke praters aan het oog onttrokken. En daarna kon hij, hoe hij ook zijn best deed, hen niet meer terugvinden; de stoelen waarop ze hadden gezeten, zag hij eveneens niet meer. Hij bleef rondkijken of hij hen niet ergens kon ontdekken, bij de tafel met drank en eetwaren misschien; desnoods geposteerd bij de ramen om in de tuin te kijken. Maar het herhaalde zich niet.
    Wat was dit geweest, vroeg hij zich af... Gezichtsbedrog? Werd je bijwijlen door je eigen brein in de maling genomen met een schokkend visioen uit het verleden? Dan zou hij nu het beste zijn hoofd onder de koude kraan houden, en drie maal uitroepen dat er helemaal niets aan de hand was. Maar hij voelde dat dit een gebeuren was waar hij zich niet zomaar bij neer kon leggen.
    Hij stond nog in gepeins op zijn lip te bijten en merkte amper dat een buurvrouw bij hem was gaan staan.
    "Ik heb gisteren nog iets leuks gevonden," zei zij, "op zolder, een album met vroegere foto's. Daar staan jullie ook op!"
    Mevrouw Jardoos sloeg het album open en hield het hem voor. Hij keek, nog steeds tamelijk afwezig, naar de vele kleine, onscherpe opnamen met ouderwetse mensen en kinderen. Er waren ook enkele bruine, heel oude foto's bij van zijn ouders samen, toen hij er nog niet was. – Toeval? Of had dit iets met de vreemde verschijning daareven te maken? Hij had het het gevoel of hij droomde en wist niet anders dan te stamelen: "Ja ja, dank u wel."
    Mevrouw Jardoos zei: "Zij waren zulke leuke buren, en het is zo jammer jammer dat zij er niet meer zijn... Ik denk nog dagelijks aan hen... je mag het album wel houden." En ze liep weg; Even meende Pilipe dat ze mogelijk tot tranen geroerd was, maar zij ging zich aan de tafel een glas Martini inschenken. Hij stond met het album in de hand en wist niet wat te doen. Hij legde het tenslotte op een kastje in een hoek.
    Hij geloofde niet dat zijn vader en moeder daar echt hadden gezeten; het was een soort spookbeeld van hemzelf geweest. Ik ben toch niet gek, dacht hij, en mijn hersens werken ook niet anders dan gewoonlijk en mediamiek of helderziend ben ik al helemaal niet! Aan het bestaan van paranormale verschijnselen geloof ik niet eens! –
    Plots begon de pick-up te spelen vanuit een hoek van de kamer, waarschijnlijk aangezet door een gast. Het leek met een willekeurige plaat, eentje die er nog op lag. De muziek was hem vaag bekend, driekwartsmaat en eigenlijk nietsbeduidend, hij kon zich zelfs de naam ervan niet direct te binnen brengen. Dit past hier in ieder geval helemaal niet, dacht hij een beetje kregelig; een plaat uitzoeken hadden ze beter aan mij kunnen vragen; al ben ik er ook niet zeer voor muziek in de stemming.
    – Enkele gasten probeerden een dansje te maken, wat niet geheel scheen te lukken, daarom begonnen zij telkens opnieuw.
    – Opeens leek dit tafereel Philipe te oud voor de huidige werkelijkheid. Het was alsof hij in hun woonkamer van tientallen jaren terug een kijkje nam, met de wanden en het plafond in die vale verlichting van toen, in grijs en vaal paarsachtig. Het viel hem op hoe stoffig en somber hun voorkamer eigenlijk altijd al was geweest; en wat een verstikkende werking dit nu leek te hebben, alsof het plafond zich had verlaagd. De dansers gingen evenwel voort; zij sleepten lange rollen van grijs stof aan hun bewegende voeten mee, de hele kamer door.
    Hij zag ineens zijn ouders ook weer; zij waren opgestaan om zich zich bij de dansers te voegen.
    Maar zij vervaagden ditmaal meer en meer. Hij wilde naar hen toe gaan om hen te begroeten, maar kon bijna niet meer vooruit komen, alsof er geen zuurstof meer in de lucht zat en hij begon te zweten... Iemand zette de deuren tegen elkaar open, zodat het enorm begon te waaien in de kamer, en van overal de pluizen door de voordeur naar buiten vlogen.
    Hij wankelde, liep nog een paar passen... hij zou ergens naartoe, maar lang hield ook dit hem niet bezig. Dat hij zijn ouders weer had ontmoet leek helemaal niet vreemd meer. Zij waren gearriveerd, en hij wilde vragen hoe het met hen ging. Maar daar hadden ze geen antwoord op gegeven, ze glimlachten flauw, alsof het een vraag betrof die kleine kinderen stelden, waarbij zij uiteraard niet behoefden in te gaan,
    Het werd zo snel donker om hem heen dat hij niet eens meer kon zien hoe zijn ouders er op dit moment uitzagen.

Men stond gebogen over Philipe, die op de vloer lag, op de plaats waar hij was ineengezakt. Mevrouw Jardoos zat snikkend bij hem.
    "Och, mevrouwtje..." zei Philipes oudste neef; en hij legde zijn hand op haar schouder, "kalmeert u alstublieft toch wat.. We hebben gebeld, en de ambulance kan ieder moment komen... meer kunnen we op het ogenblik niet doen... hopelijk is het nog niet te laat..."
    De overgebleven gasten stonden iets verder om hen heen. Dat iemand van hen nog iets zou willen vragen over de toestand van Philipe, leek onwaarschijnlijk; men wist het.
    In de verte hoorde men de sirene van de naderende ziekenwagen janken.



Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens