vrijdag 22 september 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Bert Pinkster - Een zomer feest (46)
Gepubliceerd op: 19-12-2016 Aantal woorden: 3240
Laatste wijziging: - Aantal views: 205
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Een zomer feest (46)

Bert Pinkster


Zodra ik wakker werd, realiseerde ik me dat m’n laatste dag gekomen was. Hij zou vooral gevuld moeten worden met pakken en afscheid nemen. Morgen zou ik er wel geen tijd voor hebben, al wist ik – ik had telefonisch geïnformeerd – dat m’n trein pas om vijf uur vanuit Heidelberg zou vertrekken. Ik zou er nog een hele hijs aan hebben alles in m’n rugzak en weekendtas gepropt te krijgen, dacht ik. De Weigerts, Rudolf Reimer en vele anderen hoefde ik gelukkig niet meer langs om gedag te zeggen, zij waren zelf al weg. Wel zou ik afscheid moeten nemen van Powers en Belinda. Het was onze laatste dag samen.
“Wann hast du Geburtstag?” vroeg ik Belinda. Ze rekte zich lui uit.
“Den zehnten Dezember,” antwoordde ze. “Misschien vier ik het dit jaar wel bij jou, in Holland.”
“Ja,” zei ik.
Ze moest vandaag weer werken, we konden dus niet te lang in bed blijven liggen. Ik wilde nog vragen wat voor werk ze eigenlijk precies deed in de Verwaltung, maar ze was zo bezig met wassen, aankleden en tanden poetsen, dat het er niet van kwam. Voor ik het besefte, zei ze “Tschüβ,” drukte een kus op m’n lippen en liep vrolijk de deur uit.
Ik besteedde mijn tijd met het inpakken van kleren en cadeautjes die ik voor pa en ma in Heidelberg gekocht had. Met zelfspot dacht ik terug aan het meisje met het hondje, dat me ‘achtervolgd’ had. Verder probeerde ik m’n kamer een beetje op orde te maken. In al de tijd dat ik er gewoond had, was er niets aan schoonmaakwerk gebeurd. Dat bleek nu overduidelijk, nu ik mijn spullen opraapte en de boel weer op zijn oorspronkelijke plaats zette. Het had me niet eerder gestoord, nu probeerde ik het voor anderen te verdoezelen.
’s Middags ging ik op pad om Herr Schroeder de hand te drukken en te bedanken voor de fijne tijd die ik hier had mogen doorbrengen. Wie weet had hij nog achterstallig zakgeld in z’n laatje liggen!
Robin zat op z’n vertrouwde stek achter de balie.
“Ist Herr Schroeder da?” informeerde ik.
“Ja, die is er. Had je hem willen spreken?”
“Denk je dat hij even tijd heeft?”
“Ich weiβ nicht. Im Moment ist er in Gespräch. Ik weet niet hoe lang dat gaat duren, maar ik denk dat je het beste over een half uurtje terug kunt komen.”
Ik slenterde naar buiten en langs het kleuterschooltje, waarachter de kassen lagen, aan de buitenkant langs de kerk, het dal door naar de overkant van de S, waar ik de weg naar Werner afkuierde. Er kwamen mij geen gele BMW’s tegemoet of achterop, ik voelde me vreemd rustig.
Werner was thuis en begroette me joviaal. “Was bringt dich hier? Wieder Umstände mit Mädchen?”
“Nee, ik wilde vragen of je morgen tijd zou hebben mij naar het station te brengen.”
“Du willst wohl einen Ausflug machen?”
“Ich geh’ nach Hause morgen. Ich muβ wenigstens. Montag fang’ ich an in meinem neuen Job.”
“Meinst du das ernst?” verbaasde hij zich, “Muβt du schon heim? Wie lange bist du dann hier im Kinderdorf gewesen?”
“Anderhalve maand ongeveer.”
Daar schrok hij pas echt van. De tijd was hem blijkbaar veel te snel voorbij gegaan. Maar ’t was goed, hij zou me om half één in Haus Theresia ophalen.
“Phantastisch!” zei ik, “Und Ute, ist sie auch da?”
“Nein, leider nicht.”
Misschien zag ik haar dan morgen nog.
Daarna keerde ik terug naar Robin en zijn telefooncentrale. Hij zat er met z’n handen in z’n nek achterover geleund. “Er is nu niemand,” zei hij meteen bij mijn binnenkomst, “je kunt zo verderlopen.”
Ik liep het gangetje in en klopte aan.
“Ja?” klonk het achter het hout vandaan.
Ik drukte de klink neer. Herr Schroeder keek verstoord over het hoofd van een bezoeker, in wie ik Sepp (met de donkere baard) herkende.
“Verzeihung,” stotterde ik, “aber ich dachte, daβ Sie allein sein würden. Ich…”
“Ah, Herr Deraine, nicht? Wilt u zo goed zijn met een uur terug te komen, dan ben ik klaar met mijn bespreking met deze heer en sta ik geheel tot Uw beschikking.”
“Eh… ja, das ist gut. In einer Stunde,” en buiten stond ik weer.
Ik liep langzaam de weg naar het zwembad, de speelplaats voorbij, het Gästehaus… Ik zou het missen: het bad, de kinderen, Powers…
Er was slechts een handjevol kinderen in het water.
“Moet jij je koffers niet pakken en je gereed maken voor de grote reis morgen?” vroeg Powers.
“Eigenlijk wel,” zei ik. “Mijn rugzak is al volgepakt. Maar ik wilde nog even afscheid nemen van alles en iedereen. Just being sentimental.” De telefoon rinkelde. “Ik neem hem wel!” zei ik snel en haastte me onze Bademeisterkabine in.
De stem van Herr Schroeder klonk in het apparaat. Hij vroeg: “Guten Mittag, können Sie mal nachsehen ob das Fräulein Witth viellecht irgendwo auf dem Schwimmbadgelände ist?”
“Belinda?” sprak ik verrast, “Nein, die ist nicht hier.”
“Danke.” Klik.
Ik vroeg me af wat Herr Schroeder met Belinda moest. Misschien was het niets bijzonders, per slot van rekening werkte ze op de Verwaltung… Maar waarom belde hij dan naar het zwembad?

Om half vier precies stapte ik weer bij Robin binnen, net op tijd om Belinda Herr Schroeders kamer te zien betreden. Wat in godsnaam had dat te betekenen?
“Ik zou nog maar weer even wachten,” raadde Robin me aan. Ja natuurlijk, ik had toch gezien dat Belinda naar binnen was gegaan. Ik probeerde uiterlijk onbewogen te lijken en nam plaats op een stoel in het gangetje. Binnen in mij was een vulkaan tot uitbarsting aan het komen.
Het duurde verschrikkelijk lang voordat Belinda weer uit het kamertje gelaten werd. Ik had de prenten aan de muur tegenover me al zes keer uiterst aandachtig bestudeerd, zodat ik tot op de millimeter wist wat ze voorstelden. Ze keek zeer bedrukt naar de grond. Ik kon geen woord met haar wisselen, want met een dwingend uitnodigend gebaar zei Herr Schroeder tegen mij: “Herr Deraine, wenn ich bitten darf…”
Ik liep met hem mee de kamer in. Hij posteerde zich meteen achter zijn bureau met een papier in zijn handen. Ik had mijn rol van buiten geleerd: ‘Herr Schroeder, es tut mir leid, aber ich möchte mich verabschieden. Morgen geht mein Zug und werde ich wahrscheinlich keine Zeit haben Ihnen die Hand zu drücken, weswegen ich heute komme. Ich habe eine groβartige Zeit hier verbracht und hoffe vielleicht nächstes Jahr wieder zurückkommen zu dürfen…’ Voor ik echter een woord kon uitbrengen, vroeg Schroeder, met een blik op de inmiddels dichtgevallen deur: “Kennen Sie dieses Mädchen, Herr Deraine?”
Loochenen had geen zin, ik kende alle meisjes in Schranke. Maar deze man wist. “Jawohl: Belinda,” zei ik. Het klonk als een antwoord in een quiz.
“Das stimmt, ja.” Hij keek me onderzoekend aan, “Belinda Witth. Over haar en U gaan de laatste dagen de wildste geruchten, wist U dat?” Dat er geroddeld werd, wist ik niet. Toch knikte ik. Ik ging naar huis, desnoods vanavond nog. Mijn bagage was gepakt… “Während sie sich doch verlobt hatte mit diesem Jungen, der auch hier in Schranke arbeitet in letzter Zeit, diesem Gildolf. Dieses Verhältnis bestand schon seit Jahren, mein lieber Herr. Ich kann Ihnen sagen, daβ dieses Mädchen ja allerlei macht um diesen Jungen eifersüchtig zu machen. Ich kenne meine Anvertrauten, glauben Sie mir…” Ik durfde niet te reageren. Het zou ook geen enkele zin gehad hebben. Wat moest hij met mijn bazelingen? Ik moest de lawine maar over me heen laten komen en me later maar zien uit te graven. “Wissen Sie wie alt das Mädchen ist?” vervolgde hij.
“Siebzehn,” antwoordde ik zacht, me op hetzelfde moment bedenkend dat ik achttien had moeten zeggen.
“Vindt U het dan juist wat U doet? Een meisje van haar leeftijd hoort niet midden in de nacht thuis te komen en in Gästhäuser en op Sportfeste te zitten. Dat weet U even goed als ik, of vindt U soms van wel?”
Door de ingewikkelde vraagstelling was ik aanvankelijk niet eens in staat een adequaat antwoord te formuleren. Ik zei dat ik het niet goed wist nu, het was ook allemaal zo verwarrend ineens.
“Und wie geht’s jetzt weiter?” wilde hij nog weten.
“Morgenochtend vroeg vertrek ik, dus voorlopig zal het überhaupt niet verder kunnen gaan,” zei ik, nadat ik al m’n moed bij elkaar geraapt had.
“Dat is tenminste een oplossing,” meende Schroeder. “Aber mein lieber Herr Deraine, dann müssen Sie mir doch noch einiges versprechen, und das ist heute abend keinen Abschiedsparty mit Belinda zu haben. Kann ich mich da auf Sie verlassen? Keinen Abschiedsparty!” Hij stak vermanend een vinger in de hoogte.
“Wenn ich Ihnen damit einen Gefallen tue…” Uiteindelijk zou Belinda nog wat langer in dit dorp moeten wonen, bovendien was ze ongesteld…, als dat al was waar hij op zinspeelde, wat ik me overigens afvroeg.
Beiden zwegen we.
“Gut! Abgemacht! Verder heb ik eigenlijk niets meer mede te delen. Behalve dit incident zijn we zeer tevreden over Uw werk hier.”
Hij moest eens in het zwembad gaan kijken… “Het is mij ook erg goed bevallen,” zei ik bedeesd.
“Misschien mogen we U volgend jaar weer als Bademeister begroeten?”
“Vielleicht,” antwoordde ik ontwijkend. Ik gaf hem een hand, mompelde nog wat en verliet het kantoor.
Natuurlijk had ik hem moeten zeggen dat hij zich nergens mee te bemoeien had, dat hij m’n rug op kon en dat ik deed waar ik zelf zin in had en wat Belinda en mij als goed voorkwam. Abgemacht, m’n reet! En dat ze alles deed om Gildolf jaloers te maken! Wat een onzin!! Maar goed, wist hij nou van de hoed en de rand of niet? Ik had de indruk gekregen dat hij het vooral erg vond als Belinda nu en dan laat thuisgekomen was van kroeg of feest. Wat als hij wist dat ze soms nachten helemaal niet thuiskwam??!! Natuurlijk kon hij haar niet verbieden vanavond in het Gästehaus te zijn als ik daar ook was en me uit liet drinken door de boys. Alleen wat de finale betrof, had ik nu m’n woord gegeven of niet? En waarop dan wel?

Na het avondbrood begonnen Powers en ik meteen aan de Stiefel. Paul Bullshit en Johann waren ook blijven zitten, wat ik wel gezellig vond, want anders kwam het er helemaal zo alleen op neer elkaar dood te drinken. Powers bestelde de eerste. Voor het laatst herhaalden we het ritueel dat we van onze Spaanse vrienden van Alex geleerd hadden. We waren alleen inmiddels alle vier te zeer door de wol geverfd om de laatste golf uit de tenen in ons gezicht te laten komen.
Toen de Stiefel leeg was, betaalde Paultje de volgende en daarna was het de beurt aan Johann. Paul had de laatste slok daaruit en zetten het gewelfde glas smakkend neer. Ik deed een poging te gaan staan, wat niet gemakkelijk was, ingebouwd vanachter de tafel, om een volgende te gaan halen, maar voor ik me eruit geotterd was, was Powers er al mee aan de haal gegaan en terug met alweer een volle.
“It was my turn,” wees ik gemaakt gekwetst terecht.
“It’s your party,” repliceerde Powers.
“So?”
“So you don’t pay.”
“Wait a minute. When it’s my party, I don’t have to pay for the drinks and stuff?”
“Of course not. Everybody knows that!”
“That’s a bit different in Holland, I’m afraid. I’m used that when you’ve invited people to have a drink with you, you pay for them. You treat them, you know?”
“That’s stupid. You’re the one that has to be treated!”
Toch voelde ik me ongemakkelijk en wilde ook m’n steentje bijdragen, maar na Powers stond Johann weer op en na Johann Paul…
Opeens zat Belinda naast me. Ze nam een slok van het versgetapte bier en gaf de laars door. Ze was tóch gekomen.
“Wat had Schroeder jou te zeggen?” vroeg ik op een moment dat de anderen alle aandacht op Paul Wimmer richtten, die er vanwege de feestelijkheid een Stiefel van het huis tussendoor gooide.
“O, die zak! Hij denkt maar dat hij alles over mij te zeggen heeft. Hij interesseert me geen snars, geen ene moer!” Ze lachte en likte haar lippen nat. “Ik doe toch wat ik wil en als het ze niet bevalt, dan loop ik weg. Ich hab’ Freunde.” Zo moest het zijn. Ze was oud en wijs genoeg. En ze was lief zoals ze zich daar weer boos zat te maken. “Alleen moet ik vannacht wel in Haus Johann Deo slapen,” liet ze erop volgen.
Die naam kwam me niet bekend voor. “Je slaapt dus niet bij mij?” vroeg ik ten overvloede, terwijl ik me opgelucht voelde dat dat probleem tenminste snel de wereld uit was geholpen.
“Nee,” zei ze deemoedig en ze keek me vanonder haar wimpers aan, “ik moet in Johann Deo slapen en Sepp houdt een oogje op me.”
Ik knikte. Het was begrepen.
“Du bist heut’ zuletzt, wie ich gehört habe?” Roy sloot zich bij ons aan en betuigde zich meteen aan de laars, die inmiddels al weer rondging. “Das ist wirklich schade,” meende hij en toen de Stiefel luttele tijd later weer leeg was, bestelde hij de volgende.
Om elf uur richtte Belinda zich op. “Ich muβ geh’n,” zei ze. Ook ik stond recht. “Ich muβ rechtzeitig zu Hause sein,” liet ze erop volgen.
“Ik ga ook,” verkondigde ik. “Morgen moet ik vroeg op en dat is deze vakantie nog niet vaak voorgekomen.”
Moeizaam schoof ik achter de tafel vandaan. De anderen keken me aan met blikken die zeiden: ja ja, wij zijn niet gek! Maar eerst moest ik nog naar de wc.
Buiten vertelde Belinda dat ze echt om elf uur in Johann Deo moest zijn, anders zou ze vreselijke last krijgen met Schroeder. “Ich verstehe,” zei ik moeilijk. Ik moest me vasthouden aan een geparkeerde auto tot de wereld uitgetold was. En ik meende het werkelijk te begrijpen, ook al deed het me pijn, ergens. “Wo ist dieses Johann Deo eigentlich?”
“Komm!” zei ze en greep mijn hand.
Het bleek het eerste van de huizenblokken aan het zwembadlaantje te zijn, waarvan de ingang aan de achterkant was. Voor de deur kusten we elkaar innig. “Kom om kwart voor twaalf terug,” hijgde ze tussendoor, “ik zorg dat de deur open staat. Der Sepp wird dann schon schlafen, hoff’ ich.”
Hoewel ik geen enkel duidelijk beeld had wat me om kwart voor twaalf bij Belinda te wachten stond, stemde ik toe en namen we afscheid voor zolang het duren zou.
Ik vond het vrij stom staan de tussentijd opnieuw in het Gästehaus door te brengen, net of ik met hangende pootjes terugkwam. Daarom liep ik langs het zwembad en via het paadje door het bos, dat nu stikdonker was, lukte het me naar Haus Theresia te komen. Ik ging er eerst naar de wc, vervolgens naar mijn kamer, waar ik me op bed liet vallen. Prompt draaide alles in het rond. Pas toen ik weer rechtop zat, kwam de hele zwik weer op zijn plaats. Het was ook helemaal niet slim om op bed te gaan liggen, realiseerde ik me, want je kon er donder op zeggen dat ik dan in no time in slaap gesukkeld zou zijn. Wat kon ik doen om wakker te blijven? Onder in mijn kast stonden nog de gestolen bierpullen, die ik op Sportfeste had buitgemaakt. Misschien was het een idee die nu tussen mijn kleren in de weekendtas te wikkelen. Zo lukte het me een kwartiertje zoek te brengen. Verder nog iets te verzinnen? Met één oog dichtgeknepen ontcijferde ik de tijd op m’n horloge. Ik kon wel weer terug. Desnoods zou ik even buiten wachten.
Voor alle zekerheid was ik helemaal langs het Gästehaus gelopen, maar van een afstand zag ik Belinda al staan voor de verlichte ingang van Johann Deo. Ze had haar handen in haar zakken. Plotseling draaide ze zich om en keek achter zich. Uit het licht verscheen der Sepp. Ik verschuilde me snel achter een boom en bewoog zo min mogelijk. Toen ik weer durfde te kijken, waren ze beiden weg. Die oetlul van een misgeboorte had haar natuurlijk gesommeerd binnen te komen! Mijn god, wat een avond! Ik liet me zakken tot op de grond, voelde een boer opkomen, die ik met m’n lippen op elkaar geperst liet ontsnappen. Het zorgde voor een smerige smaak in m’n mond. Wat te doen? Ik kon blijven wachten. Ik kon blijven zitten tot alle lichten in Johann Deo gedoofd zouden zijn. Daarna wachtte ik dan nog een halfuur, sprak ik met mezelf af. Als ze tegen die tijd niet buiten gekomen was, zou het verder toch wel geen zin meer hebben.
Maar al na een paar minuten verscheen ze opnieuw, nu met een sigaret, waar ze driftig aan haalde. Ze had me zeker de eerste keer al gezien, want ze wenkte meteen dat ik moest komen.
In het huis was alles stil. Op onze tenen slopen we in het trappenhuis naar boven. Daar stond een klein kamertje open, dat ingericht bleek te zijn voor een klein meisje – sprookjesfiguren op de gordijnen en tekenfilmtaferelen op posters aan de muur –, dat vast met de bus mee was naar Portugal, Frankrijk, Italië, Zweden of naar huis of god weet waar, zodat Belinda er mooi gebruik van kon maken.
“Ik moet even weg,” fluisterde ze en verdween de gang op.
Ik duwde de deur iets dichter en vond mezelf midden in het kamertje staan. Hoeveel Stiefel had ik eigenlijk gedronken vanavond? Acht? Negen? En hoe vaak was ik naar de wc gegaan vanavond? In ieder geval moest ik weer.
Ik spiedde door de deuropening de overloop af. Er was niemand te zien en niets te horen. Ik glipte naar het eind van de gang, waar ik rechts een deur met een draaislot ontwaarde die half open stond. Inderdaad een wc. En net op tijd gevonden…! Hèhè, dat luchtte op. Ik hoopte maar dat niemand het gekletter in de bak gehoord had. De laatste druppels afschuddend, vroeg ik me af hoe laat we eigenlijk leefden. Ik draaide mijn linkerpols een kwartslag om op m’n horloge te kunnen kijken, terwijl ik met m’n techterhand naar de trekker reikte. Voor ik er erg in had, stortte met donderend geraas een plens water door de afvoerbuis. Alsof de wereld verging, zo’n kabaal! Het was bijna onmogelijk dat niemand dit gehoord had. Toch bleef het verder stil in huis. Misschien waren er meer bewoners achtergebleven en dacht Sepp dat een van hen naar de wc gegaan was. Hij zou toch niet in z’n eentje in een leeg huis achterblijven?
Zonder geluid te maken manoeuvreerde ik terug. Belinda was er nog altijd niet. Ik ging op het bed liggen, met m’n schoenen over de rand, zodat ze niet de dekens zouden bevuilen. Mijn hoofd zonk weg in het kussen. Even liggen…
Ik had toch te veel gedronken.
’t Was leuk geweest, met Powers, Paul, Johann… En ik was moe.
Morgen had ik een lange reis te gaan.

Iemand trok aan m’n schouders. Ik deed m’n ogen open. Het was Sepp. Hij zei alleen: “Du muβt gehen. Die Belinda schläft schon.”
Okay, ik ben opgestaan, waarschijnlijk heb ik nog “Gut,” gestameld of iets dergelijks en slaapdronken ben ik daarna de trappen afgedaald.
Alleen.
Hoe ik in Haus Theresia terecht gekomen ben, weet ik niet. Ik sliep er in met m’n kleren aan.


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens