dinsdag 21 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Henk Gruys - De verdwaling in het wiel
Gepubliceerd op: 10-10-2016 Aantal woorden: 645
Laatste wijziging: - Aantal views: 393
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De verdwaling in het wiel

Henk Gruys




Ik kan mij niet ruimtelijk oriënteren.
    Het is onmogelijk onvoorbereid ergens naartoe te gaan. Ik verdwaal, raak in paniek en weet ik nog nauwelijks de omstanders, die op mijn hulpeloosheid zijn afgekomen, te vertellen wie ik ben.
    Ik zou vanwege mijn gebrek natuurlijk gebruik kunnen maken van trams of bussen om mijn bestemming te bereiken, maar dat is theorie, want dan beland ik in de onvermijdelijke chaos van haltes, overstappunten en tijdschema's.
    De gegevens van de vervoersmaatschappijen kloppen immers nooit; daar weet iedereen die reist, van mee te praten. Te vaak zijn er belangrijke diensten uitgevallen, rijdt men zonder de geringste waarschuwing halte na halte voorbij.
    Daarom lijkt het toch het beste dat ik zoveel mogelijk op mijzelf blijf aangewezen. Dus als ik van plan ben iets of iemand in de stad te bezoeken, dan dien ik van tevoren een zorgvuldig reisschema op te stellen, en een plattegrond van het betreffende stadsdeel te ontwerpen .
    Hiervoor is het beste: het hulpmiddel van het wiel, bijvoorbeeld van een fiets. Dat wiel ligt plat op de vloer, en ik stel mijzelf op ergens aan de velgrand.
    Nu kies ik het middelpunt van mijn plan, de eindbestemming. Die is niets anders dan de naaf van het wiel.
    Vervolgens moet ik een van de spaken uitkiezen. Dat kan zijn een gracht, een drukke winkelstraat, een lange laan met oude bomen of de kromme looprand om een druk plein.
    Maar het lukt niet altijd. Mijn wiel bevat meer spaken dan nodig en die overdaad bemoeilijkt de keuze. Bovendien zijn sommige spaken krom, verroest, afgebroken, of ze hangen er maar een beetje bij en komen niet meer op de naaf uit.
    Ondanks dit zo praktische hulpmiddel verdwaal ik meestal toch, en slaag ik er niet in het beoogde doel te bereiken.

Onlangs stuurde een vriend, die een examen had gehaald en dat wilde vieren met bekenden, mij ook een uitnodiging – welke ik natuurlijk het liefst meteen had afgeslagen. Maar dat was onmogelijk zonder een pijnlijk verzuim en een sluitend excuus van mijn kant, temeer daar hij nog de enige mij overgebleven vriend is.
    En ik besloot het er op te wagen. De avond tevoren zocht ik met behulp van het wiel een route uit en liet alles zoveel mogelijk volgens dit plan verlopen.
    Maar ergens moest ik mij hebben vergist. Ik raakte na korte tijd verzeild in een smalle steeg . Die was meer dan een kilometer lang. Ik liep al twintig minuten, zonder dat het eind in zicht kwam. Daarna strandde mijn tocht bij winkels en voelde een hevige duizeligheid naderen.
    Doordat ik de omgeving niet meer herkende, en zelfs de stad niet, raakte ik zo in het nauw dat omstanders dachten dat ik een hartaanval had gekregen, en werd ik door een ambulance afgevoerd.
    Ik overwoog hierna lange tijd om nooit meer mijn huis te verlaten, – in sombere ogenblikken zelfs maar een eind aan mijn leven te maken. –

Maar sinds enige weken bezit ik een hond. En ik hoef hem maar in te fluisteren waar ik heen wil, en hij staat gewoon te popelen mij er naartoe te geleiden. Zonder verwijl komt hij zelf met zijn riem aanzetten.
    En als iemand in de stad het waagt om ons tweeën lastig te vallen, dan laat hij zijn tanden zien en gromt hard, bijna als een beer.
    Hij is groot en sterk en kan met gemak iedere slechterik weerstaan.
    Mijn hond is zo grootaardig, en zo onweersprekelijk van karakter, dat ik wel eens denk dat hij misschien een Hondengod is.



Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens