vrijdag 22 september 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
A. Tervoort - De eikenboom
Gepubliceerd op: 01-10-2016 Aantal woorden: 1500
Laatste wijziging: 07-10-2016 Aantal views: 472
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De eikenboom

A. Tervoort


In het vallei van tweehonderd drieënzeventig hectare, stond een eikenboom.
Naast alle andere prachtige loofbomen, struiken en bloemen, was ook zij op haar manier uniek en schoon.
Vele mensen bewandelde de paden van het vallei van de tweehonderd drieënzeventig hectare, hun kinderen klommen in de bomen, verstopte zich tussen de struiken en joegen op de kleine diertjes in het woud.
Één van de mensen die merendeels het bos bewandelde: was mevrouw Toepoel.
Elke dag beliep zij dezelfde route, de route heen, de zelfde route terug, maar zij stopte altijd bij die ene eikenboom, dat vond zij de mooiste boom van allemaal.
Mevrouw Toepoel was al zo oud, dat zij nog ouder was dan de eikenboom en de eikenboom was geboren op de dag dat het leven, de leegde vulde in het dal.
Naast mevrouw Toepoel, waren er een aantal andere mensen die de boom vaak bezochten, voor hen was de boom niet zo zeer bijzonder, maar zij genoten ervan de eikenboom toch haar aandacht te geven, maar toch net zoveel als de treurwilg, de spar, de populier in het zuiden van het dal en vele ander bomen.
Maar voor mevrouw Toepoel was de boom speciaal, zij bezocht hem elke dag en vertelde honderduit over alle verhalen die zij in haar lange jaren bezat.
De eikenboom begon van haar te houden en de mevrouw van haar, de eik besefte dat eigenlijk niet altijd, want zij kende deze mevrouw al haar hele leven. Mevrouw zal er altijd zijn en ook al is de eik zo’n negenentachtig jaar, Toepoel zou haar nooit gaan vervelen.
De boom kon vooral goed luisteren, want praten kon zij niet, mevrouw Toepoel bleek haar erg goed te kennen. Als de eik blij was begon de ze te ruiken naar bloesem, als ze boos werd dan kraakte haar schors, als ze bang was dan verloor zij haar bladeren en als zij verdriet had, dan was haar hars haar tranen. Maar het laatste deed de boom al heel lang niet meer, in haar stam stonden snijwonden, een snijwond voor elke harswinner die haar in verdriet was tegengekomen.

Op één dag, vertelde de mevrouw van rijkelijke verhalen, de eik een verhaal wat zij vast wel kende maar na al die lange jaren was vergeten: “Ik weet nog” zei mevrouw Toepoel, dat ik jou hier planten, jouw wortels, zijn eigenlijk ook mijn wortels, vandaar dat ik jou ook zo goed ken.
De eikenboom wist ineens weer waarom zij zo’n grote verbondenheid voelde voor de vrouw, zonder haar was zij geen eikenboom en zonder haar aanwezigheid tekende zij zich niet in al haar structuren en patronen.
“Wil je dat niet vergeten” fluisterde de oude dame, als de boom kon knikken dan deed ze dat, maar in plaats daarvan rook je de geur van bloesem in het hart van de winter.
De vrouw liep haar oude bekende route terug naar huis en toen niemand het zag: vielen er tranen hars langs de stam van de eik, door de tranen liet de boom haar stam kraken en toen de stilte weer viel in het dal. Zat de eik daar alleen in een hoop van bladeren, haar takken waren al maanden kaal, omdat de eikenboom al maanden wist: dat mevrouw Toepoel ernstig ziek was.
De nacht viel, maar het woud sliep niet, deze nacht keken alle diertjes en planten naar de hemel, er was vuurwerk, enkel deze dag van het jaar.
Alleen de eikenboom sloot zijn ogen voor het schouwspel, zij wilde deze mooie dag van het jaar niet herinneren als de dag dat mevrouw Toepoel stierf.

Maanden gingen voorbij in het vallei van de tweehonderd drieënzeventig hectare.
De eikenboom was niet eenzaam, vele trouwe mensen kwamen nog bij de eikenboom spelen, vertelde hun verhalen, vertelde de eik hoe prachtig zij was, maar de boom kon het niet meer zo waarderen als toen.
Zij miste mevrouw Toepoel, ook al had zij geen hart of andere organen, het voelde als pijn in haar hart en pijn in haar maag en hoe mooi het woud ook was en hoe lief de mensen ook waren, in haar aanzicht was niets meer zo mooi als hoe het eerst was.
Het gemis van mevrouw Toepel, ging het naar een gemis van verbondenheid en waar de boom niet meer in geloofde is eeuwig samen zijn, want geen enkel levend wezen is voor altijd.

Op één dag kwam er een man langs, een man die de eik nog niet eerder kende.
Hij ging onder de eikenboom zitten en wreef over haar schors “dag mooie eikenboom” fluisterde hij.
Vanaf die dag kwam de man elke dag tegen de boom zitten en vertelde de boom verhalen om haar te wekken en om haar te laten slapen. De boom voelde zich beter, zij miste mevrouw Toepoel iets minder als hij er was, alsof hij de oude vrouw op zijn manier verving.
Op een dag schuilde hij in haar schaduw voor de brandende zon, hij strekte zijn arm en wees naar de twee eikenbomen voor zich “weet je eikenboom” zei de man, die twee eikenbomen lijken wel op jou, ze hebben ongeveer dezelfde patronen en structuren zoals jouw stam.
De man had gelijk, de eik kende de twee andere eikenbomen, de één was een stukje kleiner dan zij en de ander was waarschijnlijk de grootste en oudste boom in het vallei.
Ze kende ook de geschiedenis van de twee bomen, uit de grote oude boom is zij gestekt door mevrouw Toepoel en ook de kleiner boom is gestekt uit dezelfde eik.
Hoewel de eik de bomen al haar hele leven kent, had ze geen idee hoe het in hun stam verging, ze waren namelijk alle drie bomen die niet spraken.

Een aantal jaren gingen voorbij, de man kwam nog steeds elke dag lang bij de eikenboom, of het nu winter was of zomer, hij genoot er van om bij de eik te zijn.
Maar de eik kon de man niet meer verdragen, zijn fijne verhalen waren niet meer fijn, zijn verhalen waren somber en boos, maar zelden opbeurend.
De eik rook nog maar schaars naar bloesem, ze werd steeds kaler en kreeg steeds meer scheurtjes, omdat haar schors steeds vaker begon te kraken.
Op een dag was ze de man zo zat, dat ze zo hard kraakte dat de man bijna haar gestolde hars kon zien in de scheuren van haar schors.
Vanaf die dag zag zij de man nooit meer en dat stelde haar tevreden, haar bladeren begonnen weer te groeien, haar scheurtjes herstelde en het hele seizoen rook het bos naar eikenbloesem.
Maar haar geluk duurde niet lang, de tevredenheid duurde slechts even.
Het gemis van verbondenheid ging naar het gemis van liefde en waar de boom niet meer in geloofde was “houden van”, want geen enkel levend wezen heeft je eeuwig lief.

Een half jaar later had de eikenboom meer mensen om zich heen dan ooit.
Zij begon meer van de nieuwe mensen te houden dan haar trouwe aanbidders, de oude rang werd saai voor haar. Zij wilde in nieuw zonlicht staan in plaats van eeuwig de eikenboom zijn van negenentachtig jaar geleden.
De nieuwe mensen gebruikte haar gebroken takken om vuur te maken en feesten hele nacht lang, terwijl de boom de rook van haar takken absorbeerde.
Tussen de nieuwe rang van mensen was een man die zij het meest liefhad, terwijl zijn vrienden feesten in het woud, lag hij onder de eikenboom en fluisterde over grappige situaties in het leven.
Hij als enige kende de geur van eikenbloesem, zijn vrienden hadden het nooit geroken of hij had het hun nooit verteld.
De eikenboom begon zich aan de man te hechten, zij voelde bij hem geen verbondenheid of liefde, maar hielt wel van zijn aandacht en respect voor haar.
Maar ook die man verdween uit haar leven, niet omdat hij stierf en ook niet omdat zij hem verstoten, hij had enkel zijn behoefte verloren ooit nog met de boom te spreken.

Maanden lang bleef de eikenboom nog wachten op de man, want zei kon niet geloven dat er niemand meer was die onder haar takken zal liggen.
Het gemis van liefde ging naar gemis van aandacht en waar de boom niet meer in geloofde was dat iemand haar graag zag, want geen enkel levend wezen wordt gelukkig van een eikenboom.

De eikenboom begon haar kleuren te verliezen, haar bladeren werden grijs, haar geur werd muf en haar hars begon te smelten waardoor de sneden in haar stam de flexibiliteit verloren en gapende gaten zich opende.
Ze werd een lelijke saaie boom, nieuwe mensen liepen haar straal voorbij, de schoonheid was verloren.
Enkel de mensen die haar al jaren kende bleven om haar heen, want haar uiterlijk veranderde niets aan hen herinnering en de herinnering bleef voor hen het heden.
En hoewel de eik leek gestorven, wisten zij, dat je soms haar schors nog hoorde kraken, soms haar bladeren nog vielen, haar eikenbloesem geur niet vervaagde en ergens daarbinnen, de hars nog aan het stollen is.


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens