dinsdag 21 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Henk Gruys - Joly-Pardoes - (slot)
Gepubliceerd op: 27-09-2016 Aantal woorden: 1568
Laatste wijziging: - Aantal views: 435
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Joly-Pardoes - (slot)

Henk Gruys




Het publiek op straat leek zich niets van de afbraak aan te trekken. Tussen scheve hekken van gaaswerk stroomde de uitgaansdrukte van de zaterdagavond voorbij. Herman speurde rond in de menigte, – zo oplettend mogelijk, maar hoe moest je in vredesnaam tussen al die mensen naar iemand gaan zoeken?
    Opeens trof hem een gedachte waar hij nog geen rekening mee had gehouden; dat Sieglinde opzettelijk weg was gegaan en hem als een versleten meubelstuk had achtergelaten. Dat het definitief afgelopen was tussen hen twee. Sieglinde zou dit bizarre afscheid in de bioscoop zelfs wel van tevoren kunnen hebben bedacht en met satanisch genoegen het in scène hebben gezet!
    Door deze nieuwe mogelijkheid raakte hij in een slechte stemming. Was hun huwelijk dan zo wankel dat het eigenlijk niet meer te redden was? Een duidelijke reden om hem te verlaten was evenwel niet zo gauw te verzinnen. "Ik heb er nooit iets van gemerkt, of ik ben daar ziende blind voor geweest..."
    Maar even later vond hij zichzelf nogal doorgeslagen en afgedreven van de logica in zijn denken. "Ik heb misschien te veel kwade fantasieën."

Vlakbij, op een hoek van een smal straatje, ontwaarde hij zowaar een kleine, maar armoedige kroeg. Er stonden zwarte plastic tafeltjes en stoelen buiten, maar daar was niemand op gaan zitten. Muziek galmde door het raam naar buiten. Een zanger van het levenslied met een valse elektrische gitaar. Typisch haar muziek. Hier kon zij wel eens naar binnen zijn gegaan, dacht hij.
    Toen hij door het zwarte deurgordijn naar binnen stapte ontzonk hem de moed; het was hier drukker dan hij had gedacht. En zeer donker. Het zou niet meevallen om haar te ontdekken in deze hoeken en nissen met al die bezoekers. En gesteld dat zij hier wel was, dan zou zij zich voor hem expres kunnen verschuilen natuurlijk, bijvoorbeeld in de wc.
    En wat zou hij hier, zoals hij van plan was, aan willekeurige bezoekers moeten vragen? Heeft u hier zojuist ook een vrouw gezien van 32 jaar? Blond en met een gele jurk aan? Bespottelijk zo'n vraag, – nu ja bespottelijk waren dingen wel vaker, daar keek hij zo langzamerhand niet meer van op.
    Het was ook aan het café te merken dat alles moest gesloopt. Een hele zijmuur was al weggebroken en vervangen door een groot, bruin dekzeil dat met touwtjes aan een aluminium stelling was vastgemaakt.
    Zijn ogen wenden aan de duisternis. Achter de bar waren een paar grote, bleke spiegels in eikenhouten lijsten opgehangen, alsof men hier kwam om zijn haar te laten knippen. En weinig licht; aan het plafond hingen slechts slingers met kleine gekleurde lampjes. Herman kreeg het gevoel dat alles hier onder een laagje kalkstof zat, inclusief de bierglazen, de zoute pinda's en de gesneden leverworst. Dat stof dwarrelde zeker ook door de lucht; want hij moest opeens niezen. –"Gezondheid!!" hoorde hij van achteren. De barman kwam toelopen; hij had een donkere huidskleur en een hele ijzerwinkel van ringen, naalden en spijkers aan oren, hals en neus. Herman vroeg, omdat hij hier nu eenmaal binnen was gelopen, om een cola-rum.
    "Dat heet tegenwoordig Usain Bolt Top Hit" zei de barman, "rumeiland weet je wel? Die kale namen uit de jaren zestig van de vorige eeuw daar stellen we geen prijs meer op, dus goed onthouden!"
    Herman antwoordde niet terwijl hij zijn glas toegeschoven kreeg, hij liet ondertussen zijn ogen dwalen over het luisterend publiek dat stond bij de gitaar verderop. Dertigers en veertigers leken het, typisch uitgaanspubliek van de zaterdagavond in dit stadsdeel. Eigenlijk maar een armoedig zootje bij elkaar, vond hij. Waarom ook zou Sieglinde zich daaronder willen begeven? De barman keerde zich om aan de tap en draaide de muziekversterker harder. Hij maakte een paar lenige dansbewegingen op het ritme van het lied, of hij vond dat hij maar bofte met het beroep dat hij had verkozen.
    Herman liep met zijn glas een stukje verderop waar een geblondeerde vrouw op een barkruk zat, en geen belangstelling voor de zanger scheen te hebben. "Heel aardig dat je bij mij komt zitten," zei zij gemaakt glimlachend. "Alleen is maar alleen, niet?"
    – Overduidelijk op zoek naar loslopend mannelijk wild, dacht hij. – Ja! En dat zou toch wat zijn! Sieglinde stiekem bij mij weggelopen, en ik sla terug met een forse blondine van bedenkelijk allooi. Als pure wraakneming. Dan staan we quitte.
    – Hij zei meteen:
    "Jij wil vast wel wat van mij drinken."
    "Erg aardig van je. Graag een campari dan."
    Die heeft ook betere dagen gekend, dacht hij, nadat hij zijn bestelling had gedaan. En dan zo'n mannenstem. Of ze is een zware rookster die even tabakspauze heeft genomen. – Niet bepaald mijn voorkeur. – De leren barkruk piepte onder het gewicht van haar achterwerk als zij bewoog. De barman schoof een campari-soda naar haar toe.
    "Vertel eens, wat ben jij voor iemand, " zei de vrouw. "Ik ben altijd benieuwd naar mijn medemensen. Dat is een speciale hobby van me. En daarom vraag ik er ook altijd naar. Zo beleef je vanzelf de interessantste ontmoetingen."
    "Ik ben zelfstandig ondernemer, iets met de sloperij van grote projecten," loog hij. "En jij?"
    "Fotomodel."
    Hij dacht: Ja dat zal wel, met die tanden en dat lijf. Als ik al een vrouw uit de kroeg (of erger) mee zou nemen, dan zou het deze niet zijn.
    De vrouw nam een grote teug van de campari alsof ze de hele dag al dorst had en een achterstand moest inhalen. "Als je mij straks naar huis brengt, dan kunnen we daar gezellig nog even een drankje pakken," zei ze.
    "You're completely right! Want dat is nou inderdaad het enige waar ik behoefte aan heb! Maar helaas is het niet mogelijk," vervolgde hij. "Ik zit hier namelijk te wachten op een relatie waarmee ik belangrijke besprekingen moet voeren, die ik niet mag missen. Misschien een andere keer..."
    De vrouw keek hem lang aan, zwijgend, alsof ze wel wist dat hij haar loze praatjes zat te verkopen. Herman verdroeg die blik slecht, en keek om naar de ingang waar net weer nieuwe bezoekers luidruchtig binnen stampten.
    "Ah, daar is de vriend!" riep hij, terwijl hij direct opstond. Hij legde even zijn hand op haar schouder. "Tot ziens en nog een leuke avond verder voor jou!" En hij maakte dat hij wegkwam.

Zonder te betalen nog wel! De rekening bij mevrouw graag, haha! Maar er stiekem vandoor piepen; dat is normaal mijn gewoonte helemaal niet. Hij zuchtte en begon weer te lopen. Even verderop stonden de oude bomen van de kade, wit bepoederd met het kalkstof van oude pakhuisjes die werden gesloopt; de buurt waar ze de auto hadden geparkeerd.
    En wie zag hij daar achter het stuur van de auto zitten? De hele reeks van gebeurtenissen sloeg in zijn geest prompt honderdtachtig graden om.
    Sieglinde maakte van binnen het portier voor hem open en viel meteen uit met een boos gezicht:
    "Waar zat jij toch ? Ben je naar buiten gegaan toen ik die kaartjes ging halen? Had je dat niet even kunnen zeggen? Ik heb de halve film op je zitten wachten. En mij daar rot zitten te vervelen, niet normaal. Jezes! En je kwam ook later niet terug. Ik begreep er niks van! Ik begrijp soms helemaal niks van jou!" –
    "Och, ik kreeg een droge keel en had best trek in een drankje ineens, want die rotzooi van de Pardoes drinken ze zelf maar op." – Wat gaat zo'n leugen mij gemakkelijk af, dacht hij. Ik zit almaar te liegen vanavond. Maar ik kan haar de werkelijke reden niet vertellen omdat die onbegrijpelijk is, vanwege alle onzinnigheid die ik mij daarnet in het hoofd haalde. –
    "Sorry sorry," zei hij, "maar ik kon je niet zeggen dat ik wegging, want jou zag ik toen binnen ook al niet meer. En ik dacht dat je naar buiten was gelopen."
    "Nu ja dat was uiteindelijk ook zo! Maar dàt pas veel later. Je hebt overigens niets gemist. Wat een rotfilm! Maar intussen hebben we nu wel onze hele avond vakkundig verpest! – En over "jou zien" gesproken: het laatste wat ik van jou zag was dat je ruzie zat te maken met die man van de bioscoop."
    Hij kon zich erover verbazen dat zij dat wist, want ze was er niet bij geweest zoals hij bijkans met zekerheid vaststelde.
    – "Ruzie?" zei hij met een solide zekerheid, zonder dat het woord hem verstoorde. "Dat was helemaal geen ruzie!"
    En daarna, op bijna fluisterende toon, terwijl zijn hart scheen aangeland in een grote kalmte, en hij zich overboog om haar teder te kussen, zei hij:
    "Ik maak nooit ruzie; met niemand. – Dat weet je toch wel?"



Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens