dinsdag 21 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Bernardus Adrianus Bakx - Maandag
Gepubliceerd op: 12-12-2014 Aantal woorden: 1374
Laatste wijziging: - Aantal views: 781
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Maandag

Bernardus Adrianus Bakx


Maandag

Het begint al op zondagavond. Dat gevoel van ‘morgen moet ik weer werken’. Het ook bekende gevoel dat je doet zeggen ‘het weekend is alweer voorbij’. Dan ben je in gedachten alweer met je werk bezig. Het vermoeden bestaat dat dat een vorm van verantwoordelijkheid voor je werk is, tenminste dat denk men, of het zo is dat is natuurlijk voor iedereen verschillend. Voor sommige mensen betekend het dat zij gewoon weer verder gaan met hetgeen wat zij op de vrijdag daarvoor aan het doen waren. Niets speciaal iets moeilijks maar bijvoorbeeld gewoon weer de machine aanzetten, of achter je schrijftafel of digitale tekstverwerker plaatsnemen. De voordeur van de winkel van het slot doen en de reclamezuilen of wat dan ook buiten zetten. De treinconducteur doet zijn uniform weer aan en kijkt in zijn rooster op welke treinen hij of zij nu weer dienst heeft. De huisarts die, met een schone witte jas aan, zijn patiënten weer ontvangt. En zo kun je nog wel een heleboel voorbeelden meer bedenken, maar goed, we gaan zien – lezen – wat er allemaal op maandagochtend gebeurt.

Even na half zes kom je je bed uit en kijkt nog even op de klok of het inderdaad wel half zes is, anders moet je je extra haasten om op tijd de deur uit te gaan. In je onderbroek sta je voor de grote spiegel in de douche. Je pakt je scheerspullen en zet de kraan op zijn heetste stand. Als het water goed heet is begin je je scheerkwast goed in te zepen. Gelukkig heb je je gisteren ook geschoren dus gaat het vandaag gemakkelijk en zonder ongelukken zoals het beroemde sneetje in het kleine lelletje aan de voorkant van je rechteroor als je links bent of in je linkeroor als je rechts bent. Vaak gebeurt dat als je in gedachten eraan denkt dat je nog moet bellen naar bijvoorbeeld de firma KMW, oftewel ‘KanhetMisschiennogWatsneller’, of dat je nog het reparatiebedrijf ‘DraadBreuk’ moet inschakelen omdat afgelopen vrijdag weer diezelfde machine kuren vertoonde. En, o ja, dat moet ik echt niet vergeten; die vervelende en aanhoudende vent komt ook langs om te praten – overhalen zal hij bedoelen – over een nieuw digitaal telefoonsysteem waar eigenlijk helemaal geen geld voor is. Maar om terug te komen op dat sneetje in je oor, dat doet verdomd pijn zodat je je scheermes met een bloedgang van je gezicht afhaalt. Maar goed, tot zover gaat alles prima. Daarna dus maar weer je tanden poetsen – als je een kunstgebit hebt dan haal je dat eruit en borstelt het nog even na – dan je gezicht wassen, dat doe je met warm water want dan is de kans op voortijdige rimpels bijna nihil. Als je daar allemaal mee klaar bent loop je terug naar de slaapkamer om je aan te kleden. Het is in middels alweer toen voor zes en je vrouw staat al beneden aan de trap te roepen dat je kop koffie met een boterham klaar staat. Dus onder het aantrekken van je broek antwoord je dat je eraan komt. Als je dan uiteindelijk helemaal klaar bent met aankleden loop je de trap af waarbij je ervoor zorgt dat je de leuning vast houdt zodat je niet onverhoeds naar beneden flikkert, want dan kan je zeker niet meer naar je werk. Wanneer je dan alles hebt opgedronken en gegeten is het tijd om de deur uit te gaan; je moet namelijk de trein halen van kwart over zes. Je geeft je vrouw nog gauw een stevige pakkerd en zegt: ‘Nou, tot vanavond dan hè’. Op weg naar de trein loop je weer over dezelfde weg die je al zo’n dertig jaar hebt afgelegd, en vast nog wel enige tijd zal moeten afleggen zolang er tenminste niets verandert. In de hal van het station pak je nog gauw de twee bekende kranten en neem je de roltrap naar boven. Op het juiste perron aangekomen stap je in de juiste trein – je bent wel een minuut of zes te vroeg dus je had je niet zo hoeven te haasten – en je gaat weer op ‘jouw’ stoel zitten aan altijd dezelfde kant van de trein; aan het linker raam dus. Je maakt je jas los en dan sla je de eerste krant open om het nieuwe nieuws te lezen. De treinreis duurt wel een uur dus je hebt tijd genoeg. Langzaamaan loopt de coupé vol met natuurlijk allerlei mensen die ook de twee bekende kranten bij zich hebben, en die zich ook volledig in de nieuwspagina’s van de kranten storten. Niet allemaal natuurlijk want inmiddels is de trein vertrokken en als bij hypnose vallen er al enkele mensen in een diepe sluimering, wat ook te horen is aan het luidruchtig ademhalen en snurken. Bij enkelen is de krant uit hun handen gegleden en op de vloer terechtgekomen, zodat er algauw een rommelig zootje in de coupé ontstaat. Enigszins gestoord kijk ik even om me heen waar al die slaapgeluiden vandaan komen. Maar omdat ik er toch niets aan kan doen haal ik mijn schouders op en ga verder met lezen. Als ik de krant bijna uit heb kijk ik – als bij gewoonte omdat je de treinrit ook al bijna dertig jaar hebt afgelegd – naar buiten en zie dat ik mijn overstapstation alweer nader. Ik vouw mijn krant op en laat hem op de stoel liggen, in de veronderstelling dat een ander er ook wat aan moet hebben. Ik pak mijn koffer en loop naar de automatische deuren om uit te stappen. Het is natuurlijk razend druk dus sta ik met vele anderen in de rij voor de deur. Die gaat uiteindelijk open en iedereen probeert dan uit te stappen. Ik zeg ‘probeert’ want de tegenstroom aan instappende figuren beletten je dus op een fatsoenlijke manier de trein te verlaten. Dit leidt tot geduw en getrek waarbij een stortvloed aan krachttermen wordt gebruikt. Daar zaten uitdrukkingen tussen die in geen enkel woordenboek terug te vinden zijn. Ook het aantal ziektes of afwijkingen die je worden toegewenst zijn in geen enkele medische encyclopedie beschreven. Dan, opeens sta je op het perron en loop je snel naar de andere kant want daar komt alweer je volgende trein aan. De hele instapcyclus herhaalt zich maar eenmaal binnen kun je gelukkig toch een leeg plekkie vinden. Je maakt weer je jas los, en schurkt je rug eens lekker tegen de rugleuning van de stoel aan waarna je de volgende krant openvouwt om weer even wat te gaan lezen. Naast je komt een ietwat stevig persoon bij je zitten. Je voelt dat hij wat meer ruimte om te zitten nodig heeft dan een minder stevig persoon dus schuif je iets meer op in de richting van het raam. Het persoon bedankt je met een vriendelijk ‘bedankt’ hiervoor en je mompelt terug ‘graag gedaan’. Na een klein halfuurtje is de trein op jouw eindbestemming aangekomen dus vraag je aan de persoon naast je ‘mag ik alsjeblieft even passeren’. Die heeft er geen enkel bezwaar tegen want direct nadat je bent opgestaan schuift hij onmiddellijk naar het raam toe om naar buiten te kunnen kijken. Je pakt je koffertje weer op en stapt de trein uit op het perron en loopt daarna de stenen trap naast het station af. Het is nou niet bepaald lekker weer dus doe je je jas weer dicht en zet de kraag omhoog. Het is tegen de wind in ruim een kwartier lopen naar je werk. Enkele collega’s die op de fabrieksvloer werken en die ook met de trein reizen lopen met je mee, luidt verhalend over de dingen die ze het afgelopen weekend hebben meegemaakt. Eenmaal binnen op het kantoor hang je je jas op en loop je meteen naar de koffieautomaat om, voordat je gaat beginnen met je werk, nog even gauw een bakkie warme vocht naar binnen te slaan. Terug op het kantoor zet je alvast de computer aan en neemt dan een slurpje van de hete koffie. De deur van het directiekantoor gaat open en je baas komt met een verbaasd gezicht uit zijn kantoor lopen en vraagt: ‘Wat doe jij nou hier? Had jij niet een snipperdag vandaag?’.

© 2003 Ben Bakx


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens