dinsdag 21 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Bernardus Adrianus Bakx - Een Dakloos Figuur
Gepubliceerd op: 11-12-2014 Aantal woorden: 1636
Laatste wijziging: - Aantal views: 785
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Een Dakloos Figuur

Bernardus Adrianus Bakx


Een Dakloos Figuur

Gezeten aan de bar in een bruine kroeg, waarvan de verlichting al reeds jaren geleden het heeft opgegeven om wat licht op de zaak te werpen, zat een man.
Nu zal je zeggen; wat is daar nu voor speciaals aan? Niet dan? We hebben allemaal wel eens een man aan de bar gezien. Ja toch?
Maar deze man is iemand heel bijzonder, echt.
Deze man heeft er namelijk al negenenveertig jaar werken op zitten.
Waar vind je nog zo地 figuur?
Het was hem wel aan te zien want zijn gezicht vertoonde vele diepe groeven, het leek wel op de landkaart van het Himalaya-gebergte, veroorzaakt door extreme koude of blootstelling aan overmatige warmte.
Zijn wenkbrauwen waren uitgegroeid tot half over de ogen liggende markiezen van grijs haar. Deze rolluiken werden bij iedere teug van z地 pilsie omhoog getrokken, zodat hij absoluut zicht kon houden op de stand van zijn ofwel volle, ofwel lege glas. De handen, geklemd om zijn bierglas met kostbare inhoud, hadden onverzorgde, zeg maar liever totaal verwaarloosde, nagels. Het leek wel of hij net een kolenboot gelost had. Zij waren half afgebrokkeld en op sommige nagels was het tabaksbruin niet meer te verwijderen, of je moest een slijptol gebruiken.
Om zijn ringvinger aan de linkerhand staken twee dikke trouwringen. Blijkbaar was zijn vrouw hem voor gegaan, er genoeg van gehad hebbende om zo地 viespeuk nog langer te verzorgen. Uit de knokkels van zijn handen groeiden lange stekelige haren. Blijkbaar kon ook dat de man niets schelen want alweer was ook hier geen spoor te bekennen van enig onderhoud.
Wat zijn kleding betreft, deze waren nog niet eens verkrijgbaar bij het Leger des Heils. De revers van zijn namaakwollen overjas leken wel landingsbanen voor de inhoud van zijn lange smalle neus. Zo te zien had deze zeer vele malen het landen met succes uitgevoerd want het achtergebleven resultaat loog er niet om.
De kraag van de jas had al enige jaren geleden opgehouden te bestaan. Enkele rafels gaven nog de herinnering dat er op die plek iets had gezeten wat je om je nek moest dragen.
Deze omschrijving was tevens van toepassing op de schoenen. Zijn voeten moeten nog de herinnering voelen van enige omhulling, hiermee echter, was alles gezegd.

De man wierp een blik om zich heen, met toegeknepen ogen peilend wie hij nou weer een poot kon uitdraaien. Denkelijk had hij nog dorst, maar geen geld meer op zak. Met de rechterhand zijn warrige bos grijskleurige haar achterover strijkend, speurde hij de kroeg af. Het was echter stil vandaag, er waren maar weinig mensen. Maar toen viel zijn blik op Betsie van der Laan, een voluptueuze vrouw met een enorme boezem en met een bos zwaar geblondeerd haar als een zwabber. Zijn ogen lichten op van herkenning, en van de kans op succes om van haar nog een pilsie te bietsen.
Ja, natuurlijk, dacht hij, Betsie zal hem wel matsen, die kijkt niet op een paar centen. Betsie kreeg namelijk een aardig pensioentje bij haar AOW dus kon ze de eindjes makkelijk aan elkaar knopen.
Ze is zelfs nog pas naar Spanje geweest, peinsde de man aan de bar weer, ze zal dus wel in een goed humeur zijn. En als ik een luisterend oor aan de dag leg voor haar verhalen over wat ze allemaal heeft beleefd in dat land van de Spanjolen, zal er zeker wel een lekker koud pilsje vanaf kunnen, nie-waar?

In toch al enigszins beschonken toestand veegde de man zijn lippen af met de zijkant van z地 hand. Hij deed dit echter met teveel energie en kantelde bijna van zijn kruk af.
Toch snel reagerend voor iemand die al een paar liter van het goudgele sap achterover had gegooid, hield hij zich, met een stomme grijns om zijn smalle lippen, in evenwicht en herstelde zijn houding.
Hij trok z地 beduimelde overhemd naar beneden, propte deze wat dieper in zijn broek, en ging toen op weg, door het halve dranklokaal heen, naar Betsie.
Deze zag hem al van afstand aankomen zwaaien, en begreep dat het te laat was om zich nog te kunnen verstoppen.
遷ezus, allemachtig zeg, kankerde Betsie hardop. 船aar zal je hem ook weer hebben. Hij heeft zeker nog niet genoeg gehad en probeert nou mij voor het blok te zetten.
Haar tafelgenoten die tevens ook al in half verdoofde toestand waren knikte instemmend hun hoofd. Waarschijnlijk waren ze het eens met Betsie 痴 mening.
鮮ou 鑄, sprak zij verder, 蘇ij zal nou er is van een kouwe kermis thuis kommen want van mij krijgt ie niks.
De man, onwetende van de gedachten en bezwaren van de vrouwelijke mededrinkster, liep nog steeds met goede moed in de richting van de vrouw.
Kanariepietje, wat een kanjer, dacht hij onderweg, als ik bij haar wat kan versieren zit ik op rozen. Ze ziet er echt niet mis uit hoor, nou ja misschien wat teveel van die zwarte mascara om die blauwe ogen en ze zal ook niet meer zo jong zijn, ik schat dat ze zo地 drienvijftig jaar zal wezen, en ze mag haar nagels wel wat schoner houden, maar ja, wat wil je nou eigenlijk; zelf ben ik ook de knapste niet meer.

Toen de man eindelijk het tafeltje bereikte, maakte hij een overdreven buiging en vroeg aan de vrouw of zij het hem niet kwalijk nam dat hij plaats zou nemen aan hetzelfde tafeltje. De vrouw maakte in eerste instantie geen bezwaar, maar het leek er wel op als of zij niet op een dergelijk bezoek zat te wachten, althans die indruk kreeg hij wel omdat zij het niet met plezier scheen toe te staan.
Toch verheugd liet hij zich op een stoel zakken. Met z地 armen gekruist op het tafeltje voorover geleund, keek hij Betsie met een vragende blik aan. Deze deed echter net alsof ze niet in de gaten had wat hij wilde.
Betsie keek de man eens vol afgrijzen aan en dacht: als ik hem gebreid had, zou ik hem direct weer uithalen - Dat is een uitdrukking die wordt gebruikt bij het zien van een oerlelijke baby en ze wreef met de zijkant van haar hand over haar lippen, alsof ze een smerige smaak in de mond kreeg.
De man werd schijnbaar iets ongeduldig en maakte een bekende beweging met zijn hoofd, je weet wel zo van 薦n? Komternog wat van, of 鑄?
Dit liet zij niet over haar kant gaan al waren er weinig kanten aan haar te vinden, het waren meer grote cirkels en vroeg: 岨eg makker, heb jij niet wat beters te doen dan een eerzame vrouw lastig te vallen? Als je soms nog wat te drinken wilt hebben, dan bestel je het maar zelf, zuipen over mijn rug is er niet bij, ongewassen viespeuk. Volkomen geschokt, hij had dit antwoord totaal niet verwacht, en met open mond, staarde hij Betsie dus dodelijk getroffen aan: 糎at zeg je me nou? Krijg nou helemaal een dubbele wegtrekker. Je nodigt mij toch zelf uit om bij je te komen zitten? Dan biedt je me toch ook wel een slokkie aan?
践allo eikel, wie nodigt wie uit? Je wou er toch zelf bij komen zitten, smerig sujet, anticipeerde de vrouw met hoog rode kleur. 遷ij mag mij wel trakteren op een lekker koud pilsje, gierige krent! En God allemachtig, had je je niet eventjes lekker kunnen wassen en scheren voor je de deur uit ging? Je stink uren in de wind man, het lijkt wel of je in je broek hebt staan zeiken.
De man probeerde de lawine van verwijten te onderbreken maar kreeg daartoe geen enkele kans.

Half van haar stoel opstaande ging zij nogal bits verder: 遷e lijkt wel op zo地 鑄 zwerver, zo地 dakloos figuur, weet je wel. Ik heb liever dat je oprot!
De man klapte nu totaal dicht. Op dit verbale geweld had hij geen antwoord. Hij had een dergelijke heftige reactie ook eigenlijk niet verwacht.
Wel, dacht hij, sommige mensen zijn toch niet zo vriendelijk als ze eruit zien. Ik moet in het vervolg beter uitkijken wie ik als gezelschap uitkies. Deze vrouw is in ieder geval niet het juiste type voor mij.
Hij stond ietwat wankel op van z地 stoel, groette de dame beleefd, en vertrok weer richting de bar. Daar aangekomen liep Schele Gerrit de barman naar hem toe en vroeg: 践eb je wat bereikt, Ferdinand?, ondertussen zijn bril omhoog op zijn neusbrug duwend waarbij de wenkbrauwen vanzelf mee omhoog gingen, 双f 鑄 moest ze niets van je weten?
羨ch ja, mopperde Ferdinand, 阻e weet het wel, er zijn hele volksstammen die niets afweten van smaak of herkomst. Van mij mag ze de boom in, vrouwen genoeg.
Ferdinand legde een bankbiljet van honderd gulden op de bar, en zei: 銑aat de rest maar zitten, Gerrit, ik zie je een volgende keer wel weer.
De man slenterde het dranklokaal uit in de richting van de deur, intussen zijn jas rechttrekkend, en haalde opnieuw zijn hand door zijn groezelige haar. Hij keek nogmaals eens om naar de vrouw achter in het caf en schudde toen, vol ongeloof en onbegrip, zijn hoofd voor een dergelijke onvriendelijke behandeling.
Eenmaal buiten in de frisse lucht, gebaarde hij met een handbeweging naar de overkant van de straat. De deur voor hem open houdende, stapte hij in zijn voor een gewone fabrieksarbeider onbetaalbare Bentley en zei tegen zijn chauffeur: 践endrik, rij mij maar naar huis. Ik heb het wel weer gezien voor vandaag.
De gehoorzame Hendrik drukte ferm het gaspedaal in, en vertrok met gezwinde spoed richting Wassenaar.
Hij zou het de volgende keer wel weer proberen. Een aardige huishoudster in huis, die niet alleen kan koken en wassen, zou een zegen zijn voor een man.

ゥ 13-11 2012 Ben Bakx


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en Ren Claessens