zondag 24 juni 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Henk Gruys - Vakantieland - (slot)
Gepubliceerd op: 31-10-2013 Aantal woorden: 1293
Laatste wijziging: 26-01-2018 Aantal views: 1223
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Vakantieland - (slot)

Henk Gruys


Of hij heeft inderdaad een plan, maar wil dat nog niet prijsgeven. Dat zou wel bij hem passen. Nu ja, ik zie wel. We bereiken langs dichtgegroeide struiken en zware bomen een krom pad, dat ik een paar keer bij mijn wandelingen ben tegengekomen, maar dan vanuit de andere richting. "Dit is korter dan de gewone route richting naar de duinen," legt Sees uit.
    We lopen door de smalle doorgang. "Zeg hé vertel es... hoe bevalt jullie vakantie tot nu toe? Tot tevredenheid? Mooie rustige omgeving?... zilte zeelucht?.. het is in ieder geval mooi weer, dat heb je mee." –
    Gebabbel in het luchtledige... Ik denk dat hij aanstonds met die ziekteverzekering op de proppen komt en gaat verordonneren dat ik hier zonder toestemming verblijf, en thuis had moeten blijven? – Want dat is misschien zijn bedoeling van deze expeditie. Maar het juiste moment acht hij nog niet aangebroken en daarom begint hij eerst een beetje rond te kletsen.
    Sees wijst op een zijwaartse, smalle opening aan het eind van het pad, die we door moeten, en daarna staan we op een wijds, zanderig terrein in de hete zon. "Zo is dat," concludeert Sees tevreden. –
    Het terrein is nauwelijks golvend, oogt meer als platgewalst, met restanten van donker groeisel, droog alsof het in geen maanden geregend heeft, met in de verte wat duinen en in het midden een smal zandpad naar de horizon
    Maar het gekke is: ik herken dit niet. Helemaal niet.
    Het is natuurlijk waar dat alles in het duingebied een beetje van elkaar heeft, met zand, verdroogd gras en struikjes, – maar waar we ons nu bevinden, met deze horizonlijn en dan zo'n vlakke bodem, heb ik nog nooit gezien. Hoe kan dat? Ik kom hier al twee jaar, heb ontelbare wandelingen vlak in de buurt gemaakt en kan langzamerhand deze omgeving wel dromen. Normaal loop je van de camping in vijf minuten naar de zeereep, dat kan niet missen, en daar is alles inderdaad ook vrij kaal, maar dat lijkt toch helemaal niet op waar we nu zijn. Aan de zon te zien lopen we naar het westen; ik speur overal naar herkenningspunten, maar kan niets ontdekken. Wel een paar mensen, heel ver weg.
    "Weet je wat eigenaardig is" zeg ik langzaam en nadenkend, "ik herken het hier helemaal niet! En ik kom hier toch vaak genoeg; bijna elke dag. Hoe is dat mogelijk?"
    Sees draait zich verstrooid om, en kijkt vluchtig om zich heen. "Het lijkt hier allemaal een beetje op elkaar," antwoordt hij. Je bent het gewoon vergeten, of toevallig nooit deze richting ingeslagen." Ikzelf zie er niks bijzonders aan," zegt hij. "ik herken het heel goed van toen ik hier gisteren was. En eergisteren."
    Dan loopt hij weer door. Ik ga aarzelend op een meter of drie achter hem aan. Al zou ik zelf liever even rechtsomkeert maken om de vorige situatie te onderzoeken, te zien waar die volgens mij anders wordt. Ik vermoed nadat we dat pad met die doornstruiken in gegaan zijn, vijftig meter voorbij de camping.
    Ik moet toegeven dat mijn verbazing misschien een tikje overdreven is; waarom zou je je bekommeren om een stuk duingebied dat je even niet herkent? Misschien komt het wel doordat je toch minder bekend bent met het terrein, dan je dacht...
    Sees schakelt weer over op babbeltoon: "Bevalt het je een beetje die twee weekjes aan de kust? Is het de vakantie die je verwachtte? Mooie bosrijke plek, rustige omgeving, mooi weer? Ja man, dat heb je soms nodig, in ieder geval minstens één keer per jaar. Want je was toch overspannen? Je bent bij de bank toch met ziekteverzuim? Dan kan zo'n vakantie mooi dienen om helemaal op te knappen, en ben je straks helemaal fris als je weer aan de slag gaat."
    Zie je wel, denk ik, hij stuurt er op aan, duidelijk, het kan nu elk ogenblik gebeuren dat hij gaat zeggen: Luister eens, maar je bent tegen alle regels in van je werkgever en de officiële ziektewet op vakantie gegaan; en daar heb je geen toestemming voor gekregen. Dat is onacceptabel, dat weet je donders goed!
    Heeft Ilse hem soms verteld van het ziekteverzuim? Hoe kan hij dit anders weten? Het maakt mij op slag nog meer argwanend: ik moet er achter zien te komen waarom hij is bij ons gekomen en wat zijn rol is bij die verzekering.
    Hij gaat er echter niet op door. Hij begint te keuvelen over Ilse die hij beweert nog te kennen van de middelbare school, een mededeling waarvan ik bijna zeker weet dat die gelogen is. – Maar hij laat zich niet weerhouden en zegt met een lachje: "Ik ben nog een tijdje verliefd op haar geweest. Overigens zonder resultaten. Een leuke meid heb ik het altijd gevonden; jullie hebben het heel aardig met elkaar getroffen." –
    Wat mij nu bij dit uitgestrekte duinreservaat, dat ik heb leren kennen als vrij zuiver en schoon, steeds meer begint te verbazen is dat het meer en meer het karakter krijgt van een afbraakland. Een kaal, afgetrapt soort festivalterrein, met vellen papier, drinkbekertjes, folders, en patatresten in plastic bakjes die in de struiken zijn gewaaid.
    "Het is opnieuw eigenaardig," zeg ik, "want stel dat ik mij daarstraks inderdaad vergist heb, of het me niet meer kon herinneren, – maar moet je eens kijken wat een rommel er ligt! Een festival, zo vlak bij ons in de buurt, met die mensenmassa en dreunende muziek, dan had ik dan toch moeten merken?"
    – "Och, zulke festivals organiseren ze hier in het seizoen regelmatig," zegt Sees afwezig. Zijn gezicht staat een weinig verveeld. Hij vindt waarschijnlijk dat ik vreselijk aan het zeuren ben.
    Ik heb overigens nog steeds geen idee waar hij naartoe wil, òf we wel ergens heen lopen. Waarbij het lijkt of er iets van die vraag in de lucht hangt, als een soort opdracht die aan Sees lijkt te kleven...
    Ik vraag me maar niet meer af waar we ons bevinden. We lopen zo ver dat we allang vlakbij de zeer hadden moeten zijn. Geen mens te zien. Vanuit de verte een soort afschutting van het terrein, een donkere, gebogen rij schermen. – Ik begrijp er helemaal niets van. Waar zijn we in hemelsnaam beland?
    Hoe gaat het, vraagt Sees, terwijl we het veld oversteken. "Je was ziek had je toch gemeld? Nu ja, stomme vraag van mij, als je met deze bloedhitte nog zo lang kunt lopen, dan valt het wel mee... gelukkig. Wist je trouwens, dat als je je ziek meldt, je op het thuisadres het eerste bezoek van de bedrijfarts moet afwachten en niet zomaar op vakantie mag?"
    Verdomd, had ik het toch goed dat hij niet te vertrouwen is! Met dat gluiperige smoelwerk. – Dat is het dus! De wandeling was een valstrik om mij erin te luizen! – Wat een eikel!    

Zo langzamerhand is het geen duinlandschap meer waar we lopen, maar een soort steppe of moeras; bijna alles om ons heen is zwart. Het is bloedheet. – Hoe kan dit gebeuren, denk ik herhaaldelijk.
    Sees loopt zwijgend en in gedachten voort, een paar meter voor mij uit.
     Ik vertrouw hem voor geen cent; straks begint hij weer over die vakantie en de ziekteverzekering.
   


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens