zaterdag 21 juli 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Rik van Schaik - Archief Etoile I
Gepubliceerd op: 03-04-2004 Aantal woorden: 1718
Laatste wijziging: - Aantal views: 1603
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Archief Etoile I

Rik van Schaik


II. Een eer en een genoegen
Madelon, Bloemendaal - juni 2004

… Het duistere hemellichaam heeft alleen aan de onderkant, daar waar het de horizon bijna aan kan raken, een rossige streep van de wegzakkende dag. In tegenstelling tot deze helderheid kruipen mistflarden uit het weiland het wegdek op. Het is alsof ik hier, langs de kant van de weg, een voorstelling oproep waar ik niet werkelijk bij ben. Blijkbaar bezit ik een onbestemde noodzaak om me ergens een voorstelling van te maken… Het meisje aan de overkant van de weg loopt met afgemeten passen daadkrachtig in de richting van het dorp. De wind grijpt haar jaspanden, strijkt haar vlechten uit haar hals en doet haar de ogen sluiten. Wat doet dit jonge meisje zo laat op straat, op een verlaten weg richting een dorp enkele kilometers verder? Ze heeft een koffertje dat ze met twee handen stevig tegen haar buik draagt. Het is fascinerend om over haar eenzaamheid na te denken. Wat was deze avond haar vertrekpunt? Roepen is zinloos, ik ben hier niet echt… Daarom denk ik ook dat het brommende geluid dat ik hoor zich in mijn lijfelijke omgeving moet manifesteren. Maar nee, daar zijn de koplampen… In de verte, net voor de bocht duiken ze op als twee monsterachtige ogen. Het brommen wordt een brullen, de ogen draaien rond in de kassen, alsof het dier gedronken heeft. Wanneer de auto dichterbij gekomen is zie ik dat het hele lijf wankelt, alsof het een klap heeft opgevangen die het maar moeilijk te boven kan komen. De snuit wiebelt laag over het wegdek… Ineens kiest het gevaarte een andere koers, schuin naar de overkant, in één rechte lijn… Het beest gromt harder en laat zijn tanden zien. Met een enorme klap springen de vlechtjes uit het meisje haar nek, opgetild door het rooster aan het front en opgewipt door het donkere blik, tolt ze vervolgens door de duisternis. De auto schreeuwt zichzelf in de berm tot een abrupte stilstand. Als een kussen valt het slap geworden meisje met een ploffende zucht op de stenen… In een tegennatuurlijke omhelzing grijpen haar armen als spaken haar schouders. Het koffertje ligt vlak achter de auto… Ze stappen uit, zwaar ademend kijken twee heren om zich heen. De stilte is dood. Alleen een paard onderbreekt hinnikend de huiveringwekkende kalmte. De schoenzolen krassen over het ruwe wegdek, de hoofden keren en hun angstige blikken gaan alle kanten uit. Hun zangerige, paniekerige, overleg kent woorden als ´Jezus, oh Jezus… Nee…´, ´De lijsten, denk aan de lijsten…´ Hun stemmen versterven in de kouder wordende avondlucht. En ja, er gebeurt wat ik nu als een dejavu herken. Als twee kraaien grijpen de heren het meisje bij de enkels en de polsen. Als een laken dat van de waslijn opgevouwen wordt verslepen ze het kind door de nacht. Het krakende riet buigt, het gras ritselt. Dan is alles weer doodstil. Het meisje is in het struikgewas geworpen, de mannen lopen snel terug naar hun auto. Staccato vallen de portieren dicht, de lichtbundels slaan zich weer de weg op. Het gromt en vertrekt…

Het dichtslaan van de voordeur maakt mij wakker. Henriëtte komt binnen om mijn haar te wassen. Het was mijn bedoeling om met de thee voor mijn balkondeuren klaar te zitten wanneer zij kwam. Ik was ook wel eerder wakker geweest maar de droom van de afgelopen nacht hield mij, samen met de stramheid van mijn benen, onder de lakens. Ik was verward over hetgeen ik gezien en gehoord had. Het meest verbaasde mij nog de angst die me overviel toen ik de beelden van die nacht als zand door mijn vingers los moet laten. Mijn herinnering liet me in de steek en ik moest afscheid nemen van iets dat me gewaarschuwd had, me bang gemaakt had, me opnieuw vermoeid had. Ik was weer in slaap gevallen. Misschien ook in de hoop op een nieuwe toenadering vanuit dat duistere onderbewuste. Ik hoorde Henriëtte door de flat lopen, naar het aanrecht, een ketel met water vullen… Even later klopte ze zachtjes op mijn deur en stak haar hoofd om de hoek.
´Goedemorgen moeder. Voelt u zich wel goed?´
´Jawel lieverd, ik kom eruit. Wil je mijn stok even aangeven?´ Henriëtte haalde hem bij de stoel en kwam aan mijn bed staan. Ze legt haar hand op mijn voorhoofd. Ze blijft een wantrouwende verpleegster.
´Maakt u zich ergens zorgen om?´
`Nee schat. Voel me een beetje moe. Meer niet´. Kreunend duw ik me met mijn ellebogen omhoog. Mild glimlachend stopt mijn dochter met me zorgelijk aan te kijken en loopt naar de keuken. Ik ben er erg op gesteld om het kraken van mijn botten en het zuchtend opwerken van mijn lijf voor mezelf te houden. Traag, met schokkende bewegingen, werk ik me ongemakkelijk in mijn kamerjas – het lijkt of de mauwen steeds korter en nauwer worden. Mijn krom gegroeide armen wieken zich moeizaam naar binnen. Terwijl ik me met mijn wandelstok naar de gang versleep verlies ik, voor een kort moment, het dreigende gevoel dat me de afgelopen nacht vergiftigd heeft. Door de balkondeuren valt het zonlicht de kamer binnen. Daarachter deinen de toppen van de bomen uit het park zachtjes in een voorjaarsbries. Langzaam zak ik in mijn stoel en laat me, net als iedere ochtend, betoveren door het enorme pallet aan kleuren dat het park als een tapijt voor mijn voeten werpt. Een dampende pot thee staat naast me op het rieten bijzettafeltje. Daarnaast ligt de post. Een bankafschrift en een brief. Henriëtte haar vingers spelen even met mijn haar, dan schenkt ze de thee in en komt naast me zitten. Normaal gesproken zijn deze stille momenten met mijn dochter voor het raam één van de kostbaarste van de week. Maar nu, met het zien van het keurige handschrift in blauwe inkt, brengt iets me terug naar dat onbestemde gevoel van vlak na mijn ontwaken. Mijn blik blijft hangen op mijn sierlijk geschreven naam binnen het kader van een strakke, grijze lijn. Ik pak de enveloppe en steek de top van pink onder het papier.

Geachte mevrouw Rotteveel,

Mijn naam is Eva Osewoudt. Ik doceer Nederlands aan de universiteit van Utrecht en ben tevens voorzitter van het Willem Frederik Hermans genootschap.
Sinds dit voorjaar zijn wij als genootschap in het bezit gekomen van het volledige archief van de in 1995 overleden schrijver. Tot mijn genoegen heb ik nu de mogelijkheid om een heldere biografie van mijn favoriete schrijver samen te stellen.
Veel van WFH zijn bezigheden in het verzet en de herkomst van bepaalde personages en gebeurtenissen uit diens oorlogsromans (´De tranen der Acacia´s´, ´De donkere kamer van Damocles´, ´Herinneringen aan een Engelbewaarder´ en ´In de mist van het schimmenrijk´) roepen al jarenlang velen vragen op. Ook de zelfmoord van Hermans zijn zusje aan het begin van de tweede wereldoorlog vormt in mijn verbeelding een groot mysterie. Zij pleegde zelfmoord met haar minnaar, een vijfentwintig jaar oudere neef en vader van twee kinderen. Het is opmerkelijk dat de heer Hermans over deze traumatische gebeurtenis, en zijn rol binnen het verzet in het bijzonder, nauwelijks iets heeft los gelaten. Wat voor (ethische) afspraken t.o. van zichzelf en/of met anderen liggen hieraan ten grondslag? De oorlog loopt als een rode draad door het oeuvre van Hermans. Tevens heeft hij er veel werk van gemaakt om de daadwerkelijke identiteit van de voormalige oorlogsheld Weinreb te onthullen. In dit laatste was hij zeer succesvol. Waarom zweeg WFH dan zo stellig over zijn eigen rol?
Met die vraag in mijn achterhoofd dook ik in het aan ons nagelaten archief. Daar trof ik in aantekeningen, in brieven en op bandopnamen regelmatig uw naam. Het is aan de secure volgorde van Hermans zijn dossiers te danken dat ik uw naam kon koppelen aan diverse foto´s die eveneens in het archief opdoken. Ik mag uw naam een heuse ontdekking noemen daar u in het verleden nog nooit eerder bent opgedoken in het leven en werk van Hermans.
Graag wil ik u de kans geven uw rol in het leven van W.F. Hermans toe te lichten. U zult niet alleen uzelf maar ook ons en de algehele nalatenschap van de schrijver een grote dienst bewijzen door uit te leggen welke rol u in het leven (en gezien uw naam wellicht ook binnen zijn oeuvre) van Hermans heeft gespeeld. Zonder uw informatie zullen wij onvolledig zijn in onze berichten over het archief. Wij zouden u daarmee wellicht groot onrecht doen.
Graag nodig ik u uit om op onze kosten een bezoek te komen brengen aan ons archief in Parijs. Wij hebben het archief overgebracht naar ons toekomstige kantoor dat over een jaar, wanneer wij het archief letterlijk en figuurlijk hebben kunnen behandelen, tevens de rol van museum zal hebben. Wij bevinden ons in het, wegens verbouwing tijdelijk gesloten, metrostation Etoile. Aldaar zal ons door de gemeente Parijs een grote ruimte worden toegewezen om de eeuwigheidswaarde van Willem Frederik Hermans verder gestalte te kunnen geven.
Zou het u uitkomen om het weekend van 5 en 6 juni aanstaande ons te vergezellen in Parijs? Het zou mij een eer en een genoegen zijn.

Met Hoogachting,
Drs. Eva Osewoudt.

Een griezelige fluittoon zet zich vast tussen mijn oren en ik druk de brief in mijn schoot. Vanuit de hoek van mijn troebele blik zie ik boven mijn hoofd een schaduw neerkomen. Ik kijk op naar het raam wanneer zich, met een doffe bonk van het lijf en een scherp getik van de pootjes en de snavel, een forse meeuw zich tegen de balkondeur werpt. Met een weggedraaid hoofd op een slappe nek glijdt het dier langs het glas omlaag, de vleugels uiteen, alsof het zich overgeeft aan een hogere macht.
Het is zover. Na zoveel jaren heeft men mij gevonden. Normaal gesproken heb ik het altijd te koud en laat ik me pas rond het middaguur op het balkon zien, maar nu stijgt al het bloed me naar de keel. Het broeit onder mijn haar. Vanuit een ver, zorgvuldig verborgen gehouden verleden, naderen de schimmen. Hoe kon ik al die jaren zo naďef zijn om met weinig vrees voor een eventueel onthullen de anonimiteit te omarmen. De angst voor een schandelijk uitkomen lag verborgen in de verkalkte ader van mijn onderbewuste.

v.w.

www.rikvanschaik.nl

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens