dinsdag 21 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Sjak - Plantaardige Invloeden
Gepubliceerd op: 08-03-2004 Aantal woorden: 774
Laatste wijziging: - Aantal views: 1161
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Plantaardige Invloeden

Sjak


Plantaardige Invloeden

Hij kantelde zijn hoofd naar achteren en liet zich een beetje onderuit zakken, terwijl het plafond boven hem vervaagde. Het schuine, onderbroekenblauw geverfde plafond leek te versnipperen – net als wanneer er in de film langzaam wordt overgegaan naar het verleden; de zogeheten flashback. Hij ademde langzaam uit en zag een soort van bos rondom hem ontstaan. Als in een soort van koepel leken de bomen over te hellen en allen naar een middelpunt te wijzen. Hij kon vogels horen. Als hij zijn best deed kon hij zelfs de geur van het natte mos ruiken. De rust en vrede die het bos uitstraalde, deden hem glimlachen en hij sloot even zijn ogen. Dit zorgde voor grote duizelingen, dus hield hij zijn ogen maar weer open en probeerde zoveel mogelijk van de nieuwe feiten en bijzonderheden tot zich te nemen. Als een spons in een badkuip.
Op de één of andere manier leek de oorspronkelijke ruimte waarin hij zich bevond te blijven bestaan, terwijl de nieuwe omgeving daarover heen was gelegd. Net alsof iemand per ongeluk twee dia’s tegelijk liet zien. Of toch niet helemaal; het leek meer alsof er twee dia’s in elkaar overgingen. Voor het eerst in zijn leven ervoer hij hoe het was om in twee werelden tegelijk te zijn. Zijn onderlijf – eigenlijk helemaal tot aan ongeveer zijn borst – was in de onderbroekenblauwe wereld gebleven en zat onderuit gezakt op een paarsige sofa. Zijn bovenlijf – vanaf net boven zijn steeds moeizamer op en neer gaande borst tot aan het puntje van zijn kruin – leefden in een woud. Rond zijn middenrif was er een vervaging tussen beiden. Daar waar het blauwe over wilde gaan in het groene drukte de wereld hard op zijn borst; wat hopelijk zijn benauwdheid kon verklaren.
Hij was in twee werelden. Zijn onderlijf probeerde een discussie op gang te houden met iemand die zich ook in de blauwe wereld bevond, terwijl zijn bovenlijf verwondert de schoonheid van de bebossing in zich op nam.

-I hear her voice/Calling my name/The sound is deep/In the dark-

Hij hoorde de vogels, maar terwijl hij keek leken het eerder een soort van aapachtige die boven hem een warm lied zongen. De uitdrukking op hun gezichten echter was angstaanjagend. Het hield het midden tussen een glimlach en een krijs. Hij werd er bang van en mertkte dat hij steeds meer moeite kreeg met ademhalen. Hij voelde dat langzaam het panorama op hem neer daalde. Het leek alsof hij in een ballon zat - welke van buiten de opdruk van een woud had – en die nu langzaam leeg begon te lopen. Hij zag de aapachtigen steeds verder zakken en steeds dichterbij komen.
Lichamelijk kon hij niets tegen hen beginnen; hij was nog steeds een duo in zijn eentje. Zijn onderlijf zat nog steeds in de blauwe kamer, terwijl zijn bovenlijf een paniekerige uitweg zocht uit de immer leeg lopende ballon.
De aapachtigen zongen nu niet meer. Zij begon allen tegelijk te joelen en krijsen, wat in de verte iets weg had van een handgeklap of zelfs een applaus.
Achter hem – zowel buiten de blauwe als buiten de groene wereld – hoorde hij iets krabben en schuren en schrapen. Hij zocht in de groene wereld, maar vond daar niets. Het leek hem een soort van kat ofzo dat aan een bank zat te krabben. Zijn systeem raakte in de war. Een bank was er namelijk alleen te vinden in de blauwe wereld, terwijl alle beestjes zich toch moesten bevinden in de groene wereld. De discrepantie hield hem dusdanig bezig, dat hij vergat zich druk te maken om de naderende aapachtigen. Beledigd om het te kort aan aandacht, verdwenen zij en namen het groene uitzicht met zich mee. Langzaam kwam het blauwe plafond weer terug – wederom net als bij de flashback; langzaam aan verlaat de held van de film zijn gedachten aan het verleden en stapt langzaam, maar een stuk wijzer, de huidige wereld weer in.
De rook kringelde uit zijn neus.
“Lekker nummer is dat toch altijd,” meldde zijn vriend Mees – liggend in de andere bank, terwijl de oude grijze kater een plekje zocht op zijn schoot.
“Klopt helemaal, al is er zelf bij zijn toch honderd keer overweldigender dan zo’n bootleg” zijn stem klonk krakend en een beetje ver weg, alsof hij het niet was die daar zojuist gesproken had. Maar hij was het wel; daar was hij zeker van. Hij verwonderde zich wel over zijn eigen wijsheid.
“Ook daar spreekt u de waarheid Simon…”
“Wie immer, Mees. Wie immer.”
“Shit, ’t is al op.”





Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens