woensdag 25 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Henk Gruys - Heidewitzka's Pogingen - Afl.5 van 29
Gepubliceerd op: 16-11-2011 Aantal woorden: 2357
Laatste wijziging: 07-02-2015 Aantal views: 1251
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Heidewitzka's Pogingen - Afl.5 van 29

Henk Gruys




    "Hindert niet. Ik heb geen trek in drank zo vroeg, bovendien moet ik straks een zakelijk gesprek voeren en dan lijkt het me niet geslaagd als ik whisky uitwasem. Het is overigens te hopen... ik bedoel, wat kan het van Arnouds kant nog meer zijn geweest? zou het werkelijk wr zijn wat hij je heeft verteld? Ik vertrouw dat allemaal niet zo... Weet je nog toen die geschiedenis van mijn vader? Dat was ook zoiets. Die jongen s gewoon niet te vertrouwen." Ze zette de lege fles op de vloer bij zijn voeten. "Had hij soms nog andere grappen in petto?"
    Van Gesink vertrok zijn gezicht even. Toen zei hij: "Ik ga in ieder geval daar kijken. En als hij de boel voor de gek houdt, als ze daar niet is, dan is hij nog niet klaar met me, dan kan hij zijn kornuiten wel allemaal optrommelen."
    "Haha! Massale kloppartij op het industrieterrein!" Mathilde keek even naar hem en toen naar het raam. Ze leek alsnog over iets te treuzelen wat ze nog in wilde brengen. Toen zette ze een hand in haar zijde en keek naar de grond.
    "Walter, het is niet kwaad bedoeld hoor, maar is het allemaal niet een beetje overdreven?"
    "Overdreven? Hoezo? Wat is er overdreven aan?"
    "Nu ja van jouw kant. Het is natuurlijk niet goed te praten, maar Rosita loopt heus niet in zeven sloten tegelijk, dat weten we nu zo langzamerhand wel. Als het nou de eerste keer was... Ben je niet ets t bezorgd voor haar?"
    "Maar z lang wegblijven zonder bericht... Dat was vroeger een week, en we weten wat voor problemen ze toen al had... Maar nu al meer dan twee maanden! Dat is toch niet normaal! En de politie steunt me in die opvatting. Je weet in welke kringen ze vertoeft. Enfin, ik ga als ze in Uitdam is, haar in de eerste plaats vragen of ze contact wil onderhouden, want zo kan het niet. En ik ga voorstellen of ze weer bij ons, bij een van ons komt wonen, dat is beter."
    "Bij mij?"
    "Bij jou, bij mij, net wat het beste is."
    "Ach Walter, denk je dat dat nou zo geslaagd is? Dat gaat een tijdje goed en dan loopt het toch weer mis. Als ze het al wil!.."
    "We moeten het tenminste proberen. Hopelijk leert ze het toch wel eens? Nu ze niet meer gebruikt, is dat al een hele vooruitgang."
    "Ik help het je hopen, maar ik ben er niet optimistisch over..... Nu ja, we zullen zien." Mathilde pakte de lege fles weer op en bekeek het etiket. "Ik moet nog ergens een volle hebben..." zei ze nadenkend.
    Ze ging zonder meer de kamer uit. Van Gesink keek haar na, en toen weer voor zich uit.
    Tja, over Rosita bleef zij onbegrijpelijk luchtig doen..... Maar voor hm was ze nog altijd gastvrij en zorgzaam... Hoe heeft het met ons zo fout kunnen lopen...
    Mogelijk lagen die strubbelingen aan mij en niet aan haar, (hoeveel maal heb ik me dat al niet afgevraagd). De periode in het begin van hun huwelijk was ook wel wat wild geweest... Hijzelf was nu wel grotendeels gekalmeerd... Hij stond op en ging bij het raam staan.
    Dat waren tijden geweest!.. al die rare kennissen van haar... die kunstwindenlater... gouwe bril, zwart baardje, kortom een echte intellectueel... Waar zijn ze allemaal gebleven...
    Van Gesink keek uit over het plein. Op het kruispunt raasden auto's met nonchalante snelheid voorbij; knetterende brommers met verloren geraakte uitlaten slalomden overal tussendoor, zonder dat ze ergens tegenaan vlogen of onder de stadsbus schoten. Kranten en plastic zakken vlogen door luchtstromen omhoog en kwamen weer tot stilstand via lantaarnpalen of tegen de broekspijpen van voorbijgangers. Verspringende verkeerslichten remden de stroom vervoer regelmatig af, maar daarna scheurde de hele meute weer als jankende honden de hoek om.
    Een koekoeksklok in de kamer sloeg n maal. Daarna leek het of die klok hem voor de gek had gehouden. Hij dacht: hoe komt zij daaraan? Die was er niet. Meteen werd zijn stemming vrolijk. Had hij ooit niet eens het plan gehad haar als grap een vloekende koekoeksklok voor sinterklaas te geven? Door hemzelf te construeren, omdat hij zich zo liep te vervelen en iets te doen wilde hebben. Maar hij had het niet voltooid, zoals zoveel...
    Mathilde kwam terug. "Ja, dit is een nare kamer," zei ze, zonder dat hij daar een toespeling op had gemaakt, "maar deze straat is beter; slechts n caf in plaats van twaalf op een rij zoals die vorige. Wat een herrie en bedreiging en dronkelappen altijd. En brandstichting en rotzooi overal. Sorry, ik kan hem niet vinden, die fles."
    "Doe geen moeite." Hij keek weer uit het venster. De muziek beneden had geen moment gezwegen, al was die nu van een ander soort, een machinale dreun, waarvan voornamelijk de enorm versterkte drum te horen was. "Zo'n zogenaamde componist zou ervoor moeten betalen," zei hij half over zijn schouder naar haar omkijkend, "in plaats van op z'n luie krent de "rechten" op te strijken, zoals die auteursbond dat altijd maar wil. Dit is geen muziek maar een vorm van terreur!"
    Mathilde luisterde niet; ze dacht na waar ze die fles had gezet, en liep weer naar de kamerhoek. Daar ging ze verder met kammen.
    Hij keerde zich wat naar haar om. En toen ze wegliep om andere borstels te pakken, ging hij achter haar aan. Er zat een gedachte in zijn hoofd die hij mest uiten.
    "Weet je wat ik wel eens heb overwogen? Rosita zit nu hoogstwaarschijnlijk in Uitdam maar ik heb eerlijk gedacht dat ze bij opa Haart was ondergedoken!"
    "Bij mijn ouders? Niet mogelijk. Hoe kom je daarbij? Dan zou ik het geweten hebben, dat in de eerste plaats. Wat een idee!"
    "Nu ja, ze konden een komplot gevormd hebben."
    "Met z'n allen tegen ons! Wat een onzin! Dat dit soort dingen bij je opkomt! Alleen omdat je niet gelooft dat Rosita nu eenmaal is zoals ze is! En dan is mijn vader de eerste die de schuld krijgt. Ben je niet veel te veel gefixeerd op de vermeende kwaadaardigheid van personen?"
    Hij schudde onwillig het hoofd. "Omdat je vader mij niet sympathiek is? Och daar heb ik mijn reden voor. Hij en je moeder zijn van binnenhalen zoveel mogelijk. Halen, hebben, houden, dat is hun lijfspreuk. Die denken nog steeds dat ik rijk ben, hen maar even een hoop geld kan geven, de verbouwing van hun huis bekostigen en weet ik wat nog meer... Daar is allang een eind aan gekomen, maar dat geloven ze niet... En mijn idee is zo gek nog niet! Rosita leek wonder boven wonder nogal op hen gesteld. In dat kleine huisje toen nog middenin het veld. Ze heeft er nog wel gelogeerd, toen ze klein was. Zij zou er toch weer naartoe kunnen gaan? En die oude mensen werkten dan natuurlijk met haar mee, alleen om ns dwars te zitten."
    "Echt nonsens hoor," zei Mathilde; ze leek niettemin door zijn opmerkingen iets in haar wiek geschoten. "Ga nou eerst maar eens in Uitdam kijken."
    "Nu ja we zullen zien. Om het even hoe: we zullen een hartig woordje haar spreken, al is ze geen klein kind meer."
    Het was een poosje stil. Van Gesink was weer gaan zitten. Mathilde bij de spiegel begon weer te kammen. "Hoe is het trouwens met je faillissement? Al iets vernomen?"
    "Hoe zal het gaan; er is nog niet veel te vertellen, ik hoor het nog van Mr. De Gouw." Hij kon niet nalaten te bedenken dat ook Mathilde belang had bij een gunstige financile afwikkeling van zijn zaken. Al was het ook weer niet waarschijnlijk dat ze het daarom vroeg. Inhaligheid of geldzucht waren haar vreemd daarin leek ze niets op haar ouders. We zullen het maar houden op normale interesse, dacht hij.
    En dan te bedenken dat zij vroeger zo smalend over de groothandel kon praten als ze me wilde treffen: Wie heeft er nou een handeltje in potten en pannen, dat is toch ook geen beroep! We hebben wat af geruzied de laatste jaren...
    Hij keek naar Mathilde, die niet meer borstelde, maar iets in een laadje gevonden had; een briefje dat ze begon te lezen.
    Nu, vervolgde hij zijn gedachten: een prima beroep was het wel degelijk! Uitsluitend roestvrijstalen voorwerpen mevrouw! Onverslijtbaar! Gaan een mensenleeftijd mee. Dat laatste was natuurlijk niet zo gunstig voor een blijvende omzet...
    Zijn hele firma was trouwens te beperkt gebleven. Hij was zakelijk te klein in zijn denken. Het bleef allemaal te laag bij de grond. Het was of hij niet durfde. Een soort vliegangst of hoogtevrees op commercieel terrein...
    Mathilde stond op. "Jongen," zei ze, "'t is heel gezellig dat je er bent, maar ik moet vroeg weg. Zakelijke besprekingen. En ik moet me nog verkleden ook. Sorry, ik ben dadelijk weer terug. Jij vermaakt je nog wel even?"
    Ze liep weg en hij bleef alleen in de kamer. Hij keek naar zijn handen. Straks zou hij Mathildes auto te leen vragen voor vanavond, maar hij wilde zijn verblijf hier ook nog wel een poosje rekken. Hij siste af en toe het melodietje tussen zijn tanden, dat door de vloer heen klonk, en dat als populair deuntje al dagenlang op de radio te horen was.
    Vreemd stonden, nu hij erop lette, de hem zo vertrouwde meubels in de kamer. Het viel hem voor het eerst op, de salontafel, eettafel, stoelen en kasten. Die waren ook voor de helft van hem geweest... Alleen planten waren er toen nog niet in zo groten getale. Het hoogpolig kleed voor de bank was lila, vroeger zeegroen. Die rare lamp... waar was de oude gebleven? Ook hingen er nog steeds die vijf crucifixen. Daar plaagde hij haar mee, als een soort compensatie voor haar sneren. Eens viel er een van de muur, toen hij weer hartgrondig vloekte... Daar hadden ze toen wel om moeten lachen.
    De deur ging open en een cyperse kat betrad de kamer. De kat ging zitten in het midden van de kamer. Van Gesink stak zijn hand uit, maar ze reageerde niet. Sinds wanneer is hier een kat, dacht hij. Hij bleef kijken naar de kat, die rechtop zat, zich plots de buik likte en weer stil zat.
    Van Gesink keek in zijn glas, bukte zich en zette het in een hoek van vijfenveertig graden in het tapijt, zodat het schuin bleef staan. Dat deed hij vroeger ook. Dat had Tilly soms zeer gerriteerd. "Schei uit, straks valt het om en komen er vlekken in het kleed!" Maar wat had haar niet gerriteerd op het laatst...
    Wat hebben wij een ruzie gemaakt... En het leidt allemaal tot niets. Als je tenminste een scheiding niets wil noemen... Hoeveel keer toen stelde ik vast dat ik eigenlijk geen man was voor een huwelijk... Een losse relatie, daar viel over te praten, maar dat andere... Maar al was hun scheiding er een geweest met wederzijds goedvinden, toch kunnen zulke standpunten verkeerd blijken, moet men later erkennen, want nu wij elkaar minder zien, gaat het ineens veel beter. Jaja... tien over vijf... Ik heb niets gegeten sinds vanmorgen negen uur.
    De kat rekte zich, trippelde naar de mahoniehouten kast, trok de deur open en verdween in de kast, op de manier of ze dit vaker deed.
    En zo werd het zoetjesaan tijd voor het belangrijkste doel van zijn komst: de auto van Mathilde te leen vragen.
    Hij stond op en liep naar de deur waardoor hij in een zijkamer kwam. Daar stond Mathilde in een vertrek, waarin alleen een rafelig beige tapijt op de grond lag. Ze inspecteerde een stapel grote, op zwaar karton geplakte foto's en had zich nog niet verkleed.
    "Je wilde me alleen even niet zien," zei hij met een lachje.
    "Nee eerlijk, ik ben hier zo klaar. Eerst even dit. Die foto's komen ze morgen halen voor een expositie. Ik schiet vanmiddag werkelijk geen bal op."
    "Wil je dan nog steeds in het Stadsmuseum exposeren?"
    "Ja maar deze keer gaat dat nog niet gebeuren. Deze zijn daar niet voor. Die lui van het Stadsmuseum konden ze maar beter opknopen aan de hoogste boom. Binnen niet te lange tijd."
    "Ik hoop het," zei Van Gesink, "want Arnoud zei dat hij de volgende keer dat hele museum in brand zou steken." Hij dacht: wat kan ik nog meer voor onzin verkopen om in gesprek te blijven.
    "Die is gek!" Mathilde keek op haar horloge. "Maar nu moet ik toch werkelijk aanstalten maken. Help onthouden dat ik straks nog even bel, beneden in het caf."
    Ze tilde een grote collectie foto's op en legde die bij andere op de vloer. "Laat mij dit doen," zei hij , "direct ga je weer door je rug."
    Hij pakte een stapel van nog grotere afmetingen beet, maar de foto's gleden van elkaar toen hij die van de grond haalde. En juist die hoorden er niet bij, zei Mathilde. Hij knielde om ze weer op elkaar te leggen. Nu naar de wagen vragen? dacht hij met alle inspanning de stapel weer tegen de wand schuivend. Zo terloops? Of nog even wachten?
(Wordt vervolgd).




Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en Ren Claessens