zaterdag 21 juli 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Henk Gruys - Koninginnedag - Afl. 3 van 7
Gepubliceerd op: 17-07-2011 Aantal woorden: 2267
Laatste wijziging: 04-02-2018 Aantal views: 1578
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Koninginnedag - Afl. 3 van 7

Henk Gruys


Deze had zich echter geheel van hem afgekeerd en zei: "Dat was die avond allemaal overdreven! Ik heb daar trouwens veel spijt van. Neem mij toch niet altijd zo serieus! Dat lost immers niets op! Vergeet het! Denk er niet meer aan. Echt, de dingen die je van mij nog niet bevat, zal ik je later allemaal wel uitleggen."
Er viel een stilte, waarin Arian zocht naar vragen of opmerkingen waarmee hij Lina tot een duidelijker houding zou kunnen verlokken. Niet de ene avond vaag en ontwijkend, en de volgende keer weer toegeeflijk en lief... Maar er kwamen niets dan halve frasen in hem op.
En onwillekeurig dwaalden zijn gedachten terug naar een situatie vier dagen geleden... Zij beiden op haar kamer... 't Was al bijna donker. Een vitragegordijn dat uiterst loom naar binnen waaide op een plotselinge tocht. Op een huis aan de overkant een neonreclame die om de seconde aanging en weer doofde. Zij op het bed lakte haar nagels... Hoe ongenaakbaar was zij toen eigenlijk al... Hij had het daar evenwel nog niet zo ontmoedigend gevonden: de schemer, de kamer, de geuren... je had er daar minder mee te maken dan anders leek het. En alles zou wel in het reine komen...
Maar thans moest hij erkennen dat die hoop hier grotendeels aan het vervliegen was, en wel op tamelijk ontluisterende wijze..... Alles wat zij mij heeft beloofd kan zij toch niet doodleuk negeren, dacht hij. En meteen wist hij wat hij haar eigenlijk had moeten antwoorden nadat hij hier was binnengekomen. Hij had onmiddellijk moeten zeggen: Waarom ben je altijd zo veranderlijk... Soms zo lieftallig en dan weer zo afwijzend...
Maar hij sprak het niet uit; zo onaangedaan als Lina ook nu weer was, ontmoedigde iedere poging daartoe.
Hij liep achter de toonbank om (wat hem geen vreemd gevoel gaf omdat hij nu eenmaal geen klant was) en ging achter haar staan.
"Ik ben naar je toe gekomen," zei hij, "omdat ik je eindelijk iets had willen vragen. Iets nogal cru misschien in jouw ogen, of toch niet, en het doet er ook niet toe. Maar ik krijg er de kans niet voor, ik krijg nergens de kans voor. En dat maakt me zo moedeloos. Want juist de laatste dagen wens je geen antwoord te geven op mijn vragen of naar mij te luisteren, al zette ik je de ene mogelijkheid na de andere uiteen."
Lina had zich echter boos van hem afgekeerd. Bruusk begon zij op een paneel schakelaars om te draaien, waardoor er willekeurig lichten uit- en aan gingen, vr hem, boven zijn hoofd en opzij, als was het om hem daarmee voor zijn vrijmoedige woorden te bestraffen. Of zij alleen door z te doen hem tot weggaan zou kunnen bewegen. Maar de nadelige positie waarin hij haar had gebracht, kon ze er toch niet geheel mee verbergen.
Arian negeerde dit, en trad een pas terug; want ach, het was maar een geringe triomf. "Luister," zei hij, "ik ga n weg, hoewel dat tegen de oorspronkelijke plannen is, maar over een klein uurtje ben ik terug, en dan zl ik je overtuigen. Waarschijnlijk gaan we direct de stad in. En of je vrij bent of niet... ik zal me er niets meer van aantrekken."
Lina scheen hem echter te hebben afgezworen als een overtollig meubelstuk. Zij had tijdig vensters gezeemd om haar uitzicht op de toekomst veilig te stellen en leek zijn pogingen tot toenadering voorlopig wel voor genoeg te houden.
Hij zag door het raam dat de brug nog steeds openstond en dat een reusachtig aluminium vliegtuiginsekt op een platte schuit langzaam de rivier op dreef. Halverwege dreunde het gevaarte met de staart nog tegen de brugleuning, maar daar was binnen niets van te horen.
Hij toonde zich wat gergerd en zei: "Och, ik moest eigenlijk maar helemaal niet meer komen! Ja, ik begin te geloven dat dat maar het beste zou zijn..."
Lina zuchtte en staarde ongemakkelijk naar de grond... "Nou ja," zei ze... "ik vind het vervelend zoals je maar drgaat. Ik zei toch dat je je niet te veel zorgen moest maken? Wees niet ongerust... het komt heus wel in orde. Het heeft alleen wat tijd nodig..." Op een tafel in een hoek begon zij allerlei kleurige kartons met eetwaar op te stapelen.
Toegeeflijkheid (of tactiek?).. het veranderde Arians houding nauwelijks. Moet ik z met haar omgaan, dacht hij... Onbewogen, alert en zonder compromissen?.. is dat dan de oplossing?
Nog langer blijven had op dit moment geen zin. "Ik ga, maar kom weer," zei hij. Hij maakte nog een zwierige buiging, salueerde militair en beende zonder verder om te kijken weg door de zijdeur die rechtreeks toegang gaf tot het caf ernaast.
Direct na zijn vertrek draaide Lina zich traag om in de richting van de deur, en veegde peinzend en laatdunkend haar hand aan de bovenste helft van haar dienstersschortje af.


Een afscheid voor eeuwig

Er was hierna een schemerige periode in zijn gedachten. Ook als hij er later aan terugdacht, bleef er een stuk onbelichte geluidsfilm in zijn herinnering afgaan, dwaalde hij voor een moment rond in duisternis en leegte.
Hij hervond zich even later, zittend aan de bar in flarden zonlicht, converserend met de barman op een samenzweerderstoon.
Deze barman was pas dertig, maar begon al onbehoorlijk kaal te worden. Het moet echter gezegd: hij was gekleed in een voortreffelijk gesneden rokkostuum, waarmee hij Arian weliswaar iets imponeerde, maar hem nochtans niet zeer voor zich wist in te nemen. Niettemin kwam hij Arian vaag bekend voor, alsof hij hem ergens had ontmoet, al zou hij (Arian) niet weten waar dat kon zijn geweest.
Het late warme zonlicht, dat door stoffige glijbanen gestut het hoge caf binnenviel, scheen de barman vol in het gelaat als hij oreerde over zijn ambitie. Maar iedere keer als Arian als matig genteresseerde toehoorder er iets tegenin wilde brengen, bleek hij ongemerkt te zijn verdwenen achter de palmen van zijn bar. Weggesneld wellicht omdat achterin de zaal een bestelling was gedaan, dan wel omdat hij volstrekt niet wenste te discussiren over de zaken waarvoor hij aandacht had.
Op zo'n moment was Arian tijdelijk alleen met zijn gedachten. En naarmate hij zijn derde glaasje verder uitdronk, steeg de temperatuur in het caf, leken de bruine wanden van de bar steeds dichter om hem heen te staan. Hij bedacht hoezeer hij hier nog steeds binnen Lina's invloedssfeer was, en hoe gemakkelijk zij, als ze hem hier zag zitten, verkeerde conclusies zou kunnen trekken. Dat hij zijn nederlaag zat te verslempen bijvoorbeeld. In plaats van met dit cafbezoek haar (en ook zichzelf) zijn onafhankelijkheid en schijnbare onverschilligheid te demonstreren.
Hij had dan ook al herhaaldelijk willen opstappen, maar dan dook op het juiste moment de barman weer op. Die legde zijn handen breeduit op het hout van de tap, en zo was het net of hij een lange litanie over de toestand-internationaal had willen afsteken, maar midden in zijn betoog was onderbroken door een habituele dorstlijder.
Nadrukkelijk verordonneerde hij intussen dat Arian niet eerder had weg te gaan dan nadat hij, Luuk, was uitgesproken. Bijvoorbeeld over de cultuur van dit mooie land, die vrijwel stervende was, of over de macht van de staat, die gedurig toenam en waartegen veel meer met harde hand opgetreden diende te worden. En met onconventionele methoden, zoals hij geheimzinnig aanvulde.
Als door de zijdeur nieuwe klanten binnenkwamen, vervolgde hij zijn monoloog op meer gedempte toon. Maar hij werd niet moe zijn dringende verzoek, of bijna bevel, aan: "krantenman" Arian (zoals hij dat noemde) te benadrukken straks op de afgesproken tijd op de juiste plaats te verschijnen. En dnk erom: hij had overal zijn inlichtingen en helpers en Arian zou er hl verstandig aan doen zijn goede raad niet in de wind te slaan!
Arian dronk tenslotte, zoals hij dacht dat een wereldwijze reporter betaamde, met een onverschillig gezicht zijn laatste glas leeg, smeet een prop papiergeld op de tap en stond eindelijk op.
En vraag had hij nog. De enige die hij nog kon stellen om zijn nieuwe imago van verslaggever enigszins gestand te doen. Een nogal onbeduidende vraag misschien, n die maar uit drie woorden bestond en niet erg op een vraag geleek, te maken had met de plaats waar hij over een uur blijkbaar werd verwacht. Hij twijfelde zelfs of hij hem wel zu stellen. En toen hij het dan toch deed, klonk zijn stem aarzelend, veel minder reporterachtig dan hij bedoeld had, en durfde hij haast niet op te kijken van de tap.
Barman Luuk gaf er dan ook niet direct reactie op. Misprijzend wendde hij zijn gezicht af. En pas na een pauze fluisterde hij het antwoord bij zijn oor:
"Omdat de dader daar ligt."
Hierna begon hij echter weer z te knipogen en te glimlachen dat het leek of alles wat hij had beweerd min of meer als grapje moest worden op gevat. Hij tikte Arian nog even op de wang ter opbeuring en wg was hij weer, verdwenen tussen zijn palmen. En thans definitief naar het scheen. Arian durfde zich bijna niet te verroeren. Maar hoe lang hij ook bleef wachten, de barman vertoonde zich niet meer.

Toen Arian weer in de Hoofdstraat liep, was het daar aanmerkelijk drukker geworden. Vrolijke dansmuziek stroomde uit luidsprekers die overal in de lantaarnpalen hingen en vlaggen veel groter dan beddelakens hingen in honderden dwars over de weg.
Maar Arian wilde er niet blijven; het was hem te rumoerig en te vol, en hijzelf voelde zich veel te onrustig. Hij begon daarom meteen de rijbaan over te steken, klom over een dranghek, waadde door het zand van een opgebroken trottoir en sloeg de eerste de beste zijstraat in. De volgende tijd passeerde hij, onder het negeren van afzettingen en verbodsborden, twee voorstraten, een stuk of drie kruispunten, een rijtje winkels, huizen zonder tuinen, huizen met tuin, en een paar plantsoentjes en belandde aldus in steeds rustiger buurten.
Toch was het wel degelijk de richting van het kerkhof Westwaarts die hij insloeg de tamelijk onfeestelijke plaats die de barman hem zo nadrukkelijk had "aanbevolen" naartoe te gaan. Hoewel het gesprek wel enige indruk op hem gemaakt had, was het, nu hij buiten was en hij zijn zelfstandigheid had herwonnen, niet de reden waarom hij deze route verkoos. Het was in verband met zijn nieuwe werk, in zoverre dat misschien iets van een aanwijzing hem verder zou kunnen helpen met zijn verslag, er iets aan toevoegen, of hem tenminste maar de aanzet verschaffen voor zijn artikel waaraan hij immers nog niets had geschreven, maar waarmee hij nu eindelijk wilde beginnen, zonder zich nog door bijkomende zaken te laten afleiden.
Hij liep voort, het meest in de schaduw, maar ook in grote continenten van zonlicht. Het was alsof de stad in reusachtige plekken licht en schaduw was verdeeld, waarvan hij, in de straten lopend, de omvang niet kon overzien. Er hingen steeds minder vlaggen. Een enkele van buitensporig lang formaat droop nog langs een verticale stok omlaag. Ook waren er hele configuraties van gele bloemen langs de kant van de straat, wat overrompelde, met in plaats van een bloemenhartje het jaartal van het koninklijk jubileum erin. Weer later bespeurde hij ze nergens meer.
De eerste dagen na zijn terugkomst in zijn geboortestad had Arian na een ongelukkig financieel avontuur elders nauwelijks iets anders gedaan dan rondzwerven in de stad. Wat bleef er anders over... veel was er immers niet meer van zijn toekomst te verwachten!
Ook in zijn ouderlijk huis kon hij zijn vervulling niet meer vinden. Een heden van zoete herinneringen leek hem voor altijd ontzegd. "Dat is erg moeder," klaagde hij, "nu ik teruggekeerd ben, heb ik geen werk, geen rust meer en ook geen vrinden."
Toch had zijn vader na amper vier dagen als door een wonder een baantje als aankomend-leerling-proef-hulp-stadswijkreporter voor hem gevonden bij een plaatselijke roddelkrant. Zijn vader was laat in de avond enthousiast thuisgekomen: het was hem weer eens gelukt!
Dus de volgende ochtend moest Arian maar eens zien wat er van terechtkwam.
Zijn nieuwe chef, zo te oordelen een verstrooid man, had hem ontvangen achter een overvol, naar het scheen nooit opgeruimd bureau, had hem binnen vijf minuten de eerste opdracht verstrekt, en was, na hem ten afscheid een hand te hebben gegeven, weer verdwenen in een aangrenzend lokaal van de zetterij, waar alles tot bovenaan expres zwart en vuil gemaakt scheen, Arian verbluft achterlatend.
Enige uitleg was er aan de opdracht niet te pas gekomen, zodat het volstrekt onduidelijk bleef of er een nauwkeurig verslag dan wel een waterig aftreksel van hem werd verlangd.
Niettemin had hij de hele verdere dag thuis plannen gemaakt, schema's opgesteld en handige oplossingen voor zijn reportage verzonnen.
Maar tot een conclusie voor zijn nieuwe, moeilijke werk was hij niet gekomen. Hij hoopte echter dat hij bij de feesten, als het ware middenin het onderwerp van zijn verslaggeving, die impasse definitief kon doorbreken.
(Wordt vervolgd met nog vier afleveringen).



Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en Ren Claessens