vrijdag 21 september 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De Toverfluit van Mozart in een regie van René Jacobs
Gepubliceerd op: 26-04-2011 Aantal woorden: 1624
Laatste wijziging: 26-04-2011 Aantal views: 1635
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De Toverfluit van Mozart in een regie van René Jacobs

Manon


In de vroege ochtend van 5 december 1791 overlijdt Wolfgang Amadeus Mozart. Met hem wordt niet alleen afstand genomen van een geniale componist. Zonder dat men het beseft worden ook de uitvoeringen van enkele van zijn schitterende muziekwerken ten grave gedragen. Tegen het begin van de 21ste eeuw blijft er niet veel meer over van de opera’s van Mozart.


De ondergang van de opera's


Het onheil geschiedt niet meteen. Nog lange tijd na Mozarts dood wordt zijn muziek uitgevoerd zoals het gebruikelijk was in zijn tijd. Maar geleidelijk stijgt de achting voor zijn werk zodanig dat in zijn opera’s enkel de muziek nog als belangrijk wordt beschouwd, en geen aandacht meer wordt besteed aan de tekst, zoals in de Toverfluit. Ook het theatrale, cabaretachtige aspect van de opera’s verdwijnt en maakt plaats voor zangers die stijf op het podium hun nummertje staan te performen. Vaak worden de louter gesproken delen weggelaten. Het spannende verhaalelement verdwijnt. Opera’s worden geleidelijk aan herleid tot een opeenvolging van spectaculair gebrachte muziekstukjes.
Niet alleen de uitvoering van muziek plus verhaal wordt oneer aangedaan, ook de muziek zelf. Vaak heeft Mozart slechts richtlijnen gegeven in de partituur, zonder de muziek helemaal uit te schrijven. De vrijheid voor de improvisaties, en ook de verrassing voor het publiek, lag bij de regie of bij de muzikanten zelf. Maar hoe meer de Mozart-verering steeg, hoe meer de schrik toesloeg om iets verkeerd te doen. Enkele mooie improvisaties bedacht door goede regisseurs zijn de norm geworden en werden overgenomen door alle anderen. Niemand durfde nog een risico te nemen, één noot te veranderen.
Zo werden de opera’s van Mozart opgesloten in een harnas, en schoten ze uiteindelijk helemaal het doel voorbij dat Mozart beoogde: met een interessant verhaal (dat een diepere inhoud heeft voor wie het wil) het publiek trakteren op een prettig avondje cabaret met schitterende muziek.


René Jacobs

Gelukkig begonnen eind twintigste eeuw al sommige rebelse muzikanten hun stemmen hiertegen te verheffen. Eén van hen heeft de opera’s van Mozart uit het graf doen herrijzen: René Jacobs, afkomstig uit Gent, een orkestleider die tegelijk volkomen vrijheid en totale perfectie nastreeft. Onlangs leverde hij ons de Toverfluit van Mozart, drie cd’s waarbij een zeer lijvig boekje hoort met de volledige tekst van de opera en ontzettend veel achtergrondinformatie, dat alles in drie talen, Duits, Frans, Engels.


De werkwijze van René Jacobs

Op het toneel komen de muzikanten op in gekke kleding tegen grappige decors en ze acteren ook terwijl ze zingen. Ludiek, hilarisch, barok, spannend, met veel ruimte voor improvisaties en grote aandacht voor de thematiek bezorgt Jacobs de mensen in de zaal een prachtig schouwspel.
Maar in deze moderne tijden moet de uitvoering even aantrekkelijk zijn in de zaal als voor wie er thuis naar luistert op cd. Er moet vermeden worden dat de luisteraar de zapper gebruikt en van de ene bekende aria naar de andere overgaat. De luisteraar moet zich betrokken voelen bij het verhaal. Humor en suspens moeten de hele tijd tastbaar aanwezig zijn. Dit werd onder meer bereikt door:

- De dialogen en muziekstukken lopen natuurlijk en vlot in elkaar over. Van deze opera werd opnieuw één geheel gemaakt. De overgangen tussen de verschillende stukjes verlopen vloeiend, zodat je een samenhangend verhaal hoort.

- In zijn partituur heeft Mozart nooit arrogant naar voren willen komen met zijn muziek. De muziek van Mozart valt weer op zijn juiste plaats, net als de tekst van Schikaneder. De gesproken passages zijn heel begrijpelijk. Ze worden op zo’n aantrekkelijke manier gebracht dat de luisteraar het vervolg wil horen.

- Improvisaties in de muziek zijn essentieel. Mozart heeft niet elke noot uitgeschreven. De ‘gevestigde’ manieren om daarmee om te gaan benamen de frisheid, het levendige, de verrassing van het nieuwe. Hier wordt er veel gevarieerd op ongebruikelijke wijze.

- Deze uitvoering is veel volkser dan wat hij geworden was in de statige operahuizen. Er wordt zelfs een beetje dialect gebruikt in de rol van Papageno, en Papageno zit lekker vulgair te smakken en slurpen wanneer hij eet.

- De luisteraar maakt de initiatie van Tamino, Pamina en Papageno samen met hen mee en voelt zich onder meer betrokken door de invloed van de klanken. Naarmate het verhaal vordert verschijnen meer en meer angstaanjagende en dissonante akkoorden. Er wordt ook gebruik gemaakt van allerhande geluiden: de donder, het geluid van een lichte aardbeving, eenzame waterdruppels, deuren die griezelig open- en dichtknerpen zodat je je ondergrondse, vochtige kamers en cryptes kan inbeelden, de zweep van Monostatos, de roep van de uil… het lijkt of je naar een thriller zit te luisteren.

- Ook prettige of neutrale geluiden, zoals vogelgezang, het geluid van een briesje, van een waterbron, van een wijnglas dat oprijst uit de diepten van de aarde maken deel uit van het plezier. De panfluit van Papageno (vruchtbaarheidssymbool) heeft duidelijk sexuele connotaties.

- Door al die gezamenlijke pracht is er geen nood aan bijzondere muzikale gebeurtenissen, extreme hoogtes of laagtes. In dergelijke uitvoering lukt het ook niet meer om de drie cd’s in te korten met de spectaculairste, bekendste aria’s want alles is even mooi en spectaculair, ook de gesproken teksten.


Al die aspecten worden in het bijgeleverde boekje zeer uitgebreid toegelicht. Het is aan te raden om het boekje te lezen vooraleer men de opera beluistert. Het zorgt ervoor dat men er meer van kan genieten.
Ook is het aangeraden om eens het hele verhaal van de Toverfluit te volgen terwijl de cd’s spelen. Zodat je precies weet wie wat doet in deze thriller, op welk moment, en waarom. Zo verhoogt bijvoorbeeld het luisterplezier als je weet dat Papageno alleen achter zijn wijfie aangaat als ermee gedreigd wordt dat hij anders op brood en water zal moeten leven. Of het is prettig om te weten welke intriges de Koningin van de Nacht beraamt.
Tenslotte kan men via het bijgevoegde boekje de verschillende 'diepere lagen’ van het verhaal bestuderen. Voor wie daar zin in heeft, want Mozart vond dat het mocht, maar het hoefde niet.


Achtergronden van de Toverfluit

De structuur van de Toverfluit komt erg overeen met de concepten van de mysteriën die in die tijd bestonden in de loge waar Mozart bij hoorde. Die hield zich bezig met de studie van oude Egyptische mysteriën.
Er waren de kleine geloven, geloof in goden, het geloof voor het volk, zodat mensen de goden zouden vrezen en braaf gehoorzaam blijven. Maar er waren ook de grote mysteriën, waar de vrijmetselaarsloge zich mee bezighield, het ‘wetenschappelijke’ zoeken naar wijsheid. Dit onderzoek was weggelegd voor de uitverkorenen. Zij mochten/mogen aan het volk niet vertellen wat ze weten anders komt het systeem van straf en beloning dat de maatschappij staande houdt, in het gedrang. De zoektocht naar wijsheid gebeurt dus in het grootste geheim.
Maar wie dit alles te ingewikkeld vindt trekt zich er niks van aan. Niet van straf en beloning door goden, en evenmin van de kennis en wijsheid die de uitverkorenen zoeken. Kennis brengt wijsheid, maar of men daardoor waarlijk gelukkig wordt, is maar de vraag. Is het nodig om al die rituelen te doorstaan? Misschien is het ultieme levensgeluk wel net zo goed, en zeer rechtstreeks, te vinden bij Papageno. Hij is een natuurmens, hij is gelukkig, hij ziet het nut er niet van in om proeven te doorstaan. Geluk is er toch voor iedereen? Hij leeft gewoon graag. Nog gelukkiger is hij als hij een vrouwtje heeft (vruchtbaarheid, leven), en daarvoor is hij wel bereid een en ander te doen. Maar zijn leven in de waagschaal stellen, dat is toch veel gevraagd.
Papageno is de clown die zelfs de wijsheden van Tamino en Pamina in vraag kan stellen met zijn kwinkslagen en zijn glimlach. Hij is de clown die meer weet. Hij is de vreugde, het leven zelf waar elke mens rechtstreeks naartoe kan.


Beoordeling

Deze opnames zijn een evenement en een monument. Je weet niet wat je dermate ontroert als je luistert. Het valt dan ook niet toe te schrijven aan één of ander detail, het komt door het geheel.
Het gevaar van deze uitvoering houdt ironisch genoeg hetzelfde gevaar in zich als toen Mozart overleden is: zullen er nog regisseurs zijn die het aandurven om de Toverfluit op hun repertoire te plaatsen nu de grootmeester René Jacobs dit gerealiseerd heeft? Ze zullen altijd vergeleken worden met deze pracht. Ik hoop dat ze toch nieuwe versies maken, met nieuwe improvisaties. Hoe meer uitvoeringen, hoe beter!


Nog even dit:

Schikaneder was een librettist van de tijd van Mozart, theaterdirecteur, hij heeft de rol van Papageno gezongen en de regie van de toverfluit gedaan. Hij was ook vrijmetselaar.

En tenslotte… 'René Jacobs, jamais!' Wie grootgebracht werd met de uitvoeringen geregisseerd door bijvoorbeeld Karl Bohm moet voor hij deze opera beluistert hetzelfde doen als wat Jacobs gedaan heeft voor hij aan de regie begon: alles vergeten wat men eerder gehoord heeft. Anders luistert men alleen naar de verschillen met de muziekjes die in het hoofd zitten ingeprent maar men krijgt de regie van Jacobs zelf niet te horen. Bij sommigen werkt de schoonheid van de uitvoering van Jacobs zo onmiddellijk, dat het geen probleem is, maar anderen luisteren naar wat ze niet meer aantreffen van de gevestigde muziek waar ze van houden, en zo eindigen ze soms (uitzonderlijk) zelfs teleurgesteld door de regie van Jacobs!


Bronvermelding
- De cd's en het bijgeleverde boekje van de Toverfluit in een regie van Jacobs, uitgegeven door Hamonia Mundi, 2010
- Interview met René Jacobs op Arte: http://www.arte.tv/de/Kuenstler-A-K/411200,CmC=860854.html
- Bespreking in the Guardian: http://www.guardian.co.uk/music/2010/sep/09/rene-jacobs-mozart-opera


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens