donderdag 23 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Henk Gruys - De Onthulling - Afl. 2 (slot)
Gepubliceerd op: 03-11-2010 Aantal woorden: 2918
Laatste wijziging: 06-12-2015 Aantal views: 1983
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De Onthulling - Afl. 2 (slot)

Henk Gruys


Het licht buiten flikkerde opeens zo roodachtig in de vitrages dat het was of deze in brand waren gevlogen. Van de cokesfabriek steeg een reusachtige stoomwolk op die de zon flakkerend afschermde. Het kraakte in de telefoon, wat het gesprek enige minuten onmogelijk maakte. Nadat het weer stiller was geworden, hoorde zij:
"... ik eens wilde weten hoe het met je gaat... want och, nu je ouders gestorven zijn, zo vlak na elkaar, nadat je ze z had verzorgd..." Maggie sprak op luchtig-babbelende en toch meewarige toon. "Dat moet een schok zijn geweest. Hoe lang is het geleden?"
"Alweer bijna een half jaar. Maar het gaat wel... Natuurlijk blijven de herinneringen van alles... Maar ik klaag niet..."
Op dit ogenblik naderde er buiten een goederentrein. Een diesellocomotief met een sleep platte wagens brulde aan. Alit zag hem door het smalle balkon schuin onder zich. Het dreunde in de kamer zo hol dat de stem van Maggie opnieuw voor langere tijd onverstaanbaar werd. En juist nu scheen ze heel wat te zeggen te hebben. "Wacht even," riep Alit, "tot de trein voorbij is!" Maar hr stem was waarschijnlijk evenmin te horen. Zij keek door het gordijn, gehurkt, knien bij elkaar, zodat niemand haar onder de rok kon kijken. Zij zag dat een paar spelende kinderen op het zanderige veld hun activiteiten hadden gestaakt; twee meisjes hadden een klein jongetje bij de hand genomen en keken naar de voorbijrollende wagens.
Toen het dreunen eindelijk verminderde, hoorde ze Maggies stem weer:
"... en jij luisterde toch altijd naar goede raad van mij, als je beste vriendin?"
Dt zij haar beste vriendin was geweest, moest Alit beamen, want zij had nooit andere vriendinnen gehad... Toch had zij genoeg bedenkingen gehad over deze vriendschap. Maggie, die zo bazig kon zijn... ja egostisch. En dat was geleidelijk erger geworden... Alit voelde zich soms ongemakkelijk door Maggies dominantie die zomaar vanzelf kon overgaan in een ronduit hatelijke houding. Maar ach, had zij dan vaak gedacht: zij is mijn enige vriendin; ze bedoelt het misschien niet
zo.
"Ik heb ik gehoord," vervolgde Maggie op een keuveltoon, "dat je sinds kort een vriend hebt."
"Ja, dat is zo..." zei Alit aarzelend, en ook in verwarring, want zij dacht: hoe weet zij dit? Ooit had zij Maggie aan Louis voorgesteld, in het begin, toen er nog geen sprake was van een relatie. En later had zich eenvoudig geen gelegenheid meer voorgedaan... Van wie kon zij dit dan hebben vernomen?..
Nieuw geknetter in de schelp maakte de conversatie onmogelijk. Toen het was opgehouden, hoorde zij Maggie spottend zeggen: "En wij nog wel denken dat je nooit iets van mannen wilde weten! En dan nu blijkt Alit geraffineerder te zijn dan we dachten! Zoals men zegt: stille waters diepe gronden, nietwaar?"
Even zweeg ze, toen vervolgde zij:
"We zullen je dus een beetje in de gaten moeten houden!"
Dit laatste was vast maar een grapje, dacht Alit. Maar eigenlijk hoopte zij dat Maggie niet zo bleef doorgaan... ook viel haar op: waarom zegt ze "we" als ze "ik" bedoelt; wie zijn dat, die wij?
"Nu ja," antwoordde Maggie in het vage. "Ik wou zeggen, mocht dat l te gek worden, dan kunnen jij en ik dat toch gezellig oplossen? Net als vroeger bij een kopje thee en een taartje?"
"Ik begrijp je niet", zei Alit, "wr moet ik over praten?"
"Ach Alit, je bent immers mijn beste vriendin!.. Het is voor je eigen bestwil, hoor!
"Maar wt oplossen dan..."
"Nu ja, als je het niet begrijpen wilt!.. Ik heb het dus over Louis! Zo ongeveer de aardigste man van de hele stad! Wie had dat ooit kunnen bedenken? Jij en Louis! Het koppel van de eeuw, haha! Maar wel een tikkeltje bedenkelijk, zoals iedereen vindt die ik ken."
"Hoezo..?" vroeg Alit verwonderd.
"Met die veel jongere man! Jij bent al vijfendertig! Ik ben niet de enige die dat opvalt! Ik verzeker je dat al die roddelpraatjes en achterafjes je heus geen goed doen, Alit! Nu zou ik natuurlijk kunnen zeggen: Als jij je dan per se tot onderwerp van zulk gesmoes wlt maken....."
Alit voelde zich onverdraagzaam bejegend. Inderdaad was Louis aanzienlijk jonger dan zij, elf jaar, maar dat was toch niet z ongewoon?..
"Alit," hernam Maggie, "ik heb je een tijdje in de gaten gehouden. En ik moet helaas zeggen dat ik me nogal gegeneerd heb af en toe!"
"...Heb jij mij... gevolgd?" vroeg Alit. "Daar wist ik niets van. Hoe kon dat dan?"
"Dat was makkelijk genoeg. Je moet niet denken dat ik gek ben."
Alit vroeg zich op dit moment af of zij al niet te veel van haar ongenoegen blijk had gegeven. Dat, zo wist ze, maakte haar tegenover Maggie op een of andere manier kwetsbaar; ze kon zich daar nooit goed tegen te weer stellen. Beter was het geweest als ze op Maggie praatjes gewoon niet was ingegaan... Maar nu het gesprek zo vreemd onplezierig dreigde te worden, riep het eenvoudig tot weerspraak p. Maar hoe afstand te nemen van Maggies bemoeienissen zonder al te onvriendelijk te worden, wist zij niet. Te zachtzinnig of te weinig perfide. Haar verdediging klonk dan ook eerder als een zwakte dan als verweer, toen zij tegenwierp:
"Maar ik heb er juist met niemand over gesproken..."
"Ik raad je aan goed over jullie tween na te denken!" riep Maggie. "Of moet ik soms naar je toe komen? Jazeker, dat doe ik! Ondanks mijn ziekte!" Maar haar stem klonk juist ongewoon krachtig en vastberaden.
Alit zei willoos: "Ik heb Louis twee maanden geleden ontmoet, voor het eerst. Dat weet je toch? Wij zijn je nog tegengekomen. We hebben een tijdje daarna een relatie gekregen. Waarom begin je daar eigenlijk over?"
"Nu, ik wil je alleen maar waarschuwen voor zulke relatie..."
"Maar waarschuwen waarvoor dan?... Is er soms iets met Louis? Er is toch niets met hem?"
"Waarschuwen is ook eigenlijk het woord niet... Nee, er is niks met Louis." Het was even stil.
Alit scheen zich enigszins te hebben hervonden en zei: "Maggie, ik weet dat je altijd alles goed bedoelt, maar ik vind het toch heel vervelend als je op deze manier over ons praat."
"Alit! Gedrag je even volwassen, bedenk dat ook Louis het ietwat ridicule van jullie relatie..."
"Ridicuul? Wat zijn dat voor woorden? Op deze wijze wil ik er helemaal niet meer over spreken! Als je eventueel hier wilt komen voor het geeft niet wat, ben je natuurlijk van harte welkom, dat weet je, maar niet nu, niet vanmiddag! Geef me je telefoonnummer, dan bel ik je terug en spreken we af!"
"Nee, Alit luister!" riep Maggie. "Het is belangrijk. Het gaat je echt aan!"
"Maar je hebt niet het recht om je op die manier met ons te bemoeien!" riep Alit. "Ik wil het er best eens met je over hebben, maar niet nu; ik heb het vreselijk druk! Ik heb echt geen tijd om op dit moment..."
"Nu ja goed, als je dan zo kinderachtig .."
Alit voelde zich ineens heel erg boos worden, ze smeet de hoorn op het toestel, ging staan en staarde een poosje de kamer in zonder veel te zien. Een raar gesprek... dacht zij. Hoe bestaat het! Hoe is het mogelijk dat Maggie k al begint over Louis... Toch kreeg ze spoedig spijt van haar wellicht toch iets te onbekookte uitval. Want eigenlijk wist zij de reden van Maggies telefoontje niet echt. Verstrooid bladerde zij in de papieren, verplaatste hier en daar boeken, rolde een reproductie op, maar had er haar gedachten niet bij. Toen na een paar minuten de bel weer overging, nam ze dan ook gelaten weer op.
"Alit, weet dat het ook voor mij moeilijk is!" riep Maggie in de hoorn. "En ik had je juist zoveel mogelijk willen sparen! Maar als je dan niet luisteren wilt, moet ik je het nogmaals zeggen, ronduit. Temeer daar je jezelf blijkbaar hebt wijsgemaakt dat ondanks Louis' duidelijke afwijzing vorige week, het onherroepelijk einde van jullie relatie tussen aanhalingstekens nog steeds geen voldongen feit is."
"Maar..." zei Alit verbluft, "hoe weet jij dit allemaal?"
"Nu je snapt toch zo langzamerhand wel dat het juist op aandringen van Louis gebeurt dat ik je dit alles vertel! Louis is er heus wel van op de hoogte hoor, dat je contact met hem tracht te zoeken. Hem probeert te bellen, brieven schrijft, hem zelfs wilt gaan bezoeken! Terwijl hij je die avond in het restaurant toch uitdrukkelijk had gezegd dat het afgelopen moest zijn. Fini! Totaal! Je kunt je eenvoudig niet voorstellen hoeveel moeite hem dat heeft gekost. Maar je wilt gewoon niet luisteren en gaat maar door! Het houdt niet op! Toen heeft hij tenslotte mj in vertrouwen genomen. Mij, je beste vriendin immers. En we hebben afgesproken dat k eens zou proberen je tot rede te brengen."
"O Maggie," riep Alit, "hoe is dat mogelijk?"
"Omdat ik hem kn. Ik ken hem en daardoor weet ik waarom hij dat heeft gedaan. Hij is immers een en al goedheid! Hij kon het niet weerstaan je in het begin te ontmoeten, aan te horen en in zwakke momenten zelfs met je uit te gaan. Echter alleen uit medeleven heeft hij het gedaan, luister je, uit medeleven. Omdat hij je zielig vond en eenzaam. Deerniswekkend! Een eenzame vrouw van vijfendertig! Dat was achteraf bezien natuurlijk niet verstandig, maar het is nu eenmaal gebeurd. Hij had medelijden met je. Hij beschouwde een avondje uitgaan min of meer als een soort sociale plicht. Maar jij, wat haalde je je vervolgens allemaal in je hoofd? Dat hij verliefd op je was of zo? Wat een idee! Maar nu kan hij dit alles niet langer verdragen. Hij is van grote gevoeligheid, l te week misschien. Hij kon het, na zijn dringende verzoek in dat restaurant hem met rust te laten, eenvoudig niet over zijn hart verkrijgen dit te herhalen en te herhalen. Het was beter geweest als hij het wel had gekund, zeker, maar hij is te weekhartig zoals ik al zeg. Hijzelf is de laatste om dat te ontkennen.
En hij had nog z getracht duidelijk te zijn die avond. Het spijt hem vreselijk je mogelijk ooit een verkeerde indruk van hem te hebben gegeven... Maar om een lang verhaal kort te maken, daarom is hij dus naar mij toe gekomen. Naar mij, omdat ik vroeger altijd je beste vriendin was. En ik heb er met hem avonden, nachten lang over gesproken. En we vonden tenslotte dat het de beste manier was als k je alles nog eens onder ogen zou brengen."
"En dat zeg jij allemaal als beste vriendin!" viel Alit uit. Zij had dit niet willen zeggen, maar kon zich niet inhouden. "Niets geloof ik er van! Geen woord! Waar bemoei je je eigenlijk mee? Het lijkt wel of je jaloers bent!" Het ontviel haar, hetgeen zij onmiddellijk betreurde.
"Jaloers!" hoonde Maggie dan ook. "Ha! Geef me n reden om jaloers te zijn op jou! En je moet niets insinueren, want ik doe dit alles alleen maar om jou en Louis te helpen!"
"O Maggie, zwijg er alsjeblieft over," huilde Alit bijna. "Dit kan toch niet waar zijn! Ik geloof er niets van... Ik zal met Louis praten en dan zal hij dit onmiddellijk..."
"Zeker in verband met dat laatste stomme briefje!" riep Maggie met een stem zo krachtig dat het Alit pijn aan de oren deed. "O, als je eens wist hoeveel spijt hij daarvan heeft! En van het feit dat hij daarin nog niet durfde schrijven over het aanstaande afscheid...
Maar jij, jij zult dit briefje willen gebruiken om hem op andere gedachten proberen te brengen. En als je het niet zo gauw kunt vinden, zul je desnoods je hele armzalige huisje binnenstebuiten keren om het te zoeken en als belachelijk bewijsstuk te gebruiken O, ik ken je. Maar je gedachten zijn zonderlinger dan zonderling, want in die brief staat alleen maar iets over die uitnodiging en niets anders! Je kunt er geen enkele reden voor jouw wezenloze inbeelding uit opmaken. Ik zeg je nogmaals Alit, het is vergeefse moeite! Zelfs al zou Louis je misschien nog een keer te woord willen staan in een caf, of zelfs bij hem thuis, dan zal dat alleen uit medelijden gebeuren, en is er nog niets veranderd! Och Alit, houd toch op! Het is helemaal niet belangrijk wat Louis heeft geschreven. Waar het om gaat is dat je moet ophouden met wat je doet!"
"Ach, Maggie, dit is toch alles een verzinsel, ik geloof hier werkelijk niets van. En ik trek me er ook niets van aan! Je bent al veel te ver gegaan."
"Alit, wees niet dwaas! Het heeft niet de minste zin. Laat het tot je doordringen dat het radicaal afgelopen is! Louis past helemaal niet bij jou! Je hebt hem op schandelijke manier verleid! Je hebt je rok voor hem omhoog gedaan, hem met je intimiteiten week gemaakt, erom gevraagd. Het is treurig zoals jij je ouders met zulk gedrag beschaamt! Ze zijn er niet meer en kunnen zich er niet over uitlaten. Ik kende ze; het waren brave mensen. En dan nu zoiets!"
"Laat mijn ouders erbuiten!" riep Alit boos. "Wat denk je wel! Mijn beste vriendin? Nu op deze manier ben ik beter af met helemaal geen vriendin!"
"Je bent eigenwijs," zei Maggie streng. "Maar luister, als je dit alles nog steeds niet van me wilt aannemen, dan zal ik je onthullen ik had het je willen besparen, maar als het dan moet: Al een maand komt Louis bij mij, hoor je! Hij noemt mij de ideale vrouw, als je dat nog niet begrepen had! En denk niet dat er iemand tussen hem en mij kan komen! En zeker jij niet! Houd op met waarmee je bezig bent! Hij wordt er gek van! Ik verbied je hem nog langer lastig te vallen! En als je niet luisteren wilt, hoe rustig ik je dit allemaal probeer uit te leggen, dan zal ik het nog eens persoonlijk benadrukken. Dus kom ik naar je toe! Nu onmiddellijk! Ja zeker. Ondanks mijn ziekte! Ik kom naar je toe! Blijf waar je bent!! Ik ben over een kwartier bij je!"
De verbinding was verbroken.

Alit stond bij het raam en keek bewegenloos voor zich uit. "Wat een leugens," fluisterde zij, "hoe is dit mogelijk... hij en Maggie... wat een smerige leugens allemaal... Wat moet Maggie mij haten dat zij dit alles heeft gezegd. Een vriendin die je verraadt... Wat moet zij mij vreselijk haten dat zij mij ook nog zo wil vernederen... en de nagedachtenis van mijn ouders erbij... En dit alles over Louis, zogenaamd om te helpen... Louis en zijzelf... Ik geloof er helemaal niets van ... Niets." Ze rook de stoffige textielgeur van het gordijn en staarde in de vitrages, waarin de roodvlammende zon zich nog steeds manifesteerde. Maar niet alles drong tot haar door. Zij zag wel dat de goederentrein stilstond en een paar mensen om de locomotief liepen. Ze keken tussen de wielen, alsof daar iets lag dat niet hoorde. Was daar iets gebeurd? Met die kinderen? ging het even door haar heen. Of betekende het helemaal niets? Waarschijnlijk niet.
Maar ze kon door haar zenuwachtigheid niet aan het raam blijven. Ze kn het eenvoudig niet. Ze moest weg, weg uit dit benauwde, hete, overvolle huis. Naar buiten. Maar niet meer daar kijken. Ze liep door de kamer met de chaos door naar de slaapkamer en knipte het lampje boven de wastafel aan. In de spiegel zag ze haar vlekkerige gelaat, holle ogen, verlicht door de gelige buislamp. Ze trok haar wangen glad. Het leek of ze jaren ouder was geworden. Ze liet het koude water over haar polsen stromen. Maar dat verfriste nauwelijks.
Ze opende haar kleerkast om te doen wat de enige mogelijkheid nu was: zich omkleden en zo spoedig mogelijk naar het station gaan om de eerstkomende trein naar Louis te nemen. Als hij er niet was, zou ze net zo lang wachten tot hij thuiskwam. Ineens haastte ze zich terug naar de porseleinen wasbak, en braakte daarin kortstondig en weinig.

Bij de locomotief hadden zich steeds meer mensen verzameld. Men liep voortdurend heen en weer. De zon had haar kracht herwonnen en begon laag en vals te schijnen over het veld met de bestofte struiken.
Het was doodstil buiten, alsof iets onnoembaar groots zijn adem inhield.
Alit had zich omgekleed en stommelde de trap af.
In haar verlaten huiskamer met een brede warme zonstreep, hing nog de geur van verschaalde koffie.



Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en Ren Claessens