vrijdag 19 oktober 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Henk Gruys - Een Strenge Winter - Afl. 1 van 2
Gepubliceerd op: 21-09-2010 Aantal woorden: 2925
Laatste wijziging: 06-02-2018 Aantal views: 1465
Easy-print versie Aantal reacties: 1 reacties

Een Strenge Winter - Afl. 1 van 2

Henk Gruys


Hij stond voor het raam en keeksteeds uit in de straat. In de smalle straat, zonder enig verkeer, was niets te beleven, niets dat hem niet bekend was, geen detail dat hij niet eerder had gezien. Altijd de huizen aan de overkant, met hun hoge vensters, waar hij door de kamers heen kon kijken tot diep in de achtertuinen met roerloze, grote bomen stonden, winters berijpt.
Het vroor streng. Het was midden januari, met een koude waarvan de weerstations meldden dat daar voorlopig geen einde aan kwam.
Achter hem golfde de hitte van de kolenhaard als een vulkaan, bijna voelbaar aan wangen en achterhoofd op de plaats waar hij stond. Aan de tafel in de achterkamer las zijn vader de zaterdagse krant; zijn moeder was in de keuken. Hij hoorde flauw gerammel van vaatwerk, rook vaag iets van een afwasmiddel, al kon dat verbeelding zijn. Verder was het stil, alleen de zwakke plofjes van de haardvlammetjes waren hoorbaar. Ook van de buitenwereld drong geen gerucht door, als stond de hele buurt op een eenzaam eiland.
Hij keek weer in de straat en toetste het idee dat men aan deuren, kozijnen, tuinen en hemel kon aflezen dat het zondagmiddag was, omdat die er dan iets anders uit leken te zien dan door-de-weeks, een andere belichting hadden of wat ook. Het was niet voor het eerst dat dit hem bezighield en het deprimeerde hem altijd een weinig.
Het daglicht nam langzaam af. De oranje-gele winterzon was enige minuten geleden weggezonken achter het woonhuis op de hoek; ook daaraan was het verstrijken van de zondag af te lezen. Alles lag reeds in blauwig daglicht, wat de bevroren sneeuwhopen langs de stoepranden en bomen nog grijzer en smeriger maakte, als waren ze met modderwater overgoten.
Al enige malen had hij de voornemens van het raam weg te gaan. "Iets doen om uit deze nutteloosheid te geraken. Ergens heen, al was het maar naar een andere kamer boven." Maar ieder plan leek te worden tegengewerkt door traagheid en uitstel. Toegeven aan de inertie, luiheid en willoosheid, starend uit het raam... nergens iets vinden om te doen... de kale leegte van een oude, uitgelezen krant...
In de kamer sloeg de klok drie maal, met geluid als een belletje, en weer stil. Deze klok op de schoorsteenmantel,, tussen twee koperen kandelaars met gelige kaarsen die nooit brandden, was niet meer dan een ornament; trouw opgewonden maar nimmer gelijkgezet omdat het uurwerk was versleten. Hoe laat het precies was wist hij niet, "want ik heb m'n horloge in de badkamer laten liggen en ben te lui het op te halen." Maar wat deed het ertoe? Zondagmiddag, en niets anders dan de tijd die voorbijgaat...
En met welk nut? aloude vraag. Genoeg denkers waren er, die over de tijd en de zinloosheid hadden nagedacht en er boeken over geschreven. Het wijsgerig stelsel filosofie. Dat er slechts toe diende om vragen te stellen, niet ze te beantwoorden, omdat het vinden van antwoorden op dat soort vragen onmogelijk was.
Zijn gedachten, nog niet eerder deze middag, dwaalden vanzelf terug naar afgelopen november. Toen er nog een opleving in zijn onvrede was geweest, het er gedurende vijf weken iets beter had uitgezien. De tijd dat Ariane nog in zijn leven voorkwam.
Zij was het jongere nichtje van een vriend waar hij regelmatig over de vloer kwam. Daar had hij haar ook voor het eerst ontmoet.
Ze hadden wat gepraat, gingen in een weekend samen naar een museum. En nadat hij er na enige tijd voorzichtig (en nogal onhandig vond hijzelf) blijk van had gegeven haar mr dan aardig te vinden, gingen zij, op haar initiatief, elkaar vaker ontmoeten en kregen ze meer dan een band van vriendschap .
Het was een onbenoembare onderbreking van alle pessimisme en onrust die hij het laatste jaar zo onverklaarbaar onderging. Deze Ariane met haar opvallend kinderlijke verhalen en belevenissen die hem keer op keer verrasten, Ariane met haar literaire boeken en klassieke grammofoonplaten en haar kleine aanhaligheden ten opzichte van hem. Omdat ze altijd vrolijk en opgewekt leek als hij er was, kon er van worden uitgegaan dat ze zijn gezelschap op prijs stelde, al had zij het daar eigenlijk nooit over.
Maar hij was echt verliefd geworden, zoals hij vaststelde. Ariane woonde in een andere stad en, net als hijzelf nog bij haar ouders. Al een paar keer was hij bij haar thuis geweest. Haar aanwezigheid daar, zo dicht naast zich, wakkerde dan zijn gevoelens voor haar aan, maar verwarden ze tevens. En des te sterker, als zij na het avondmaal met elkaar alleen waren op haar kamertje, en hij het gevoel kreeg dat er iets van hem werd verwacht. Haar rossige haar, in een soort knoet gedraaid, was dan zo dichtbij, dat hij de zwakke parfumachtige geur rook, warm en vrouwelijk, bijna te intiem om op te ademen.
Het karakter van hun verhouding bleef hem evenwel al vanaf het begin nogal onhelder. Want na zijn stamelende liefdesverklaring had hij haar daarna nog nauwelijks mogen aanraken, een enkele keer voorzichtig mogen kussen en verder niets. Zelfs de terughoudendste vriendschappelijke omarmingen scheen ze af te weren.
In het begin had hij nog gedacht dat dat wel zou verbeteren... " En als het voor haar alleen maar heel geleidelijk kan, dan zal ik mij daaraan aanpassen."
Maar gemakkelijker werd het niet. Zij wilde niet op zijn openhartige ontboezeming terug komen, in het algemeen zelfs niet over emoties spreken, leek dat onverbiddelijk te blokkeren, ontweek zijn vragen of probeerde zich met iets grappigs er vanaf te maken. Hij stelde vast: dat ze heel erg "gesloten" was. Van een bepaalde kant. Of was dat alleen tegenover hem? Zijn eigen verliefdheid voelde hij soms als z onbaatzuchtig en willoos, dat hij zelfs de gedachte kreeg van verraad aan zichzelf.
Hij had weinig ervaring op het gebied van de liefde, maar kreeg steeds meer het idee dat hij zijn genegenheid tegenover haar niet nadrukkelijk genoeg had geuit. Na weer een ontmoeting met haar werd de drang om zijn liefde nogmaals uit te spreken steeds sterker. Er mest iets gebeuren, dat voelde hij al langer. Z ging het niet verder. Hij begon erover toen ze een middagwandeling maakten in de sneeuw aan de rand van de stad en ze over de bevroren vaarten tussen de ondergesneeuwde weilanden liepen, waarbij ze hem heel huiselijk een arm had gegeven. Dit was d gelegenheid zijn gevoelens tegenover haar nog eens duidelijk te maken. Hij kn niet anders, tegen zulke oud-winterse, romantische omstandigheden was hij niet bestand.
Ze reageerde flauw. Na een tijdje zei ze: "Ik dacht dat we alleen maar vrienden waren."
Dat antwoord had hem tamelijk verbijsterd. "Alleen maar vrienden?" Hij had toch duidelijk genoeg gemaakt dat dit alles meer betekende voor hem? Het was toch onnozel als zij nog steeds dacht dat die gevoelens inmiddels vanzelf wel verzwakt zouden zijn of verdwenen? "Alleen maar vrienden..?" Had zij zulke ideen, was zij werkelijk zo naef? zij was toch bijna negentien? Leefde ze op een wolk of in een sprookjesboek? Maar hij vroeg op het moment niet verder en zweeg, in verwarring gebracht, de hele terugtocht naar huis.
Deze laatste openhartigheid, iets directer geuit dan de eerste keer, werd een keerpunt in hun verhouding. Het begon er steeds meer op te lijken dat die haar had doen schrikken of extra op haar hoede gemaakt. Zij leek het gesprek tijdens die wandeling zo gauw mogelijk te willen vergeten. En dat eigenlijk van hm ook te verlangen. Maar haar ware gedachten, zoals meestal, bleven in raadselen gehuld. Pas nadat hij er meerdere malen op terugkwam, en alsmaar op een duidelijk antwoord aandrong, zei ze "het nog een tijdje te willen overdenken".
De verandering bemerkte intussen. Maar het was geen verandering ten goede; zijzelf nam geen enkel initiatief meer, bleef zijn pogingen schijnbaar negeren en gedroeg zich tegenover hem nog terughoudender dan ze eerder al was. Op zulke momenten vroeg hij zich af of er soms een ndere vriend in het spel was. Al gaf het eigenlijk weinig aanleiding zoiets aan te nemen.
Hij had dit alles gelaten en in toenemende teleurstelling moeten accepteren. Het werd steeds meer bewaarheid dat dit geen echte relatie was, niet een zoals hij zich een relatie met een meisje voorstelde. Toch had hij steeds de hoop dat zij er spoedig beter over zou gaan denken.
Dat gebeurde evenwel niet.
Zo liep het tenslotte inderdaad af met hun "vriendschap". Ze wilde gewoon niets... en zij verwoordde dit op enig moment z kleingeestig, zo stupide dat hij voor het eerst zelfs enige afkeer van haar voelde: "Ze was er nog niet klaar voor" Na zijn herhaald aandringen werd ze boos en kwam met het zonderlinge verwijt dat het wel leek of hij jaloers was! Een niet zo beste eigenschap", voegde ze er bits aan toe.
Hij zweeg perplex. Hoezo dan jaloers, wat bedoel je, wou hij tegenwerpen, maar deed dit niet. Zij leek verder van hem weg dan ooit en veel spraken ze niet meer. Hij begon zich steeds meer af te vragen wat hij verkeerd had gedaan.
Twee dagen na de laatste ontmoeting uitte ze haar afwijzing in een afscheidsbriefje vanuit haar geboortestad. Zonder veel commentaar en naar het scheen zonder zich in het minst om zijn gevoelens te bekommeren.
Hij bevond zich die middag thuis, en was na de postontvangst eerder verontwaardigd dan verdrietig of verrast. Hij smeet het briefje op tafel en dacht:Had dan meteen in het begin gezegd!.. Nu is er een tijdlang een nodeloze komedie opgevoerd... zijn er weken van valse schijn en oneerlijkheid voorbijgegaan... en waarom? Wat was de zin daarvan? Wat is er eigenlijk in dat hoofd van je omgegaan de afgelopen tijd..? Je had toch wel kunnen raden dat het door alleen maar doodzwijgen, en oneerlijkheid het op die manier mis mest gaan tussen ons... En nu is alles kapot, en ergernis en boosheid zijn ervoor in de plaats gekomen.
Dus was zijn eerlijke liefde uiteindelijk op niets uitgelopen. Letterlijk niets, of op minder dan niets eigenlijk, want niet meer dan een serie uiterst misprijzende gedachten had hij er aan overgehouden.
Had hijzelf dit niet van tevoren kunnen weten? Twijfel was er eigenlijk altijd wel geweest. Maar hij had er weinig aandacht aan gegeven. Niet aan willen geven misschien, liefde maakt blind... Had ik daar inderdaad meer rekening mee gehouden, dan had ik me minder door haar poezelige optreden laten betoveren, dacht hij.
Maar hij was te week gebleken, had zich laten meeslepen door haar vlotte omgang... Dat laatste streelde zijn ijdelheid niet, nee dat raakte hem eigenlijk nog het meest...
En was het niet vernederend dat het niet hijzlf uiteindelijk was geweest die het liet afweten, maar zj... Daarom voelde het geheel nog meer aan als een totale mislukking..!
Het had hem, toen hij haar briefje weggooide, tot een arrogant cynisme gebracht. Het eerste dat hij dacht was: Nu ja de hele zaak ligt achter me. Des te beter, n zorg minder! Vanaf nu besta je niet meer voor mij, weet je, ik leef mijn eigen leven gewoon verder, niets aan de hand. Hij schreef haar een hatelijk en ijskoud epistel terug, waarin dit zo ongeveer was verwoord.
De volgende dagen overdacht hij nog dikwijls wat er was gebeurd. Ook zijn eigen sarcastische antwoord aan haar overdacht hij dan, soms als hij in bed lag, en kon hij daar, als hij het woord voor woord recapituleerde, zelfs een boosaardig genot aan te ontlenen.
Maar wat was er nauwelijks een week later gebeurd toen hij 's avonds geheel argeloos op de verjaardag van die vriend kwam?
Daar was zij doodleuk verschenen hand in hand met een andere jongen.
Dus toch... dacht hij. Dus tch dat stiekeme gedoe... Bij mij het schijnheilige kinderlijke schoolmeisje uithangen, smoesjes vertellen, ik ben er nog niet klaar voor en het ondertussen met de buurjongen aanleggen, jaja. Wie weet hoe lang al...
Zonder twijfel was haar optreden op de verjaardag door haar in scne gezet, onmiskenbaar bedoeld als een soort triomf over hem, of als bestraffing misschien voor zijn kwaadaardige antwoord vijf dagen eerder.
Hij dacht: je opzet zal inderdaad wel zoiets willen betekenen als: wraak nemen. Maar mij tref je er niet meer mee. Helaas voor jou; je ontmaskert jezelf hiermee alleen maar als een leugenachtige bedriegster en gemene aanstelster, besef je dat eigenlijk wel? Hij sprak haar die hele avond met geen woord aan en bleef expres met zijn rug naar haar toe zitten. Maar het gevoel ergens in gelopen te zijn, te zijn bedrogen in zijn goedgelovigheid en eerlijke verliefdheid, kon hij de volgende tijd niet kwijtraken.
Hij bevond zich nog altijd voor het raam, maar ineens wilde hij niet langer aan haar denken, draaide zich om en keek de achterkamer in. Zijn vader was nog verdiept in de krant, leek er iets in te schrijven. Hij doet een kruiswoordpuzzel, dacht hij, en vindt waarschijnlijk niet dat hij daarmee zijn kostbare tijd verdoet.
Hij kreeg een toenemende aanvechting eindelijk bij het raam weg te gaan. Tenslotte overwon hij de besluiteloosheid. Met bedachtzame passen liep hij naar de gangdeur en ging zonder iets tegen zijn vader te zeggen de kamer uit.
In de ijskoude gang sloeg hij zijn wollen sjaal om en trok vervolgens de voordeur open. Daarna stapte hij voorzichtig op het tegels naar de straat. Zo koud was het dat het leek of zijn adem werd afgesneden en zijn huid strak als perkament over zijn schedel werd gespannen. Het plaveisel was beijzeld, zijn schoenzolen gleden een paar keer weg naar lagere regionen, voorzichtig schuifelend langs de lage heg opende hij het tuinhekje naar de straat.
Op het trottoir met de berkebomen, bepoederd als op kerstkaarten, kon hij zich net aan staande houden; hij deed nog een paar stappen en posteerde zich aan de stoeprand. Er was niemand op straat. Op de middenbaan was de sneeuw geplet door het verkeer en had het de kleur van tarwemeel; de trottoirs liepen als een donkere, brokkelige baan tussen oude sneeuwhopen aan de kanten. Hoog aan de oostelijke hemel stond een zeer kleine, bijna stekende maan, veel vorst voor de komende nacht suggererend.
Een strenge winter... nu al zes weken, bijna identiek aan vorig jaar. "Ook toen heb ik niets kunnen verzinnen om me tegen de verveling teweer te stellen... In al die weken niet... Wat zou je trouwens moeten uitvinden om aan die leegte en stilstand te ontsnappen?..
Vroeger toen ik klein was betekende de winter nog feest... Sinterklaas, kerst en oudjaar, buiten spelen in de sneeuw en schaatsen... wekenlang... Hoeveel jaar geleden... Dat prettige gevoel is allang niet meer op te roepen. Alleen herinneringen... en de melancholie die alles overheerst.
Vrieskoude begon de kachelwarmte in zijn kleren te verdringen. Hij voelde zich reeds tot op het bot koud en schuifelde voorzichtig terug naar het hekje. Terwijl hij het sloot, kraakte het van vorst, de bevroren regen leek eerder aan zijn handen te kleven dan te smelten door zijn lichaamswarmte.
Hij wilde nog even in de dikke, onbetreden sneeuwlaag in hun voortuintje gaan staan, alsof hij daarmee de dromen van vroeger weer in ere kon herstellen.
Met zijn voeten diep in de donzige massa liet hij zijn blik gaan over de gevels aan de overkant. Alle huiskamers leken verlaten, zagen eruit of er ook nooit meer iemand terug zou keren. Achter de vensters hingen gevouwen papieren sterren, die als het donkerder werd van binnenuit met fietslampjes of kaarsjes verlicht zouden worden.
Adventssterren, maar een uiting van het roomse geloof is dat allang niet meer. Wie gelooft er nog in god. Niet meer dan goedkope winterversieringen zijn het, van Blokker of de Hema... ze hangen er al vijf weken. Het lijkt of ze pas weggehaald kunnen worden als de koude is verdwenen en een lauwe maart-maand zich aandient... inclusief de dooi... Want die komt eens, onweerhoudbaar... Al wekte het voorlopig nog de indruk dat ook die ergens was vastgevroren.
"Als er in de kamers iemand naar buiten kijkt, dan kan hij mij zien," dacht hij. "En hij zal zich afvragen wat ik hier doe. Of ik soms op iemand wacht... Bijvoorbeeld op Ariane als ze weer eens met de trein is gearriveerd... wat een idee.....
Bij hun stoep stampte hij langdurig de sneeuw van zijn schoenen. Wat tussen de ribbels had gezeten, schoot als poedersuiker over de tegels, zijn tenen tintelden. Hij duwde de huisdeur open die hij op een kier had laten staan en stapte naar binnen.
(Wordt vervolgd met nog n aflevering).



@ 21-06-2015 15:35:42




Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en Ren Claessens