donderdag 23 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Henk Gruys - De Dubbele Middag - Afl. 1 van 2
Gepubliceerd op: 20-08-2010 Aantal woorden: 2855
Laatste wijziging: 25-11-2015 Aantal views: 1849
Easy-print versie Aantal reacties: 1 reacties

De Dubbele Middag - Afl. 1 van 2

Henk Gruys


Nadat Marinus Aleida, zevenendertig jaar, vrijgezel, in de Italiaanse stad Genua een bescheiden, maar succesvolle handelstransactie had afgerond, keerde hij na vijf dagen per vliegtuig weer in Nederland terug.
Zijn terugreis verliep voorspoedig, en niet vertraagd door stakingen of slecht weer leek het bevredigende resultaat ervan tot in de slotfase te worden bezegeld.
Marinus bekleedde een niet al te hoge functie bij de firma waar hij werkte en reed eenvoudig per trein van de luchthaven naar zijn woonstad terug. Zijn trein had langdurig oponthoud, zonder dat de oorzaak duidelijk werd. Dat had wellicht al een teken kunnen zijn, een vage voorbode van naderende tegenslag, maar daar dacht Marinus niet aan. Hij wandelde die middag om ongeveer drie uur opgewekt met zijn reiskoffer aan de hand van het spoorstation terug naar de buurt waar hij woonde. Dat was een oude wijk in een kleine, weinig weelderig ogende provinciestad; een plaats die hoofdzakelijk bestond uit een rommelige alliage van industrie, vale flats en bejaarde woonstraten.
Uitgeput van de reis voelde Marinus zich allerminst; eerder wat slaperig. Niettemin overdacht hij alvast plannen voor de komende uren. Hij hoefde zijn bevindingen niet onmiddellijk te melden aan zijn werkgever, een groothandel in schoenen, want het was zaterdagmiddag en het bedrijf gesloten. Gedeeltelijk had hij het trouwens al gedaan. Aldus maakte Marinus zich op voor een verfrissend bad en ontspanning met een glas wijn en een literair boek.
Veel was er bescheiden aan Marinus. Dat was hijzlf, op het verlegene af, en bescheiden waren ook zijn baan, ambities en woonhuis. Ook het betrekkelijk kleine succes van zijn missie in Itali verloor hij geen moment uit het oog.
Het was een tamelijk oude, smalle en niet zo lichte straat waar hij moest zijn; daar had hij ongeveer twee maanden geleden een eenvoudig kooppandje betrokken. De straat was niet lang, liep west-oost en maakte in de oostelijke helft een flauwe bocht; Marinus woonde ongeveer in het midden.
Toen Marinus, vanuit een bredere, bij zijn straat arriveerde, was het er stil, niemand vertoonde zich. Ook het weer deed zich rustig voor; de zon school gedeeltelijk weg achter een dunne vlokkige bewolking die wel wat op geschifte melk leek.
Juist op het moment dat hij zijn straat wilde inslaan, viel Marinus in zijn slaperigheid iets p boven de huizenrij. Geen uitzonderlijk fenomeen; het leek weinig met de situatie te maken te hebben maar er was een soort afbeelding in de bewolking te ontdekken. Zoiets is natuurlijk niet ongewoon, maar ditmaal scheen het Marinus om onduidelijke redenen belangrijk genoeg om er aandacht aan te besteden. In de wolk, een witte uitstulping boven een vlakke grijze onderlaag, was met enige fantasie een mannenhoofd te zien, kaal en een bril op, zou men kunnen zeggen. Het beeld was een fractie van een seconde van een verbluffende duidelijkheid. Maar daarna vervloeide het snel, sneller eigenlijk dan men op grond van de traag overdrijvende wolken en flauwe wind zou verwachten.
Terwijl hij weer door liep, viel hem in zijn denken een vreemde zweving ten deel, hallucinatorisch bijna, waardoor het hem voorkwam of hij de middag, het weer, zelfs dit wolkenbeeld eerder had meegemaakt, als een droomachtig overblijfsel van iets vaag bekends. Bijna onmiddellijk kwam ook het vervolg in hem boven: waar ik mij bevind, is niet de chte realiteit, maar schijn, een farce, een speling van het lot.
Het duurde maar even. Daarna zou Marinus zich nooit meer te binnen kunnen brengen wat hij daarvoor had gedacht, gelijk men een droomsituatie meestal vergeten is nadat men is ontwaakt.
Hij was inmiddels gekomen ter hoogte van het huis van zijn buurman die op 21 woonde. En nu stond Marinus verbijsterd stil..... Mest hij wel stilstaan, want dit was z absurd, zo ongeloofwaardig, ja bijna lachwekkend, dat zijn mond openviel en zijn adem stokte.
Wat hem onthutste was dat zijn huis er niet meer stond! Hij zag het nergens, hoe hij ook keek. Niet dat het was afgebrand of gesloopt, nee, het was gewoon weg! Alsof het er nooit gestaan had, tussen de buren nummer 17 en 21. Zelfs de ruimte die het had ingenomen was simpelweg verdwenen; zoals een kier onzichtbaar is geworden doordat het hout zich in het vochtig jaargetij heeft uitgezet.
Sommige ervaringen zijn zo vreemd, zo zeldzaam, dat zij ons alleen via een omweg bereiken. En het eerste dat Marinus in gedachten kwam, was: waar heb ik ooit de kardinale fout gemaakt, wr en wanneer, dat ik deze bestraffing moet ondergaan?
En toen: wat een onverdraaglijkheid, hoe moet het nu verder met mij?..
In deze beklemming daalde hij nog zonderlinger af. Het was of de situatie verbinding hield met iets dat hij vroeger had ondervonden... vaag verontrustend... ergens... lang geleden...
Maar deze opmerkelijkheden stremden tot een complete opstopping in zijn denken, waardoor hij bijna een minuut lang met ingehouden adem naast het huis van zijn buurman bleef staan, tot zijn borstkas er bijna van barstte.
Toch was de constatering dat de kubieke meters die zijn woning had ingenomen, in het niets waren verdwenen, niet geheel correct. Want op de plaats kierde nu een nauw steegje, dat hij toen hij hier woonde, nooit had opgemerkt. Nadat hij het aarzelend en bijna dwangmatig was ingeschoven je kon je er nauwelijks bewegen zo smal stond hij ineens op een klein, langwerpig pleintje, dat hem ook al vreemd was. Aan de achterkant rees, ongeveer parallel aan de straat, een lange, ongeveer drie meter hoge, brokkelige steenwand op.
Die muur had hij nooit gezien; toch was het metselwerk niet nieuw, eerder in bakstenen leeftijd overeenkomend met de grauwbouw in zijn straat, hier overdadig begroeid met mossen en zelfs kleine varens. Het is hier heel anders geworden, dacht hij, in die dagen dat ik weg was... hoe kan dat... Toen hij het plaatsje was opgelopen, zag hij dat nummer 19 ruwweg op de muur was gekalkt, zjn huisnummer. Maar nergens was zijn huis te ontdekken, of wat er van over kon zijn...
Even dacht hij: wat bevindt zich achter die muur? Maar het was niet makkelijk iets te ontwaren. Niet alleen door de hoogte, maar ook vanwege een ondubbelzinnige afsluiting ter weerszijden, met halfverzakte maar stevige schuttingen. Toch lagen links gewoon de achtertuintjes van de buren, met niets afwijkends.
Hij liep met een beklemmend gevoel door het steegje terug. Toen ineens dacht hij: ach, er is niets aan de hand! ik ben een verkeerde straat in gelopen, 'n idiote hilarische situatie! Maar na amper een seconde begreep hij dat dit een armzalige uitvlucht van de geest was, een povere hoopgeving. Hij knde immers na twee maanden deze buurt! Er bestond nergens zo'n bijna gelijk exemplaar van zijn straat, een onzinnige gedachte! Niets wees er trouwens op dat deze straat, met versleten plaveisel, bejaarde gevels en met buurtgenoten die hij allemaal zo'n beetje kende, de zijne niet was.
In onzekere gemoedsstemming stond Marinus in de straat te weifelen of hij toch niet voor de zekerheid zou kijken naar de naambordjes, toen dit overbodig bleek, want zijn buurman van nr. 21, Harzon geheten, stapte juist zijn deur uit.
Met deze buurman had Marinus soms oppervlakkige ontmoetingen bij hun achterplaatsjes. Die gesprekken verliepen altijd op hartelijke wijze, hoewel zij nooit een voet in elkaars woonkamer zetten. Maar de laatste tijd was er van buurpraatjes niet veel gekomen.
De buurman, een grote man met rood gelaat, leek hem vandaag plichtmatiger te groeten dan anders, hem zelfs haastig voorbij te lopen. Maar Marinus deed vlug een stap op hem toe.
"Buurman, kunt u mij niet... eh..." vroeg hij hakkelend.
Harzon draaide zich om. Hij had van nature iets resoluuts in zijn optreden en krachtig stemgeluid. "Ja!! U bent weer terug? Alles goed verlopen mag ik aannemen?.. Maar ik weet wat u zeggen wilt! Dat dit een uiterst vreemde situatie is! Ik moet het u beamen; maar eraan toevoegen dat dat met uw huis al sinds vorige week is, nee, een dag of vijf. U zult daar natuurlijk alles van willen weten, dat begrijp ik... Ik haast mij echter te bekennen dat ik de laatste drie dagen helaas maar weinig aandacht aan het verschijnsel heb kunnen besteden. Minder in ieder geval dan u wenselijk zult achten..." voegde hij eraan toe.
"Maar," zei Marinus, "u mag dan niet alles gezien hebben, ik wil het tch weten. He is het gebeurd? Ik kan het nog niet geloven! Niemand heeft dit ooit meegemaakt, zoiets moet u toch enorm zijn opgevallen?"
"Dat weet ik dus niet precies. Dat vind ik achteraf bezien van mijzelf ook nogal bizar, maar ik heb een druk bestaan zoals u weet, iedere avond overwerk op het belastingkantoor en dan het huishouden in m'n eentje... Wat ik wel weet is dat uw ongeluk niet patsboem van de ene op de andere dag is gepasseerd, voor zover ik mij herinner; eerder geleidelijk, bijna onmerkbaar evoluerend zou je zeggen. Tenminste op momenten dat ik thuis was je let er na enige tijd niet voortdurend meer op. Maar op zeker ogenblik realiseer je je hoe groot de verandering is! Dan is het echter al te laat, het huis blijkt verdwenen. Gewoonweg weg, alleen die stomme muur zie je nog en je denkt: wat heeft dat nu voor zin! Maar dan ben je met je gedachten al achterhaald, sta je tegenover een voldongen feit en komt er nooit meer uit."
"Maar kunt u niet gewoon vertellen wat er tijdens mijn afwezigheid is gebeurd? Zoiets uitzonderlijks? Dat wil ik weten, en zoveel mogelijk van moment tot moment!"
"Dat kan ik dus niet goed," antwoordde Harzon, "omdat ik, zoals ik al heb uiteengezet niet precies van minuut tot minuut heb gekeken. Dat spijt me achteraf gezien ontzettend. Maar," vervolgde hij, Marinus' ongelovige gezicht bespeurend, "dat betekent natuurlijk niet dat ik u niet wil helpen; daar zijn we immers buren voor. Ik moet u namelijk ook iets vertellen; iets heel anders, maar wellicht voor u van belang. Welnu, of het ermee te maken heeft weet ik niet... maar 't is heel merkwaardig... moet u luisteren..."
Op dit moment naderden er in de straat drie personen; Marinus herkende de gezusters Stroef, oude vrijsters, een magere en een corpulente, donker ouderwets aangekleed en sinds jaar en dag gevreesd om hun roddel en achterklap. En een heer van een jaar of vijftig, kaal, bril op, lichtkleurige regenjas aan, rode sjaal om en een volle boodschappentas aan de hand. Hem kende Marinus niet.
Het trof Marinus op een of andere wijze zeer onaangenaam dat Harzon onmiddellijk op de nieuw aangekomenen overpakte, nog voordat ze hun mond open deden. "Buurman Aleida kan zijn huis niet meer vinden," merkte hij droogjes op.
De reactie was een schel gelach van de zusters. "Dat huis is toch al tien jaar geleden gesloopt?" riep de dikke.
"Gundula houd toch je bek!" riep haar zuster giechelend.
Harzon reageerde nauwelijks op deze komedie, bleef de vrouwen glimlachend aankijken als verwachtte hij een nadere uitleg. Maar zij gniffelden nog wat en schenen te wachten tot Marinus zelf iets over de kwestie te berde zou brengen.
Maar deze voelde zich vernederd door de situatie. Zoals zij naar hem stonden te kijken, als naar een lichtelijk debiel... ook de onbekende heer, al had die nog geen woord gezegd. Die zou wel denken: hij kan zijn huis niet vinden, die is gek geworden! Marinus nam hem wat beter op; nagenoeg kale schedel, gouden brilletje net een tandarts, vond hij. Hij herinnerde zich opeens de verbeelding in de wolken daareven... daar leek deze man precies op. Maar dat zette hij van zich af; dat had er niets mee te maken, dat zou al te idioot zijn!
Hoe onaangenaam was de ontmoeting met deze mensen, deze demonstratie van hulpeloosheid veroorzaakt door Harzons al te vertrouwelijke ontvalling..... Maar voor de rest, wat viel er in hemelsnaam uit te leggen? Hooguit kon hij stamelen: "Ik was vijf dagen in Itali... en wat overkomt me?.. ongehoord... een ramp!" Hij had het gevoel of hij zich moest schamen, al wist hij ook niet waarvoor.
Hij was dan ook opgelucht dat Harzon, die iets van Marinus' gne leek te hebben bemerkt, de pijnlijke zaak afkapte door: "Ja er gebeuren hier in de stad vreemde dingen, dat kun je wel zeggen!" Hij keerde zich zonder verwijl naar Marinus. "Heer Aleida loopt u nog even mee? Zet uw koffer maar zolang bij mij in het portaal."
Nadat Marinus zijn valies in veiligheid had gebracht, beenden zij weg zonder de drie nog een blik waardig te keuren.
"Vervelende ouwe totebellen," zei Harzon toen ze verderop waren, "trekt u zich er maar niks van aan. Die man overigens schijnt een psychiater, die woont hier sinds kort... Doch om terug te komen: zoals ik al zei ziet men de laatste weken de raarste dingen in deze stad... Ik wil u wat vertellen; wellicht dat het u kan helpen; op z'n minst geeft het een merkwaardig kijkje in de ongewone toestand de laatste tijd."
Ze waren hun straat uitgelopen en sloegen linksaf, de bredere in. "Het betreft onlangs," begon Harzon, "en u zult denken wat heeft het ermee van doen, maar zoals u weet is een half jaar geleden in het oostelijk stadsdeel die nieuwe winkelboulevard Oosterwighe geopend."
Dat was Marinus bekend, en hij was daar een keer geweest, maar het was hem niet bevallen; te groot, kil, te ongezellig en hij was voor zijn leeftocht weer teruggevallen op de vertrouwde middenstand in zijn eigen omgeving.
Harzon vervolgde: "Dan weet u natuurlijk ook, dat ongeveer anderhalve maand terug die tunnel in gebruik is genomen."
"Tunnel?.. eh... nee," zei Marinus, die in de mededeling maar matig was genteresseerd. Hij begon zich voor het eerst vanmiddag vermoeid te voelen; mogelijk gevolg van de vliegreis, of van vijf dagen converseren in het Italiaans, een taal die hij maar matig beheerste...
"Werkelijk niet? Die nieuwe tunnel, die sinds kort ons stadsdeel met dat oostelijke verbindt, en dan speciaal met dat "koopcentrum" daar vreselijk woord! Maar goed, die tunnel is behoorlijk lang, loopt helemaal onder de Smaak door, onder de hoofdverkeersader en onder een groot deel van de stadsbebouwing... Technisch staaltje... is zelfs op tv geweest, opening door de burgemeester... Ok u weet het niet... maar waarom ik erover begin, is dat zich daarbij een uiterst merkwaardig fenomeen voordoet, moet u horen...
...Toen die onderdoorgang er nog niet was, liep ik van mijn huis in exact achttien minuten naar die winkels daar in het oosten.
Maar nu komt het: als ik door de tunnel ga, loop ik het in precies vierenhalve minuut!
U zult misschien zeggen: dat komt omdat je met die tunnel alles afsnijdt; dat is dan mooi meegenomen! Maar ik verzeker u: het is eerder vreemd te noemen! Het kn eenvoudig niet! Zelfs nog niet omdat je ondergronds geen hoeken hoeft om te slaan, niet voor stoplichten te wachten en lijnrecht op je doel afgaat. Want dt is nu juist niet het geval! Ten eerste s de route "bovengronds" helemaal niet zo bochtig! Je loopt de Handelsstraat uit tot het einde, brug over, viaduct onderdoor en verder immergeradeaus. Weliswaar zit in dat laatste stukje een lichte knik, maar veel te betekenen heeft die niet...
Maar dan die tunnel... Die is absoluut niet zo recht als je zou denken... integendeel, en ik zal het u tonen. Kijk, daar op de hoek is de toegang, loop je die in dan kom je pas weer bovengronds bij dat winkelplein aan de andere kant. Het lijkt derhalve onmogelijk dat de ondergrondse afstand zo kort is, en toch blijkt die maar n kwart van de normale te bedragen. Hoe kan dat? Hier klopt iets niet! Ik heb het tunneltraject inmiddels wel vijftig keer afgelegd en was iedere keer weer verbluft als bleek dat ik al binnen vijf minuten bij die winkels was! Toch ben ik niet gek en mijn horloge is perfect in orde; zodat de conclusie gerechtvaardigd is dat ter plaatse ndergronds de afstand korter is dan bovengronds. U hebt ondervonden dat uw huis er niet meer is. Maar dit deugt k niet! Wat is er toch aan de hand in deze stad?! Het lijkt wel of we in een ander tijdperk zijn beland waar andere regels en wetten gelden! Ik overweeg een ingezonden stuk te schrijven in de krant; mogelijk hebben ook anderen het bemerkt. Al zullen de autoriteiten als gewoonlijk wel weer geen krimp geven... Maar misschien wilt u ook eens kijken; ik zou u er zeer erkentelijk voor zijn..."
(Wordt vervolgd met nog n aflevering)



Bert Pinkster @ 26-04-2017 17:50:44
Prettig gestoord, beste Henk! Maar absoluut intrigerend!



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en Ren Claessens