vrijdag 21 september 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Dion - De kast
Gepubliceerd op: 09-03-2010 Aantal woorden: 2966
Laatste wijziging: - Aantal views: 1505
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De kast

Dion


De hele teringzooi lag uiteen geslagen op de grond: de poten, de deurtjes, de lades. Het leek een beetje op het overzicht van onderdelen dat in de handleiding stond.
Uit een van de lades waren oude liefdesbrieven en foto’s uit mijn jeugd gevallen. Een polaroid van een naakte blondine verstopte zich gegeneerd tussen een aantal schroefjes en scherven.
Uit een andere lade lagen mijn afschriften: een bloedbad aan schulden. Het casino had me de afgelopen jaren veel geld gekost.
Een paar dagen geleden had ik speciaal voor deze agressieve uitspattingen, een kast gekocht. Niet ter vervanging, maar puur voor de vermakelijkheid van een sessie onnadenkelijk rammen.
Op zich was het eigenlijk een mooie kast om te zien. Menigeen zou het rondweg zonde vinden om zoiets te onderwerpen aan oncontroleerbare agressie. Ik echter, vond het eerder jammer dat ik hem niet had uitgepakt en het liet dienen voor mijn oorspronkelijke idee. In plaats daarvan had ik een peperdure, eikenhouten drankkast naar de filistijnen geslagen.
Een 12 jaar oude fles Chivas Regal lag in scherven uit elkaar. De whiskygeur mengde in de lucht tot een merkwaardige melange. Het was een geur waar ik nog steeds verwonderd door ben: de geur van sigarettenrook, drank en betekenisloze seks. Nooit eerder had ik geweten hoe erg een midlifecrisis stonk.
De spiegel in de hal was gebarsten door een eerdere uitval. De scherven had ik er als puzzelstukjes terug in gelegd. Het was een mooi symbool, bedacht ik me. Ik heb liever iets dat mij – als ik tot bijgeloof mag vervallen – ongeluk brengt, dan dat ik het met iets kunstmatigs, goedkoops en lelijks vervang. Ook al snijd ik me daarbij aan de scherven.
Maar laat ik me mezelf eerst even voorstellen: Ik ben Jack, 44 jaar en ik woon in Amsterdam.
Vorig jaar is Isabel, de vrouw die bij me samenwoonde, verhuisd naar de Cariben. Ze wilde zichzelf daar vestigen als zelfstandig ondernemer.
Eerlijk gezegd dacht ik dat het enige wat ze daar zou ondernemen, een zoektocht was naar de allergrootste negerlul. Wat zou ze daar anders te zoeken hebben?
Ik bleek gelijk te hebben. De negerlul was echter niet zoals ik dacht, te vinden in de zin van particulier genot. Hij was te vinden in een zakelijke context. Nooit eerder had ‘een gat in de markt’ zoveel op haar betrekking gehad als toen ze daar haar kut verkocht.
Toen ze weg ging, heeft ze de koters bij mij achter gelaten. De oudste, Tim, is nu 16 jaar en is al een tijdje aan het puberen. De andere twee zijn meisjes van respectievelijk 8 en 9 jaar.
Gezien ze bij vriendjes en vriendinnetjes bleven logeren, had ik Lucie uitgenodigd. Lucie is, om een korte beschrijving te geven, een nymfomanische oude pot: een soort suikeroma die de jonge kutjes achterna gaat. Ik zie in Lucie kortom een gelijke.
“Wat is hier in hemelsnaam gebeurd?” vroeg ze toen ze de huiskamer binnenkwam, “En wat is die stank? Heb je gedronken?”
“Niet meer dan de dokter heeft voorgeschreven” zei ik terwijl ik naar de keuken liep, “Rosétje?”
Ze trok haar leren jas uit en volgde mij naar de woonkamer.
“Ja, doe maar” zei ze “Ik heb iets nodig om m’n aspirientjes mee weg te werken. Ik heb de ergste kater ooit.”
Een lange zucht verliet haar gekwelde hoofd terwijl er een grijns op mijn gezicht verscheen.
“Ah, dus de pot verwijt de ketel?” zei ik spottend.
Ze liep langs me heen, grijnsde terug en sloeg tegen m’n arm.
Eenmaal terug in de woonkamer gekomen, lag de kapotte kast als het residu van een chemische explosie voor haar voeten. Ze bezichtigde het met een bedenkelijke blik.
“Ik vond hem toch niet mooi,” zei ik “Isabel had hem gekocht.”
Lucie liep naar me toe en pakte m’n hoofd vast.
“Ga eens op vakantie, zielige ouwe zak van me” zei ze.
Haar gezicht verraadde een zeldzame glimp van sentiment toen ze me aan keek.
Ik hield me stil en nam plaats op de bank in de woonkamer.
Lucie ging naast me zitten, legde het aspirientje in haar mond en nam een volle teug rosé.
“Hoe is het met je?” vroeg ik toen ik een arm om haar heen sloeg.
“Afschuwelijk” reageerde ze betreurd, “laten we hier weg gaan.”
Na een paar glazen rosé te hebben gedronken en wat tv te hebben gekeken stelde ik voor om naar het casino te gaan: een plek waar we – ten tijden van wanhoop of verveling – wel vaker naartoe vluchtten. Het verlangen naar het gokken, de adrenaline en de spanning borrelde in me op. De laatste tijd heb ik me als een stervende gevoeld. Het werd tijd dat ik weer begon te leven.
Rond 12 uur in de avond kwamen we aan bij Holland Casino. Het Vondelpark, dat we op de heenweg hadden doorlopen, gaf Amsterdam weer in haar meest naakte gedaante. In het gras gaven drie of vier Surinamers onderling een joint aan elkaar door terwijl Bob Marley uit een boombox dreunde. Ergens anders zocht een zwerver wanhopig naar wat restjes eten.
Toen we binnen kwamen wisselde ik meteen duizend euro in voor fiches. Lucie nam tweehonderd euro op en ging het rustig aan doen. Ze was er meer voor de gezelligheid, zei ze.
In het midden van de zaal gekomen, hoorde ik het onmiskenbare geluid van een potje roulette. Een klein balletje stuiterde in de cilinder toen ik eenmaal rechts van me keek. Rond de groene tafel stonden een aantal mensen zenuwachtig met hun fiches te spelen.
“Eenentwintig, rood!” riep de dealer.
Een blonde vrouw draaide zich teleurgesteld om, om weg te lopen.
“Jack?” vroeg ze.
Haar borsten drukten zich als uit een korset uit haar strakke galajurk. Ik had gewild dat ik haar herkende, maar helaas.
“Hé!” riep ik enthousiast.
Ik nam mezelf voor om te doen alsof.
“Alles goed?” vroeg ik.
Lucie kwam terug van de bar met twee biertjes in haar handen.
“Melissa!?” riep ze toen ze de vrouw tegenover me zag.
“Melissa!” luidde er uit mijn mond als een ongecontroleerde kreet van herkenning.
De naaktfoto die ik vanmiddag op de grond had gezien kwam me plotseling weer bekend voor.
Lucie en Melissa keken me allebei aan. Het was een blik van verontwaardiging óf verwarring dat op hun gezichten verscheen, ik wist het niet zeker.
“Zullen we gaan blackjacken?” vroeg ik om de ongemakkelijke stilte te verbreken.
Na ons glas te hebben leeg gedronken en drie glazen rum te hebben gehaald om de zenuwen te verdringen, liepen we naar de Blackjack tafel.
Melissa ging aan de tafel staan en legde wat fiches neer. Er was geen twijfel over mogelijk dat ze fitnessoefeningen deed. Het zag er goed uit zo, van de achterkant.
Ik ging achter haar staan, drukte me lichtjes naar haar toe en legde twee fiches van 100 op de tafel.
De dealer deelde in een soepele armbeweging de eerste kaarten uit. Een vrouw werd voor me bij een heer gelegd toen hij de tweede kaart uitdeelde. Het was een gelukkig echtpaar, zo naast elkaar.
De dealer paste nadat hij een boer en een schoppen acht had getrokken. Toen Melissa zag dat ik had gewonnen, drukte ze met haar kont naar me toe.
Lucie keek me aan en knipoogde.
“Hoeveel heb je gewonnen?” vroeg ze.
“200 euro” zei ik toen ik er de fiches liet zien.
Het was bijna beschamend hoe weinig het voor me betekende: 200 euro.
Ik besloot om hoger in te zetten en legde de helft van mijn fiches neer.
“Weet je dat wel zeker?” vroeg Melissa.
Ik legde m’n hand op haar zij en reageerde bevestigend. Om een of andere machistische reden voelde ik de behoefte om me uit te sloven.
De dealer schudde de kaarten en legde een klaver vijf voor me neer.
‘Zeshonderd euro’ zei de boekhouder plotseling in mijn achterhoofd, ‘zeshonderd!’
Een heer werd naast de vijf gelegd en vormde daarmee vijftien punten. Statistisch gezien had ik nu meer kans om over de eenentwintig te gaan dan erop of eronder te belanden, zoals de bedoeling is. Maar ik besloot desondanks om nog een kaart te nemen.
M’n hart ging tekeer als een op hol geslagen housebeat toen de dealer zijn kaarten pakte. Het besef dat het om meer ging dan een aantal plastieken rondjes, deed het haar op m’n nek overeind staan.
M’n stijve pik veranderde langzaam in een slap aanhangsel: het bloed bonsde er vandaan. Melissa voelde het en stapte voor me weg.
“Gaat het?” vroeg ze toen ze naar me keek.
“Sst!” snauwde ik sissend.
De dealer hield de derde kaart vast en draaide hem bij m’n andere kaarten om.
“Zestien punten” zei hij koeltjes toen hij een aas neerlegde.
Een schoppen negen lag voor hem op het groene kleed. Ik nam het zekere voor het onzekere en paste.
Met een harde ruk aan mijn kraag ontdeed ik me van m’n vlinderdas. Ik had het bloedheet. Een druppel zweet rolde over mijn rug, glipte in m’n onderbroek en kwam tot slot mijn bilnaad in.
“De bank wint” zei de dealer toen hij een ruiten tien voor zichzelf neerlegde.
“Godverdomme!” schreeuwde ik.
Zeshonderd euro waard aan fiches werd in één klap door de wc getrokken.
Lucie sleurde me als een kind aan m’n arm naar het loket en dwong me om de overige fiches in te wisselen.
“We gaan naar huis,” zei ze besluitvaardig “je lijkt godverdomme wel een puber.”

Nadat Lucie me had thuis gebracht, had ik Melissa’s nummer op de achterkant van de polaroid gevonden. Helaas dateerde die foto uit de jaren ’80: toen we elkaar bij een Guns ’n Roses concert hadden ontmoet. Sindsdien was ze meerdere keren verhuisd.
“Met Melissa” zei ze toen ik uiteindelijk haar juiste nummer had achterhaald.
Op de achtergrond hoorde ik het geroezemoes van pratende mensen.
“Hé, met Jack” reageerde ik “Waar ben je?”
Eigenlijk was het overduidelijk dat ze nog steeds in het casino zat. Melissa was het type vrouw dat uit ging, al haar drankjes liet betalen door hitsige vreemdelingen en pas naar huis vertrok wanneer ze iemand had gevonden. Haar voorkeur ging uit naar een rijke man: een man die haar kon onderhouden. Melissa was eigenlijk een soort vrijetijdshoer.
Ik sprak met haar af om ‘iets te gaan drinken’ bij haar thuis, maar kreeg daar al snel spijt van. Het enige waar ze het over kon hebben was wat ze allemaal had bereikt in haar carrière.
“In slechts vier jaar tijd heb ik mijn weg van columnschrijfster tot mede-eigenaar van een nieuw meisjestijdschrift omhoog gewerkt” vertelde ze enthousiast.
Het veranderen van gespreksonderwerp was erg lastig. Gemeenschappelijke interesses hadden we niet, afgezien van de voor de hand liggende. En onze geschiedenis beperkte zich tot onze ontmoeting en een aantal afspraakjes.
Onze seksuele relaties hielden vroeger nooit erg lang stand, vanwege mijn knipperlicht relatie met Isabel. Dertig jaar heb ik dat met haar volgehouden, bedacht ik me opeens.
De volgende ochtend deed ik haastig m’n kleren aan en glipte ik zonder Melissa wakker te maken weg uit het appartement. Ik voelde me leeg en lusteloos. Seks gaf geen voldoening meer, zelfs niet voor eventjes. Het was een onbevredigbare behoefte geworden.
Ik stopte even bij de slijterij om wat whisky in te slaan en wachtte daarna op een bankje op het Spui. Gelukkig was haar appartement slechts een aantal bushaltes van mijn huis verwijderd.
“Ik ben thuis” schreeuwde ik de trap op toen ik eenmaal was aangekomen.
Ik herinnerde me dat ze bij vriendjes en vriendinnetjes aan het overnachten waren, toen ik een zachte echo hoorde.
De uiteengeslagen kast lag onveranderd in de woonkamer, wachtend om opgeruimd te worden.
Ik stroopte m’n mouwen op en knielde op de grond. Ik kan het maar beter opruimen voordat de kinderen thuis komen, dacht ik.
Een liefdesbrief aan Isabel viel als een verdacht toeval tussen een bijeengeraapte stapel papieren uit, toen ik deze wilde weggooien.
“Onthoud asjeblieft dat ik voor altijd van je houd” stond er aan het einde in een frommelig handschrift.
Ik schrok ervan dat mijn reactie er een was van gemis en niet een van verafschuwing. Ik heb altijd een hekel gehad aan zulk soort cliché bullshit. Waarom dacht ik daar toen ik die brief schreef anders over?
Ik pakte een fles whisky uit de boodschappentas, nam er een stevige slok van en ging verder met opruimen. Ik probeerde m’n gedachten van haar af te houden, maar het lukte niet.
Om eerlijk te zijn was ik doodsongelukkig toen ik van Regina, een gemeenschappelijke vriendin, te horen kreeg dat ze in de prostitutie was beland. Ik heb in het begin de meest angstaanjagende nachtmerries gehad waarin ze werd vastgebonden en werd verkracht. De psycholoog had het over ‘een extreme manifestatie van machteloosheid.’
In een andere lade vond ik even later een stapel ongeopende brieven. Twee daarvan waren van Isabel.
Ze betroffen allebei zoals ik had verwacht, financiële zaken als alimentatie en scheidingskosten. Wat ik echter niet had verwacht was het adres dat op de achterkant van de brief stond weergegeven:

Heulstraat 132
2514 ER, Den Haag

Ik besloot om er op te zoeken. Misschien zou ik er dan voor eens en altijd uit mijn hoofd kunnen zetten.

Een busreis van ongeveer drie uur later belandde ik uiteindelijk voor een groot appartementencomplex. Het kijkgaatje dat zich op ooghoogte van haar deur bevond liet een klein, voorbijgaand stipje zien. Er moest wel iemand thuis zijn, dacht ik.
“Isabel?” riep ik toen ik op haar deur klopte.
Een lange, zwarte man deed de deur open.
“Wat is er?” vroeg hij.
Hij had een sterk Antilliaans accent. Dit moest de man zijn met de allergrootste negerlul, bedacht ik me.
“Is Isabel er?” vroeg ik.
De man liep de gang door en keek links van zich.
“Er is iemand voor je” bromde zijn lage stem.
Ze liep naar hem toe, ging op haar tenen staan en kuste hem. Moet je ze nou zien, dacht ik. De vrouw uit mijn voormalige dromen samen met de man uit mijn voormalige nachtmerries.
“Jack?!” vroeg ze geschrokken.
Ze was dunner geworden, een stuk dunner.
“Hé Isabel.”
Ik reageerde rustig en nonchalant.
“Wat doe jij nou weer hier?” vroeg ze.
De zwarte man ging in de woonkamer zitten en zette de tv aan.
“Ik wilde gewoon even met je praten” zei ik “over de kinderen en zo.”
Ze knikte en draaide zich om.
“We gaan even een blokje om” riep ze richting de woonkamer.
De tv stond te hard voor Isabel om zichzelf verstaanbaar te maken. Ze nam genoegen met de harde boer die de man liet.
Eigenlijk wist ik niet zo goed waar ik het met haar over wilde hebben. Alle vragen die ik had toen ze bij me was weg gegaan, had ik verdrongen.
“Het gaat goed met de kinderen” zei ik toen ze haar jas aandeed.
De ongeïnteresseerde blik op haar gezicht haalde het bloed onder m’n nagels vandaan. Ze wist waarschijnlijk niet eens meer hoe ze heten.
“Luister Jack” zei ze toen ze de deur achter zich dicht deed en begon te lopen, “ik ga even direct met je zijn.”
Haar stem had het Antilliaanse accent een beetje overgenomen.
“We zijn vrienden, toch?” vroeg ze “Kan ik wat geld van je lenen?”
Eventjes twijfelde ik erover of ik er goed had verstaan. De onbeschaamdheid waarmee ze de vraag stelde, hoorde gewoonweg niet bij de inhoud ervan. Maar toen ik het in mijn hoofd had herhaald, wist ik het weer zeker: ze is nog steeds dezelfde hoer die mijn leven een jaar terug heeft zuur gemaakt.
Ik besloot om zonder pardon van haar weg te lopen: precies zoals zij eens had gedaan.
“Waar ga je naar toe, Jack?” vroeg ze nog wanhopig.
Haar gele tanden en haar uitgemergelde lichaam deden me denken aan een crackhoer.
“Stik maar in de ballen van je vriend” zei ik tot slot.

Op de hoek van Isabel’s appartement was een grote meubelzaak gevestigd, waarboven ‘Il Regalo’ stond. Ik besloot, toen ik zeker wist dat ik uit haar zicht verdwenen was, om even te gaan kijken.
Een man in een wit pak kwam naar me toe en verwelkomde mij. Ik was de enige klant, afgezien van een rondneuzend stelletje.
“Ik kijk zelf wel even” zei ik om de man op afstand te houden.
Ik keek op mijn horloge: het was half vijf ’s middags. Ik besloot om te blijven hangen en over een uur de trein terug naar Amsterdam te nemen.
Toen ik een serie stoelen was gepasseerd, kwam ik aan bij een afdeling van verschillende soorten tafels. Eerst kwam ik bij de bijzettafeltjes en de salontafeltjes. Vervolgens kwamen de buitentafels, waaronder de picknicktafels aan mij voorbij. Pas helemaal aan het eind stonden de eettafels, opgediend en al. Ze deden me denken aan het burgerlijke bestaan: het huisje, boompje en het beestje. Ik stelde me voor hoe het zou zijn: met Isabel en m’n drie kinderen aan een eettafel. Ik werd er misselijk van.
Nabij de beddenafdeling stond een eikenhouten drankkast in de uitverkoop, kunstmatig, goedkoop en lelijk te zijn. Ik pakte m’n portemonnee en haalde er zes groene biljetten uit. Het was zo’n beetje het laatste geld dat ik had. Op het prijskaartje van de kast stond ‘599 euro’, alsof die klotekast en ik voor elkaar waren voorbestemd.
Ik deed de deurtjes open en keek naar binnen: het was leeg. De lades waren, afgezien van wat stof, eveneens leeg. Er lag niets: geen foto’s van naakte sletten, geen brieven van verloren liefdes, geen afschriften van onbetaalbare schulden. Er was niets, behalve een vrije ruimte.
Een jongen van rond de achttien jaar stond naast mij de bedden op te maken. Aan zijn kleren te zien was hij hier werkzaam.
“Ik neem deze” zei ik tegen hem toen ik naar de kast wees.


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens