woensdag 20 september 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Angélique Kersten - Zoek-het-zelf-maar-uit-washandje!
Gepubliceerd op: 09-02-2009 Aantal woorden: 1078
Laatste wijziging: - Aantal views: 1312
Easy-print versie Aantal reacties: 2 reacties

Zoek-het-zelf-maar-uit-washandje!

Angélique Kersten


Op veertienjarige leeftijd moet ik een blindedarmoperatie ondergaan. Ik heb een beetje buikpijn en met extra aandikken krijg ik het voor elkaar om doorverwezen te worden naar het ziekenhuis. Dat lijkt me ergens wel stoer – de hele klas zal verbaasd zijn waarom ik niet op school verschijn en bij terugkeer kan ik een mooi litteken laten zien.
Ik word - met méér pijn na dan voor de operatie wakker op een afdeling met allemaal oudjes. Niet op een leuke jeugdafdeling, maar alleen maar met saaie grijze mutsen, die 's nachts snurken en alleen over de tweede wereldoorlog lullen. De jeugdafdeling blijkt vol te zijn.
Om een beetje indruk op mij te maken, gaat een oude dame op een dag met tomaten door de slaapzaal gooien. Mijn aanwezigheid heeft haar zeker een jeugdige boost gegeven – of ze is dementerend.
Het verplegend personeel is het ook niet echt gewend een jong ding op de zaal te hebben liggen. Poedelen ze normaliter met de oudjes met een beetje water in een chromen kom. Geven ze mij een zoek-het-zelf-maar-uit-washandje. Door de pijn in mijn onderbuik kan ik er vanonder niet helemaal goed bij en alles gaat dan ook smetten. Het zal niet lang duren of ik zal er een rottende, zuur stinkende infectie aan overhouden. Gelukkig is er een broeder die verstand van zaken heeft en houdt netjes de lipjes opzij als hij mij met een-helpende-hand-washand wast.
Eenmaal terug op school blijkt het litteken een teleurstellend klein, haast onzichtbaar streepje te zijn - het gevolg van moderne, onderhuidse hechtingen.

Niet op de juiste afdeling liggen, kan zeer traumatische gevolgen hebben voor de patiënt. Gelukkig als ik bevallen moet, lig ik op de kraamafdeling, maar met mijn darm-aandoening word ik twee keer in één maand opgenomen, en tot twee keer toe presteren ze het mij op een andere afdeling te leggen, natuurlijk wegens overbezetting.
Op de eerste hulp aanbeland ben ik zo ziek dat ze geen bloeddruk meer kunnen meten. Alles loopt er van onderen en boven uit. Toch leggen ze mij niet alleen of bij andere darm- patiënten neer, maar op de longafdeling – die mensen snakken de godganse dag en nacht naar adem of liggen aan een of andere sciencefictionpomp terwijl ik vaak de po-stoel niet haal en de boel onder schijt!
Als ze me na een paar dagen overplaatsen, lig ik op de hart en vaatziekte-afdeling. Dit keer wel met een jonger persoon op de afdeling, maar we worden aangevuld door een hoog gehalte aan Alzheimerpatiënten. Je ligt er niet veilig in je bed. Voor je het weet wil er een oudje bij je in bed kruipen– zelfs als er opgedroogde poepvlekken in liggen – zo ver waren ze al.

Over de kwaliteit van ziekenhuisvoedsel zeuren we ook graag. Maar lig er maar eens twee keer tien dagen in en dat je dan helemaal níets mag eten. Nou dan hunker je wel naar die slappe boontjes en smaakloze aardappelpuree hoor! Ik lig er ook nog eens met de kerstdagen. Ze delen zelfs gebak uit. Ik krijg alleen een doorzichtig goedje door mijn infuus. Niet eens sondevoeding. Waarom leggen ze mensen die niets mogen eten niet gewoon met zijn allen bij elkaar? Dan hoeft het karretje met eten niet drie keer per dag langs komen rijden en met een zogenaamd meelevend gezicht niet tegen mij te zeggen dat ook dit keer géén eten voor mij op de kar ligt -alsof ik dat nog niet weet?!

Ik presteer het vaker dat ik erin lig en niets mag eten. Bij mijn keelamandelen, gehemelte verkleining en huig verwijdering idem dito. “Alleen ijswater en ijsjes”, werd er gezegd. Ja, dat klinkt lekker, maar niet in de maand maart. En doordat ik geen huig meer heb en opnieuw moet leren eten en slikken, lijkt het of ik verdrink in een bekertje ijswater.
Eén dagopname worden er dan ook vijf. Het lot wilt dat ik een bijna ex-man heb een een nieuwe vriend. Pijnlijk voor de bezoekuren dus, en erg verwarrend voor wéér die oudjes bij mij op de slaapzaal.
“Ja, die met de kinderen komt dat is mijn man. En die daarna komt dat is mijn vriend.” Ik weet wel zeker dat mijn bejaarde trombosebuurvrouw wel eens denkt: verdrink jij maar lekker in die ijsklonten van je.

Tijdens een opname voor een hoge dosis Methylprednisolon lig ik voor het eerst in mijn leven op de juiste afdeling: neurologie. Mijn eigen neuroloog loopt er rond en de verpleging weet tenminste wat ik mankeer en begrijpt het ook. Dat er een scala aan diverse patiënten ligt, doet er niet toe. Op de een of andere manier voelen meneer Parkinson, MS-dame en mevrouw Hersentumor elkaar prima aan. Hier geen door suikerziekte afgezette tenen. Nee, wij kunnen onze koppen prima bij elkaar steken.

Mijn eerste indruk van New York gaat teniet door mijn hoge koorts en vreemde rode plek op mijn borst. De eerste avond word ik dan ook met over de veertig graden koorts op de ER opgenomen in een ziekenhuis op 7th Avenue. Voor de ingang staat een grote bewaker die lijkt op die neger uit de geweldige film 'the Green Mile'. De Amerikaanse Eerste Hulp is niet te vergelijken met de Nederlandse – je kan er in ieder geval terecht zonder toestemming van je huisarts. Toch is het ook wel een televisie-achtige bedoening. Zo lag ik naast een schotwond en komt de NYPD binnenlopen alsof zij je bloed af komen nemen in plaats van het verplegend personeel, die kinderachtige schortjes dragen en het lijkt alsof ze gaan schilderen met een kleuterklas.

Als ik de tweede dag in New York weer op de ER beland omdat die rode borst roder en groter en dikker wordt. Ze besluiten mij op te nemen. Mij benieuwen, denk ik. Waar leggen ze me hier neer?
Het uitzicht is pijnlijk prachtig, ik zie helikopters vliegen richting het Vrijheidsbeeld. Naast me ligt een Amerikaanse – jonger dan ik. Ze hebben voor de zoveelste keer een dosis pillen uit haar maag gezogen, vertelt ze. Er is vierentwintig uur camerabewaking op haar, maar ook op mijn bed! Lig ik op de een of andere gesloten afdeling of zo? Nederland lijkt nu wel heel ver weg hoor! Ik verlang zelfs naar de met-tomaten-gooiende-bejaarde, of de longpompen tijdens mijn diarreeprobleem, of zelfs naar het ijswater waarin het lijkt alsof ik onder smeltende ijskappen verdrink! Ik mis zelfs het zoek-het-zelf-maar-uit-washandje!


sprakeloos @ 11-02-2009 14:37:24
voor het maken van leuke stukjes zou je bijna in het ziekenhuis willen liggen.


To Taal @ 10-02-2009 12:54:39
Ziekenhuisleed....
Leuk geschreven, ik moest er om lachen, ondanks het pijnlijke onderwerp.
Ik heb gelukkig een stuk minder ziekenhuiservaring dan jij en ik doe er alles aan om het zo te houden, vind ziekenhuizen vreselijke oorden, ben tot heel wat bereid om ze te vermijden maar zelfs mij lukt dat niet altijd. Eenmaal heb ik te maken gehad met een Frans ziekenhuis, fantastisch ziekenhuis, kan niet anders zeggen, een wereld van verschil met Nederlandse zusterinstellingen. Maar weet je wat ik daar vreselijk miste? De Nederlandse taal. Daar begreep ik ineens het woord "moedertaal".



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens