zaterdag 18 augustus 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
suuns - Drake(n)slaaf - Hoofdstuk 1, deel 2
Gepubliceerd op: 31-01-2008 Aantal woorden: 2709
Laatste wijziging: - Aantal views: 1264
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Drake(n)slaaf - Hoofdstuk 1, deel 2

suuns


Deel 2:
Zestien jaar na het incident begint een nieuw academiejaar in Templasamna(*), de beruchte school voor magie en vechtkunsten. De school is gelegen in het centrale land Ennorath(*), op enkele kilometers van de hoofdstad Iralen-tal(*). Ennorath is het kleinste land in de wereld want buiten de hoofdstad Iralen-tal en de school Templasamna zijn er alleen een vijftal kleinere dorpen gelegen die zich allemaal in een straal van dertig kilometer rondom de hoofdstad bevinden. Toch is de school Templasamna de beste school in zijn soort in heel de wereld waardoor je dan ook personen van alle verschillende landen hier kan terug vinden. De school zelf is een juweeltje om aan te zien. Witte rots en boom zijn met magie samengebonden in verschillende grote gebouwen. Het is onmogelijk voor een persoon om te zien waar de verschillende bomen eindigen en witte rots het overneemt. Zo is alles met elkaar verbonden en gedraaid. In totaal bestaat de school uit vier gebouwen. Het grootste en mooiste gebouw is waar de klassen zich bevinden. Dit ligt dan ook centraal en is een reusachtige toren die van onder naar boven langzaam smaller wordt. Deze toren wordt zo prachtig door het effect van de gedraaide bomen, witte steen en blauwe ramen, die in mooi contrast staan met de witte steen.

Iets kleiner is het gebouw dat meer aan de linkerkant ligt van de toren. Hier binnenin bevinden zich de slaapkamers van alle studenten. Want het is namelijk verplicht om op school te blijven slapen. Het internaat is op zich ook een prachtstuk omdat het gebouw een boogvorm heeft en geheel uit gedraaide bomen bestaat ondanks dat het lijkt alsof er ook witte steen inzit. Buiten het glas en het stof voor de zetels, stoelen, lakens, kussens en dekens is alles gewoon compleet gemaakt uit de bomen waardoor het lijkt alsof de kamers met hand en bijtel recht uit de stam zijn gekapt. Maar elke kamer heeft zijn eigen aparte kleuren die met een simpele spreuk aangepast kunnen worden aan de eisen van de tijdelijke bewoner. Aan de achterkant van de toren staat een kleiner gebouw dat dienst doet als een sporthal. Totaal in tegenstelling met het internaat is hier alles gemaakt uit witte steen maar lijkt het ook alsof er bomen bij de constructie zijn bemoeid. Rondom de sporthal liggen verschillende gras en zandpleinen waar allemaal stropoppen en schietschijven staan. Tegen de achterste muur van de sporthal staan verschillende houten rekken vol met speren, bijlen, bogen en zwaarden in alle denkbare vormen die er maar zijn.

Als laatste is er ook nog het auditorium. Dit is het vierde gebouw aan staat aan de rechterkant van het hoofdgebouw. Van alle gebouwen is dit waarschijnlijkste het moeilijkste geweest om te creëren omdat het een grote koepel is. Dit is net zoals het hoofdgebouw een combinatie van witte steen en gedraaide bomen. De rest van het schoolcomplex bestaat uit prachtige grasvelden, paadjes van witte steentjes en kleinere boompjes en om het af te maken is er een enorme grote witte stenen muur die heel het schoolcomplex omcirkeld. Er is slecht één grote houten poort die het enige pad dat naar het schoolcomplex afsluit. In de hele omgeving is er eigenlijks niets te zien buiten bomen, bomen en nog is bomen. Men zou niet zeggen dat de hoofdstad Iralen-tal zo dichtbij ligt.

In het auditorium zelf zitten op het moment al de honderden studenten terwijl van voor op het podium al de leerkrachten staan. In het centrum staat een lange magere man iets meer naar voor. Hij heeft een lange witte baard, die tot aan zijn voeten komt, lange witte haren die tot aan zijn onderrug komt, een dikke ronde neus en donkerbruine ogen. Als kledij draagt hij bruine sandalen, een stoffen donkerblauwe broek met daarin een gele lederen riem, een paars linnen hemd, een donkerblauwe mantel met daarop allemaal sterren, zonnen en manen en om zijn outfit compleet te maken draagt hij een dunne donkerblauwe punthoed met het zelfde sterren, zonnen, manen patroon op. De punt van de punthoed hangt wel slap naar de linkerkant. Als hij zijn beide armen omhoog steekt, schuiven de veel te lange mouwen van de mantel naar achter en tonen zo zijn magere handen. Onmiddellijk stopt het geroezemoes dat door heel het auditorium klonk. Iedere blik wordt nu naar de man gericht. Deze brengt zijn linkerhand naar zijn mond en kucht heel even.
“Welkom iedereen op Templasamna voor een nieuw schooljaar. Mag ik mij even voorstellen. Mijn naam is Merlijniuaseum Narealeniomus Expoldius, maar je mag mij ook gewoon Merlijn noemen. En ik ben de schooldirecteur hier.” Zegt hij met een hogere piepende stem. Zijn bruine ogen gaan rustig over heel het publiek. “Als ik even rond kijk, zie ik veel nieuwe maar ook veel bekende gezichten terug. Voor deze laatste spijt het mij nu even maar ik zal voor al de nieuwelingen de regels moeten uitleggen. En voordat jullie allemaal ondereen beginnen te praten, houdt er rekening mee dat jullie ook ooit eerstejaars studenten waren.”

Merlijn kijkt even achterom naar de leerkrachten die achter hem staan. Uit deze groep komen een dwerg en een kleinere dikkere vrouw naar voor. De dwerg heeft een korte feloranje baard met dikke feloranje wenkbrauwen en een feloranje haren die samen zijn gebonden in een lange vlecht achter op zijn rug. Als kledij draagt hij een volledig donkerbruin harnas en op zijn hoofd heeft hij een kleinere donkerbruine Vikinghelm, waarvan de rechterhoorn half is afgebroken. De kleinere dikke vrouw heeft dan weer lichtbruine haren die strak in een knot zijn gebonden, een heel klein smal brilletje op haar langere scherpe neus en een enorme moedervlek juist onder de linkerhoek van haar mond. Zij draagt een simpele paarse jurk.
“Mag ik jullie voorstellen aan meneer Hortgär en mevrouw Rouni. Meneer Hortgär is het hoofd van de vechtkunst afdeling en mevrouw Rouni is het hoofd van de magie afdeling.” Gaat Merlijn rustig verder.

Ondertussen zitten twee meisjes op de vierde rij onderling te praten. Naoma heeft lange beige haren, gele ogen en iets dikkere rode lippen. Lesanna heeft daarin tegen zeer dunne lippen, een kromme neus, groene ogen en een peperzoute haarkleur. Beide dragen ze het verplichte schooluniform voor meisjes die aan magie doen. Dit uniform bestaat uit simpele bruine schoenen, een zwart effen rok, een wit hemd, een korte bruine cape met een gouden cirkel, waarop een pentagram staat afgedrukt, om zo de cape rond de nek vast te binden. Aan de bruine cape kan je zien dat het eerstejaars zijn want tweedejaars dragen een blauwe cape en vanaf het derdejaar draagt iedere magiër een zwarte cape totdat ze afgestudeerd zijn.
“Ben jij ook zo nerveus als mij om hier te zijn?” Vraagt Lesanna met een zachte stem.
“Beetje wel ja. Waarom heb jij deze school gekozen?” Fluistert Naoma terug.
“Wel het is overduidelijk dat hij de beste is, maar eigenlijk wou ik de befaamde Magister met mijn eigen ogen zien.” Lesanna haar stem krijgt iets samenzweerderigs.
“Ja, ik ook. Wie zou hem niet willen zien. De eerste derdejaars die ooit het magietoernooi gewonnen heeft. Hij heeft niet voor niets de bijnaam Selutura, wat magiemeester betekend, gekregen. Maar heb jij hem al zien zitten?” Beide meisjes beginnen rond te kijken totdat Naoma hem als eerste ziet.
“Daar op de eerste rij.” Ze wijst hem voor Lesanna aan.

Het onderwerp van hen gesprek, de magiër Magister zit centraal op de eerste rij. Hij is de enige magiër wie zich niet aan de kledijregel van de school moet houden. Daarom draagt hij een lange goudkleurige mantel met een kap en daaronder een zwarte bloes en donkerblauwe stoffen broek en zwarte laarzen. Zijn korte donkergroene haren steken wild in alle kanten, een klein litteken ontsiert zijn kleinere neus en zijn paarse ogen kijken beetje verveeld naar het podium.
“Hij is zo knap!” Fluistert Lesanna tegen Naoma.
“Ja, er gaan geruchten dat hij zelfs een klein drupje elfenbloed in hem heeft wat daar voor zou zorgen. Ook zou hij daarom zo een sterke magiër zijn. En zie je dat kleine meisje dat voor hem op de grond zit.” Naoma wijst naar het kleine blonde meisje met de roze ogen en haar simpele zwarte jurkje en een zilverkleurige rozenkrans rond haar nek.
“Ja, wat is daar mee?” Vraagt Lesanna terwijl ze nieuwsgierig naar het meisje kijkt.
“Dat is Magister zijn familiar. Ze is een vampier.”

Lesanna kijkt verbaast naar Naoma. “Dat meen je niet? Ze ziet er toch zo helemaal niet uit.”
“Dat komt door de rozenkrans. Zolang ze die omheeft lijkt ze een lief onschuldig kind. Maar dat is ze helemaal niet. Haar naam is Morana.”
“Toch niet DE Morana?” Nu kijkt Lesanna totaal geschokt naar Naoma.
“Inderdaad, een van de weinige vierde klasse monsters en de enige vierde klasse vampier. Er is maar één soort sterker dan haar, de vijfde klasse draken. Dus moet je bedenken, één van de beste magiërs die er is met één van de krachtigste familiar die er is. Logisch dan dat Magister het magietoernooi gewonnen heeft hé.”
“Magister is echt zo ongelofelijk!” Lesanna kijkt even naar Magister en zucht diep.
“Oh over draken gesproken, heb je de winddraak op het plein voor het auditorium zien zitten?” Gaat Naoma dan verder. Nu moet Lesanna even nadenken. Dan herinnerd ze zich de zeventien meter lange en drie meter hoge draak met zijn prachtige donkerblauw glimmende schubben en witte vleugels waar twee donkerblauwe horizontaal overheen lopen. Wat vooral opviel was de grote witte vlek op de donkerblauwe neus.

“Ja, wat is daar mee? Ik dacht dat het gewoon van een of andere koerier was zoals altijd.” Lesanna kijkt nu vragend naar Naoma.
“Nee die is niet van een koerier. Zie je dat meisje links van Magister?” Naoma wijst naar een meisje met korte lichtblauwe haren, zachte groene ogen die achter een ovalen bril zijn verscholen en ze draagt hetzelfde schooluniform maar heeft dan een zwarte cape. Voor haar voeten ligt een grote donkerbruine staf die bovenaan in een sierlijke krul eindigt. Een dun lichtblauw lint is juist onder de sierlijke krul gebonden. Het meisje zit rustig in een boek te lezen.
“Ja, wat is er met haar?”
“Wel dat is Magister zijn jongere zusje, Tahbita. Ze is pas twaalf maar zit toch al in het vierde jaar. Volgens de geruchten zou ze zelfs meer talent in de magie hebben dan Magister en het is duidelijk dat ze ook heel slim is. En de winddraak, genaamd Slypher, is haar familiar. Al sinds dat ze drie jaar is. Door de winddraak kun je makkelijk afleiden dat Tahbita haar specialiteit windmagie is. Maar het enige wat ze doet is boeken lezen, daarom dat ze ook niet zo bekend is op school.” Naoma stopt gewoon even om adem te halen.

“En dan langs Tahbita zit Azar. Ze is de beste vriendin van Tahbita ondanks dat ze vier jaar ouder is. Haar specialiteit is vuurmagie. En zoals je kunt zien is ze een van de barbaren van Baruhar(*). En langs haar zit haar persoonlijke lijfwacht want volgens de geruchten is Azar een prinses. Als ik mij niet vergis was zijn naam Rustam.”
Lesanna kijkt nu naar Azar en Rustam. Het is inderdaad duidelijk zichtbaar dat ze uit Baruhar afkomstig zijn door hen huidskleur. Azar heeft een zacht donkerbruine huidskleur met lange rode haren en helderblauwe ogen. Wat ook aan haar opvalt is dat ze de bovenste twee knoopjes van haar wit hemd open moet zetten voor haar grote boezem. Rustam maakt daarin tegen een schrikaanjagende indruk met zijn gitzwarte huidskleur, kaal hoofd, donkerbruine ogen en gouden oorbel. Het feit dat hij dan nog langer dan twee meter en zwaar gespierd is, helpt hier ook niet echt bij. Omdat hij geen officiële student is, heeft hij een vrije klederdracht. Maar hij heeft het gehouden bij een simpele mokkakleurige broek en wit T-shirt.

“Oh, en dan heb je natuurlijk ook nog Celebrin en Egon die langs de rechterkant van Magister zitten. Celebrin is een van de elfen uit het hoge noorden. Het vreemde is dat hij geen magiestudent is maar voor de krijgskunst hier is. Natuurlijk blinkt hij hier in uit, zoals alle elfen is hij een snelle leerling maar hij verkiest, zoals bijna alle elfen, de boog als wapen. Egon daarin tegen kiest resoluut voor het zwaard. En hij is de prins van Ennorath.” Gaat Naoma rustig verder met uitleggen. Lesanna kijkt naar de twee genoemde jongens. Celebrin is een typische elf met zijn lange zilveren haren, roodpaarse ogen en puntige oren. Ook heeft hij een heel prachtige vorm van gezicht. Als kledij draagt Celebrin een simpele bruine laarzen, een donkergroene broek met een zachtgeel hemd waarover hij een lange lichtbruin vest draagt. Egon daarin tegen heeft middellange gitzwarte haren, die hij in een kort staartje heeft samengebonden, licht groene ogen en een neus die klein beetje krom staat doordat hij ooit gebroken is. Zijn zwarte laarzen, blauwe broek met een blauwzwart geruit hemd en korte rode cape zijn de typische kleren voor de normale studenten voor vechtkunst. Het enige verschil is dat hij een klein gouden draakje, wat het nationale symbool van Ennorath is, op zijn linkerborstkas draagt.

“Wauw, hoe komt het dat je zoveel weet?” Vraagt Lesanna, wie duidelijk onder de indruk is, aan Naoma.
“Heel simpel. Je ziet het meisje langs Rustam zitten?” Naoma wijst naar een meisje dat zeker twee koppen kleiner is als Rustam, korte beige haren heeft die grotendeels onder een brede zwarte punthoed zijn verscholen, iets dikkere lippen heeft en half in slaap ligt te knikkenbollen.
“Ja, is dat niet Agrona? Een zesdejaars magiestudente die vorig jaar de finale verloren heeft tegen magister. Haar specialiteit is aardmagie en haar familiar is een weerwolf.”
Naoma knikt in simpel antwoord. “En dat is mijn oudere zus.” Verbaast kijkt Lesanna van Naoma naar Agrona en terug. Nu ze goed kijkt ziet ze inderdaad verschillende gelaatstrekjes bij Naoma en Agrona.
“Ja, je kunt het wel zien. Dat is geweldig!” Lesanna kijkt Naoma zo bewonderend aan dat deze het even moet blozen. “En daarom dat je zoveel weet. Maar eigenlijk als je het zo bekijkt, zitten er allemaal belangrijke mensen op de eerste rij. Alleen wie is dat meisje daar uiterst rechts?” Lesanna wijst naar een kleiner meisje met halflange roze haren, grijsgroene ogen en een knap maar toch kinderachtig gezichtje. Doordat ze totaal geen boezem heeft en een kinderachtig gezichtje lijkt het vreemd dat ze toch al een zwarte mantel draagt wat aanduid dat ze zeker al een derdejaarsstudente magie of hoger is.

Naoma begint zachtjes te giechelen. “Wel dat is eigenlijk één van de grootste fouten van de school. Haar naam is Élise Adrienne Nicole Du Chevalier. Maar ondanks haar geweldige naam is haar magie zo slecht dat ze zelfs nog geen enkele specialiteit heeft. Ik heb gehoord dat de helft van haar spreuken ofwel het omgekeerde effect hadden ofwel dat ze gewoon een grote explosie veroorzaakten.” Lesanna doet moeite om het niet uit te proesten van lachen.
“Meen je dat?” Vraagt ze dan terwijl ze enkele lachtranen wegveegt.
“Heel zeker dat ik het meen. Vorig jaar lag ze dan ook mee na haar eerste duel uit het magietoernooi. Maar het ongelofelijke was haar partner...”
“Ja een familiar kan ze waarschijnlijk niet oproepen.” Onderbreekt Lesanna Naoma en opnieuw moet ze moeite doen om haar gegiechel in te houden. Ook Naoma zit te gniffelen. “Maar wie was haar partner dan?” Vraagt Lesanna dan toch nieuwsgierig.
“Wel niemand minder dan prins Egon. Ongelofelijk hé?”
“Wat? Waarom zou hij de partner zijn van iemand die zo weinig talent heeft?” Lesanna kijkt vragend naar Naoma. Die kan alleen haar schouders op halen. Maar verder komt geen van beide want Merlijn zwaait een keer met zijn handen en iedereen wordt stil omdat ze weten wat er nu gaat komen.

(*)
Templasamna: Templa betekend Magie & samna betekend gebouw in het elfs, dus de naam van de school is eigenlijk magiegebouw.

Ennorath: betekend in het elfs letterlijk de middellanden.

Iralen-tal: Iralen betekend jade en –tal betekend stad dus Iralen-tal is de jadenstad.

Baruhar: Baru betekend bruin en har betekend zuiden

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens