dinsdag 21 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
kees niesse - Een dag naar Amsterdam.
Gepubliceerd op: 17-01-2008 Aantal woorden: 2144
Laatste wijziging: - Aantal views: 1363
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Een dag naar Amsterdam.

kees niesse


Een dag naar Amsterdam.

‘’Ik moet er een keer uit Wouter. Alle dagen die sleur hier. Kunnen we niet ergens naar toe gaan?’’
‘’Mien, ik lees toevallig hier in het Sufferdje, dat morgen uit het centrum van ons dorp
een tourbus naar Amsterdam gaat. Het programma bestaat uit een bezoek naar de huishoudbeurs en verder mag iedereen zelf doen wat hij wil. Zal ik bellen, dat we meegaan?’’
‘’Toch wel voor één dag hé?, want ik wil wel weer in mijn eigen nest liggen.’’
‘’Ja, de bus vertrekt om half negen vanaf de Dam en we zijn ongeveer om tien uur in de avond weer thuis.’’
‘’Doe maar ouwe, effen er lekker uit.’’
De reis van snel geregeld. Mien genoot al van het vooruitzicht.

De volgende morgen waren ze op tijd bij de bus. De dagjesmensen werden hartelijk begroet door een knappe jongeman in uniform. Een vrouwelijk koor van oudere dames stond bij de bus liedjes te zingen van Johnny Jordaan. Het viel Mien op, dat de chauffeur veel aandacht schonk aan de dames die instapten. Hij hielp ze de bus in door zijn hand op hun bips te leggen en zachtjes de bus in te duwen. De meeste vrouwen keken boos achterom naar de knappe chauffeur. Kennelijk waren ze daar niet van gediend. Toen Mien in wilde stappen zei ze tegen hem:
‘’Zeg jongeman, ik heb jou eens bekeken hoe je de dames de bus in helpt, maar je blijft wel van mijn kont af hé.’’
Hij keek geschrokken naar de forse Mien en hij liet gelijk zijn handen thuis. Wouter gaf de chauffeur een knipoog of hij zeggen wilde, kijk uit voor mijn vrouw.

Toen het echtpaar ingestapt was kwam er nog een oude vrouw aanlopen met een wandelstok. De chauffeur hielp haar niet de bus in, bang dat hij weer door Mien aangesproken zou worden, want ze zat bij het raam en hield hem in de gaten.
De oude vrouw, die al op een traptrede stond , keerde zich om naar de chauffeur en zei:
‘’Hé jongeman, waarom help je mij niet de bus in. Ik wil ook wel eens een hand op mijn kont voelen, want dat is al een hele tijd geleden. Bij die andere vrouwelijke passagiers deed je het wel.’’
De chauffeur moest om haar hartelijk lachen en legde zijn hand op haar kont en duwde haar zachtjes naar boven de bus in. Ze keek hem dankbaar aan.

‘’Zeg Wouter, nou flikt hij het weer.’’
‘’Mens maak je niet zo druk, de meeste vrouwen vonden het volgens mij niet erg, want niemand protesteerde.’’

‘’Ik vind het niet gepast Wouter. Hij mag best mensen de bus in helpen, maar niet door zijn hand op je kont te leggen. Heeft hij jou ook de bus in geholpen met zijn hand op je kont?’’
‘’Bij mij niet gelukkig, maar bij die ene man die achterin zit met dat rosse jasje aan wel en die vond het kennelijk helemaal niet erg, want ik hoorde hem zeggen:
’’Dank je wel boy.’’

Eindelijk stapte de chauffeur ook in en nam plaats achter het stuur. Via zijn geluidsinstallatie heette hij iedereen van harte welkom en vertelde, dat het plaatsbewijs tevens toegang geeft tot de huishoudbeurs. Om vijf uur in de middag werd iedereen verwacht in het restaurant naast de Nieuwe Kerk op de Dam voor een diner.
De oude vrouw met de wandelstok had plaats genomen achter Wouter. De chauffeur had radio vijf aangezet, waar altijd gezellige Nederlandse muziek klonk. Op het moment, dat er nieuwsberichten werden voorgelezen, begon de oude vrouw achter Wouter vaderlandse liedjes te zingen, zoals bokki bokki bé en turf in je ransel. Vooral bij de ouderen klonk dat bekend in hun oren, maar toen ze ook nog ‘’potje met vet op de tafel gezet’’ begon te zingen deed iedereen mee, behalve Wouter. Hij deed zijn vingers in zijn oren en moest kokhalzen. Wat had hij een hekel aan dat lied. Echt weer die stomme Hollanders, dacht hij.

‘’Vreselijk hé Mien, moet je horen hoe dat zooitje zingt, valser kan het niet.’’
‘’Stel je niet zo aan idioot. Wees blij, dat de mensen pret hebben, saggerijn.’’
Opeens voelde Wouter iets in zijn nek duwen en werd zijn pet van zijn hoofd getrokken. Hij keek om en zag, dat de oude vrouw net haar wandelstok terug trok.
‘’Deed u dat mevrouw’’
‘’Ja, leuk hé en wat is het mooi weer hé mijnheer’’, zei ze schaterlachend.
‘’Niet meer doen hoor’’, zei hij.
Toen hij zijn pet weer op had voelde hij, dat die weer van zijn hoofd werd getrokken.
‘’Mooi weer hé’’, zei ze weer.
Hij reageerde maar niet op haar, maar zei tegen zijn vrouw:
‘’Wat een raar wijf hé, volgens mij is ze niet goed wijs.’’
‘’Haal die pet dan van je kop man, dan is het afgelopen.’’

Het was niet afgelopen, want nu trok ze om de haverklap aan zijn oren en zei, dat het mooi weer was. Omdat hij niet meer reageerde, was voor haar de lol er ook af en hield ze ermee op. Na nog een tijdje in een file te hebben gestaan arriveerde de bus bij het RAI-gebouw, waar de huishoudbeurs werd gehouden. Na urenlang daar rond te hebben gelopen besloten ze met de tram naar het centrum te gaan. De lunch hadden ze maar overgeslagen na de vele hapjes en drankjes om te proeven, aangeboden in de huishoudbeurs. Wouter liep ook met een tas vol folders te sjouwen. Die bekijken we thuis wel, dacht hij. Mien keek haar ogen uit naar de vele sekswinkels op het Damrak. Open en bloot lagen voorbindpenissen en vibrators in de etalage te koop.

‘’Zal ik een voorbindpenis kopen Mien, dan kom je weer aan je trekken?’’
Hij zei het zo hard, dat een wildvreemde vrouw naast hem hardop begon te lachen. Mien werd kwaad en zei:
’’Houd toch je kop luilebol, wat moet ik met die rommel.’’
Na het diner gingen ze nog een eindje wandelen. Wouter wilde de walletjes wel eens bekijken. In zijn jeugd had hij daar wel eens met vrienden gelopen, maar dat was wel heel lang geleden. Mien had daar geen zin in, maar ze liep toch maar mee, nieuwsgierig als ze was.
Wouter keek zijn ogen uit naar die mooie dames in het rosse licht achter de ramen, maar daar bleef het bij. Hij moest het maar bij Mien zien te redden, maar die had ook niet veel trek meer in seks.

Ze waren zo moe geworden van het vele wandelen, dat ze een café bezochten op de Nieuwmarkt. Het was daar gezellig druk. Ze gingen aan een tafeltje zitten. Hij nam een pils en Mien een glaasje witte wijn. Hij kon zijn ogen niet afhouden van de struise blonde dames aan de bar. De één droeg nog een kortere rok dan de andere. Met genoegen keek hij naar de roomkleurige dijen van de dames. Mien wilde weer opstappen, want ze vond deze buurt maar niks. In Drenthe was het rustiger.
‘’Zeg ouwe, het is half acht, we moeten op tijd bij de bus zijn, want de chauffeur heeft gezegd, precies op tijd te vertrekken.’’
‘’We nemen er nog één Mien, tijd zat.’’
‘’Nog één dan Wouter, anders zijn we te laat.’’

Ze dronken nog een drankje bij gezellige zeemansliedjes uit de jukebox.
Na het aansporen van Mien rekende hij af bij de kelner en ze verlieten het café. Wouter dacht te weten hoe hij naar de Dam moest lopen, maar hij kwam op het Waterlooplein uit en het begon al te schemeren, dus een heel eind van de Dam verwijderd. Toen hij op zijn klokje keek was het al bijna half negen.
‘’Die bus halen we nooit Mien, wat een gesodemieter weer. Die junk heeft ons de verkeerde weg gewezen en ik heb hem nog wel twee euro gegeven.’’
‘’Had dan eerder weggegaan kloothommel, jij altijd met je gezuip. Wat moeten we nou?’’
‘’We kunnen een taxi nemen, maar dan word je afgezet, want ze rijden hier een heel eind om en dan kan je flink dokken. Heb ik gehoord van iemand. Laten we maar gaan lopen, misschien wachten ze wel op ons.’’
Toen ze op de Dam kwamen was de bus al vertrokken.

Mien kreeg bijna een zenuwaanval.
‘’Attenoje hufter, wat moeten we nou?, jammerde ze.
Inmiddels was het al bijna middernacht.
‘’Laten we naar het station gaan. Kijken of er nog een trein naar Assen gaat.’’
Toen ze op het station kwamen was de laatste trein net vertrokken.
Bij Mien stond het huilen nader dan het lachen. Ze was woest op hem.
‘’Er zit niets anders op om te overnachten in een goedkoop hotelletje Mien.’’
Ze vonden in een steeg dichtbij het Centraal station een hotel ‘’Het lellebelletje’’
Er was nog een kamer vrij.
‘’Wat smerig is het hier. Moet je kijken ouwe, overal chips op de grond en lege bierblikjes.’’
Hebben ze zeker vergeten op te ruimen. Laten we maar gaan slapen, want ik ben doodop.’’

Ze hadden geen nachtgoed bij zich, dus hielden ze hun kleren zoveel mogelijk maar aan en gingen op dat bed liggen.
‘’Wat kraakt dat nest, zeker veel op gewipt’’, zei Mien.
Wouter snurkte al. Een smerige dranklucht kwam uit zijn strot.
Met die kerel heb ik altijd wat, dacht ze.
Om drie uur werd ze wakker van een hoop geschreeuw naast hun kamer.
’’Je krijgt je geld niet terug, je hebt teveel gezopen’’, schreeuwde een vrouw.
Mien maakte haar vent wakker.
‘’Ze hebben ruzie hiernaast Wouter, moet je dat wijf horen schreeuwen. Ze wil het geld niet teruggeven.’’
‘’Dat komt vaak voor Mien. Die kerel is natuurlijk met zo’n hoertje meegegaan om te naaien, maar kan joepie niet overeind krijgen door de drank en wil zijn poen terug hebben, maar dat geven ze niet terug. Ga maar weer slapen, want ik wil vroeg opstaan en zo gauw mogelijk weer naar huis. Hier ga ik niet meer naar toe.’’

De volgende morgen stonden ze vroeg op en gingen naar de eetkamer, waar een onverzorgd uitziende jongeman een mandje met broodjes, beleg en gekookte eieren neerzette en een pot koffie. Zag er heerlijk uit.
Terwijl ze genoten van hun ontbijt kwam nog een stel binnen. Een hoogblonde vrouw met haar borsten half zichtbaar en een man met het uiterlijk van een bokser, want zijn gezicht zat vol littekens en zijn neus was kennelijk een keer plat geslagen. Ze zeiden nauwelijks goedemorgen.
‘’Waar komen jullie vandaan’’, vroeg de vrouw.
‘’Wij komen uit Drenthe en hebben gisteren de huishoudbeurs bezocht, maar we hebben onze bus gemist en ook de trein, vandaar dat we hier hebben overnacht’’, zei Wouter.
‘’Je kan aan die koppen zien, dat het boeren zijn’’, zei dat mokkel.
Mien kon haar mond niet houden en zei:
‘’Die boeren hebben jullie wel nodig om te vreten.’’

‘’Hé ouwe lul, ben je nog naar de hoeren geweest. We willen wel wat aan jullie verdienen’’, zei die vent met de platte neus.
Wouter reageerde er maar niet op, bang dat hij was, want die vent zag er agressief uit, maar Mien ging met haar lange dikke lijf rechtop staan en zei:
Hé dikkop, wil je mijn man niet voor ouwe lul uitmaken. Wij zijn fatsoenlijke mensen.’’
Dat maakte indruk op hem en hij bond in.
‘’Sorry’’, zei hij nog.
‘’Kom Wouter, we gaan afrekenen en zo snel mogelijk weg uit dat zooitje.’’
Toen kwam de blonde vrouw weer in het geweer en zei:
‘’Hé boeren trut, weet je wel hoeveel boeren hier komen zuipen en naaien, terwijl hun eigen wijf al ligt te maffen met een baaien onderbroek met leren kruis aan.’’
‘’Wouter gaf zijn vrouw een por in haar zij en zei er niet op te reageren, voor het uit de hand loopt, want Mien was voor de duivel niet bang.

Na te hebben afgerekend spoedden ze zich snel naar het station, waar de trein naar Assen al op perron zes stond.
Er waren weinig passagiers, want ze zaten alleen in een coupé. De oudjes waren nog zo moe, dat ze al gauw in slaap vielen. Vlak voor Assen werden ze wakker en liepen snel naar de bus, die hun naar huis bracht.
‘’Mij krijg je niet meer naar Amsterdams ouwe. Ik ga koffie zetten en daarna gaan we naar de markt, want ik moet van alles hebben en ik waarschuw je, dat je op de markt niet gaat zaniken. Ik bepaal wat ik koop, begrepen?’’
‘’Ja Mien.’’

Kees Niesse.





Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens