zaterdag 20 oktober 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Tarra - Preludium voor de chief
Gepubliceerd op: 11-12-2007 Aantal woorden: 837
Laatste wijziging: - Aantal views: 1291
Easy-print versie Aantal reacties: 1 reacties

Preludium voor de chief

Tarra


Preludium voor de chief

Opdat u het verhaal beter begrijpt, is het nodig dat ik eerst even iets over de context vertel. Zaken die niet direct met het verhaal te maken hebben, maar toch handig om vooraf te weten.

Om te beginnen moet u weten dat ik een klein beetje piano speel, met de nadruk op klein. Met mijn rechterhand kan ik een eenvoudig melodietje spelen, terwijl de linker de daarbij behorende begeleiding vindt. Ik heb geen pianoles gehad – wat mij spijt tot op de dag van vandaag – maar wanneer een vrolijk groepje Tulpen uit Amsterdam ten gehore brengt, kan ik dat op de piano begeleiden zonder dat het afbreuk doet aan het geheel. Het toppunt ligt bij de beroemde C-groot Preludium van Bach, een niet a te moeilijk en te lang stuk muziek dat ik na lang oefenen uit het hoofd en zonder fouten speel.

De volgende historische gebeurtenis heeft zich afgespeeld in 1998 in Zuid-Afrika. Ik was toen met wat collega’s in Pietersburg (dat nu Polokwane heet), de hoofdstad van de Noord-provincie (nu Limpopo), om een training te verzorgen. Die werd gegeven op de plaatselijke vmbo-school. De Amos uit het verhaal is de assistent-concierge van de school. (Hij was de eerste zwarte leerling met een einddiploma en daarnaast een groot Ajax-supporter.) Tot zijn taak behoorde onder meer het ons van hot naar her vervoeren in het VW-schoolbusje.

Op dinsdagmiddag na afloop van de cursusdag kwam Amos langs met de mededeling dat het stamhoofd, die ‘de chief’ werd genoemd, ons de volgende middag verwachtte. Hij keek daarbij heel gewichtig en liet doorschemeren dat wij een audiëntie bij de chief himself als een buitengewoon grote eer dienden op te vatten. Waar hij, naar achteraf bleek, ook gelijk in had. Immers, niet iedereen wordt door het stamhoofd ontvangen. En de chief bleek in de lokale Zuid-Afrikaanse gemeenschap een zeer grote rol te spelen. Voor mij had Amos nog een speciaal verzoek, of liever gezegd een dringende eis in petto. Of ik maar zo vriendelijk wilde zijn voor de chief iets op de piano te spelen. (Het was maar goed dat ik dat verzoek per abuis opvatte als een grapje, anders had ik er ’s nachts niet van geslapen.)

Hoe het ook zij, de volgende middag reed Amos ons in zijn busje naar De Matoks, een streek zo’n 60 kilometer van Pietersburg verwijderd, het land waar de chief de scepter zwaaide. Terwijl de weg zienderogen slechter werd, vertelde Amos iets meer over zijn stamhoofd. “Hij is oud en ziekelijk, maar wordt nog steeds bijna letterlijk op handen gedragen.” En terwijl hij het busje achter een veekraal parkeerde, voegde hij er aan toe: “de rest gaan we te voet”.
We liepen door de avondzon tussen de lemen hutten van het dorp door totdat we een wat afgelegen groot huis op een verhoging zagen: de woning van de chief. Amos en nog enkele andere vrouwen en mannen uit het dorp die zich zwijgend bij de stoet aansloten, gingen ons voor, de trap op naar boven. Daar verzocht een dienstdoende bewaker ons te wachten.

Het was een groot, kraakhelder huis en een grote ruimte waarin we uitgenodigd werden. De chief bleek inderdaad een oude, zieke man te zijn. Hij zat in wit ondergoed gehuld in een leunstoel en veegde af en toe met een witte doek langs zijn kin. Ik, die precies tegenover hem kwam te zitten, zag dat er kleine bloedspoortjes in zijn speeksel zaten. Zijn verzorgers hadden een oliegevulde radiator als bijverwarming bij zijn stoel gezet. Desondanks hing er om deze gebrekkige oude man een aureool van wijsheid en soevereiniteit. De gasten namen plaats en werden getrakteerd op thee met koekjes. In een naburig vertrek waren enkele vrouwen bezig. Er werd zacht gesproken. De stemming was tamelijk geheimzinnig, maar niet onaangenaam. De chief onderhield zich met ons in de taal van zijn stam; zijn woorden werden door behulpzame stamleden in het Engels vertaald. In een gesprekspauze keek ik de kamer door en zag hem staan.

Zwart gepolitoerd was hij, de piano, en van een onverwacht goede kwaliteit. Alle toetsen en pedalen waren aanwezig en zaten op de goede plek. En nog belangrijker: de piano bleek gestemd en op toon. Niets stond een grandioze performance in de weg.

Door de opwinding en consternatie – het was dus geen grapje! – weet ik nauwelijks meer wat en hoe ik gespeeld heb. Ongetwijfeld heeft Bachs Preludium geklonken en dat moet in die kamer in het Zuid-Afrikaanse bushveld iets bijzonders zijn geweest. Ik weet ook niet of de chief het pianospel heeft gewaardeerd. Wel weet ik dat hij, aan het eind van het recital, zich rechtstreeks tot mij wendend, mij in vlekkeloos Engels overviel met de vraag: “Kunt u ook een stukje jazz spelen?” Dat genoegen kon ik hem niet doen. Want uit de tweede alinea van dit verhaal weet u dat ik immers maar een klein beetje piano kan spelen, met de nadruk op klein.


@ 21-06-2015 15:35:42




Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens