dinsdag 16 oktober 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Carla Wasbauer - DE VROUW IN HET ZWART
Gepubliceerd op: 13-08-2007 Aantal woorden: 1069
Laatste wijziging: - Aantal views: 1681
Easy-print versie Aantal reacties: 1 reacties

DE VROUW IN HET ZWART

Carla Wasbauer




De Vrouw in het Zwart
Sinds hij hier in dit van Godverlaten oord neerstreek, drinkt hij elke morgen op het terras van het kleine dorpscafé zijn koffie. Geen espresso, maar gewoon een volle kop sterke zwarte koffie, om zijn kater van de vorige avond te verdringen.
Het is eigenlijk geen echt terras. Er staan 2 tafeltjes en een paar uitgezakte wankele plastic stoelen. Hij moet zijn zware lijf op een speciale manier in een stoeltje laten zakken. Een beetje schuin en als hij opstaat, moet hij z’n lichaam draaien, anders blijft de stoel aan z’n achterste hangen.
Elke morgen op hetzelfde tijdstip loopt ze voorbij, een lange vrouw van hoofd tot voeten in zwarte kleren. Hij vraagt zich af waar ze naar toe gaat of waar ze vandaan komt. Ze heeft een grote zwarte doek om haar hoofd gedrapeerd, zodat haar mond en een gedeelte van haar gezicht bedekt zijn. Hij kan alleen een fikse neus onderscheiden. Ze loopt statig en snel. Hieruit maakt hij op dat ze niet oud kan zijn. Ze verbergt haar handen onder de doek. De rok is lang en wijd. Daaroverheen draagt ze een blouse met lange mouwen. In de warmte van de ochtendzon lijkt ze veel te warm gekleed. Ze intrigeert hem mateloos. Ze kon een non zijn, ware het niet dat haar kledij niet echt van een non is. Hij neemt aan dat ze weduwe is. Hij heeft de cafébaas gevraagd waar de vrouw vandaan komt maar hij kreeg geen antwoord. De man maakte slechts een vreemd, bijna pervers gebaar.
Op een morgen, weer met een kop koffie en een in elkaar gezakt croissantje op een ongewassen schoteltje voor zich, ziet hij haar niet verschijnen. Hij betrapt zichzelf er op, dat hij naar haar uitkijkt. Hij zit langer op de ongemakkelijke stoel dan gebruikelijk. Neemt zelfs nog een kop koffie, maar de vrouw in het zwart komt niet langs.
Hij kan zich op het kleine balkon van het appartement dat hij gehuurd heeft niet concentreren op zijn werkopdracht. Zijn laptop staat klaar en lonkt naar hem, maar de warmte en een onrustig gevoel maken dat hij op zijn bed gaat liggen. Daar blijft hij dromen en fantaseren over haar. Zijn keel is droog, zijn ledenmaten zijn vermoeid. Hij verlangt naar een goed glas wijn als de duisternis valt.
De volgende dag ziet hij haar aankomen, op hetzelfde tijdstip. Ze rent met grote stappen voorbij. De rok wappert om haar benen. Ze draagt zwarte veterschoenen ziet hij, en ze heeft korte zwarte sokken aan. Hij vermoedt ferme borsten onder de blouse. De geheimzinnigheid van de vrouw prikkelt hem. Hij zou haar naakt willen zien of met sexy ondergoed aan. Plotseling struikelt ze en valt met een smak voorover. Ze blijft liggen en hij hoort een luide vloek. Engels. Hij wil opstaan maar vergeet z’n lichaam te draaien. Met de stoel nog aan zijn achterste vastgeklemd, waggelt hij naar haar toe ondertussen pogingen doend de zetel van zijn kont te trekken. Zij is inmiddels half overeind gekomen. Hij reikt haar zijn hand maar ze neemt hem niet aan. “Are you allright?” Terwijl hij zich over haar heen buigt kijkt hij in een paar grote met fel blauwe oogschaduw opgemaakte bruine ogen. Angstvallig bedekt ze haar gezicht met de grote omslagdoek.
“I think something is wrong with my ankle. It hurts incredibly.” Haar Engels is uiterst beschaafd. Zij heeft een alt, merkt hij op. Inmiddels is ook de cafébaas naar hen toegelopen. Hij vraagt de vrouw of hij ‘ la maison ‘ moet bellen. Ze geeft hem in vloeiend Frans antwoord en hij spoedt zich terug. De stoel ligt nog midden op de straat. Hij pakt hem op en helpt haar hijgend overeind. Voorzichtig gaat ze in het wankele geval zitten. Zij past er helemaal in, ziet hij. Hij voelt heel even haar lijf tegen zijn schouders. Hij heeft zich niet vergist in de omvang van haar borsten. Zij trekt haar schoen uit en wrijft over de enkel. Ook de sok gaat uit. Een grote voet met keurig gelakte felrode teennagels verschijnt. Dat verbaast hem, dat had hij niet verwacht bij deze in zedige zwarte kledij gestoken vrouw. Ze ruikt naar zeep, ze ruikt naar meer, ze ruikt bedwelmend. Die zwarte doeken moeten uit. Hij wil dat lichaam zien. Hij hoort een auto het straatje inrijden en vlak bij hen stilstaan. Een druk gesticulerende man stapt uit en loopt op de vrouw af, die met een van pijn vertrokken gezicht opstaat. De man ondersteunt haar met moeite en zet haar voor in de auto om vervolgens weer achter het stuur te kruipen. “Attends !” roept de vrouw. “Monsieur, sir, thank you so much.” Hij knikt haar toe en zwaait even.
Hij wil haar weer zien. Hij moet iets ondernemen. Ze zal niet kunnen lopen en dat betekent dat hij haar ’s morgens niet voorbij ziet komen. ’s Avonds besluit hij in het café een borrel te nemen en er ook iets te eten. De baas komt onmiddellijk met een envelop naar hem toe. “Pour vous monsieur.” Hij leest het met de hand geschreven briefje, ondertekend door Helena Mercier. Hij wordt uitgenodigd om haar de volgende namiddag te bezoeken. Hij kleedt zich correct voor de gelegenheid en slentert naar ‘la maison’. Het huis ligt iets buiten het kleine dorp op een heuvel. Zijn corpulentie en de drukkende warmte doen hem naar adem snakken en als hij voor de oprijlaan staat, is van zijn frisse uiterlijk weinig meer over. Langzaam loopt hij in de schaduw van de cipressen naar de kolossale houten voordeur die op een kier staat. Als hij naar de knop reikt, zwaait de deur open en daar staat zij voor hem, met een kruk onder haar oksel en haar verbonden voet iets om hoog getild.
Nog steeds die zwarte kleding, maar geen bedekt gezicht. En dat gezicht! Het is mooi van lelijkheid, het is markant, maar niet vrouwelijk. In tegendeel, het heeft een mannelijke uitstraling. Hij is verward, voelt nog de zachte, grote borsten. Ze lacht hem toe. Hij inspecteert haar. Ziet nu de handen, de vingernagels zijn net zo rood als die van haar tenen. Ze staat vlak voor hem. Hij ziet ook het haar, een pruik. Mijn God, ze heeft een baard!
Carla Wasbauer
Aug. 2007







Zwees van Tongeren @ 26-09-2007 22:18:36
Mijn beste mevrouw Wasbauer,

Een zeer vermakelijke en onderhoudende tekst. Het verbaast mij dan ook dat hier nog niemand op heeft gereageerd. Ik zie wel mogelijkheden, als ik zo vrij mag zijn.



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens