dinsdag 21 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
wim Schuurman - mantsie mosk
Gepubliceerd op: 20-07-2003 Aantal woorden: 2993
Laatste wijziging: - Aantal views: 1418
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

mantsie mosk

wim Schuurman


Mantsie mosk, de kersverse vogelaarsgroep van Wytgaard, beleefde in het laatste weekend van september zijn eerste min of meer officiële excursie naar voormalig Oost-Duitsland, in de buurt van Rostock. Een geïnteresseerde collega vroeg mij anderdaags of het een leuk concert was geweest. De lieve meid was in de veronderstelling dat we naar Woodstock waren geweest….

”Mantsie mosk”, een gevleugelde kreet in de tijd dat Durk Hoekstra nog rondzwierf in de weilanden rond Wytgaard, en de feart van Hellinga voor ons nog een onneembare hindernis vormde. “Noch wat fûn Hoekstra ?” vroeg je als klein boekemantsje, als de rijzige gestalte weer voet in de bebouwde kom zette. “Neat, allinich in mantsie mosk” was steevast het antwoord, geen geheimen prijsgevend over waar mogelijk kievitseieren waren te vinden. De verdachte punten onder zijn pet ondersteunden zijn verhaal echter niet…
Mantsie Mosk dus, en om enig idee te geven wie die leden wel dan mogen zijn onderstaand een korte introductie:
Epie (ook wel Eppie of Ebe genoemd):
Gepokt en gemazeld in de vogelwereld. Een zeearend “makket him de pis net meer lei”.
Deze veelzijdige Bildster tovert even gemakkelijk een meeslepend verhaal, als een
smakelijke tagliatelle met roomsaus uit zijn hoge hoed. Bezit kijkers waar Napoleons
vingerafdrukken nog op staan, en wimpelt Wim zijn hitech binoculairs weg als Japanse rotzooi. Niet alle vogels liggen hem even na aan het hart. Verhaalt lovend over zijn ontmoetingen met de schitterde ijsvogel, en is kort over de de moeilijk te determineren familie der piepers: “Pieperrommel” punt uit. Goede kaartspeler.

Sjoerd:
Enthousiaste vogelaar en inspirator van deze excursie. Verstaat de kunst om een authentieke pindasaus te maken, en het recept is tegen een kleine vergoeding bij hem op te vragen. Laat zich geregeld van de groep afzakken, om deze vervolgens met grote stappen weer in te halen. Verlekkert het gezelschap vervolgens met waarnemingen die op het verlanglijstje van menig vogelaar staan. Allemaal gezien honderd meter achter onze rug en het liefst op nog geen meter afstand. Gedreven kaartspeler of om met Edward zijn woorden te spreken “in fûle baarch !”.

Herman:
Ogen en oren van onze groep. Ziet zonder Japanse hulpmiddelen op meer dan een kilometer afstand een poepende papegaaiduiker en weet vervolgens bovendien te vertellen dat er harde stukjes in zitten. Een goede stamppot boerenkool moet volgens hem aangebrand worden opgediend. Mogelijk dat dit een verklaring kan zijn dat een onwillige maag hem menig maal parten speelt. Bekeken kaartspeler.
Edward:
Beginnende vogelaar die zich meteen de luxe van een specialiteit gepermitteerd heeft: roofvogels. In alle silhouetten herkent deze sympathieke dagbladjournalist de buizerd. Evenals Epie een begenadigd verhalenverteller. “Wat bin we mooi fut net ?” zijn een van zijn vele gevleugelde uitspraken. Gelouterde kaartspeler, laat zich nooit verrassen maar de kwantiteit van het aantal “bomen” wil het nog wel eens wil winnen van de kwaliteit.
Wim:
Rechtvaardigt zijn aanwezigheid in dit gezelschap door het bezit van een heuse telescoop (nog twee termijnen te gaan). Geen overbodige luxe gezien het feit dat veel waarnemingen zich buiten zijn gezichtveld schijnen te voltrekken. “Better let as net” gaat niet op in het vogelaarwereldje, aangezien vele vogels zich maar een fractie van een seconde blootgeven. De vogels die hij had kunnen zien overstijgen dan ook in ruime mate de echte waarnemingen. Haalt zijn vogelkennis uit de boekjes van Verkade. Heeft geen bijzondere visie over hoe stamppot boerenkool moet worden klaargemaakt, maar compenseert dit door een meer dan evenredig deel op te eten. Een werkelijk voortreffelijk kaartspeler, die als enige visionair inzicht met een gedegen strategie weet te combineren. Helaas niet altijd begrepen door zijn medespelers, een kruis waar hij echter heeft mee leren leven.
Een prima vijftal zo zou later blijken. Herman geeft een waarneming door aan Epie, Epie mompelt steltstrandloper, micropiala himantopus. Wim vult aan “meestal zwijgzaam, soms een wat knarsend ktsieup” . Sjoerd noteert en Edward verzucht “wat binne we mooi fut net?”.
Dit illustere gezelschap vertrok die bewuste vrijdag met twee diesels richting Oost-duitsland. De proviand die Epie had ingeslagen deed mij echter vermoeden dat onze bestemming wel eens een stuk verder zou kunnen liggen. Een assortiment dat je graag bij je plaatselijke kruidenier zou willen zien: boerenkool, bildstars, spekjes, tagliatelle, nasi, eigen ingemaakte paprika’s (“in bealch fol wurk”), koffie, broodjes (kaas en ham) koek, eieren, melk, zelfgebakken cake, sinas, cola, sprite, rookworst, zuivel en snoep.
De voortekenen waren echter uiterst verontrustend. Reeds in Wytgaard waren we elkaar kwijt. Zeer opmerkelijk gezien het feit dat Wytgaard maar één ontsluitende weg kent. Bij de blauwe tent trokken ons sporen zich echter weer samen en kon de reis zijn aanvang nemen.
De reis verliep voorspoedig en zonder noemenswaardige incidenten. In Duitsland strekten wij voor het eerst onze stramme ledematen en sloegen wij het eerste gaatje in de schier onuitputtelijke toverdoos van Epie. Nabij onze bestemming werden we echter opgehouden door een file. Wim wilde van de nood een deugd maken door zich tegoed te doen aan een vuistdikke braam even naast de weg. Epie wist dit echter tijdig te voorkomen. Wat blijkt nu. Vossen schijnen bij voorkeur over bramen te plassen, en hun bacteriën zouden al menig slachtoffer hebben gemaakt. Het feit dat de bewuste vrucht 3 meter boven de grond hing werd weggewuifd: vossen met een volle blaas en scherp vizier kunnen met speels gemak alles raken waar zij hun zinnen op hebben gezet. Einde discussie.
Na zo’n 6 uur draaiden we de imposante oprijlaan van de voormalige staatsboerderij op, waar Douwe, zoon van Epie en neef van Sjoerd ons gastheer zou zijn.
Letterlijk een kasteel van een huis torende boven de vele appartementen uit die het complex rijk was. Even zinspeelden we met de gedachte dat ons onderkomen misschien wel één van de prachtige wachttorens zou kunnen zijn, maar een kordate afslag naar rechts maakte hier een einde aan. Geen probleem want ons onderkomen was uitstekend verzorgd en voorzien van alle middelen die het leven veraangenamen. Na koffie, koek en sigaret was het tijd om Douwe te zoeken. Gewapend met verrekijker voerde de zoektocht ons langs enorme stallen met kalveren, pinken en vazen, stieren, ziek zwak en misselijke koeien, zwangere koeien, droge en natte koeien, en maar liefst zo’n duizend melkkoeien. Even zag ik het beeld van mijn vader, zittend op een tuolle, getooid met alpinopet en drup aan de neus, Sybelsie Blankebuuk melkend, één van de tien koeien van Ome Jan. Geen tuollen hier, maar enorme melkmachines die in een klap 160 dieren tegelijk melken. Zeven dagen per week en 24 uur per dag, zonder meer indrukwekkend. Douwe werd snel gevonden en maakte ons deelgenoot van de fijne kneepjes van het vak.
Voor het eten nog even een “loopke” langs de enorme glooiende landerijen met zijn verzonken vennen en duistere bossen. Gastheer van vele diersoorten waaronder reeën, damherten, vossen en everzwijnen. Getuige de vele jagershutten kon iedere stap hier hun laatste zijn. De zon begon echter, evenals ons, aan kracht in te boeten en we besloten huiswaarts te keren. Een koel glas bier, tagliatelle met roomsaus waar Braakhekke een dikke punt aan kan zuigen, en eigengemaakte yoghurt. Wat kan een mens zich soms voldaan voelen. Evenals de proviand was ook de doos met sterke verhalen ruim voldoende om een flink gat in de avond te slaan. De dag had echter zijn tol geëist, de ogen werden dikker, en unaniem werd besloten nog voor twaalf uur de kooi op te zoeken. Zeven uur ontbijten ? Zeven uur ontbijten!
Zes uur s’morgens, gestommel in de keuken. Epie was met de kippen van stok gegaan en de geur van verse koffie en broodjes drong de slaapkamers binnen, Villa Felderhof in een van zijn beste afleveringen. E hing nog een grauwe sluier over het land op het moment van vertrek en de kou trok door de botten. Prima weer dus voor in oprjochte Fries, hoewel een van de heren zich wel erg veel vrijheid permitteert in de volgorde van de Friese werkwoorden. Al na een kilometer stonden we boven op de rem, en dit zou zeker niet de laatste keer zijn dit weekend. Een rode wouw was de oorzaak van deze whiplashstop. Deze roofvogel, een zelden maar graag geziene gast in Nederland had geen problemen met zoveel bekijks en liet zich van zijn beste kant zien, om vervolgens op de thermiek uit ons gezichtsveld te verdwijnen.
Vervolgens weer een stop, kleine vogels spatten werkelijk alle kanten op en geen enkele liet zich vangen in de kijker. Kijk, op zo’n moment is “pieperrommel” voor iedereen acceptabel en maakten we aanstalten voor onze volgende noodremstop. Edward wees echter naar het zwerk en onmiskenbaar ontvouwde zich de contouren van één van onze reisdoelen: de kraanvogel. Now we are talking business, geen gehannes met boekjes: De kraanvogel is een duidelijke, dikke, kloeke vogel. Misschien niet één van de slimste maar toch. Vroeger in Nederland een algemene broedvogel in de tijd dat onze voorvaderen nog over “craenen” spraken, maar anno 2002 kan hij zijn dikke kont hier niet meer keren.

Na dit succesje eerst koffie drinken. Gezeten aan een meer, omringd door boomklevers, zwarte mezen, kraanvogels, Vlaamse gaaien en pieperrommel, en knabbelend aan het “kontje” van Beppes eigengemaakte cake, die een tweede koffieronde niet meer heeft mogen meemaken. Epie’s eerste belofte, kraanvogels, was ingelost, en voorzichtig polsten wij onze kanzen op de zeearend. “ik haw se net oan in toutsie” verontschuldigde hij zich, maar loodste ons mee naar een tweede meer. Zonder meer prachtige natuur, bossen waarin de mens zich niet, zoals in Nederland, heeft bemoeit met de afstand tussen de verschillende bomen, maar geen “vliegende deur”. En net toen onze benen begonnen te verzuren en we van plan waren de auto weer op te zoeken was het bingo.
Twee enorme vogels zochten een rustplaats in een bomenrij aan de overkant van het meer. Een knoepert van een snavel, klauwen als kolenscheppen en een scherpe doordringende blik,
geen twijfel meer mogelijk, zeearenden! De afstand was te groot om ze in de ogen te kunnen kijken maar dat zouden we later die middag ruimschoots goedmaken.
Ondanks het feit dat Epie ruim voldoende brood had gesmeerd, hadden we onze zinnen gezet op een warme flauwbiet in één van de lokale bierstuben. Met vier stemmen voor en één onthouding werd gekozen voor Hongaarse goulashsoep. De uitbater verontschuldigde met de mededeling dat ze eerst even moest zien of er wel genoeg in de pan zat. Pas toen Edward, na Sjoerd opgelucht van nummer 100 terug kwam, kwam er ook witte rook uit de keuken, er was voldoende…

De zon brak door en de rest van de middag werd doorgebracht met een relaxte kuier door lommerrijke, glooiende heuvelen. Met licht dichtgeknepen ogen kun je je een voorstelling maken hoe het landschap in Friesland er in de jaren dertig moet hebben uitgezien de tijd van Ot en Sien. Geen wonder dat toch een deel van de Oostduitsers met enige weemoed terugdenken aan de tijd van voor de val van de muur. Vrijwel iedereen was werkzaam in één van de grote staatsbedrijven, complete zelfvoorzienende bedrijven met eigen kappers, metselaars, kinderoppas etcetera.
Nu het communisme heeft plaatsgemaakt voor het kapitalisme, wint het eigenbelang het van het wijgevoel. Toegegeven, vrijheid is een groot goed maar er hangt een prijskaartje aan. Gesloten fabrieken staan als karkassen her en der verspreid in het landschap, en de werkloosheid is door een nieuwe manier van bedrijfsvoering angstaanjagend gestegen. Ook de natuur ontsnapt er niet aan. Westerse projectontwikkelaars hebben al menig kavel opgekocht, bestemd voor Westerse toeristen die hier nog kunnen vinden wat ze in eigen land moeten ontberen, ruimte. Dit alles vindt je ook terug in de mensen, gelaten en eigenlijk niet wetend of dit nu precies is wat ze wilden.

Thuisgekomen vielen we aan op Epie’s stamppot boerenkool, met nootmuskaat voor Edward en heel lichtjes aangebrand voor Herman. Na het eten nog even bellen met het thuisfront, benieuwd hoe ons cluppie het er vanaf had gebracht nu de as van het elftal uit zat te buiken. Niet goed bleek alras, en de conclusie werd algemeen gedragen: eigenlijk waren we onmisbaar !. De avond werd gevuld met verhalen over legendarische Wytgaardsters als skele Simon, manke Meinte en kromme Cnilles. Uit privacyoverwegingen zijn de namen veranderd, maar die avond waren ze levendiger dan ze ooit waren geweest. Rond een uur of twaalf waren alle wekkers afgedraaid en lieten we het moede hoofd rusten, maar niet voordat we een half uurtje extra slaap wisten mee te smokkelen: Half acht ontbijten ? Vooruit, half acht ontbijten !
Om half acht had Epie Felderhof de ontbijttafel weer opgedist met hardgekookte eieren, broodjes uit de oven, thee, koffie, melk, kortom alles wat je graag s’morgens zou willen zien, maar nooit de moeite neemt klaar te maken. Uitgerust en verzadigd maakten we ons op voor een dagtocht naar de Noordkust. Proviand mee, kijkers mee, en Douwe mee die genoot van een van zijn schaarse vrije weekenden. Nu meen ik dat ik hard moet werken voor de kost, maar hier past slechts gepaste afstand mijnerzijds. Kilometer gereden en daar gingen wij weer in de ankers. Geen rode wouw ditmaal, maar een vos die zich liet verassen, het vale morgenlicht was hem te vlug af geweest. Even keek hij schuchter achterom, om vervolgens met stijlvolle sprongen de beschermende bosrand op te zoeken.

Vervolgend een bakkie leut bij een voorloper van de Ostsee, in buurt bij Zingst. Zo moeilijk als ze gisteren waren te traceren, zo makkelijk maakten ze het ons vandaag, de zeearenden. De ene was nog niet voorbij gecirkeld of de volgende maakte alweer zijn opwachting. “Tol” klonk het uit verschillende Duitse monden die zich om ons heen hadden verzameld, en daar sloten wij ons bij aan. Maar er moest gewerkt worden, auto’s werden om logistieke redenen verruild voor fietsen. Argwanend werd het materiaal bekeken, want instinctief wisten we dat aan het eind van deze fietstocht aangezet zou worden voor een eindsprint. Bewegen zonder competitie komt nicht im Frage, al zijn de belangen nihil. Zoniet in het begin, we namen allen plaats in de “bus” en lieten ons afleiden door het landschap.
Zeearenden, geelgorzen, raven, brandganzen, kolganzen, zomaar een lukrake greep uit de natuurhoed van Oostduistland. Na een forse wandeling aan diens kust, kwamen we weer bij onze fietsen en maakten we ons op voor de finale. Epie en Herman waren bezwaard met statieven en konden een dagzege op hun buik schrijven. Drie kilometer voor aankomst ging het spel reeds op de wagen. Wim demarreerde en sloeg een gaatje met Edward en Sjoerd. De weg was echter recht en het gelukte hem niet uit het zicht te komen. Sjoerd wist aan te pikken en een blik over het schouder maakte al snel duidelijk dat Edward te kampen had met een hongerklop. Hij bungelde nog even aan het elastiek maar deze knapte al snel en liet hem terugvallen in de anonimiteit. Sjoerd vroeg Wim toestemming voor een sanitaire stop. IJzeren wet in de wielerwereld is dat je de noodlijdende renner toestemming geeft even te demarreren, om na een snelle plas weer te kunnen aansluiten. Verbazing alom toen hij na de hem toegestane voorsprong geen aanstalten maakte zijn volle blaas te legen. Integendeel, hij koerste voluit en de afstand naar de finish bleek voor Wim te klein om de loer die Sjoerd hem had gedraaid, ongedaan te kunnen maken…
De dag liep op het eind en na een rondje door het dorp werd maakten we ons thuis op voor Epie’s eigengemaakte nasi met een koel glas bier. Voldaan zegen we neder om uit te buiken en om de Duitse voetbalcompetitie te analyseren. Niet lang want de driedaagse van de Panne moest nog verreden worden. Het Oudhollandse hartenjagen is de basis voor dit wielerevenement, waarbij het aantal geïncasseerde punten je positie bepaalt in het klassement. Compleet met dagzeges, gele en bolletjestrui en dopingcontrole. Voor Edward was de driedaagse van de Panne kinderspel. Deze routinier kan putten uit een schat aan ervaring, opgedaan in eerdere rondes waaronder de ronde van Frankrijk. Bijna hadden we met een rondewinnaar aan tafel gezeten, ware het niet dat hij in de beslissende rit naar Parijs nog op de meet werd verslagen. Des te zuurder als je bedenkt dat een ronde van deze omvang gemakkelijk een middag, avond en nacht in beslag neemt. Bovendien is het een gentlemen agreement- dat je in de laatste etappe, hand in hand de Champs Elysee op komt rijden. Maar na een kaartsessie van deze omvang, zijn normen en waarden ver te zoeken en een schoppenvrouw deed hem de das om. De driedaagse van de Panne zou voor hem echter geen probleem vormen. De etappe is overwegend vlak, op het lijf geschreven voor een renner met een diep respect voor de Mont Ventoux. Tip: mocht u hem tegenkomen, laat de naam Mont Ventoux vallen, trakteer hem op een koele versnapering, en ga er vervolgens even lekker voor zitten. Succes gegarandeerd.
In de laatste etappe van de Panne verdeelde hij de punten routinematig onder kansloze knechten en waterdragers, trok voor de meet zijn shirt recht, en nam ogenschijnlijk onaangedaan de felicitaties in ontvangst.

Voor het slapen gaan nog even buiten een sigaretje roken, wereldproblemen beschouwen en waar mogelijk oplossen. De onderhandelingen met Epie hadden zijn vruchten afgeworpen, bij het naar binnen gaan hadden we opnieuw een half uurtje slaap erbij gesmokkeld: 8 uur ontbijten !

Na het ontbijt wat met de dag overvloediger leek te worden, werden voorbereidingen voor de thuisreis getroffen. Nog even een rondje over het bedrijf, afscheid nemen van Douwe die zich een voortreffelijk gastheer heeft getoond, en met enige weemoed vertrokken we weer huiswaarts. Zonder verdere problemen draaiden we zes uur later weer de enige ontsluitende weg van Wytgaard binnen: Mantsie mosk was weer thuis…

Tot slot zou ik ook namens Sjoerd, Herman en Edward, Epie en Douwe willen bedanken voor een zondermeer prachtig weekend !
Wim




Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens