zaterdag 22 september 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
peter muselaers - Misschien wel
Gepubliceerd op: 22-04-2003 Aantal woorden: 1193
Laatste wijziging: - Aantal views: 1606
Easy-print versie Aantal reacties: 2 reacties

Misschien wel

peter muselaers


Esthers koffers staan al in de gang wanneer ik opnieuw traag de voordeur open doe. Veel te laat. Veel te dronken. Alles draait, maar ik loop door. Alles duizelt en ik struikel. De koffers staan in de weg en met een luide kreet val ik voorover. Ik hoor haar. Ze draait zich geërgerd om in ons bed. Ze heeft waarschijnlijk de hele nacht wakker gelegen. Om mij. Ze is lief, maar soms te zorgzaam. Ik had het wel geweten als ik haar was. Ik was allang bij me weggegaan, had me allang laten stikken. In m’n eigen braaksel. Ik snap niet hoe ze het met me volhoudt.

Met veel gestommel loop ik naar mijn kant van het bed. Met mijn vingers bevoel ik het behang en ik knip het bedlampje aan. Ik draai mijn zware hoofd en realiseer me hoe mooi ze is. Slapend lijkt ze wel op zo’n engeltje van Rembrandts schilderijen. Geërgerd draait ze zich opnieuw om, haar gezicht van het bedlampje afwendend. Mijn engeltje. Ik wil haar een zoen geven en ga langzaam wat voorover hangen.
“Ik ga morgen bij je weg, Michael. Het doet me pijn, maar mijn besluit staat vast.” zegt ze zacht maar duidelijk. Dan maar geen zoentje, dat maakt meer kapot dan me lief is, op dit moment. Ik slik.
“Je hebt je koffers al gepakt, zag ik.” merk ik zo nuchter mogelijk op. Ik loop naar de badkamer en kijk in de spiegel. Ik zie er niet uit. Ze gaat bij me weg. Ik poets mijn tanden. Ze gaat bij me weg. Ik was mijn gezicht. Ze gaat bij me weg. Ik was mijn handen. Ze gaat bij me weg. Ik wil niet dat ze weggaat. Ze is zo goed voor me. Te goed.
Ik stommel de slaapkamer opnieuw in. Esther ligt te slapen, of ze doet alsof. Voorzichtig omkleden dan maar. Eerst m’n, hoe heet het, blouse. Nu m’n broek. Voorzichtig, evenwicht bewaren. Het gaat niet volgens plan. Te onvoorzichtig, ik kan m’n evenwicht niet meer bewaren. Ik val.

Ze springt uit bed, haast zich naar me toe en roept: ”Michael! Heb je je bezeerd? Je bloedt, Michael, Oh God!”
Ik lig daar te huilen als een zuigeling en betast met de grootste voorzichtigheid m’n wenkbrauw. Ik bloed echt. Overal bloed. Op de punt van het nachtkastje, op de vloerbedekking, langs het bed.
Ze schreeuwt: ”Oh nee, wat erg! Michael, ik bel wel een ambulance!”
Ik stamel snikkend: ”Nee schat, hoeft niet, ik denk dat ik het wel red zo.”
“Gaat het wel? Ik weet het niet hoor, Mike, je bloedt vreselijk. Gaat het echt?”
“Ik heb gewoon m’n dag niet vandaag.”
Ze rent naar de badkamer, pakt een washandje. Ze maakt het vochtig, rent terug, pakt m’n hoofd en dept liefdevol m’n wond schoon.
“Oh, het is eigenlijk maar een klein sneetje,” zegt ze lachend. Ze pakt me stevig beet en knuffelt me. “Wat zou jij toch zonder me moeten, Mike? Drink dan ook niet zoveel.”
“Ga je echt bij me weg?” vraag ik weekjes. Ze duwt me een eindje van zich af en haar gezicht betrekt meteen. Ik bedenk dat ze vannacht in bed ook zo’n gezicht moet hebben getrokken.
“Wat zou jij toch zonder me moeten, Mike?” zegt ze wederom, maar nu nadenkend. “Ik weet het echt niet.”
“Ik ook niet,” stamel ik. “Je bent zo goed voor me. Asjeblieft. Ga niet weg. Nog één keer. Eén keer maar!”

Esther is mooi als ze nadenkt. Dan kijkt ze zo serieus. Ze schuift haar inmiddels lege koffers weer onder het bed. Ik voel aan m’n wenkbrauw en vraag me af waar ik vannacht tegenaan ben gevallen. Ik kijk naar links en zie het nachtkastje. Oh ja.
“Dat bloed ruim je zelf op, ok, Mike? Dan ga ik nu naar m’n werk.” zegt ze snel. Mijn engeltje. Ze zorgt zo goed voor me. “Doe je rustig aan vandaag? Als er iets is, weet je waar je me kan bereiken toch?”
“Op je werk, schat. Tot straks!” zeg ik zo aardig mogelijk. Ik heb hoofdpijn, veel hoofdpijn. Ik kan maar beter weer gaan slapen. Ik trek de dekens weer over me heen wanneer Esther de deur achter zich dichtdoet.

Opnieuw kom ik bij de voordeur. Eerst de sleutel zoeken. Godver. Veel te laat. Veel te dronken. Ik doe de deur open en kijk de gang in of ik de vervloekte koffers al zie staan. Nee, gelukkig niet. Ik stommel de slaapkamer binnen en knip het bedlampje aan. Ze draait zich om, haar gezicht van het lampje afwendend. Ze is mooi zo, net zo’n engeltje van Rembrandts schilderijen. Ik geef haar een zoen op haar haar. Ze slaakt een tevreden zuchtje. Ik ben weer thuis en alles is goed met me. Wat is ze toch goed voor me. Ze is lief.
Ik loop naar de badkamer en kijk in de spiegel. Ik zie er niet uit. Het is weer veel te laat. Ik poets mijn tanden. Ik ben weer veel te dronken. Ik was mijn gezicht. Ik ben haar niet waard. Ik was mijn handen. Wat ik de Esther allemaal laat doormaken. Verschrikkelijk. Dat wil ik niet meer. Niet meer voor haar. Ze verdient veel meer dan zo’n klootzak als ik.

Ik loop terug de slaapkamer in. Esther ligt te slapen, of ze doet alsof. Voorzichtig omkleden dan maar. Eerst m’n shirt. Nu m’n broek. Voorzichtig, evenwicht bewaren. Het gaat volgens plan. Ik laat me languit op bed vallen en zucht.
“Heb je weer te veel gedronken, Mike?” vraagt Esther met zachte stem.
“Yep, stom van me. Het was weer gezellig, maten onder elkaar. Veel te gezellig. Veel te laat. Veel te …”
“Houdt dan eens op met drinken, lieverd, asjeblieft”
“…”
Ze begint te snikken en zegt: “Michael, je bent toch oud en wijs genoeg om in te zien dat het allemaal niet werkt op deze manier.”
“Het werkt toch aardig?” merk ik op met m’n stomme dronken kop
Ze huilt nu. “Ik kan hier niet meer tegen, Mike. We moeten echt een oplossing vinden voor je drankprobleem. Dit gaat zo echt niet meer langer.”
“Drankprobleem?”
“Ja, een hele grote! Je verziekt de boel voor jezelf. Het maakt je stuk. Het maakt ons stuk. Ik schaam me soms voor je, weet je dat?” Ze pakt m’n arm en gaat tegen me aan liggen, nog steeds snikkend. Stilte. Minutenlange stilte. De klap opvangen, de pijn verwerken. Ik doe m’n best.
“Ik heb misschien wel de best oplossing die er is,” zeg ik bedeesd na enkele momenten peinzen. “Het doet pijn, maar ik zie geen andere uitkomst.”
Ze vlijt zich nog dichter tegen me aan en kijkt me aan. Ik zie van alles in haar mooie groene ogen. Hoop. Vertwijfeling. Bezorgdheid. Haar problemen met mij. Haar liefde voor mij. Ik krijg het bijna niet over m’n lippen, maar dan verzamel ik alle moed die nog rondzwerft in dat dronken en lamme lichaam van mij en zeg manhaftig: “Misschien moet ik niet van de drank af, maar jij gewoon van mij.”

peter muselaers - 2002


gerard van het r. @ 01-12-2003 14:49:51
mooi, aandoenlijk verhaal. Slechte sfeerschets.


karel k. @ 23-04-2003 14:40:25
mooi, aandoenlijk verhaal. Goeie sfeerschets.



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens