dinsdag 21 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
kees niesse - Achtervolgd door Satan
Gepubliceerd op: 16-08-2006 Aantal woorden: 1633
Laatste wijziging: 16-08-2006 Aantal views: 1543
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Achtervolgd door Satan

kees niesse



ACHTERVOLGD DOOR SATAN.

Met een vreselijke angstkreet werd Wouter midden in de nacht badend in het zweet wakker. Mien was ook meteen klaarwakker en zat rechtop in bed en riep:
''Wat heb jij nou Wouter, ik schrok mij een ongeluk, zit een mus je achterna?''
''Het is veel erger darling, ik droomde over satan en voel nog het suizen in mijn kop en hoor gejaagde stemmen op de achtergrond. Wat heb ik toch de laatste tijd.''
''Dat is je slechte geweten darling, ik zal een afspraak maken bij de huisarts, want je bent niet in orde en je bezorgt mij ook een wegtrekker. Ga nou maar weer slapen. Net toen Mien indommelde, begon hij weer te schreeuwen en met zijn armen te zwaaien.
''Hij wil mij pakken'', riep hij hardop.
Mien werd nu echt ongerust. Wat heb je nou weer man, ik schrik mij kapot.''
''Ik word belegerd door een zwerm wespen, ze willen mij steken.''
''Doe niet zo achterlijk man, hier zijn geen wespen. Ik haal een glas water voor je, daar knap je van op.''
''Niet doen, geef mij liever een glas whisky, dat helpt wel.''
''We hebben geen whisky meer Wouter, je hebt gisteravond een halve fles leeggedronken, vandaar die nare dromen, dat komt er van idioot.'' De rest van de nacht verliep gelukkig rustig.
De volgende morgen bij het ontbijt zei Mien:
''Je krijgt 's avonds geen drank meer Wouter, want je slaapt onrustig en krijgt nare dromen.''
''Dat kan je me niet aandoen Mien, zonder drank ben ik geen mens, dat weet je toch.''
'' Je moet afkicken Wouter, en daar beginnen we vandaag mee, goed begrepen. Waar droomde je vannacht over?''
''Ik droomde dat Satan mij achtervolgde, een wezen met een grote kop en twee horens op zijn voorhoofd en grote bloeddoorlopen tanden.

Onze Lieve Heer kon hem niet de baas Mien, daarom is de wereld zo slecht''
''Daar moet je je niet druk over maken Wouter, de duivel of satan is er altijd geweest, en die gaat niet weg. Pas als God klaar is een nieuwe wereld te scheppen, dan zal hij verdwenen zijn, eerder niet. Dat zijn je eigen woorden en die van buurman Wim, de bekeerder.''
''Ik droomde Mien, dat ik het ouderlijk huis op een avond had verlaten, ik liep door moerassige velden en de hemel was bloedrood gekleurd, dat maakte mij angstig. Toen ik bij een groot meer kwam, begon plotseling de wind op te steken en wel zo hard , dat de boompjes bijna de grond raakten en in de verte hoorde ik vrouwen schreeuwen en het geblaf van honden. Opeens kwam vanuit het meer een groot wezen met horentjes op zijn voorhoofd op mij af. Ik schrok geweldig en nam de benen. Mijn geluk was ,dat net een huifkar naderde met op de bok een koetsier, die mij beduidde in de huifkar te springen.

Ik werd verschrikkelijk bang Mien, want de man met de horentjes sprong op een knorrende varken en rende ons achterna. Ik deed het bijna in mijn broek, maar gelukkig zag ik in de huifkar een groot net liggen. Die pakte ik en spreidde hem en gooide het op de kop van het wezen en de varken. Dat was mijn redding, want het wezen staakte de achtervolging. In een haven stopte de huifkar en de koetsier beduidde mij uit te stappen, hij ging niet verder. Toen ik uit de huifkar sprong, begonnen ineens de klokken van een kerk te luiden, het was middernacht. Omdat het volle maan was kon ik alles goed zien, ik liep langs erven en omheinde tuinen en zag op een gegeven moment een boerenhuis. Ik wilde graag slapen, daarom klopte ik op de deur, maar ik schrok mij kapot, toen ik dat wezen met die horentjes achter het raam zag staan. Meteen nam ik de benen, ik werd wanhopig Mien, nog de hele nacht voor me ,en het werd koud. Ik kreeg tranen in mijn ogen en haatte de mensheid.

Ik liep verder en zag in de verte een kasteel met een zeshoekig ommuurde toren en veel bijgebouwen. Tot mijn verbazing stond de valbrug naar beneden en kon ik doorlopen tot aan de ingang van het kasteel. Ik was erg moe en wilde in het kasteel een slaapplaats zoeken. Ik ging naar binnen en liepen de donkere trappen op. Opeens voelde ik iets over mijn voeten lopen, ik denk een rat, maar daar ben ik niet bang voor, zoals je weet Mien, speel ik ook met muizen die ik getraind heb onrust te veroorzaken als ik belaagd word. Toen ik helemaal boven was gekomen zag ik in een slaapkamer een hemelbed met rondom geborduurde gordijnen. Ik opende een gordijn en zag een lange dunne vrouw liggen met twee vlechten en haar gezicht was bleek. Ze keek me lachend aan en riep: ''Dag schat, verwen me. Ik wilde weglopen, maar ze had mij al beet en trok mijn broek naar beneden. Ik kreeg een rilling van angst. Ik doe het niet graag, maar ik gaf haar een kopstoot, waarna ze los liet en ik naar beneden de trappen af kon rennen.

Tot mijn grote schrik hoorde ik, dat ze me achterna rende en steeds riep, dat ze een beurt wilde hebben. Net op het moment, dat ik haar hand voelde in mijn nek, dook ik een kamer in. Mijn droom veranderde in een vreselijk angstkreet, want in die kamer stond dat wezen weer met die horentjes op zijn voorhoofd, die zijn bek wijd opendeed en met die grote tanden van een vampier mij in mijn nek wilde bijten. Toen schrok ik wakker Mien en voelde ik het suizen in mijn hoofd en hoorde ik het gezoem van een zwerm wespen of bijen,dat weet ik niet meer. Ik hoop de komende nacht niet weer zo angstig te dromen Mien.''
''Ik hoop het niet Wouter, want ik heb vannacht nauwelijks geslapen. Laten we maar een borrel nemen op de goede afloop, op wie zullen we drinken Wouter?''
''Op jou Mien, jij hebt me door die zware nacht geholpen. Proost.''

Kees Niesse.





Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens