dinsdag 21 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Andreas Wakker - Waarheid
Gepubliceerd op: 29-04-2006 Aantal woorden: 1575
Laatste wijziging: - Aantal views: 1259
Easy-print versie Aantal reacties: 2 reacties

Waarheid

Andreas Wakker


Waarheid

'Ik ben de weg, de waarheid en het leven,’ zei Jezus diepzinnig, en loste op in de ijle toestand van het absoluut complete om ons vervolgens zelf maar uit te laten zoeken wat hij precies had bedoeld. Handige jongen. Zou hij het zelf begrepen hebben? Tussen stelling en interpretatie ligt een oceaan van ruimte, en die ruimte is gevuld met taal en in die taal zoeken filosofen sinds mensenheugenis naar de waarheid. Ik ben X. X? Ja, zeker weten. Zozo, nou nou, bewijs dat dan eerst maar eens, mijn beste.
Het waarheidsbegrip waar de filosofie om draait is sinds het wezensdenken van de moderne wetenschap, waarin de toetsbaarheid van theorieën het enige overgebleven richtsnoer voor de waarheid is, een taalspel geworden. ‘E=mc²!’ flapte Einstein eruit en hij wist meteen dat hij gelijk had. Niet zomaar gelijk maar verbluffend gelijk, zoals de wiskunde gelijk heeft: alles klopt, geen interpretatie meer nodig. Zodoende zijn energie en massa, door de gekwadrateerde lichtsnelheid met elkaar verbonden, sinds Einstein helemaal equivalent; niemand die daar een speld tussen heeft kunnen krijgen. Mooi. Is dat de waarheid? Vast en zeker. E=mc² is namelijk overal geldig: in bed, in de trein, voor de TV, boven een boek, en zelfs in het zwaartekrachtsveld van de spiraalnevel M31 in Andromeda. Bovendien is E=mc² altijd geldig, in verleden, heden en toekomst, en op welke manier en met welke snelheid wij ons ook voortbewegen; als een raket, als een slak, of helemaal niet. Zolang we maar een mens, een molecuul, een stuk hout, of welk stuk materie dan ook zijn, en zolang we in zo’n constellatie maar een massa hebben.
Mooi, waarheid is dus universeel, tijdsonafhankelijk, en eenduidig. Maar wat hebben we daaraan? Weinig. Zo’n altijd-en-overal waarheid als E=mc² is een abstractie die als het eropaan komt maar bedroevend weinig houvast biedt. ‘Kijk, zo werkt het!’ Met E=mc²? Vergeet het. Met zo’n waarheid kunnen we geen huizen bouwen, geen bruggen, geen auto’s enzovoort, en in de meer pragmatische opvattingen over filosofie is iets pas waar als het werkt. Voor het soort praktijk van alledag hebben we een heel andere wet nodig, namelijk die van Newton, F = m×a, oftewel kracht is massa maal versnelling. Is dat dan de waarheid? Niet helemaal. Want hoe nuttig Newton ook is voor al onze pientere ingenieurs, Newton loopt aan twee fronten spaak.
Eerste front. Newton gaat niet op (moet ‘relativistisch worden gecorrigeerd’) als materie zich met een kleinere of grotere, in ieder geval niet verwaarloosbare fractie van de lichtsnelheid voortbeweegt. Nu is dat voor 99,999999% van alle toepassingen en situaties op aarde niet aan de orde, maar toch loopt daar iets principieels mis met Newton. Gelukkig is er voor die 0,000001% een oplossing: Einstein’s relativiteitstheorie.
Tweede front. Newton loopt mis als we atomen en moleculen willen begrijpen en verklaren, en dan met name als we die zelf, door chemische reacties, willen construeren: plastic bijvoorbeeld, het materiaal van de vorige eeuw. Het dilemma is dat elektronen die rond atoomkernen suizen en zo de bindende substantie in alles wat tastbaar is vormen, niet begrepen kunnen worden met Newton in de klassieke zin. Aan het beeld van rond de zon bewegende planeten hebben we dus niets. Vergeet ook de bollen maar en, op kleinere schaal, de deeltjes. Want we kunnen de eigenschappen van elektronen niet langer verklaren als we zouden blijven veronderstellen dat het tastbare, minuscule deeltjes zijn. We moeten aannemen dat het golfjes zijn, uitgesmeerd over de ruimte, als het ware, met een daarbij behorende waarschijnlijkheid, en omdat in het universum der moleculen die uitgesmeerdheid geen grenzen kent zijn elektronen dus overal. Dat levert een paar fantastische effecten op, te ingewikkeld om hier zomaar even uit de doeken te doen. Tegelijk hebben elektronen wel degelijk en nog steeds een zeer concrete massa (en dus een energie) en zijn daarmee, in zekere zin, toch weer een beetje op te vatten als deeltje. En klap op de vuurpijl: in de experimenten manifesteert het elektron zich nu weer eens als een deeltje, en dan weer eens als een golfje. Over deze ‘dualiteit van golf en deeltje’ wensen theosofen, ietsisten en quasi-wetenschappers van allerlei aard elkaar trouwens dagelijks nog van alles toe en dat zullen ze vermoedelijk tot in de eeuwigheid wel blijven doen. Het heeft allemaal niets om het lijf.
Het formalisme waarmee alle eigenschappen van elektronen kunnen worden beschreven, verklaard en voorspeld is de quantummechanica en met behulp van deze quantummechanica is het mogelijk om een ‘Wet van Newton’ voor atomen en moleculen te definiëren: de Schrödinger vergelijking, zo genoemd naar der Verfasser. Ze ziet er - ik laat de tekens voor wat ze zijn - zo uit:

H Ø = E Ø

Mooi? Misschien. Is dat dan de waarheid? Tot op zekere hoogte. We kunnen er het eenvoudigste atoom, waterstof, exact mee uitrekenen. En een molecuul waterstof - twee waterstof atomen - lukt ook nog wel. Maar hoe groter de moleculen, hoe meer de wiskunde te kort schiet en hoe meer het een kwestie wordt van benaderen, vereenvoudigen, veronderstellen, waarmee we onvermijdelijk in de regionen van de empirie belanden, en in de empirie gaat alle voorspellende kracht verloren. Op zeker moment kunnen we alleen nog beschrijven hoe een molecuul zich gedraagt, cyclohexaan bijvoorbeeld, maar niet wat het molecuul is of wat het molecuul zou worden als het zou reageren met bijvoorbeeld ethyleen, om maar eens een ander molecuul te noemen. Dat kunnen we dan maar beter gewoon zelf proberen. Voor de quantummechanica rest dan alleen nog een rol als hulpmiddel, zodat we alle moleculen nog op een zinvolle manier naar eigenschappen kunnen ordenen en categoriseren. En dat is buitengewoon nuttig, zeker, want al die inspanning levert de nieuwste en prachtigste moleculen op. Maar we leren er niets meer van.
Goed. Alles overziend en welbeschouwd is dit mijn punt:
E=mc² is exact en altijd waar maar het is ook een ijle abstractie die geen concreet inzicht oplevert. De Schrödinger vergelijking is waar, maar niet exact genoeg. En de Wet van Newton is waar, en ook exact, maar alleen maar binnen een zeker geldigheidsgebied. En waar het geldigheidsgebied ophoudt, daar sneuvelt de waarheid en begint het mysterie. Ieder mysterie is dus een denkfout, want het vinden van de waarheid is niets anders dan een proces van afperking en begrenzing.
Ik geef daarvan twee voorbeelden.
Is er een oerknal? Nee. Door ons denken, en dus ook door ons gebrek daaraan, komen wij uit op een oerknal alwaar, alsmaar terug rekenend, al onze berekeningen astronomisch uit de hand lopen. Dat zegt alles over ons, maar niets over de oerknal, of over wat er vóór de oerknal was, want ook ons besef van ‘vóór de oerknal’ is een product van onze eigen hersenspinsels, hoe fantastisch die ook zijn, en nuttig - tenslotte kunnen we alles wat er vanaf één milliseconde na de knal is gebeurd perfect verklaren, net zoals wij alles wat nog gebeuren zal, tot over zoveel miljoenen jaren, perfect kunnen voorspellen. Dat ons hele universum zal imploderen bijvoorbeeld, verschrompelen tot een oude, lege ballon. Maar wie weet, als het eenmaal zover is, zal ook dat misschien een denkfout blijken...
Is er, op atomair niveau, een dualiteit van golf en deeltje? Nee. Die dualiteit is een gevolg van de beperkingen van de quantummechanica die we gebruiken. (De quantummechanica zit daar overigens niet mee; sommige mensen zitten daar mee.) Maar voorlopig hebben we niets beters dan de quantummechanica, en we kunnen er prima mee uit de voeten. Wat zeg ik? We hebben er de chip mee uitgevonden, en beeldbuizen. En daarmee televisie, computers en alles wat maar elektronisch is, of digitaal. Hoge beurskoersen, ook.
Fuck the duality.
Alles wat waar is hebben wij zelf, door het te begrijpen, waar gemaakt, en alles wat we niet begrijpen begrijpen we niet omdat we vooralsnog te dom zijn om het te begrijpen.
Jammer.
En toch... In Princeton breekt een internationaal consortium van geniën zich vierentwintig uur per dag in ploegendienst het hoofd over hoe alles toch nog onder één grote, allesomvattende formule kan worden ondergebracht. Exact. Geldigheidsgebied: onbegrensd. Deze doorzetters (klasse!) zoeken het daarbij in een snaartheorie waar ik, met het beetje dat ik erover gehoord en gelezen heb, niets meer van begrijp. Want dan zou ik op zijn minst in staat moeten zijn om, conform de allernieuwste interpretaties van de relativiteitstheorie, het ruimtetijd continuüm binnenste buiten te keren en dat gaat me net even iets te ver. Hoe dan ook, kennelijk moet ik niet langer denken in termen van deeltjes en golfjes, maar zou ik alles op een snaar moeten zien terug te voeren, een snaar met zoiets als een lengte, naar het schijnt, waarmee ik dan als het allemaal klopt via een relativistisch gecorrigeerde ruimtetijd transformatie een beetje bij de muziek uit zal komen. Benieuwd wat iemand als Bach ervan gevonden zou hebben. Op een goede dag zal een van die genieën er in slagen de formule te vinden, daar twijfel ik niet aan, en als die op het bord staat zal iedereen kunnen zien:
Dat, ja dat is de waarheid...
Voor heel even maar, het spijt me dat ik het zeggen moet. Want ik voorspel dat ook die formule ergens spaak zal lopen, ver voorbij de oerknal weliswaar, en zij zal zonder twijfel nieuwe, nog voortreffelijker inzichten opleveren dan wij al hadden maar spaak lopen zal zij! En dan begint alles weer van voren af aan.
Good luck.



April 2006






Maria @ 01-05-2006 21:37:45
Zucht, waarom denken veel amateurschrijvers toch altijd dat ze heel veel moeilijke woorden moeten gebruiken om een goed stuk neer te zetten? Wetenschap en ellenlange zinnen worden uit de kast getrokken en vervolgens raken ze zelf de draad kwijt.


dichtermede @ 30-04-2006 03:25:36
Ik dénk dat ik het met je eens ben, maar toch ga ik je tekst bij daglicht nog eens beter lezen....



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens