dinsdag 17 juli 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Dennis Dam - Het hogere doel
Gepubliceerd op: 09-12-2002 Aantal woorden: 638
Laatste wijziging: - Aantal views: 1730
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Het hogere doel

Dennis Dam


In gedachten verzonken stond hij bij de bushalte. Met trillende handen stak hij een sigaret op. De afgelopen weken waren als een droom geweest voor hem. Hij was veranderd. De mensen waar hij nu bij hoorde en voor wie hij zo’n belangrijke rol vervulde waren als familie voor hem geworden. Eindelijk had hij een doel in zijn leven, na jaren van zoeken. Het was alsof de straatlantarens aangesprongen waren in de donkere steeg van zijn ziel. Hij kon nu zien! Tranen sprongen in zijn ogen, een warm gevoel viel als een deken over hem heen. Vandaag kwam het erop aan. De grote test.
Lijn 12 stopte voor zijn neus. Hij haalde de strippenkaart uit de binnenzak van zijn jas, liep de bus in en liet de kaart stempelen. Zou iemand iets aan hem merken? Hij wierp een angstige blik door de bus. Een oud dametje op de tweede rij. Een moeder met kind op de vijfde. Verder was de bus leeg. Gelukkig, dan kon hij even rustig nadenken.
Zijn gedachten gingen terug naar de afgelopen dagen. De diepe gesprekken met zijn mentor. Over de strijd tegen het kwaad, waarom dat zo belangrijk was. God had hem uitgekozen om een rol te vervullen in deze eeuwige strijd. Vastberaden moest hij zijn, zijn ogen gericht op dat ene hogere doel. Als alles dan volbracht zou zijn, kon hij rekenen op een warm onthaal, in het hemelse huis. Zijn vrienden zouden hem omarmen, hem op de rug kloppen en woorden van bewondering spreken. Dan zou hij zijn wat hij zijn hele leven al wilde zijn: Iemand van Betekenis.
Terwijl de bus zijn geboortestreek verliet, op weg naar het slagveld, controleerde hij gespannen of zijn materiaal in orde was. Zijn mentor had hem hier een lijst voor meegegeven. De draden correct aangesloten. De ontsteker in plaats. Explosieven degelijk bevestigd. De onstekerknop in de binnenzak van zijn jas. Hij ging alles opnieuw over, en toen nog een keer. Hij kon en mocht niet falen. Er werd wat van hem verwacht en hij zou ze niet in de steek laten. Hij zou laten zien dat hij het kon. Hij zou een voorbeeld zijn voor zijn opvolgers.
Met piepende remmen kwam de bus tot stilstand. Hier moest hij eruit. Het was druk op het plein, dat grenste aan de bushalte. Aan de overkant van lag het café waar hij moest zijn. Met rasse schreden liep hij er op af. Een veelvoud van gevoelens stroomde door zijn lijf. Het angstzweet brak hem uit, maar tegelijk probeerde hij toch te denken aan het hogere doel dat voor hem lag. Opeens hoorde hij verheven stemmen boven al het geroezemoes uit.
Zich omdraaiend, zag hij een groepje mannen met karabijnen op hem afkomen. In paniek nam hij de benen, richting het café. Hij was er bijna, nog maar vijftig meter. Als in slow-motion nam hij zijn omgeving waar. Geschreeuw. Mensen in paniek, die alle kanten oprenden, van hem vandaan. Met zijn rechterhand zocht hij de ontstekerknop in zijn binnenzak, maar dat was moeilijk omdat zijn jas heen en weer ging door het rennen. Dan opeens, harde knallen en een fractie van een seconde later een paar steken in zijn rug. Alsof iemand hem een harde schop in zijn rug had gegeven, donderde hij voorover op de keien. Met uitgestrekte armen naar voren lag hij op de grond, dat langzaam rood kleurde. Een rood gordijn viel voor zijn ogen. In een waas zag hij zijn paradijs voor zich liggen. Zo dichtbij, maar toch zo ver weg. Tranen biggelden over zijn wangen. Alles was nu tevergeefs geweest. Hij had gefaald voor de ogen van zijn Vader.

NB. Ik ben het niet eens met de ideologie van de hoofdrolspeler in dit korte verhaal, maar probeer hem wat beter te begrijpen door in zijn huid te kruipen.


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens