dinsdag 21 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Rosa D. - Marije (Deel 10)
Gepubliceerd op: 18-10-2005 Aantal woorden: 1026
Laatste wijziging: 18-10-2005 Aantal views: 1383
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Marije (Deel 10)

Rosa D.


Marije concentreert zich en zegt dan: “Aarde van het Noorden, Vuur van het Zuiden, Lucht van het Oosten en Water van het Westen.” Ze begint zich nog lichter in haar hoofd te voelen als dat ze zojuist al deed. Ze ziet de vrouw steeds duidelijker worden. “Je hoeft niet bang te wezen, kindje”, zegt de vrouw. “Er is nu niemand meer die jou pijn zal willen doen, maar vanaf hier zul jij het zonder mij verder moeten doen.” Vrijwel meteen ziet Marije dat de vrouw nu heel wazig wordt. Nogmaals besluit ze de vier elementen te noemen. “Aarde van het Noorden.” Een oude wijs uitziende vrouw verschijnt, ze wordt steeds duidelijker. “Vuur van het Zuiden.” Het lijkt of een dier zichtbaar wordt. Marije kan het niet goed zien. Ze tuurt een tijdje naar het gedaante en ziet dan een soort van salamander met een mannelijk gezicht en een uitdagende blik in zijn ogen. Ze slikt even, maar besluit dan verder te gaan. “Lucht van het Oosten.” Er verschijnt nog een man. Hij ziet er gezond uit, hij heeft rode blossen op zijn wangen en heldere, stralende ogen. “Water van het Westen!” Zegt ze nu vol overtuiging. Er verschijnt een vrouw, ze draagt een grote, zilverkleurige ketting. De hanger lijkt op een maan, maar Marije weet niet zeker of het echt een maan moet voorstellen...

Marije heeft van de oude vrouw verder geen instructies gekregen, wat ze verder zou moeten doen als ze wachters verschenen. Ze kijkt iedere wachter stuk voor stuk aan en schenkt ze een glimlach. “En nu?” Denkt ze. Alsof de wachters haar gedachten kunnen lezen wordt er in koor gezegd: “Nu zullen wij je de weg naar het licht wijzen, wat wij je nu gaan laten zien zal voor altijd een grote impact op je leven hebben, tenzij jij het kan voorkomen.” Marije weet niet echt goed wat ze eraan heeft. “Nou, laat maar zien dan”, zegt ze uiteindelijk. De wijs uitziende vrouw heft haar handen op en een soort van ronde bol wordt zichtbaar. In de bol ziet Marije langzaam maar zeker een beeld opdoemen. Ze kan het niet goed thuisbrengen. Ze ziet een jongen met een pistool, maar ze heeft geen idee wie de persoon is. Een paar tellen later ziet ze de jongen een pad oplopen. Opeens schrikt Marije ontzettend. Dat is het tuinpad van Julian’s huis. De deur gaat open en ze ziet Julian in de deuropening staan. Ze ziet zijn lippen bewegen, maar ze hoort niet wat hij probeert te zeggen. “Waarschijnlijk smeekt hij om hem niet neer te schieten”, mompelt Marije. Behalve Marije’s gemompel wordt er verder geen woord gezegd. Een volgend beeld komt te voorschijn. Ze ziet Mike en Sicko lopen. Ze kijken zoekend en ongerust om zich heen. Ook hen kan ze niet verstaan. En dan ziet ze haarzelf. Ze staat tussen Mike en Julian in. Achter Mike staat Sicko en achter Julian staat de jongen met het pistool. Dan verdwijnt het beeld. “Waarom stond ik er midden in?” Vraagt ze. “Jij bent het middelpunt van dit alles. Zonder jou hebben de twee mannen een probleem, maar ook je geliefde en de jongen met het pistool. Gebruik je krachten daar waar nodig is, op onze hulp kun je rekenen. Wij zullen onze leerlinge nooit teleurstellen, zolang je ons op onze woorden vertrouwd.” Antwoordt de wachter van het Vuur. “Ik vertrouw jullie op je woord.” Beloofd Marije plechtig.

Marije doet plotseling haar ogen open. Het lijkt alsof alles wat ze zojuist heeft mee gemaakt één grote droom was. Maar de ring verraadt dat het geen droom was. Deze blijft voortdurend van kleur verflitsen. “Ik moet hier weg!” Denkt Marije koortsachtig. Ze staat op en loopt naar de deur toe. Tot haar verbazing gaat deze al open voordat ze de deur aangeraakt heeft. Ze schrikt. Zouden Mike en Sicko al terug zijn? Ze steekt haar hoofd tussen de deur door en tuurt over de gang heen. Ze ziet en hoort niks. Ze twijfelt of ze wel de gang in zou moeten gaan, maar dan denkt ze weer aan Julian. Niks houdt haar nu nog tegen. Ze duwt de deur een stukje verder open en loopt de gang in. Ze besluit deze keer naar links te gaan, want ze had al eerder gemerkt dat de rechterkant doodloopt. “Ik hoop maar dat ik op tijd ben!” Zegt ze hardop tegen haarzelf. Ze rent zo hard ze kan door de gang heen. “Nu derde deur rechts”, hoort ze een stem in haar hoofd zeggen. Ze wil de deur openen, maar alweer opent deze zich vanzelf. Ze hoeft het enkel een stukje te duwen. Ze stapt door de deur heen en komt in een helder verlichte hal uit. Het is er klein en er zijn nog twee deuren. Ze kan aan de ene deurslot zien dat die naar een wc of badkamer leidt. Ze besluit de andere deur te nemen. Deze keer gaat de deur niet automatisch open nu ze er dichtbij in de buurt is. Ze schrikt. “Hoe moet ik hier uitkomen als deze deur niet mee zal werken?” Ze voelt aan de deur en tot haar opluchting geeft de deur gewoon mee. Ze stapt naar buiten en blijft even staan om weer op adem te komen van het rennen. “Je hebt geen tijd te verliezen”, galmt het door haar hoofd. Marije kijkt om zich heen om zich te oriënteren. Deze buurt kent ze niet eens. Niets ziet er bekend uit. “Oh nee”, kreunt ze. “Zo vind ik Julian nooit!” Op dat moment hoopt ze dat er weer een stem in haar hoofd opduikt en haar ditmaal de weg zou wijzen door deze buurt, maar tot haar verbazing gebeurt dit niet. Ze raakt in paniek. “Waar moet ik nou heen?” Ze besluit de weg rechtdoor te nemen en zet het op een rennen. Ze is nog maar een paar meter onderweg en dan hoort ze plotseling een stem. “Waar ga jij naar toe?” Zegt een zware mannenstem. Ze schrikt zo erg van de stem dat ze meteen stil staat. Ze wil het weer op een lopen zetten, maar haar benen zijn verlamd door de angst…

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens