donderdag 18 oktober 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Johan Veenhof - Iedereen viel stil
Gepubliceerd op: 07-09-2005 Aantal woorden: 985
Laatste wijziging: 07-09-2005 Aantal views: 1891
Easy-print versie Aantal reacties: 1 reacties

Iedereen viel stil

Johan Veenhof


Iedereen viel stil


Gracieus. Ik kon geen ander woord bedenken voor de manier waarop ze de coupe betrad. Iedereen viel stil. Het zou geweldig zijn als haar eindbestemming ook die van mij zou zijn. Stiekem hoopte ik dat ze heel dichtbij mij komen zitten. Het zou mijn dagelijkse, sobere reis van Utrecht naar Amsterdam Centraal zeer dragelijk kunnen maken. Het geluk nestelde haar schuin tegenover me. Haar fier opgeheven hoofd verraadde een intrigerende zelfverzekerdheid terwijl haar ranke schouders duidden op uiterlijke perfectie. Haar soepele knieŽn volgend, terwijl ze geluidsloos plaatsnam, zocht ik haar gezicht. Ik werd beloond met twee schuchter bruine ogen die me bijna direct vroegen om ontkenning van hun pracht. Verder dan haar ogen kwam ik niet. Ze verraadde niets meer van haar schoonheid dan het al getoonde. Ook het haar was bedekt. Ik observeerde haar zoekende blik terwijl haar innemende lichaam zichzelf in een comfortabele positie manoeuvreerde. Ik werd bedwelmd door haar vrouwelijke rondingen die onbedoeld -door haar bedekkende, zwarte kledij heen- zichzelf tentoonstelde. Haar lichaam vleide zich soepel maar enigszins onwennig tegen het rode nepleer. Uit haar tas haalde ze, een voor mij onleesbaar, schrift te voorschijn. Ik volgde haar trillende vingers terwijl die langzaam de beschreven bladen omsloegen en werd betoverd door haar zachte aanraking. Ik voelde de drang haar te leren kennen. Haar bewegingen herinnerden mij aan de verhalen die ik over de godsvrucht Cleopatra had gelezen. Niets leek zekerder dan haar schoonheid. Haar fragiele hoofd volgde schommelend de woorden op papier terwijl de treinrail ervoor zorgde dat de rest van haar lichaam zeer consequent maar zachtjes op en neer ging. Haar ogen vertoonden een lichte trilling bij elke nieuw omgeslagen bladzijde maar verlieten het papier geen seconde. Ze leek bijna in trance. Ik was nieuwsgierig naar haar verhaal. Respectvol zocht ik benadering. Misschien was ze in gebed? Nederig vragend om haar tijd informeerde ik naar haar verhaal. Ze schrok maar corrigeerde snel en toeschietelijk. Haar naam was Watridis en bestudeerde een leerboek voor medici, in het Arabisch. Ze werkte momenteel als verpleegster in Amsterdam maar wilde terugkeren naar haar geboorteland. Dit schrift, zo verzekerde ze mij, kon haar daarbij helpen. Verlichting brengen aan haar volk was haar doel. Normaal gezien lees je dan de bijbel dacht ik maar we kwamen duidelijk uit een andere cultuur. Ze wilde terug naar haar familie. Haar oma, moeder en tante waren daar in de verpleging werkzaam geweest en werden vereerd door het hele dorp. Die erkenning zou ze hier in Nederland nooit krijgen. Niet zoals thuis. Door veel te lezen over de heersende cultuur in, voor haar, het paradijselijke beloofde land bereidde ze zich daarop voor. Haar grootste doel was haar moeder vervangen, er zijn voor haar familie. Ook vereerd worden omdat het leven een strijd is. Ik beminde op afstand haar eigenwaarde en heldhaftige verlangen iets te zijn. Ze zou nooit van mij kunnen worden wist ik toen al. Niet nu, niet hier. Ze praatte enigszins opgelucht en bevrijd over haar toekomstplannen die zorgvuldig leken gepland. Toch veranderde langzaam haar toon. Haar liefelijke gezicht draaide ze steeds vaker af, ervoor zorgend mij niet te ontmoeten. Ze ging dieper in op haar vaderland en verloor daarbij onstuimig alle interesse voor mij. De hoop haar echt te leren kennen kon ik opgeven. Schuchterheid was haar ineens vreemd en bijna automatisch beschreef ze haar verhaal. Mij ervan overtuigend de goede keus te hebben gemaakt praatte ze honderduit. Vreemd genoeg straalden haar bruine ogen niet als daarvoor. Alsof zij niet waarlijk aanwezig was. Alsof ze een droom beschreef die ze nooit echt zou beleven. We passeerden de -bijna tempel- Arena en haar aandacht leek nog meer te verslappen. Ze lette niet meer op mij. Daarentegen gingen haar gelovige ogen ongecontroleerd in het rond. Ik probeerde nog te vragen naar haar fascinerende toekomst en vroeg, bijna smekend, zelfs door over haar moeder. Niets leek meer te helpen. Haar enige interesse voor mij bleek uit haar vertellingen; maar daar had ikzelf om gevraagd. Verder bestond ik niet meer. Er klonk steeds meer Arabisch door in haar zorgvuldig gekozen woordenwaterval. Ze richtte haar woorden weliswaar nog steeds tegen mij maar waarom nog? Ze stond rechtop nu en leek iedereen aan te spreken. Zelfs voor de medereizigers was niets meer duidelijk. Direct na station Amstel begon ze, al pratend, haar tas in te pakken. Over een minuut of vijf zouden we niet meer bij elkaar zijn; Amsterdam Centraal kwam eraan. Het verhaal ging nu niet meer over zichzelf maar haar ideeŽn en beloftes. Meer nog over de strijd van haar familie; de ontberingen, hun geloof, het strijden en doordringend lijden. Haar gepraat ging over in een bijna hysterisch geschreeuw. Voor mij werd nu alles Babylonisch, voor anderen misschien de waarheid. Ik verstond er in ieder geval niets meer van. Ze veranderde. Haar ogen zocht ik nog een keer om bevestiging te vragen. Ze waren wijd gesperd leken zich te verontschuldigen voor de naderende toekomst. Wij zouden elkaar nooit echt kunnen begrijpen of liefhebben. Ons geloof zou daar altijd tussen komen. Haar lichaamstaal vertelde me dat het moment van innig scheiden sneller zou komen dan verwacht. Zelfs zonder bij elkaar te zijn gekomen. Het verleden gaf mij een hint van wat er stond te gebeuren. Ik liet haar nog snel weten respect te hebben voor haar familiegevoel. Nederig nam ik afscheid en stond toen, net als ieder ander, op om richting de deur te lopen. Wetend wat eraan kwam richtte ik me al struinend in de rij op. Ik keek hoopvol achterom. Ze glimlachte geluidloos alsof ze me begreep en liet toen zien wat onder haar kleding zat vastgeplakt op haar goddelijke lichaam. ĎAllah is de grootsteí, riep ze nog als laatste. Toen was ons afscheid een feit. Gracieus, ik kon er geen ander woord voor bedenken, bediende ze haar ticket naar geluk. En iedereen viel stil.


Johan Veenhof

@ 21-06-2015 15:35:42




Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en Renť Claessens