vrijdag 21 september 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
marjolijn - relatie(f) [hoofdstuk 1]
Gepubliceerd op: 19-05-2005 Aantal woorden: 2376
Laatste wijziging: - Aantal views: 1539
Easy-print versie Aantal reacties: 5 reacties

relatie(f) [hoofdstuk 1]

marjolijn


H1
Tom en ik zitten samen op de bank, ik kruip dicht tegen hem aan. Hij slaat zijn arm om mijn schouders. Een angstaanjagende gil verlaat de televisie en vervolgens bijna mijn mond. Waarom wil hij toch ook altijd van die griezelfilms kijken…?! Hij weet toch dat ik daarna 3 weken niet kan slapen. ‘Dom wijf, wie gaat er dan ook daar naar binnen!’ Ik schrik wakker uit mijn gedachten en probeer weer met mijn aandacht bij de film te blijven. Het bloed spuit alle kanten op. Echt lekker romantisch zo’n film. ‘Vind je ook niet?’ Ik draai me om. ‘Vind je ook niet?’ vraagt hij nog een keer. ‘Vind ik wat niet?’ probeer ik nog voorzichtig, maar het is al te laat. ‘Je let verdomme ook nooit op! Het is altijd hetzelfde met jou, altijd hetzelfde gezeik!’ Bijna had ik hem gezegd dat het niet mijn schuld was maar dat hij van die stomme films uitzocht. Die domme horrorfilms, waar ik dus echt niks aan vind. Maar toen ik de uitdrukking op zijn gezicht zag wist ik dat het beter was om gewoon mijn mond te houden en het over me heen te laten komen. ‘Je hebt nooit wat voor me over! Waar ben je met je gedachten?! Bij een andere vent soms? Is dat het?! Dat is het hè... Je gaat vreemd of niet… Vuile hoer die je bent!’ Hij ziet rood van woede, zijn vuisten zijn gebald. Dan stormt hij de kamer uit. Ik hoor de voordeur dichtslaan. In het hele huis is niks anders te horen dan de krijsende mensen op het televisiescherm.
Met een zucht zet ik de film af. Doodse stilte… Waarom hebben we nou nooit gewoon een gezellig avondje, eentje zonder ruzie! Lag het aan mij? Was ik niet geïnteresseerd genoeg geweest? Het was niet dat Tom zijn best niet deed. Ik sla mijn armen om knieën heen. Ik ben gewoon een enorme trut geweest, hij vroeg me gewoon wat. Ik had beter op moeten letten… Het is mijn schuld! De tranen rollen over mijn wangen beneden, schokkende schouders. Moe van alle emoties sleep ik mezelf naar boven. De deken die normaal altijd zo lekker warm is voelt aan als ijs. Dan…eindelijk… slaap…
Gestommel op de trap! Ik ben klaarwakker. Tom komt de kamer binnen, trekt zijn kleren uit en laat zich op het bed vallen. Ik pak zijn hand vast. Hij verstijft. Het spijt me, mompel ik zacht. ‘Het is al goed lieverd, het maakt niet uit. Ik ben niet boos, ik was gewoon… bang… bang dat je me zou verlaten…’ Hij geeft me een kus op mijn wang, draait zich weer om en valt tevreden in slaap. Langzaam maakt het verdriet plaats voor een glimlach. Hij was niet echt boos. Het was gewoon omdat hij zoveel van me houdt. Hij was bang om me kwijt te raken… Dat is het! Ik voel zijn warme adem en zijn sterke handen die de mijne vasthebben. Ja, dat moet het zijn…

‘Goedemorgen honingbloempje’ begroet Tom me vrolijk als ik met een slaperig hoofd in de keuken verschijn. Dampende geuren komen mijn neus binnen. Het ontbijt staat al op de tafel, klaar om gegeten te worden. Hij schuift een stoel naar achter en gebaart me om te gaan zitten. ‘Jij hoeft deze morgen niks te doen, laat mij je maar eens lekker verwennen. Wil je koffie of thee? Vers geperste sinasappelsap misschien?’ Wat houd ik toch veel van deze jongen… ik kijk in zijn fel groene ogen. Een donkere krul staat omhoog. Een vage lach verschijnt om mijn lippen. Wat is hij toch lekker… ‘Zeg wat wil je nou drinken? Mag je daarna weer verder gaan met naar me staren.’ Zegt hij plagend. Ik word vuurrood. Een kop thee graag, niets erin. ‘Komt eraan!’
Ik neem nog een hap van de boterham met pindakaas, die hij zorgvuldig voor me gesmeerd heeft. Van het feit dat ik helemaal geen pindakaas lust trok ik me maar niks aan. Het was zo’n lief gebaar dat ik het niet wilde verpesten. ‘Smaakt het?’ ‘Heerlijk.’ antwoord ik met gemaakte glimlach. ‘Je bent echt een geweldige boterhamsmeerder.’ Tom begint te lachen. In één slok werk ik mijn thee naar binnen, hopend dat het de vieze smaak zou verdrijven. Hij staat op. ‘Fijn dat je het lekker vond schat.’ Dan loopt hij de trap op naar boven. Zodra hij uit het zicht verdwenen is spring ik op en loop naar het aanrecht. Gadverdegadver! Ik houd mijn mond onder de kraan. Dan voel ik een stekende blik in mijn rug. In een verwoede poging probeer ik het water ongezien uit te spugen. ‘Wat ben je aan het doen?’ Langzaam draai ik me om. Tom staat dreigend tegen de deurpost aangeleund. ‘Ik… uhh… ik moet weg!’ stamel ik voorzichtig. ‘Ik heb afgesproken om naar de stad te gaan.’ Als ik weg wil lopen houd hij me tegen. ‘En met wie dan wel?’ Hij kijkt me onderzoekend aan. ‘Met Mark…’ De spanning was zo intens dat ik bang was dat als ik adem zou halen de muren het zouden begeven. ‘Met Mark.’ Herhaalt hij langzaam. Zijn stem was onnatuurlijk kalm. Ik kon wel door de grond heen zakken. Weer had ik het voor elkaar gekregen, ik wist hoe onzeker hij was. ‘Als je liever hebt dat ik blijf… dan bel ik wel af.’ Zijn gezicht is even vertwijfeld. Een aarzeling zo klein dat je hem nauwelijks kon zien. ‘Voor mij hoef je niet te blijven hoor. Je wilt het toch niet…’ Alle emotie was weggeëbd. Ik kon niet langer in schatten of hij tegen me uit zou vallen. ‘Het is goed Tom, het maakt niet uit. Ik bel wel af. Je weet toch, dat ik liever bij jou ben.’ Langzaam laat hij zijn arm zakken. Dit was wat hij wilde horen.

Met een zucht leg ik de telefoon neer. Mark was woedend… Hij had gezegd dat het onzin was dat ik Tom niet alleen kon laten, dat het verdomme al de vierde keer was dat ik had afgebeld. Daarna had hij opgehangen, mij achterlatend met een onbegrijpende kiestoon. Hij snapte het gewoon niet… Mijn relatie met Tom was zo ingewikkeld. Ik hield van hem en Mark was alleen maar een vriend. Waarom zag hij nou niet in dat Tom belangrijk voor me was. Ik staar naar de telefoon die op de tafel ligt. Stiekem hoop ik het vertrouwde melodietje te horen, maar het bleef doodstil. Een koude rilling loopt over mijn lichaam.
In mijn gedachten herhaal ik de zinnen telkens weer, opnieuw en opnieuw. ‘Wat is er toch met je?’ Vraagt Tom bezorgt. Er zit me zoveel dwars, toch krijg ik geen woord over mijn lippen ‘Niks.’ Weet ik er uiteindelijk uit te persen. Hoe kon ik het hem nou vertellen… Hij zou radeloos zijn, woedend… Nog voor hij wat kan antwoorden druk ik een kus op zijn warme lippen. Tom grinnikt en pakt me stevig vast. Kom hier tijger, fluister ik hem zachtjes in zijn oor.
Slaperig doe ik mijn ogen open. Hij ligt naast me en kijkt me hopeloos verliefd aan. Teder veegt Tom een pluk uit mijn gezicht. ‘Weetje, ik houd zo ongelofelijk veel van je.’ Hij knijpt zachtjes in mijn hand en buigt zich naar me toe. ‘Ik weet niet wat ik zonder je zou moeten… Je mag me nooit verlaten.’ Als ik hem aankijk slaat mijn hart over. Ik zie de glans van angst achter een masker van geluk. Geraakt door de oprechtheid van zijn liefde beginnen de tranen in mijn ogen te branden. Ik neem zijn hoofd tussen mijn handen. ‘Ik blijf voor altijd bij je.’ Hij legt zijn hand op de mijne en zachtjes raken zijn lippen mijn wang. Dan voel ik opeens een pijnscheut. Hij grijpt mijn arm en duwt me hardhandig naar beneden. ‘Beloof het me!’ Zijn stem klinkt onheilspellend. Ik probeer me omhoog te werken maar zijn sterke handen drukken me terug op de grond. ‘BELOOF HET!’ Vol ongeloof staar ik naar het gezicht waar een bijna dierlijke uitdrukking op is verschenen. Waarom deed hij dit? Ik hield toch van hem, dat wist hij toch… De tranen vechten zich een weg terug naar mijn ogen, maar deze keer niet van blijdschap. Hij heft zijn hand op en laat hem boven mijn gezicht hangen. ‘Voor de laatste keer… beloof me dat je me nooit zal verlaten.’ Ergens in de verte hoor ik mijn stem de woorden uitspreken. Ze lijken zich telkens maar te herhalen. Tom staat langzaam op en kijkt me spottend aan. Hij loopt weg en laat mij gebroken achter. Onherroepelijk stromen de tranen over mijn wangen. Een waterval van verdriet verspreidt zich door mijn ziel. Hij was gek geworden. Ik kruip weg in mijn eigen wereld. Dit kan niet echt zijn, het kan gewoon niet! Ik wieg zachtjes heen en weer… ‘niet waar…’

Als ik mijn ogen wil openen merk ik dat ze dik zijn van het huilen. Iemand schudt me heen en weer aan mijn schouders. Op de achtergrond hoor ik een stem. Angst overvalt me. Was hij nog steeds boos op me? Ik scherm mijn gezicht af met mijn armen. Paniek verkrampt mijn spieren. ‘Wat is er met je? Zeg nou toch wat?’ De stem klinkt bezorgt. Langzaam dringt het tot me door dat de persoon die gehurkt voor me zit iemand anders is. ‘M-m-ark..?’ Hij tilt me op en legt me voorzichtig op de bank neer. Een donkere slaap overvalt me. Flarden van boze dromen schieten door mijn hoofd. Ik begin te snikken, zacht streelt een hand door mijn haar. Het sust de angst, het donker van de nachtmerries maakt plaats voor het licht van een de dromenloze slaap.
Als ik wakker word ligt er een deken over me heen. Met een pijnlijk lichaam probeer ik recht op te gaan zitten en laat mijn ogen aan het donker wennen. Ik zie dat Mark naast me zit, hij is in de stoel in slaap gevallen. Een warm gevoel overspoelt me. Hij was er voor me geweest precies op het moment dat ik hem nodig had. Ergens wist ik wel dat hij het mij niet lang kwalijk zou nemen, maar toch had ik die angst gehad. Bang zijn was een slopende emotie, het brak je, mentaal en fysiek. Ik sla voorzichtig de deken van me af en loop zachtjes, zodat Mark niet wakker zou worden, naar de keuken. Ik pak de fluitketel van de bovenste plank en luister naar hoe de stralen water tegen de bodem aankletteren. Ik zet hem op het vuur staar ernaar met mijn theeglas al tussen mijn handen geklemd. ‘Als je naar water kijkt, kookt het nooit.’ Mijn lippen krullen omhoog en vormen een glimlach. Dat zei mijn moeder altijd. Ik doe mijn ogen dicht en wacht op het schelle fluitje. ‘Wat ben je aan het doen?’ Een hand op mijn schouder. Het glas valt uit mijn handen en de scherven vliegen omhoog. Geschrokken zet ik een stap naar voren en draai me om. Mijn voet staat in de gebroken stukken, donker gekleurd bloed sijpelt naar buiten. ‘Godsallertering..!’ Ik kijk Mark aan. Mijn hart bonst in mijn keel, alles staat op scherp. Opeens voel ik de snijdende pijn en zak in elkaar. Uit mijn voeten steken grote stukken glas.

We rijden naar de eerste hulp, mijn voet verbonden in een handdoek. Tussen ons hangt een zinderende stilte. Zwijgzaam kijk ik naar het landschap dat voorbij raast. Snel wisselen de treurige bomen elkaar af. Het is herfst, overal, denk ik verbitterd. Ik kijk naar Mark, onbewogen zit hij naast me, zijn blik strak op de weg gericht. Hij is boos, ik voel zijn haat. Zuchtend besef ik me dat hij me mijn relatie met Tom nooit zal vergeven. Ik verdring de gedachte, hij is er voor me, dat is het belangrijkste. In de verte is een groot gebouw te onderscheiden.
Ingezwachteld, speel ik met de mouw van mijn trui. Mark zit naast me op de bank en kijkt me aan. Radeloos probeer ik zijn blik te ontwijken. Ik weet wat hij wil vragen, maar ik kan het niet. Een vloedgolf van wanhoop probeert me te verdrinken.
Hij legt zijn hand op mijn knie, ‘Je moet het me vertellen.’ ‘Wat dan? Er valt niks te zeggen.’ Een lege lach komt schaterend uit mijn mond. ‘Echt niet.’ Ik staar naar de muur, er was toch ook niets? Ik was niet echt gewond, alleen geschrokken. Eigenlijk had Tom me alleen bang gemaakt. Dat is toch niet echt een misdaad? Nee toch? Het hoorde alleen niet zo. Misschien was het wel gewoon een grapje… ‘Zeg nou wat.’ Mark kijkt me doordringend aan. ‘Ik ga hier niet weg, voor ik weet wat er gebeurd is.’ Ik sta op en loop met lome passen door de kamer heen. Mijn hand glijdt over het frame van een fotolijstje. Tom’s arm om mijn middel geklemd, terwijl ik een hap neem uit de reusachtige sorbet die we aan het eten zijn. Ik glimlach flauwtjes. Toen was het nog leuk, zonder ruzie. Geen geschreeuw, maar lieve woordjes, zachtjes gefluisterd in mijn oor. Ik smijt het lijstje kapot tegen de muur. Het geluid van brekend glas leek hier op zijn plaats, alsof het zonder niet echt aan het gebeuren was. Mark kijkt verschrikt naar de gescheurde foto. ‘Wat? Wat? Wat moet je nou dan?’ Ik gooi een woedende blik naar zijn ontstelde hoofd. ‘Mag ik zelf niet weten wat ik doe? Klootzak!’ Ik storm op hem af en laat mijn vuisten op zijn borst neerkomen. ‘Laat me met rust… laat me…’ Tranen biggelen over mijn wangen. Hij slaat zijn armen om me heen. ‘Rustig lieverd, huil maar uit.’ Ik voelde me zo veilig toen, de wereld buiten bereik. Mijn hoofd rust tegen zijn lichaam en ik voel zijn hartslag. Mijn ogen sluiten zich. Ik voel zijn lippen op mijn haar. ‘Het komt goed.’ Ik kruip nog dichter tegen hem aan. Wat wil ik dat graag geloven… Ik wilde het zo graag, dat ik het ook deed. Ondanks alle valse beloften, trap ik er met plezier in. Zolang ik me maar niet hoef te realiseren dat er iets niets klopt. Het komt goed. Mijn wangen drogen langzaam op, met mij komt het goed.


@ 20-05-2005 19:35:13
Beste Marjolijn,

Ik sluit me aan bij de reactie van Sprakeloos.
Goed en vlot geschreven en dit soort onderwerpen zijn niet makkelijk.
Let op want je gooit verleden en tegenwoordige tijd soms doorelkaar en dat leest lastig.
Ik ben benieuwd hoe het verder gaat.
succes.




marjolijn @ 20-05-2005 15:50:40
:) Ik weet al hoe het afloopt, maar k doe er verder nog geen uitspraken over. Het is leuker om te lezen of je verwachting juist is of niet


sprakeloos @ 19-05-2005 22:47:37
Ik zit nog even naar de titel de kijken relatie(f), dit brengt de verwachting van een happy end of in ieder geval enige verlichting.


sprakeloos @ 19-05-2005 22:45:50
sorry een marjolijn meteen maar verkeerd geschreven


sprakeloos @ 19-05-2005 22:43:36
Marjolein,

Belofte maakt schuld en dus meteen bij het zien van Hoofdstuk 1 begonnen met lezen en het was vrij snel gelezen. Voor ik op de inhoud in ga eerst een paar opmerkingen over de tekst:
1. De tranen rollen over mijn wangen beneden, schokkende schouders. (naar beneden)

Ik zie de glans van angst achter een masker van geluk. (een prachtige zin)

3. Het geluid van brekend glas leek hier op zijn plaats, alsof het zonder niet echt aan het gebeuren was. Mark kijkt verschrikt naar de gescheurde foto. ‘Wat? Wat? Wat moet je nou dan?’ Ik gooi een woedende blik naar zijn ontstelde hoofd.

na het woord alsof: wat is er aan het gebeuren, de gevangenschap in de relatie met Tom, het vreemdgaan (in de ogen van Tom) met Mark; het besef dat je de verkeerde keuze in de relatie hebt gemaakt. Het is voor mij al lezende een beetje vaag al kun je gevoelsmatig heel veel bedenken.

Bovendien is het een blik werpen en niet gooien volgens mij.

Nu de inhoud Marjolein, het feit dat ik het snel gelezen heb geeft aan dat hij pakt, sterker nog ik vind het een zeer doorleefde tekst zou ik haast willen zeggen. (en misschien vind ik dat wel jammer voor iemand van zestien, maar dat is beroepsdeformatie) De eerlijkheid gebied mij dus te zeggen dat ik persoonlijk niet voor de ontspanning zoiets lees, desalnietemin vind ik het een sterke tekst. Het doet mij qua stijl denken aan Yvonne Keuls al lees ik dat ook niet voor mijn plezier.

Uiteraard zal ik andere hoofdstukken met belangstelling lezen.

groet
Sprakeloos



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens