zaterdag 20 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Rik van Schaik - Het Dossier - In de Trein II
Gepubliceerd op: 15-07-2002 Aantal woorden: 3366
Laatste wijziging: - Aantal views: 1919
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Het Dossier - In de Trein II

Rik van Schaik


Het Dossier
- In de Trein II –




“Wat is klassiek? Dat wat eeuwig waar is!”
Harry Mulisch – Boekenbal 2000



E E N T E G E N G E L U I D







Eerste Stuk
Het Gegeven

Dit is geen onderzoek waarvan de conclusie bestaat uit onder ede verkregen getuigenissen. Er is geen politieman aan te pas gekomen. Evenmin een rechter of advocaat. Het zijn de betrokkenen zelf die, tegenover een schrijver, hun verhaal over de ‘affaire Huisman’ vertellen. Wanneer u als lezer denkt een reconstructie in handen te hebben, stopt u dan en leg dit terzijde. Dan kunt u zich beter richten op flitsende misdaadprogramma’s die de televisie u schenkt. Ik heb voor u geen spannende muziekjes, geen donkere, snelle beelden, geen dader en geen slachtoffer. Als u de ‘affaire Huisman’ vanuit verschillende invalshoeken wilt kennen, ja, dan bent u aan het goede adres. Het bevat geen harde feiten, het bevat enkel belevenissen. De ‘verbeelding’ van de betrokkenen.

Mijn rol was, is en blijft die van schrijver. Een schrijver die na het lezen van het eerste krantenbericht over de ‘affaire Huisman’ gefascineerd raakte. Op een heel andere manier dan een collega schrijver die, na het lezen van enkele krantenknipsels, een ‘eigen’ verhaal heeft gemaakt onder de titel: “In de Trein”. Het is een gemakzuchtig geschreven lor waarbij vanuit één invalshoek naar het drama is gekeken. Een belediging voor ‘Het Schrijven’, een belediging voor justitie maar vooral een belediging voor de betrokkenen.

Alexander Huisman heeft na zijn arrestatie op woensdag 6 januari 1982 zes maanden ten onrechte vastgezeten. De politie trof hem tegen middernacht aan in de trein Leeuwarden-Stavoren met op zijn schoot de vermoedelijke resten van Eva Wagenmaker, zijn jeugdliefde.

Tweede Stuk
Jules Wagenmaker

De eerste die ik wilde spreken was Jules Wagenmaker. De man die Alexander Huisman tijdens zijn treinreis van Leeuwarden naar Stavoren zou hebben ontmoet. In ons eerste telefoongesprek reageerde Jules Wagenmaker nogal terughoudend. Uit vele stiltes kon ik opmaken dat de man zo zijn bezwaren had. Aan het einde van het telefoongesprek gaf hij zijn goedkeuring op één voorwaarde: het gesprek moest over ‘de zaak’ gaan. Hij duldde geen vragen over zijn privé-leven. “Daar hadden de kranten sinds de affaire al genoeg over gespeculeerd” aldus Wagenmaker. Zijn restrictie was redelijk en ik zegde hem toe mij te zullen beperken tot de zaak. Hij ging akkoord. En zo zocht ik de dichter Jules Wagenmaker op in zijn boerderij te Exloo in Drenthe.


zaterdag 4 maart 2000

De dichter schenkt koffie in, laat zijn kat binnen en steekt een sigaret op. Na enige minuten met gesloten ogen nadenken begint Wagenmaker zijn verhaal.

“Nogmaals: Ik beperk mij tot de tijd voor die bewuste 6 januari 1982. Ik heb sindsdien genoeg roddels en verdachtmakingen gehoord en die wil ik absoluut niet voeden. Ik ben sinds kort weer enigszins in staat poëzie te maken en aangezien dat mijn redding is… Enfin, het zal u duidelijk zijn…
Ik maakte voor het eerst kennis met Alexander Huisman op 15 april 1975, mijn trouwdag met Eva. Ik kende hem niet, wist ook niet dat hij door Eva was uitgenodigd. Het leek mij een verlegen man. Hij was nerveus en gaf mij onhandig een enveloppe met inhoud en een hand. Onze dialoog bestond uit twee zinnen: ‘Van harte gefeliciteerd’ en ‘Dank u wel. Wel zag ik de sympathie die Eva voor hem had. Ze was blij deze man te zien. Ze trok zichzelf uit de sleur die zo’n rij op een receptie kan zijn. Maar het ging verder… Ze bloosde, haar kussen waren teder… Even later hadden we alle felicitaties in ontvangst genomen. Eva moest zich opfrissen, zo vertelde ze me. Aangezien Huisman al vertrokken was, bracht ik hem op geen enkele manier in verband met het verdwijnen van Eva. Ik dacht dat ze zich gewoon even wilde herstellen. In de tijd van haar afwezigheid onderhield ik me met de ceremoniemeester.
Een dag later kwam het gesprek op Huisman, ik wilde weten waarom ik niet wist dat hij uitgenodigd was. Haar antwoorden bleven vaag: ik had toch immers ook collega’s uitgenodigd waar zij niets van wist? Enfin, het leek onbelangrijk. Twee jaar later, in 1977, was Eva enige dagen naar een congres in Stockholm. Voor mij een uitgelezen kans om me weer eens serieus met poëzie bezig te houden. Het was de eerste keer dat Eva in een ander bed sliep dan het onze. Onze relatie was heftig… Ik had die dagen een bepaald gedicht in mijn hoofd van Jacobus Bellamy en wist dat ik daar op zolder een bundeltje van had liggen. Tijdens mijn zoektocht naar de bundel stuitte ik in een de kast op een mij onbekend kistje. Het moest van Eva zijn. Waarom ik die dag dat kistje open wilde maken? Ik weet het niet… wellicht wilde ik even in contact komen met Eva… Het was geen wantrouwen of achterdocht… Dat had ik toen nog niet. Wel, het kistje zat dicht. Hoe ik wrong, trok, sloeg of hamerde; het kistje bleef potdicht. Mijn nieuwsgierigheid groeide en ik nam het ding mee naar de schuur waar ik met zaagjes aan het werk ging. Na een dik uur zagen… (wat me bezielde!) … Gaf de inhoud zich prijs. Het waren gedateerde brieven van Alexander Huisman aan Eva. Ik heb ze bewaard, u mag ze lezen”.

De dichter haalde uit een mapje de desbetreffende brieven. Ze waren allen getypt op een typemachine.

“Toen Eva thuiskwam uit Stockholm en ik haar met het geschrevene confronteerde bleef ze uiterst kalm. Ze beaamde wat er stond en ik bleef haar sprakeloos aan staren. Later ontstak ze in een ijzige woede en viel me aan. Letterlijk en figuurlijk… Ik had dat kistje niet mogen openen.
U begrijpt, na het lezen van Huismans brieven en de verdwijning van Eva, verdacht ik hem. Ik ben met deze brieven naar de politie gegaan. Tevergeefs: men zag er niks kwaads in”.

Jules barst in tranen uit. Wanneer hij iets gekalmeerd is vraag ik hem verslag te doen van de treinreis.

“In IJlst kwam ik de trein in. Huisman zat toen, in tegenstelling tot wat de krantenberichten vertelden, niet in de trein. Huisman stapte op in Hindeloopen, kwam in één rechte lijn op me af en nam doodgemoedereerd tegenover me plaats. Helaas waren er geen getuigen. De andere passagiers zaten in een andere coupé. Hij maakte me bang, ging zwijgend tegenover me zitten en bleef me strak aan kijken. Het verlegen jongetje was verdwenen. Voor me zat een kille misdadiger. Hij bleef zwijgen. Het kan zijn dat ik hem ter begroeting bij de naam noemde, maar dat herinner ik me niet. Na zijn zwijgen vertelde hij me dat hij mijn vrouw gevonden had. Ik was verrukt. Ondanks de bizarre situatie geloofde ik hem… Ik had immers lang niet meer van justitie gehoord. Plots opende hij de koffer en gooide die over mij heen. Nauwelijks hersteld van de schrik kwam ik overeind en wilde de noodrem grijpen. Huisman verhinderde dat. Ik heb achterwaarts getrapt en geslagen, wist aan hem te ontkomen en holde de trein door totdat de gelegenheid zich voordeed in Koudum-Molkwerum uit te stappen. Huisman kwam mij in de trein niet achterna. Zo gek was hij blijkbaar ook weer niet. Aan getuigen had hij niets.
Ik ben klaar meneer, het is mooi geweest”.






Derde Stuk
Ida Loomans

woensdag 8 maart 2000

Ik neem het boemeltreintje waarin Alexander Huisman en Jules Wagenmaker zaten, ruim achttien jaar geleden. Het is vreemd maar het lijkt of de sfeer waarin het drama zich heeft afgespeeld een beetje bij me is blijven hangen. Het tempo, de merkwaardige cadans… In Stavoren bel ik aan bij het huis van Ida Loomans. Het huis waar ooit Alexander Huisman woonde.
Ida is een nuchtere vrouw, zonder eerst te hoeven nadenken, steekt ze daadkrachtig van wal.

“Ik heb Eva nooit gekend. Ik kwam op de hoogte van haar bestaan toen wij een uitnodiging kregen voor haar bruiloft. Ik zeg ‘wij’ maar eigenlijk was die natuurlijk voor Alexander bestemd. Op mij zat ze niet te wachten en ze kende me niet.
In de nacht van woensdag 6 op donderdag 7 januari om ongeveer 13.00 uur kreeg ik een telefoontje vanuit het politiebureau en vroeg een functionaris of ik langs wilde komen. Mijn man zat vast, verdacht van moord. U begrijpt dat mij dat behoorlijk in de war maakte. Ik kende Alexander als een trouwe echtgenoot, een arts, een man die in zijn vrije tijd boeken las. Een rustige man… Ik nam een taxi en bij aankomst vertelde men mij hoe mijn man was aangetroffen. Alexander was op station Stavoren in een coupé gevonden met een koffer waarin zich, vermoedelijk, het stoffelijk overschot van Eva Wagenmaker bevond. Meer kreeg ik niet te horen. Ik mocht een kwartiertje met hem spreken. In de hoek, dat weet ik nog heel goed, stond een agent op ons te letten. Gênant was het. Ronduit gênant! Het leek wel of Alexander ziek was. Als een in paniek geraakt kind begon hij zijn overspel op te biechten. Vervolgens zijn versie van wat er in de trein moest zijn gebeurt. Hij vertelde zeer onsamenhangend. Maar ik weet zeker dat het de waarheid is. Goed: Er was sprake van overspel. Maar ik geloof heilig in zijn onschuld wat de moord betreft, daar had hij de moed niet voor…
En ook heeft Alexander niet, zoals de politie even veronderstelde, met opzet de trein genomen, maar ik had de dag voor het gebeuren, een aanrijding met de auto gehad. Hij schijnt na zijn vrijlating en onze scheiding te zijn ‘ingestort’. Zo ziet u maar… Hij heeft met niemand contact”.

Terug nam ik wederom de trein.



Vierde Stuk
Alexander Huisman

Ik had al geruime tijd een afspraak met Alexander Huisman staan. Waarom de kluizenaar, die met niemand meer een woord sprak, met mij wilde spreken weet ik niet. Mijn naam, mijn motivatie, diens ergernis over het verhaal “In de Trein”? Het verbaasde me natuurlijk, maar ik wilde nog geen conclusies trekken. Hoewel, moet ik u eerlijkheidshalve vertellen, mij wel iets begon te dagen.
Ik kan u niet vertellen of dat de waarheid is. Ik geef weer. Dat is, als schrijver, mijn enige taak.

Op vrijdag 17 maart vertrok ik naar Sevenum waar Huisman, sinds zijn scheiding, woonde. Zijn adres had ik van hemzelf gekregen. Zijn telefoonnummer om hem te benaderen via zijn advocaat. Allemaal met goedkeuring van Huisman zelf. Het was een lange reis. Ik besefte voor het eerst dat ik bij een mogelijke moordenaar langs zou gaan. Vreemd genoeg had ik dit niet gevoeld toen ik naar Jules Wagenmaker in Stavoren ging. Was ik dan ook beïnvloedbaar? Blijkbaar.
Op het afgesproken tijdstip stond ik bij Huisman op de stoep. Het was donker in de dichtbegroeide tuin van de ex-verdachte. De ruiten waren zwart van het vuil. De deur ging open en het eerste wat me opviel, nog eerder dan het totaal verlopen gezicht van Huisman, was dat het er stonk. Een zurige lucht. Even twijfelde ik of ik een hand zou geven, zo verbaasd was ik over het uiterlijk van de totaal verloederde man. Ingevallen wangen, sluik kalend haar, een ongeschoren gezicht, haar uit neus en oren, waterogen. Hij kende me en wie anders zou er bij hem aanbellen? Hij draaide zich om en liep op afgesleten sloffen de hal in, er van uitgaande dat ik de deur zou sluiten en de kapstok wel zou vinden. Deze vond ik niet en ik besloot mijn jas aan te houden en achter de man aan de woonkamer binnen te gaan. Overal lagen stapels oude kranten en honderden foto’s van wie ooit Eva Wagenmaker geweest moest zijn, hingen aan de muur. Tientallen vuile borden, glazen en kleren lagen, stonden of hingen op tafels, over stoelen, op de vloer. Een straalkacheltje blies warmte. Overal lege pakjes shag. Verbijsterd aanschouwde ik deze wanstaltige woning en trachtte hem in mijn verbeelding naast die van Ida Loomans te zetten. Ooit was Huisman met haar getrouwd geweest. Nu was het een verlepte schim die, zo leek het, hopeloos aan het vereenzamen was. Waarschijnlijk was ik het eerste bezoek sinds jaren. “Gaat u zitten” stelde hij voor en wees met grauwe vingers naar een stoel die hij zo-even had ontdaan van stapels kranten en tijdschriften. “Thee?” Ik bedankte vriendelijk. Zelf nam hij een groezelige mok ter hand en ging tegenover me zitten, in iets dat bed, bank of stoel kon zijn. Ik was enigszins afgeleid en moest me concentreren op ons gesprek.

zaterdag 18 maart 2000

Ik hoefde geen vraag te stellen. Huisman begon zijn betoog terwijl hij met twee vloeitjes een dik shaggie begon te draaien.

“U bent een serieus man en u wilt mijn verhaal. Ik ben verbaasd en bevrijd. Dank u daarvoor. Ik ben arts. Niet meer werkzaam, maar ik ben arts. Secuur dus. U wilt mijn verhaal en u krijgt het. Het is mijn tijd, het is goed zo... Sinds de bruiloft van Eva groeide bij mij en bij haar het plan voorgoed bij elkaar te komen. We zouden sporen achterlaten die mij tot verdachte konden maken maar te weinig sporen, om me te veroordelen. Eva vertrok in augustus 1978 met de trein naar België. Daar heeft ze een vals paspoort gekocht en is naar Argentinië gevlogen. Na mijn scheiding zou ze terugkeren. We misleiden. Wij zijn wellicht oplichters, maar geen moordenaars. Jules Wagenmaker is dat wel. En dat was de reden voor deze onderneming. Nadat Jules de brieven van mij aan Eva had gevonden, is ze een mishandeld en mocht ze de deur niet meer uit. Ze nam definitief haar besluit om weg te gaan.
Zoals ik al zei, was Jules diegene die gevaarlijk was. Meerdere keren heeft hij ook mij bedreigd”.
Alexander Huisman trekt uit een stapel kranten een enveloppe en geeft die aan mij. Er vallen drie blaadjes papier uit:

5 mei ‘77

Stille minnaar, hoerenloper, leugenaar!
Ik zie, ik vind je, ik zoek je!
Wurg, Vervloek en Dood je!

28 mei ’77

Weet waar je werkt, ken je route!
Steek je kop niet verder in mijn strop, het zal de jouwe worden, aanbidder!

10 juni ‘77

Amant, Liefhebber, Vrijer. Je einde nadert!

Ik leg de brieven voor me neer en knik naar Huisman ten teken dat hij verder kan gaan.

“We waren bang, doodsbang voor Jules. Als hij maar kon geloven dat Eva dood was… Dan waren we veilig.
De avond van de zesde januari 1982 nam ik plaats in de trein Leeuwarden-Stavoren. Ik had een koffer bij me met beenderen uit een graf van de begraafplaats in Workum. Bij justitie zijn ze nooit te weten gekomen wie het slachtoffer was. Vakwerk was het. Niemand heeft ooit kunnen achterhalen waar die beenderen vandaan kwamen...”

Ik onderbreek Huisman. Hoe wist hij dat Wagenmaker in de trein zat?

“Er hangen affiches in die contreien meneer. Iedereen weet het wanneer er ergens cultuur is in dat gat. Ik heb Wagenmaker bedreigd, ik wist dat ik niet vervolgd zou worden. Althans, ik wist het bijna zeker. Enfin, het is me gelukt en daar ging het om. Toen ik dit huis, ver uit de buurt van mijn vorige adres uiteraard, had gekocht en al het rumoer rond de affaire was verstomd liet ik Eva weten dat ze kon komen. Ik had haar ondertussen geld gestuurd. Dat deed ik via een rekening van mijn ouders…”

Huisman hield stil, sloot zijn ogen. Z’n lippen trilden en hij schudde zijn hoofd. Toen hij zijn ogen opende zag ik dat hij huilde.

“Ze kwam. Ze was ziek… Ze was ziek maar ze kwam. Ze had kanker. Tot aan de dag van vandaag hou ik van haar al is ze zo goed als dood… Zo goed als dood”.

Ik begon mij ongemakkelijk te voelen. Huismans ogen vernauwden zich en lieten mij niet los. Ik hoorde zijn adem piepen en honderden vragen drongen zich aan mij op. Natuurlijk was ik nieuwsgierig maar ik hield mij aan m’n belofte. Ik wilde enkel zijn verhaal.
Alsof hij mijn gedachten las stond hij op en vroeg of ik mee ging. Waarom ik dat deed, hoe ik het durfde? Ik weet het niet. Maar zonder aarzelen stond ik op en liep volgzaam achter de sloffende man aan. Door een vette keuken waar wat aan het pruttelen was. Soep? Voor een deur naar een bijkeuken bleven we staan. Huisman haalde uit zijn broekzak een loper en stak die in het slot. Bij het openen van de deur schoot een kat naar buiten in de armen van mijn gastheer. “Eva, Eva” sprak hij tegen het beest terwijl hij de kat aaiend voor me naar binnen liep…

Vijfde Stuk
De Vermiste

Daar lag ze! Op een hoog bed rondom brandende kachels en kaarsen. Huisman deed een stap opzij en liet mij passeren. Voorzichtig sloop ik naar voren en zag de machines rondom het bed, een pomp. Slangen liepen in haar keel en in haar maag. Eva Wagenmaker was totaal vergeeld en lag doodstil, haar lichaam onder zweertjes en blaasjes. Vocht trok over haar eens zo mooie lichaam van haar borsten naar haar buik. Haar oogleden waren glazig, haast doorzichtig. Ze was bijna kaal.
Hoe lang het duurde weet ik niet meer maar zeker een aantal minuten. Ondanks alle kachels had ik het ijskoud en achter me hoorde ik Huisman:

“Dit is mijn verhaal. Wanneer u het af hebt mag u het me toesturen. Ik zal het ondertekenen en retourneren. U mag er mee doen wat u wilt. Gaat u ook gerust naar de politie. Mijn leven is over gelijk dat van haar…”

Lang bleef Alexander Huisman naar zijn geliefde staren. Ik voelde me rustig en elke behoefte om nog één van de vele vragen aan hem te stellen ontbrak. Ik wachtte tot hij een laken over haar heen trok en voor mij uit naar de voordeur liep. Even was ik verbaasd geweest maar snel begreep ik dat het aller gekste tevens het meest logisch kan zijn. Bij de deur gaf ik hem een hand en bedankte hem.

Zesde Stuk
Slotstuk

Van alle betrokkenen heb ik toestemming voor publicatie. Het was mijn plicht een exemplaar van dit dossier op te sturen naar de politie. Er zal ongetwijfeld een nieuw proces komen. Hoewel ik me afvraag of Alexander Huisman dit zal afwachten.

Wat zijn we opgeschoten met deze verhalen? Dat we de waarheid weten? Gelooft u het?
We kennen een andere kant dan hoe het ons in kranten en verzonnen verhalen verteld is. Natuurlijk, ook ik had aan het eind van deze expeditie door willen zoeken, alles willen weten. Maar dat gevoel had ik niet lang. Het is goed zoals het hier staat. Meer hoef ik niet te weten. Het was mijn opzet om van alle betrokkenen hun verhaal te horen. Ik wist dat ik die van Eva nooit zou kunnen krijgen, dat is jammer. Maar ik vraag me af in hoeverre dat belangrijk is. Gezien het feit dat alle belevenissen verschillend zijn vraag ik me af in hoeverre die van Eva met die van Alexander overeen gekomen zou zijn. En ik denk ook dat u en ik wel kunnen raden hoe het verder zal gaan. Het zal lang duren in ieder geval.
Is dit een dossier? Een verhaal? Nee. Een uitslag van een onderzoek? Nee. Een waarschuwing? Bevat het materiaal waardoor het leven van een ander, die gevaar loopt, gered kan worden? Nee. Is het de waarheid? Ten dele.
Het is een bewijs dat wij snel een bericht voor waar aannemen. Heeft Jules keihard gelogen? Nee. Heeft Ida keihard gelogen? Nee. Geen van drieën heeft iemand vermoord. Het enige wat gebeurd is, is dat Alexander Huisman uit liefde voor Eva en uit angst voor Jules de waarheid een klein zetje heeft gegeven. Dat zou ik ook gedaan hebben.

© Rik van Schaik
Utrecht – maart 2000
Website: http://home.hetnet.nl/~rikvanschaik/

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens