dinsdag 21 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
niam - Koning Vonk
Gepubliceerd op: 09-12-2004 Aantal woorden: 1494
Laatste wijziging: 09-12-2004 Aantal views: 1344
Easy-print versie Aantal reacties: 7 reacties

Koning Vonk

niam


Mijn eerste, voltooide, kort verhaal ooit. Dat het mag smaken.

---

De televisie rookt. Vonken springen door het gat in het beeldscherm op de plavuizen. Als ze neerkomen, zullen ze nooit meer een vonk zijn. Toch blijven ze niet in de lucht hangen, misschien willen ze wel helemaal geen vonken zijn. Hij vindt het intrigerend. Als hij een vonk zou zijn, dan zou hij mooi in de lucht blijven hangen. De vonk der vonken zouden ze hem noemen. Koning Vonk misschien wel.
In de beeldbuis, tussen alle elektronica, ligt een aardewerken asbak. Tussen de bank en de rokende televisie ligt een spoor van sigarettenpeuken en as. Het deert niet, nu heeft zijn vrouw tenminste weer iets om op te ruimen, zij is immers degene die rookt. Apathisch zit hij naar de rokende televisie te staren, alsof er een meeslepende film aan de gang is. Zijn mond hangt een stukje open en zijn hoofd beweegt zachtjes heen en weer, uit zijn ogen valt niets af te leiden, ze weerspiegelen enkel de springende vonken. Door de neergelaten rolluiken, die al tijden niet meer opgetrokken zijn, vallen smalle strepen zonlicht naar binnen. Ze tekenen zich af op het ouderwetse behang en de vele schilderijen aan de muur, kleine stofdeeltjes zweven door het gelige licht. Minieme getuigen van het schouwspel dat zich zo’n tien minuten geleden heeft voorgedaan…

Na een diepe slaap ontwaakt hij op de bank, zijn mond is droog. Wanneer hij is gaan slapen, en hoe lang hij heeft geslapen weet hij niet. Op het moment van wakker worden weet hij eigelijk ook al niet meer dat hij geslapen heeft. In de hoek van de kamer staat de televisie nog steeds aan, een fel schijnsel op zijn kleine pupillen werpend. Een rilling gaat door hem heen en hij laat zijn ogen langzaam aan het licht wennen. De rode cijfers op de wekkerradio, die hij op de salontafel heeft gezet, vertellen hem dat het haast tijd is voor het nieuws. Hij mag dat niet missen, het nieuws van acht uur mag hij zeker niet missen. Als ze over hem vertellen tijdens het nieuws van acht uur, dan móét hij dat weten, anders heeft hij niet genoeg tijd om zich voor te bereiden. Als ze over hém vertellen dan zal iedereen weten dat hij hét heeft, en ze zullen het allemaal van hem proberen te stelen. Hij is er zeker van dat ze het weten, hij heeft de satellieten wel gezien, evenals de camera in het stopcontact in zijn werkkamer, maar hij weet niet wannéér ze zijn geheim openbaar zullen maken.
Hij haalt de afstandsbediening uit zijn zak en zet het geluid een paar strepen harder. De klok op het beeldscherm begint harder te tikken. Nog dertig van die tikken en het nieuws begint. Om alles goed te kunnen zien gaat hij rechtop zitten. Zijn benen zwaait hij op de lage tafel, waarbij zijn rechterhiel terechtkomt op de rand van de bruine asbak.
‘Rotding,’ mompelt hij en schopt de asbak opzij. Nu zit hij goed. Op alles voorbereid.

Het nieuws begint.

Zijn linkerarm rust op de leuning van de bank, zijn vingers laat hij in een onafgebroken patroon neerkomen op de bruine ribstof. De nieuwslezer komt kort in beeld. Even houdt hij zijn vingers stil, het is díé nieuwslezer, die hem altijd zo indringend aankijkt. Voordat de man met zijn priemende ogen begint, worden eerst de drie belangrijkste onderwerpen van het komende kwartier geïntroduceerd. Niet interessant, áls ze over hém gaan vertellen dan zullen ze dat toch niet van tevoren aangeven. Néé, dan zouden ze hem teveel tijd geven om zich voor te bereiden, dus zullen ze het op een onverwacht moment willen doen, als ze denken dat hij het niet door heeft. Hij moet op scherp staan.
De camera richt zich op de man met het kortgeknipte grijze haar, langzaam inzoomend op zijn markante gezicht, op zijn helblauwe ogen. Meteen voelt hij het weer, de nieuwslezer kijkt hem strak aan en houdt zijn blik even gevangen. Na een paar lange seconden kijkt hij neer op zijn bureau, om daarna met het eerste onderwerp te beginnen. Met ingehouden adem zit hij op de bank, zijn hart gaat als een wilde tekeer, zoals het dat elke avond doet.
Het eerste onderwerp gaat over de hevige overstromingen in Bangladesh, en de mislukte oogsten die hier het gevolg van zijn. Het raakt hem niet, hij ziet enkel de ogen van de nieuwslezer. Geen moment verliest hij ze uit het oog, vooral niet nu die blauwe ogen hém niet meer aankijken; ze doorzoeken zijn huiskamer. Gelukkig heeft hij het niet hier verstopt. Middenin de presentatie van het tweede onderwerp, de arrestatie van de sluipschutter in Washington, richt de nieuwslezer zijn ogen weer op hem.
‘Nu de man eindelijk is opgepakt kan Washington weer opgelucht ademhalen, en Mr.Vander… we weten het,’ zegt de nieuwslezer terwijl hij de man op de bank vriendelijk aankijkt.
Zijn lichaam verstijfd, het moment is daar. Hij had zijn naam genoemd, en iedereen heeft het gehoord. De nieuwslezer kijkt voor de tweede maal neer op zijn bureau en begint, als hij weer opkijkt, plechtig te spreken. ‘Ja, Mr. Vander, we hebben besloten dat het tijd is om iedereen te vertellen dat u hét heeft.’
“Om iedereen te vertellen dat u het heeft.” Het galmt door zijn hoofd. “Om iedereen te vertellen dat ik het heb.”
Een zacht ‘nee’ ontvlucht zijn droge lippen, ‘Niemand mag het weten, ze zullen het komen stelen,’ fluistert hij, zijn vingers steeds dieper begravend in de leuning van de bank. Uit de televisie klinkt gelach.
‘Het is uw eigen schuld, u hebt het de wereld onthouden. Ziet u niet in dat men hét nodig heeft, dat men er om smacht?’
‘Ja, maar ze zullen het stelen!’ jammert hij met trillende lip. Tranen springen in zijn doffe ogen.
‘Het spijt me, echt, maar we móéten het vertellen,’ zegt de nieuwslezer, met een zweem van medelijden in zijn blik, ‘Dames en heren, ons aller Mr. Vander onthoudt u al jaren zijn …’
Een harde knal. De asbak raakt de nieuwslezer recht in zijn gezicht.

Nog steeds springen de vonken op de plavuizen, een traan rolt langs zijn ongeschoren wang, een traan zonder inhoud. Hij heeft de nieuwslezer er van kunnen weerhouden om zijn geheim te onthullen, maar het was te laat. Iedereen weet nu, dat hij iéts achterhoudt, en ze zullen het vast en zeker komen zoeken. Bij de gedachte aan wat hem te doen staat, slaakt hij een diepe zucht. Zijn knieën kraken als hij opstaat, en hij heeft moeite om zijn evenwicht te bewaren. Sloffend begeeft hij zich naar de donkere keuken, waar de laatste zonnestralen hun licht werpen op de keukentafel en de stoffige typemachine die daar op staat. De ironie ontgaat hem. Hij opent de deur die hem in de gang brengt. Geen enkele zonnestraal. Op de tast schuifelt hij naar de kelderdeur en legt zijn hand op de klink. Even twijfelt hij. Dan drukt hij de klink omlaag en opent de zware deur. De lichtschakelaar bevindt zich onderaan de keldertrap. De overweldigende stank doet hem weinig, hij is het gewend. Hij heeft de laatste trede van de trap bereikt en tast met zijn linkerhand naar de lichtschakelaar.

Het flauwe licht van het peertje werpt een macaber schijnsel op het lijk van zijn vrouw. Ze ligt op haar rug op zijn houten werkbank, haar ogen en mond zijn afgeplakt met grijs tape. Een glimp van verdriet in zijn ogen. Het had zó niet hoeven zijn, maar ze wilde anderen gaan vertellen over zijn werk, over zijn meesterwerk. Onzin had ze het gevonden. Onzin, dat hij er niemand over wilde vertellen, bang als hij was dat iemand zijn verhaal zou stelen. Geen uitgever vertrouwde hij, zijn beste vriend niet en uiteindelijk zijn eigen vrouw niet.
Langzaam loopt hij naar de werkbank toe en streelt even door het haar van zijn dode vrouw. Dan bukt hij en opent het deurtje van het middelste kastje onder zijn werkbank. Zonder na te denken draait hij aan de mechanismen van de kluis, die zich in het kastje bevindt. Zes klikken en de kluis is open.
Bij de aanblik van de dunne stapel vergeelde papieren barst hij in huilen uit. Zijn letters, zijn woorden, zijn prachtige verhaal. Niemand zal het stelen. Voorzichtig pakt hij de vellen uit de kluis en loopt ermee naar de prullenbak naast de werkbank.
Één voor één verfrommeld hij ze en legt ze zorgvuldig neer op de lege bodem van de prullenbak. Hij strijkt één lucifer af, en stopt hem dan omgekeerd terug in het doosje, wat hij tussen de proppen papier in legt. Even kijkt hij er naar, en gaat dan naast zijn vrouw liggen. Hij sluit zijn ogen en pakt haar koude hand vast.
‘Je kunt gerust zijn, niemand zal het stelen,’ fluistert hij, terwijl de andere zwavelkoppen vlam vatten.



niam @ 11-12-2004 00:01:37
Ik zie dat mijn onderstaande stukje wat rommelig is. Even niet op letten

*Lange komma's *


niam @ 10-12-2004 23:58:34
Adriaan, en sprakeloos, hartelijk dank voor dit inhoudelijk commentaar.

Ik heb dit verhaal in één dag geschreven. Zo'n vier uur werk, en ik wilde het graag posten. Ik moet toegeven dat ik het niet getripplechecked heb op fouten... Normaal ben ik daar heel strict in, maar nu was ik zo verheugd dat ik eindelijk eens een verhaal echt 'af' had, dat ik het meteen wilde 'publiceren'.

Adriaan,

You've nailed it. Die lange komma's komen voort uit mijn zoektocht naar een prettige stijl. De zinnen die je als voorbeeld gaf, zijn precies de zinnen die ik normaal zou scheiden door een punt. In het vervolg doe ik dat ook waarschijnlijk met betrekking tot de leesbaarheid.

Die 'dubbele' zinnen zijn inderdaad om bepaalde dingen te benadrukken. Ik zal daar nog eens over nadenken, aangezien ik het niet lelijk vind staan.

Bedankt!

sprakeloos,

Leuk dat je in gaat op de psychologische kant van het verhaal, en waarschijnlijk had je de titel ook door:). Ik studeer psychologie, en ik vind het een gigantische insipiratiebron. Ik ben van mening dat ik door die studie, mijn verhalen meer diepgang kan geven.

JIj ook bedankt!

Groeten niam,




@ 10-12-2004 21:57:24

Beste Niam,

Ik heb de tekst nog een keer doorgenomen en het valt me op dat je door de hele tekst komma’s zet waar naar mijn idee beter punten kunnen staan.
Om een paar voorbeelden te noemen:
Het deert niet, nu heeft zijn vrouw tenminste weer iets om op te ruimen, zij is immers degene die rookt.
en
Zijn mond hangt een stukje open en zijn hoofd beweegt zachtjes heen en weer, uit zijn ogen valt niets af te leiden, ze weerspiegelen enkel de springende vonken.

In verschillende zinnen schrijf je dingen dubbel.
Een voorbeeld: Hij mag dat niet missen, het nieuws van acht uur mag hij zeker niet missen.
Dat doe je waarschijnlijk om het te benadrukken. In een korte tekst als deze lijkt mij dit overbodig.
Dit is overigens een kwestie van smaak.

Zijn lichaam verstijfd = Zijn lichaam verstijft.

Hoe dan ook, mijn complimenten!


sprakeloos @ 10-12-2004 20:31:02
Niam, ik vind het een heel lezenswaardig verhaal en vooral ook heel levensecht zeker tot en met de voorlaatste alinea, hetgeen niets ten nadele is van het laatste stuk. Bovendien vind ik het dromerige van de eerste alinea in een prachtig contrast staan met de rest van je verhaal.
Ja de wereld van een schizofreen is ondoorgrondelijk en in 'Koning Vonk' is heeft de (of natuurlijk een van de explosies) explosie plaatsgevonden in zijn ziekte proces/ decompensatie in vakjargon. Hoe is het met hem in voorgaande dagen, weken vergaan waardoor deze explosie ( moord op vrouw/ verwaarlozing en paranoïde gedrag) is veroorzaakt? Dit verhaal laat in ieder geval zien dat de spanning opgebouwd kan worden.
Ik heb minder op taalkundige zaken gelet en meestal is dat een goed teken. Mij hebben eventuele fouten niet storend op de inhoud gewerkt.


sprakeloos @ 10-12-2004 20:26:45
Welzeker maar gun me even de tijd. Ik kom erop terug


niam @ 10-12-2004 18:46:02
Bedankt. De man is schizofreen.

Zou je misschien iets specifieker kunnen zijn in je kritiek, want ik ben benieuwd wát er beter kan aan mijn taalgebruik.

Bij voorbaat dank!




sprakeloos @ 10-12-2004 15:32:41
Het smaakt zeker. Toch zou je nog eens wat kritisch naar het taalgebruik en interpunctie kunnen kijken. Overbodige zinnen kunnen eruit etc.

Dat de man volslagen gek is, is wel duidelijk maar toch wil ik iets meer weten van zijn geheim.



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens