donderdag 26 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
GerJan van de Kamp - Rudolf; een kleine afwijking
Gepubliceerd op: 07-12-2004 Aantal woorden: 1110
Laatste wijziging: - Aantal views: 1756
Easy-print versie Aantal reacties: 6 reacties

Rudolf; een kleine afwijking

GerJan van de Kamp


Gewoon een eend.
Niks mis mee.
Niet anders dan de anderen; niet mooier, groter, sierlijker of krachtiger.
Rudolf was gewoon een ordinaire eend.
In zijn kolonie had hij zijn vast sociale plek, zijn vaste partner en zijn vaste nest. Ook het leven van Rudolf was als die van alle andere eenden. 's Ochtends dreef de hele groep - wat neer kwam op een 18-tal eenden, aangezien er zojuist weer 4 kuikens bij waren, waarvan n de zoon was van Rudolf en zijn Marit - in een rustig tempo door de kleine vijver. Bij mooi weer waagde een deel van de groep de tocht over de redelijk drukke straat, naar de overkant, waar een veel grotere vijver lag - met fontein en al.
Vandaag was het zo'n mooie dag.; de zon scheen volop en was geen wolkje aan de lucht. Het was de laatste dagen iets warmer geworden, na een koude en druilerige winter. De eenden waren dan ook drukker dan normaal. Er waren al 5 eenden overgestoken. Onder hen natuurlijk ook Karel, die altijd probeerde als eerste de straat over te steken en dus als eerste het water van de grote vijver in te glijden. Dit gegeven gaf hem veel aanzien, want iedereen kon zich nog levendig herinneren hoe vorig jaar zomer de grote en krachtige Bertrand de oversteek waagde en hierbij geschept werd door de bus van lijn 101.
Karel verhaalde graag over zijn ervaringen in de grote vijver, hoewel niemand ooit had gezien of de grote vijver inderdaad rimpelloos was voordat Karel erin gleed, of dat het water oranje kleurde bij de eerste aanraking met de zonnestralen. Niemand durfde Karel echter tegen te spreken, dus werden deze verhalen met veel "oh"'s en "ah"'s aangehoord.
Rudolf bleef in de kleine vijver. Hij was trots op zijn zoon en hield hem de hele dag in de gaten. Rudolf vond het prachtig om zijn zoon in de weer te zien met kleine blaadjes, takjes en zijn leeftijdgenoten. Het drijven ging kleine Dolf goed af, iets wat in het begin Rudolf en Marit nog zorgen had gebaard. Het duurde namelijk erg lang, voordat ze kleine Dolf zover hadden gekregen zijn flappers in het water te laten glijden. Pas na een maand durfde hij het aan en hij scheen het toch goed onder de knie te hebben gekregen.
Rudolf doezelde een beetje in de warme lentezon en dobberde ondertussen zijn gebruikelijke rondje door de kleine vijver. Hij voelde zich gelukkig. Hij had zijn hele leven al in deze kleine vijver doorgebracht en kende iedereen van zijn kolonie al zo lang als hij zich kon herinneren. Het was een rustige kolonie met altijd ongeveer dezelfde samenstelling. Soms kwam er eens een nieuwe een buitenstaander op bezoek, maar deze werd meestal niet erg goed opgenomen in de groep. De eenden roddelden dan onder elkaar over de vreemde eend, die vast verbannen was uit een andere kolonie en nu hier de boel op stelten kwam zetten.
Allen waren ze bang voor veranderingen; het oude zou altijd beter zijn.
Hij dreef een beetje af. Rudolf peddelde altijd hetzelfde ronde en probeerde hier zo min mogelijk van af te wijken. Als er een obstakel in de weg dreef, probeerde hij deze met een zo'n klein mogelijke omweg te passeren. Eens was er een lange tak in de kleine vijver gevallen, welke tijdens de zware oktoberstorm was losgerukt van n van de treurwilgen die altijd op hun sombere manier aanwezig waren aan de westelijke waterkant. Rudolf zag geen mogelijkheid om voorbij deze tak te komen, zonder ver van zijn ronde af te geraken. Hij had zich dan ook, na enkele verwoede pogingen langs beide kanten, terneergeslagen omgedraaid. Die dag moest hij zich telkens als hij opnieuw voor de tak terechtkwam, omdraaien en terug gaan om aan de andere kant de tak weer tegen te komen.
Rudolf peddelde sloom richting de noordelijke waterkant, welke aan de andere straat grensde. Langs deze straat lagen twee middelbare scholen, die rond een uur of n altijd leegstroomden. Leerlingen kwamen uit de betonnen bunkers om van de buitenlucht te genieten of zich te goed te doen aan een zak patat of een sigaret. De leerlingen riepen altijd gemengde gevoelens op bij de eenden. Aan de ene kant verzorgden deze leerlingen de welverdiende verandering van spijs. Als hun moeders eens wisten hoeveel van de door hun driftig gesmeerde boterhammen tussen de eenden van Rudolfs kolonie verdwenen, zou een heel bakkersimperium opgedoekt kunnen worden. Aan de andere kant waren mensen onvoorspelbaar. Ze gooiden stokken in het water, waarna zij hun dolle honden aanspoorden deze eruit te vissen, wat al voor verscheidene verplichte - routeveranderingen voor Rudolf had gezorgd. Ook gooiden zij naast hun boterhammen allerlei niet-verteerbare spullen in het water. Twee maanden geleden nog was Marits vriendin, Isolde, slachtoffer geworden van een boterhamzakje. Daarin zaten nog wat kruimels en in haar verwoede poging deze eruit te krijgen, was Isolde gestikt in een stuk plastic.
Terwijl Rudolf gelukkig en voldaan door het water peddelde, kwam er een groep van deze leerlingen aan. Zij hadden hun boterhammen reeds op en zochten vertier in het gooien van eikels in de kleine vijver. Toen ze Rudolf in het vizier kregen, was daarbij het nieuwe mikpunt van de smijtpartij snel gevonden. Na enkele pogingen richting Rudolf, ontwaakte deze uit zijn roes. Hij keek om zich heen om erachter te komen dat hij erg ver verwijderd was van zijn kolonie. Hij raakte in paniek, want het was nog een heel eind terug en voor dit gedeelte van de vijver had hij geen route! Ook de rondvliegende eikels boezemden hem angst in. Besluiteloos spartelde Rudolf in kleine, hectische rondjes.
En van de jongens nam een grote eikel. Hij woog hem en met een welgemikte worp, raakte hij de kop van Rudolf. De eend voelde een schok en merkte dat hij zijn hoofd niet meer kon draaien of er enige beweging dan ook mee kon maken. Zijn nek was gebroken! Hij merkte ook dat zijn luchtpijp werd afgekneld. Hijgend ploeterde Rudolf door het water om zo snel mogelijk terug te komen bij zijn nest. Achter hem waren de leerlingen gestopt met lanceren.
Rudolf merkte in zijn tocht naar huis dat het hem begon te duizelen. Langzaam en uitgeput kwam hij bij zijn nest aan. Hij strompelde erin en zag Marit met Dolf 'staartvangertje' spelen.
Karel kwam zojuist terug van de grote vijver en vertelde vol overgave over de prachtige oranje gloed van die ochtend. Volgens hem was die nog nooit zo helder geweest.
Het was dan ook n van de mooiste vroege lentedagen van het jaar.


@ 13-12-2004 15:41:19
Graag gedaan. Het gaf me trouwens meteen de gelegenheid om de tekst te lezen. Ik ben het met sprakeloos eens dat het begin sterken is dan het tweede deel. Hoe dan ook een onderhoudende tekst.


GerJan van de Kamp @ 13-12-2004 15:19:27
oke dan. dank voor de tip.


GerJan van de Kamp @ 12-12-2004 16:31:15
Ja, zo is het.
Een heel goed leesbaar boek over dit onderwerp is: de aap en de sushimeester van Frans de Waal.


sprakeloos @ 11-12-2004 15:08:16
Als ik Adriaan goed heb begrepen dan is het menselijke eigenschappen en gevoelens toedichten aan dieren


GerJan van de Kamp @ 11-12-2004 13:26:09
dan moet je me even uitleggen wat antropomorfisme dan precies is


sprakeloos @ 08-12-2004 00:02:52
Onlangs leerde ik van Adriaan naar aanleiding van mijn verhaaltje over stokstaartjes dat ik me 'schuldig' had gemaakt aan antropomorfisme. Dat doe jij dus ook. Ik vind het een leuk geschreven verhaaltje vooral het eerste gedeelte, het tweede gedeelte zakt een beetje in volgens mij.
De titel Rudolf, een kleine afwijking kan dat ook slaan op een gebrek aan flexibiliteit, dus een tikje autistisch, om maar eens antropomorfistisch bezig te zijn.



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en Ren Claessens