zaterdag 22 september 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Bert Pinkster - Een zomer feest (9)
Gepubliceerd op: 25-09-2004 Aantal woorden: 2864
Laatste wijziging: 03-10-2004 Aantal views: 1737
Easy-print versie Aantal reacties: 1 reacties

Een zomer feest (9)

Bert Pinkster


Toch moest er ook nog gewerkt worden.
Ik stond ’s morgens al vrij vroeg aan de zwembadpoort te rammelen. Hij was wel afgesloten, maar de sleutel hing aan de binnenkant in het slot. En ik zag een stang boven de bosjes uit zwengelen. Blijkbaar hoorden ze me niet. Het zwembad was anders nooit 's ochtends gesloten. Zou er dan toch vannacht…..?
"Hee! Hallo!!" schreeuwde ik door het gaas. Direct daarop verscheen John. Hij opende het hek en zei: "We're busy cleaning." Nu hadden we nog nooit een steek uitgevoerd, behalve closetrollen vervangen en vuilniszakken weggegooid, dus ik kon maar moeilijk geloven dat John serieus was. Ook had ik Edward wel eens de spuit op de tegels zien zetten, doch dat was meer speelsheid dan schoonmaakwoede geweest.
Maar op de rand van het bad stond Art vervaarlijk met een in elkaar geschoven aluminium buis van wel vijf meter lengte te stuntelen. Aan het uiteinde ervan, dat zich in het water bevond, zag ik een machine. Er liep een snoer vanaf naar een haspel die op zijn beurt stroom trok van achter een deur in het middengebouw, die ik nog niet eerder open gezien had en waarin bezems, potten verf en een enkele hark stonden.
"Wat is dat?" vroeg ik.
"A vacuum cleaner. "
Wat een uitvinding! Zwemwater zag er altijd op en top proper uit. Een onderwaterstofzuiger was dan werkelijk het ei van Columbus. Zolang hij maar goed beveiligd was. Het hanteren ervan leek me overigens ook geen geringe klus, want Art kreunde als een kastdeur wanneer hij het ding een bocht moest laten beschrijven.
"I'm going to put some chlorine in," zei Powers in het voorbijgaan, niet tot iemand in het bijzonder, en hij liep weg, naar achter.
"Maybe I can help….." mompelde ik, eveneens in het niets, en liep achter hem aan. Het ploeteren met het stofzuigerbakbeest moesten Art en John maar voor hun rekening nemen, vond ik.
Powers had de sleutelbos met daaraan ook de sleutel van de achteruitgang meegenomen. We moesten in het huisje ernaast zijn. Het was een klein hokje, waarvan een fors gedeelte ingegraven was, zodat je vanuit het zwembad komende op het met gras begroeide dak kon lopen. De wanden binnen waren ooit eens witgekalkt geweest. Links stonden stapels witplastic vaten met geelverweerde etiketten. Rechts van de deur stonden vier lege naast elkaar. Powers haalde een schakelaar naast de deur over en drukte een andere in. "That’s really important," vertelde hij, en hij zei nog meer waarschijnlijk de reden waarom dat dan wel zo belangrijk was maar dat ging verloren in een verstommend gedreun dat allengs minder werd, tot het geheel ophield. Toen pakte hij een vol vat en kantelde dat naar de richel van het verhoginkje waarop wij stonden. Eronder stond een gele emmer al klaar die stond er blijkbaar altijd , waarin hij het verstikkend stinkende chloor liet stromen. Net op tijd tilde hij het vat weer op en draaide de dop terug. Hij sprong naar beneden. Aan de achterkant van de ruimte bevonden zich twee betegelde reservoirs, van elkaar gescheiden door een muurtje, waarboven kranen aangebracht waren. In een ervan kwakte Powers de inhoud van zijn emmer. Druppels vlogen in het rond, kwalijke dampen verspreidden zich. Hij zette de kraan open.
Met de armen over elkaar wachtten we. Als dit alles was, kon ik dat in het vervolg ook wel…... En die schakelaar, daar kwam ik dan ook wel uit. "Hoe vaak moet dit gebeuren?"
"Eens per week."
Dat was te overzien. Precies iets voor mij!
"Je moet er alleen voor zorgen dat het chloor niet onverdund in het zwembad komt." Over het muurtje balancerend bereikte hij de kraan. Hij draaide hem dicht. "That's all."
"Right!" Ik had alles begrepen, zowaar.
"Alleen nog even de pomp aanzetten." Hij drukte de schakelaars naast de deur weer in en uit, waardoor het geruis en gedreun weerkeerde. "Let's go."
Ik ademde de frisse buitenlucht met diepe teugen in. De hemel liet zich van zijn betrokken kant zien: het zou geen mooie dag worden vandaag.
Art bleek met zijn schoonmaakwerk klaar te zijn en met vereende krachten trokken we het loodzware gevaarte op de kant. Er was een speciaal karretje voor, waaraan ook de gedemonteerde buisdelen een plaatsje konden vinden. Het geheel verdween daarna achter de bewuste deur in het middengebouwtje. Terwijl Art en ik daarmee bezig waren, had Powers uit de Bademeisterkabine een houten kistje opgediept. Hij ging ermee aan de rand van het bad zitten met zijn voeten in het water. Ik zag een reageerbuisje, wat pilletjes en een kastje in schuimrubber. Het zag er verduiveld interessant uit en wat Powers ermee ging doen, leek me niet minder belangwekkend. Hij schepte wat water in het reageerbuisje en liet daar vervolgens een half pilletje in vallen. Het water kleurde roze. Powers schudde om het tabletje geheel te laten oplossen, waardoor het roze nog verhevigde. Toen zette hij het buisje in het kastje, hield dat voor zijn oog en murmelde: "Okay….."
Art vroeg: "Is it alright?"
"It's perfect."
"Great, Kowalsky can be satisfied."
Ik probeerde zonder al te opdringerig te worden een oog op het wonderkastje te laten vallen. Er was niets perfects te zien, wat mij betrof. Er was een gaatje waarvoor een getint glaasje geschoven was en daardoorheen had Powers naar het badwater zitten kijken….. Maar de raadselen van dit apparaat zouden ook mij zeker spoedig geopenbaard worden, daar rekende ik vast op. Nu zei het me totaal niets, maar vooruit, blijkbaar was het prima.
John was in de tussentijd bezig geweest met het schoonspuiten van de kleedgelegenheden. We wachtten tot hij klaar was.
"Don't you ever think about taking a day off?" vroeg Art. "Je bent maar altijd in het zwembad en we zijn met genoeg....."
"Hm, zou misschien wel eens leuk zijn, ja."
“…..Kun je nog eens wat van de omgeving bekijken….."
"Is er wat aan bezienswaardigheden hier in de buurt?"
"Je kunt altijd naar Heidelberg!"
Dat leek me wat ver…..
"…..Or you can visit the Römersiedlung in Pfingsthohen, die Tropfsteinhöhle….."
"A Römersiedlung? That could be interesting. Maybe I'll do that."
"Ikzelf ben er nog niet geweest, maar het schijnt heel leuk te zijn."

In het Gästehaus waren we de enige gasten. En na de maaltijd zette Mildred een schaal broodjes met vleeswaren en kaas op tafel. We moesten voor vanavond ons eigen pakket samenstellen (er lagen ook papieren zakken bij), want op dinsdag was de boel hier verder gesloten. Dienstag Ruhetag, ja? Ook was er voor ieder een yoghurtje zoals ik er bij Powers een hele verzameling van had zien staan, een appel en een ei.
We brachten ons avondmaal eerst naar onze kamers. Of we het zouden opeten, stond nog te bezien. Het ei haalde Haus Theresia sowieso niet. Het was een veel te leuk gezicht het na een hoge gooi op de grond uit elkaar te zien spatten.
Powers zette zijn pak op het tafeltje tussen alle andere rommel. De rotzooi in zijn kamer had nog aan massaliteit toegenomen, leek het. Her en der lagen kleren, dekens, papieren, schoeisel, een tennisracket, een boek over kathedralen en basilieken, een foudraal voor z'n tennisracket, een Amerikaanse krant….. Bij mij lagen alleen wat vuile kleren op de bank en er zwierven een paar schoenen rond. Je moest er altijd rekening mee houden dat je nog eens een meisje zou kunnen meenemen. Bij het zien van Powers' klerezooi zou ze gillend wegrennen.
"I gotta shit before we go," kondigde de rommelkont aan. Daar hoefde ik niet bij te zijn, maar ik voelde me intussen wel verplicht beneden te wachten.
Bij het afdalen van de trap bezag ik de lucht. Het was behoorlijk bewolkt. Waarschijnlijk zou het straks gaan regenen. …..Konden we op onze kamers gaan zitten kniezen, want het was natuurlijk in heel Segheim Ruhetag, zoveel wist er inmiddels al wel vanaf. Misschien konden we weer eens naar Werner toe…..
Rond de bocht bij de kerk kwam de groene Cherry van Mildred. Ik ging op de derde tree van de trap zitten en draaide m'n ring. Die Powers hield het vol, zeg! Ik had nu naar de boerderij in het dal kunnen kijken, naar het ezeltje Yoshi, dat daar in de wei graasde, ik had de bomen van het bos kunnen bestuderen, ik had zelfs mijn ogen dicht kunnen doen. Ik keek echter naar dat groene autootje, dat ras naderde. Ik wendde mijn hoofd ook niet af, al voelde ik me er belazerd genoeg voor. Ik was veel te benieuwd te weten of ze me in het voorbijrijden zou groeten of niet. Het zou wel niet zo zijn.....
Ze groette inderdaad niet, maar trapte wel op de rem voor Theresia en draaide haar portierraampje omlaag. Ik richtte me op. "Was machst du heut' abend?" klonk haar stem.
"Ich weiß noch nicht."
Wat kregen we nu opeens??!!
"Magst du kegeln?"
Ik had zeggen en schrijven vijf keer op een bowlingbaan gestaan, een enkele keer was het me zelfs gelukt alle kegels om te gooien (in twee beurten), dus zei ik: "Lijkt me wel leuk."
"Gut. Wenn du Lust hast, hol' ich dich um sieben."
"Goed."
Weg was ze. Ik stond haar nog na te staren toen Powers beneden kwam. "Dat was Mildred. We gaan vanavond uit," zei ik.
Hij sloeg me van opzij tegen m'n borst en even voelde ik me net zo geweldig 'hopeless' als hij en Werner waren. "All right! That's the way!" Hij wist verder natuurlijk helemaal niets. Of toch wel?

De dreigende bui was overgedreven en 's middags was het zwembad weer gewoon open. Ik meende van een paar kinderen onderweg begrepen te hebben dat de schoolvakanties begonnen waren, maar stellig gold dat alleen voor de kleintjes, want er kwam in het bad een groep die zich onmiskenbaar als een middelbare-schoolklas aandiende en gedroeg. Lusteloos zwommen de meesten hun baantjes. 't Was dat het moest, maar het mocht onder geen beding leuk lijken. Slechts twee meisjes schenen er plezier in te hebben. Die had ik dan ook al vaker in het bad gezien, bijna altijd aan het eind van de middag. Powers noemde ze Fabi en Kari. De meeste anderen - ik schatte ze zo rond de veertien - waren me geheel onbekend. De leraar was erbij om toezicht te houden. Op het muurtje naast het douchepoortje stond hij in windjack en groene, manchester knickerbocker. Art stond naast hem.
"Hey, there's Herr Riehm!" stiet Powers uit toen hij hem zag.
Zo, dit was dus de beroemde Herr Riehm, de man bij wie je niet ongeïnviteerd op bezoek kon komen. Hij zag er inderdaad onbenaderbaar uit. Een echte leraar.
Omdat er verder geen andere kinderen waren, er niets anders te doen was en Powers toch naar Herr Riehm toe ging, liep ik maar met hem mee. John stond er nu ook al.
Ik knikte ter begroeting, ouwe jongens krentenbrood. Vooral niet te bedeesd zijn. Een volgende keer moest en zou ik ook van de partij zijn!
Hij stak een hand uit en zei: "Guten Tag. Sie sind wohl der neue Bademeister?"
Ik voelde me na deze eerste week al een oude rot, toch zei ik netjes: "Ja, Ron de Reine."
"Riehm." Hij sprak nasaal, een Engelse snob van Duitse origine. "Wie war Ihr Name, bitte?"
"Ron de Reine," herhaalde ik.
"Ach, entschuldigen Sie bitte, daß ich frage, aber ich habe mich schon öfters gewundert über die Vorsilben bei Ihren Familiennamen. Was heißt das doch? Können Sie das vielleicht mal erklären?"
Ik mocht een boon zijn als ik snapte waar hij heen wilde.
"Also: Reine, das heißt doch 'sauber', nicht?" Ja ja, er was weer een lichtpuntje aan het eind van de tunnel. Maar blijkbaar verwachtte hij dat ik nu spontaan de conversatie zou overnemen (wat mij niet gegeven was), want glazig bleef hij me aankijken.
Hij probeerde het opnieuw: "Ja, was bedeutet denn Ihr Nachname, your surname, oder hat er gar keine Bedeutung?"
"Ja doch, doch. De Reine bedeutet eigentlich: der Saubere."
Zonder dat ik me ervan bewust was, was ik blijkbaar aan het orakelen geslagen, want hij boog helemaal achterover om uiting te geven aan zijn stom dat ik daar-niet zelf opgekomen ben gevoel, vermengd met zijn verbazing van ligt het zo eenvoudig? Hij zei: "Ah, es ist also ein Artikel!" Ja, natuurlijk! Ein Artikel was het, idioot, een lidwoord. "Ja, ja." en hij keek weer naar zijn zwemmende pupillen, nadenkend.
"Ist das Wasser heute schon kontrolliert worden?" vroeg een slechtgeschoren ouder baasje met op zijn hoofd een jagershoedje, dat zojuist binnengeslopen was.
"Jazeker," zei John, "Hoeveel was het, Powers?"
"Three!"
De ogen onder het hoedje vernauwden zich en het mannetje knikte bedachtzaam. "Das ist gut, drei. Das geht. …..Weten jullie dat er een gat in de omheining zit?"
"Een gat? Nee, davon wußten wir nichts." Johns gezicht weerspiegelde opperste verbazing, terwijl Art met lange uithalen in zijn traditionele lachstuip verviel.
Hoedjemans keek eens vol deelneming naar hem en vervolgde toen: "Hier vlak hij de toegang. Kom maar even mee, dan zal ik het wijzen. Misschien kan het meteen gerepareerd worden en anders moeten jullie het maar aan de Verwaltung rapporteren." Hij ging alvast met lichtgebogen rug vooruit.
"C'mon." John gaf Powers een teken en samen liepen ze achter het mannetje aan.
"Herr Kowalsky," zei Herr Riehm, met zijn hoofd het troepje achternaknikkend. "Die hadden ze allang met pensioen moeten sturen. Der funktioniert doch gar nicht mehr!"
Art wreef zijn ogen droog.
"U bent hier leraar?" vroeg ik om het gesprek weer op gang te krijgen, want die Riehm moest wel een goede indruk aan mij overhouden.
"Ja, Englisch."
"Aha, samen met Weigert also." Ja, ik wist wel wat!
"Der Herr Weigert ist aber Deutschlehrer."
Nou ja.....
"That reminds me," kwam Art opeens tussendoor, "did I tell you we've been invited at Weigerts tomorrow evening?"
Nee, dat had hij nog niet. "Tomorrow?" Gelukkig niet vanavond. Vanavond ging ik …..
"Yeah, l hadn't seen you before….. En het was me ook een beetje door het hoofd geschoten, to be honest."
"En misschien hebben de heren dan zin donderdag bij mij thuis te dineren?" vroeg Herr Riehm daar bovenop.
Ik had nog niets voor donderdag, Art ook niet. Jammer dat John en Powers er nu niet waren. Ongeïnviteerd….. "Graag," zeiden we.
"Afgesproken dan. Six o'clock."
De eerste druppels begonnen te vallen, joelend kwamen de zwemmers het water uit.
"Six o'clock."

Even over zeven stopte Mildred voor Haus Theresia. Ik had op mijn kamer mijn twee broodjes verorberd en mijn yoghurtbekertje, waarop de wereldse merknaam 'Frutos' prijkte, met een lepel uit de keuken leeggegeten, nadat ik eerst het laagje vocht dat erbovenop gedreven had met de yoghurt had moeten vermengen om het enigszins eetbaar te krijgen. De frambozensmaak die op het etiketje beloofd werd, bleek er na deze actie wel degelijk aan te zitten, maar aan de kleur te zien was er geen enkele echte vrucht in terecht gekomen.
Ze toeterde.
De ruitenwissers deden routineus hun werk tijdens onze zwijgzame tocht, helemaal naar Grasheim, het grootste stadje in de buurt.
Daar betraden we een kroeg, waarvan de gevel boven deur en raam vermeldde, dat er een Bundeskegelbahn gevestigd was.
Ik had verwacht met Mildred samen op een baan te zullen staan, eventueel daarna nog wat te drinken aan een tafeltje in een rustig hoekje om dan het een en ander uit te kunnen praten. Ik viel daarentegen midden in een bont gezelschap, dat blijkbaar vaker kegelde en waarvan Mildred deel uitmaakte. Ze werd in ieder geval enthousiast begroet en geknuffeld, ik kreeg van sommigen een plichtmatige hand.
De groep zat aan twee tafels en de conversatie verliep vooral luidruchtig. Toen de serveerster ons kwam vragen wat we dronken, zei Mildred: "Er will ein Bier!"
Al gauw werden er daarna drietallen gevormd; Mildred en ik belandden in verschillende teams. Drie jongens en een meisje zaten er in mijn team, aan voorstellen deden ze niet. De banen waarop gespeeld werd, bestonden uit twee uitgesleten lappen linoleum van zo'n meter of tien. De kegels werden met een machine bediend, dat nog net wel.
Ik deed dapper mee, maar raakte bijna niets. Dat was ook niet zo verwonderlijk: deze bal was een stuk kleiner dan waar ik wel eens eerder mee gebowld had en bovendien had hij maar één gat. De anderen deden hun best mij niet al te meewarig te bekijken, mijn teamgenoten keken besmuikt in hun bier of begonnen een praatje met iemand van de andere partij als ik de beurt had. Ons viertal verloor pijnlijk en in het persoonlijk klassement eindigde ik onderaan. Niemand zei er iets van.

Om half twaalf kondigde Mildred aan dat ze wegging. Ik aarzelde, maar ze vroeg: "Gehst du mit?" Vlug pakte ik m'n jack, zei gedag en volgde haar.
In de auto informeerde ze of ik het leuk gevonden had.
"Ja, hoor," antwoordde ik braaf.
"Misschien heb je zin om vaker mee te doen? 't Is elke dinsdagavond….."
Ze bracht me naar Schranke en zette me voor de deur van Haus Sankt Theresia af. We hebben elkaar niet gekust. We hebben niets meer gezegd dan: "Tschüß." Wellicht was dat ook maar het beste.
Het had de hele avond geregend.


Adriaan @ 19-01-2005 11:27:39
De vertelling kabbelt voort alsof het een persoonlijk bijgehouden dagboek is. Voor de lezer is het maar wachten tot er echt iets gebeurt. De aandacht driegt te verslappen.



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens