Klik hier om terug te gaan naar de web-site versie.

Onbegrip oftewel Als het achtereind van een varken


ONBEGRIP oftewel
ALS HET ACHTEREIND VAN EEN VARKEN

‘Ken je die uitdrukking dan niet?’ vroeg ik hem weer. ‘Heb je er dan nog nooit van gehoord?’
‘Neen, echt niet,’ antwoordde de man. ‘Ik zou niet weten wat er mee bedoeld wordt, en ik heb het eigenlijk nooit door anderen horen gebruiken. Het is zeker een ouderwetse uitdrukking?’
Ik keek de man tegenover mij nog eens goed aan, en met op elkaar geperste lippen en opgetrokken wenkbrauwen van ongeloof, kwam ik toch tot de conclusie dat hij echt niet
wist waar ik het over had.
‘Oké, goed, ik geloof je helemaal en daarom zal ik je het piekfijn uitleggen,’ zei ik tegen hem.
De man schoof eens met zijn stoel zodat hij wat dichter bij de tafel kwam te zitten, en keek mij verwachtingsvol aan.
‘Vertel, ik ben nieuwsgierig!’ zei hij, met een gezellig hongerige blik in zijn ogen naar meer kennis. En hij vouwde, voorover leunend, zijn armen over elkaar als een gehoorzame schooljongen.
‘Geen probleem, luister,’ anticipeerde ik. Veronderstel dat je vandaag veertig jaar getrouwd bent, en dat je besluit je vrouw te verrassen met een prachtige bos bloemen. Dat is toch een van de eerste dingen waar een man aan denkt om zijn vrouw een plezier mee te doen, niet waar?’
‘Eh, ja, datteh, geloof ik ook wel,’ antwoordde de man geboeid.
‘Nou, dan koop je dus een heel mooi boeket rozen,’ ging ik verder. ‘Want geld speelt dan geen rol, toch? Maar, let op, als je slim bent koop je natuurlijk geen rozen met allemaal dezelfde kleur, want dat is maar eentonig, en zou je je vrouw ongewild toch nog kunnen teleurstellen. Neen, je koopt donkerrode rozen en je koopt gele rozen, en dan van ieder twintig stuks, dat is samen veertig jaar.
‘Ho, ho, wacht eens even,’ interrumpeerde de man heftig. ‘Ik zou nooit geen rozen kopen want daar houden sommige vrouwen helemaal niet van, zie je. Ik zelf zou eerder roze lelies kopen.’
Verbijsterd over zoveel domheid hief ik mijn armen omhoog en zei: ‘Luister nou eens goed naar wat ik je probeer uit te leggen, man, en praat er niet steeds doorheen. Want dan breng je mij ook van de wijs en dan vergeet ik weer de helft.’
‘O nou zeg, sorry hoor, ik wil je helemaal niet steeds onderbreken, maar dat moest ik toch even kwijt,’ sprak de man verongelijkt.
De man ging weer rechtop zitten, en zei: ‘Nou, ga maar verder met je verhaal.’
‘Prima, prima, nou, we hebben dus veertig rozen, twintig rode en twintig gele’, ging ik enthousiast verder. ‘En nu komt het: die rozen met de donkerrode kleur staan voor de tijd dat het een beetje ‘down’ was tussen jullie tweeën, en de gele kleur staat voor de tijd dat alles ‘up’ was, begrijp je?
‘Nou neen, echt, neem me niet kwalijk, maar ik begrijp er nu helemaal geen sodemieter meer van’, riep de man verbaasd. ‘Downers en uppers, wat moet dat nou weer betekenen. En wat heeft dat in godsnaam te maken met ‘read between the lines’? Het lijkt wel alsof je het over verdovende middelen hebt!’
In totale verbijstering sprong ik nu uit mijn stoel.
Allemachtig zeg, wat is die man kort van memorie, weet hij dan helemaal niets?, dacht ik.
‘Weet je,’ probeerde ik het weer. ‘Wacht, ik zal eerst nog een biertje voor je bestellen. Drink dat eerst even rustig op, misschien dat je bovenkamer wat beter gaat werken, en dan praten we weer verder, goed?’
‘Nou, dat is heel aardig van je, dat sla ik natuurlijk niet af, het is hier trouwens warm genoeg, weet je’, antwoordde de man, nu met van tevredenheid glimmende oogjes.
Toen de man, met veel slurpherrie gepaard gaande, langzaam genietend zijn biertje naar binnen werkte, had ik de tijd om hem eens goed op te nemen.
Met zijn baard van zeker twee weken, schatte ik, en zijn slecht geknipte haar, en met een overhemd waar je van de boord soep kon koken, en een rij boventanden waartussen je gemakkelijk twaalf fietsen kon parkeren, moest ik helaas vaststellen dat de man een typisch voorbeeld was of is, van de doorsnee medelander. Maar goed, het lijkt geen kwaaie kerel te wezen. Je kunt hem zijn slechte opvoeding of afkomst niet kwalijk nemen.
‘Heb je je glas leeg? Ja? Dan gaan we weer verder,’ zei ik tegen hem. ‘Ik zal het iets anders aan je uitleggen. Wat ik bedoel met de downtijd en met de uptijd is helemaal niet zo moeilijk te begrijpen. De downtijd staat voor de tijd dat het soms wat rottig ging tussen jullie beiden, en de uptijd staat voor de tijd dat alles, maar dan ook alles, prima tussen jullie beiden ging, vat je?’
‘O, bedoel je dat,’ riep de man opgelucht en met een begrijpende glimlach op zijn gezicht. ‘Zeg dat dan meteen, nou snap ik het. Dus down is hetzelfde als dat je relatie naar beneden gaat, en up is het als je relatie naar boven gaat, niet, zoiets toch?’
‘Helemaal juist, je hebt het door,’ antwoordde ik opgetogen. ‘Maar dat is nog niet alles, want waarom zeggen ze dat nou in een andere taal? Waarom niet gewoon in hun eigen taal, dus wij in het Nederlands in plaats van in het Engels?
‘Tja, daar vraag je me wat, ik heb werkelijk geen idee,’ zei de man, met een diepe denkrimpel in zijn voorhoofd. Maar dat zou jij me toch uitleggen, niet?’
‘Natuurlijk,’ antwoordde ik weer, nog steeds met een vrolijk gevoel. ‘Daar heb je volkomen gelijk in. En dat zal ik ook doen’.
Ook ik ging er nu eens goed voor zitten, en boog mij enigszins naar voren, dus dichter naar het gezicht van de man toe.
‘Mensen gebruiken vaak een andere taal, alleen maar om zich achter dergelijke woorden te kunnen verschuilen,’ begon ik met een donkere mysterieuze stem. ‘Hiermee voorkomen ze dat ze precies moeten zeggen wat ze nou eigenlijk bedoelen, snap je? Die uitdrukking betekent dus dat de mensen, niet allemaal natuurlijk hè, eigenlijk liever niet de juiste woorden willen gebruiken om hun situatie te omschrijven, of om te zeggen wat ze van je vinden, want dat kan soms een onplezierig gevoel en resultaat geven. En dat kan dus ook gelden voor de dingen die ze weggeven of cadeau doen.’
‘Ja, ja, ik heb het helemaal door,’ antwoordde de man, weer met een begrijpende blik op zijn gezicht, en intussen opstaand om zijn winterjas aan te trekken. ‘Echt, ik weet nu precies wat je me wilt zeggen. Maar ja, ik zelf heb hier helemaal niets aan want ik ben toch niet getrouwd. Ik heb namelijk geen vrouw, zie je, en dat zal wel nooit gebeuren ook. Dus je ergens achter verschuilen dat hoef ik dus ook niet. Nou, de groeten! Ik zie je misschien nog wel eens. Het ga je goed!’
Hierna, mij met een verbaasd gezicht met op elkaar geklemde lippen, en met opgetrokken wenkbrauwen, achterlatend, liep de man naar de uitgang van het koffiehuis. Met de deurknop in zijn handen riep hij nog na: ‘Ja, ja, riet betwien de lijns. Dat zal ik onthouden.’ Ik draaide mij om in de richting van de bar en krabde mij eens op het hoofd: Zou hij het nou wel of niet begrepen hebben?





© 2012 Bernardus Adrianus Bakx

Deze tekst is toegevoegd op 13-11-2019 door .