Klik hier om terug te gaan naar de web-site versie.

een zware dag

lodewijk

EEN ZWARE DAG

Het raast van de verhalen in mijn hoofd, zei mijn vrouw, met holle ogen voor zich uit starend. Buiten regende het. Verhalen jong en oud ,zuchtte zij, die er uit moeten. Een snelweg vol verhalen, die als koplampen van auto’s opdoemen in de mist. Ik kan alleen maar langs de kant van de weg staan met het licht van mijn zaklantaarn in de hoop ze daarmee in te halen. Even bewogen haar vingers in het ritme van haar woorden. Kaal als de muren van de kamer waarin wij zaten. Was ze nu boos of niet.? Haar gezicht werd van bovenaf belicht door een enkel peertje aan het plafond . We waren nog bezig ons te installeren in ons nieuwe huis. Ze zag er breekbaar uit met haar bleke huid. Breekbaar als kristal maar ook met de diamanten glans van iets dat niet te bekrassen valt . Met een vage blos op de wangen zo als ik vermoed Jeanne d’Arc had net voor het beklimmen van de brandstapel. Lang geleden op die morgen van de 30ste mei 1431 in centrum van Rouen. Een dag en een maand na koningsdag, ging het zonder echte aanleiding door mijn hoofd. Op dat winderige plein voor de hoofdingang van de kathedraal. De jonge koning Karel de VII, die de moed niet had om die dag in te grijpen In mijn verbeelding zag ik de grauwe koppen zwetend van opwinding. Het gewone volk van dieven, boeren, hoeren en bedelaars te hoop gelopen voor dit miserabel kermisvermaak. De blozende zekerheid van het gelijk in het aanzicht van de dood , dacht ik op het gelaat van de enige maagd met wereldfaam. Wie kent haar niet van de lagere school? De onverzettelijkheid van haar geloof dat God ondanks alles van haar hield en tot haar sprak . Zaligmakend is ,dacht ik, de zekerheid te weten dat de hemelpoorten zich openen als jij voor het laatst je ogen sluit. Hoeveel heilig houvast aan rotsvast graniet biedt een waar geloof niet

Het zijn soms van die lange vrachtwagens, ging zij verder, met dubbele opleggers. Trucks die zich door mijn hoofd een weg banen. Soms maar niet vaak passeren mij van die groene D.A.F .legerwagens met een zeildoekendak waarin in de achterbak een peloton soldaten. Je kent ze nog wel van vroeger. Uit de tijd van de algemene dienstplicht. In het voorbij gaan wuiven ze naar mij en sommigen wenken . Het is nood weer in mijn hoofd door een spitsuur aan verhalen. Soms raast zelfs de liefde met hoge snelheid voorbij en rijdt me van mijn sokken. Waarom stopt zij niet om mij mee te nemen naar overmorgen? Ik weet niet wat ik met al die verdraaide verhalen moet. Ik kan ze vaak niet navertellen want ze zijn als bandensporen op het wegdek. De achteloos uit het raam geworpen troep in de wegberm. Moet ik ze opschrijven terwijl ik niet weet waar ze zullen eindigen? Vertellen aan de keukentafel of op de huid van een geschoten beer voor de open haard. Wat voor zin heeft dat een nooit gebeurd verleden te verhalen. Te doen alsof terwijl je weet dat het nooit echt is gebeurd. Wat mankeert mij, dat ik mijzelf voor de gek moet houden? Gespleten Spelen dat het hier gaat om echte mensen van vlees en bloed. Mijn bloed mijn botten mijn vlees. Maar wil ik dat wel afstaan ? Wil ik hun wel kleden in mijn afgedragen vodden. Weten ze niet wat het kost. Wat het van mij vraagt. Hen dagelijks te voeden met mijn magere woorden. Waarom kunnen verhalen zichzelf niet vertellen zonder een aanslag te doen op mijn gezondheid. Soms je kunt me geloven of niet wordt ik werkelijk ziek van wat ik bedenkt. Worden het spoken en schimmen waarvan ik niet meer weet of het werkelijk zo is gebeurd als dat ik denk. Heb ik er om gevraagde de waarheid te liegen? Soms denk ik wel eens dat ik mijzelf verzin. Dat is toch niet gezond. Iets van wanhoop werd ik gewaar achter haar woorden. In het hoogpolig nog nieuwe Perzisch tapijt op de tafel in de voorkamer leken haar vingers in de onontwarbare patronen weg te zinken. Ik miste de kringen en vlekken van het oude. Verder bleef zij roerloos op een enkele snik na Haar handen leken in die verder kale kamer los te komen en hun eigen verhaal van onmacht te vertellen. Als vlinders met bevroren vleugels in de winter. Waar moet dit heen? Ik had met haar te doen. Nog niet eens zo oud . Zo slank en klein en toch al zo gebogen als de kale takken in de haiku van Basho. Ik hield mijn hart vast . Kan één enkele ziel, hoe groot hij ook is, wel zoveel verhalen bevatten en verdragen? Zeker als je zag wat een enkel woord in de Bijbel of de Koran al aan kon richten. Een verkeerd woord, een verkeerd gezette komma en de vlam sloeg in de pan. Lieverd zei ik , hoe graag ik ook zou willen, ik kan de last van je nieuwe nog ongeschreven verhalen niet dragen. Je niet behoeden als een goede broeder. Ik kan niet je Abel zijn hoe graag ik ook zou willen Ik kan slechts bidden dat je niet zult vertillen aan je literair talent. De stilte daarna werd doorbroken door een klop op de deur. Doet de bel het niet? Doe jij open , vroeg zij wat wezenloos nog verzonken in de wereld van een minuut of 2 geleden. Ja, ja, ik ga wel. Wie kan het op dit late uur nog zijn? Verwacht jij nog iemand. Neen, de kinderen zijn al lang naar bed. Voor de deur stond een half peloton soldaten in het gelid met voor aan een sergeant majoor, aan zijn strepen te zien. Alles bij elkaar maakte zij de indruk van licht verzopen katten. Heren wat kan ik voor u doen, was mijn vraag ? Mijn verbazing zo goed mogelijk verbergend achter een onbewogen uiterlijk. Mogen wij even binnenkomen ? Met zijn allen? Er is toch geen oorlog uitgebroken? Vroeg ik nu met toch wat van verbazing in mijn stem. Ziet u we zijn net verhuisd en nog niet volledig ingericht. Of er dus voldoende stoelen zijn. Dat geeft niet mijn mannen kunnen heel goed staan. Nietwaar! Zeker sergeant!, wat u beveelt sergeant, .klonk het achter hem in koor. Vooruit dan maar maar wel stil graag de kinderen slapen net. De 8 man vooropgegaan door hun sergeant majoor betraden zonder gerucht van soldatenlaarzen de huiskamer. Lieten bijna geen natte sporen achter op het nieuwe parket. Mijn vrouw leek minder verbaasd als ik verwacht had. De sergeant nam het woord. Mevrouw , zei hij met een wat hese stem , mevrouw het is belangrijk dat u weet , dat u , hoe zeg ik dat , dat u als het ware de stammoeder van uw verhalen bent. De goede man leek bijna opgelucht dat hij zo goed uit zijn beginwoorden gekomen was. Mevrouw als een echte moeder ,zeg ik maar ,geeft u het leven aan al uw karakters. Wij allemaal zijn als het ware uw kinderen. Uw hersenen zijn onze baarmoeder. Uw verhalen stellen ons samen uit de flarden van woorden en zinnen die wij anders moeten blijven. Eigenlijk mevrouwtje, hij begon zich op zijn gemak te voelen, zijn wij nog niet geformuleerde zielen. De prenatale zielen van voor Gogol, om het zo maar te zeggen Mogen wij u namens alle manschappen daarvoor heel hartelijk bedanken en uw een knijpkat van Nederlandse makelij overhandigen. Zo dat u nooit zonder batterijen komt te zitten om het pad van uw schrijverschap te verlichten. Want ziet u mevrouw een verhaal is eigenlijk, hoe zeg je dat een virtuele medaille voor uw moed als schrijver. De moed om uit alle onzin om u heen zin en orde te scheppen als een uitgeslapen god op de vroege maandagmorgen. Dat mevrouw is helaas maar weinigen gegeven anders waren wij wel met een heel leger geweest om u te onderscheiden van de rest. Na dit gezegd te hebben leken onze onverwachtse gasten wel op te lossen en in zinsflarden op zoek te gaan naar de boekenkast, die ik voor de deur vergeten was binnen te zetten. Het was dan ook een zware dag.

Deze tekst is toegevoegd op 21-08-2018 door lodewijk .