Klik hier om terug te gaan naar de web-site versie.

MUST HAVE



MUST HAVE.


Af en toe betrap ik mij er op niet echt waar te nemen waar het eigenlijk om gaat bij het tuinieren, namelijk het tuinieren zelf. Ik ben oververzadigd met de allernieuwste tuinsnufjes: de deckhopper die een houten ligstoel impliceert; de heuse buitenkeuken die de gewone barbecue vervangt… Of, zoals ik las in een magazine: ‘loungen in de fusion tuin’ waarbij Aziatische en Afrikaanse tuinelementen in elkaar lopen zodat je wegdroomt van verre bestemmingen. Ook tuintafels, bestaande uit gelakt metalen frame met massief blad in hardhout: gepersonaliseerd door te kiezen voor maatwerk én uit een uitgebreid kleurenpalet. De ‘must have’.

‘Must have’ en ‘not done’: ze knijpen stilaan onze mooie taal dood maar fladderen ondertussen elegant doorheen de teksten van modieuze bladen en lifestyle magazines. ‘Lifestyle’, nog zoiets. Wat bedoelt men ermee? Een levensstijl die tot een bepaalde groep behoort en waarbij, van in de wieg tot aan de dood, bepaald wordt wat ‘not done’ is en welke ‘must have’ het leven verfraait?
Wat is er toch mis met de eenvoudige pils die ik vroeger dronk op het ouderwetse terras van mijn schoonouders? Het terras was overkoepeld met een plastiek golfplaat. De vloer bestond uit gewone betontegels. De betonnen zijmuren van het terras waren opgesmukt met bruine pvc bloembakken, beplant met felrode hangpelargoniums. De houten keukentafel en de stoelen - een erfstuk van een oudtante - kregen met een likje felgroene verf een tweede leven. De roze kleur van het tafellaken vloekte met de rode hangpelargoniums. De borders in de tuin waren niet volgens de regels van de tuinkunst aangelegd. Rode, gele en roze begonia’s knalden vrolijk tegen elkaar op. Verschillende groepen daglelies – de lievelingsplanten van schoonvader – prijkten in vele kleuren achter de begonia’s. Roze floxen en veel eenjarig plantgoed stonden her en der verspreid.
De voorzijde van de border was afgebakend met een rij schildersverdriet (steenbreek). Elke plant in de border had een plekje blote aarde rond zich die door schoonpa nauwgezet, met een hakje, onkruidvrij werd gehouden. Hij hield van die cirkeltjes blote grond die elke plant in de schijnwerper zette. Het geheel vloekte. Schoonpa zag het niet eens. Hij zag zelfs geen geheel. Hij bekeek uitbundig elke plant apart. Elk was belangrijk. Geen enkele speelde een ondersteunende rol. Er was ook geen siermoestuin, maar een echte moestuin met rijen aardappelen, prei, selder, snijbonen en dikke erwten. Ook geurende reukerwten die in een veel te klein, schreeuwlelijk vaasje vloekten op de tuintafel. Toch was die tuin charmant en was het steeds gezellig toeven op het oubollige terras.
Nieuwe tuinvisies hadden op schoonpa geen vat. Hij liet zich niet opslokken door een slaafse kudde die illusies najaagt. Hij had het gevoel en de belangstelling voor de werkelijkheid niet verloren.
De simpele moestuin, de pelargoniums, de beplanting…, ik heb de indruk dat ze niet belangrijk meer zijn. Het tuinstel, de pot, het beeld, die krijgen momenteel de meeste aandacht. Het onbelangrijke wordt vergroot, het meest wezenlijke aan het oog onttrokken.
Werkelijkheid is ‘not done’.

Greet Berghmans

Deze tekst is toegevoegd op 04-03-2018 door .