Klik hier om terug te gaan naar de web-site versie.

De Fotografe - afl. 1 van 2

Henk Gruys


1.


Het was niet toevallig dat Elfien de laatste tijd zo vaak café's bezocht. Wat zij deed was daar mannen aanspreken, er een praatje mee maken, of iets mee drinken, zich voorstellen als fotografe, en hen in verband met haar experimenten een voorstel doen. Na zo'n contact gebeurde het dat zij mee ging naar hun huis; en in andere gevallen naar haar eigen appartement.
    – Was zij veranderd door haar echtscheiding? Zijzelf vond nauwelijks, althans niet naar wezen, al had het huwelijk dergelijke experimenten ook uitgesloten, of belemmerd of haar op z'n minst een schuldgevoel gegeven. Maar thans speelde dat geen rol meer en kon ze eenvoudig geloven dat de artistieke progressie in haar beroep – want daar was het tenslotte om begonnen – haar deze nieuwe vrijheden niet alleen toestond en haar van gewetenswroeging vrijwaarde, maar zelfs onontkoombaar maakte. Tijden en zeden waren de laatste jaren ongrijpbaar veranderd en Elfien was een kunstenares die met de verworvenheden van haar "belevingsfotografie" ook internationaal aansluiting kreeg, – hoe bedenkelijk deze nieuwe artistieke richting sommigen ook mocht toeschijnen
    Nu waren haar escapades natuurlijk niet zonder risico's; maar dat nam zij, ook in de wetenschap dat zij niet makkelijk te intimideren was, maar voor lief. Er gebeurde inderdaad maar zelden iets dat haar instemming niet kon wegdragen; geweld of bruskering was geen enkele maal voorgekomen. Zelf schreef ze dit toe aan het feit dat ze, begenadigd met een grote dosis vrouwelijke intuïtie, een zekere selectie op de door haar gekozen modellen toepaste. En de mannen mochten dan groot, klein, zwart, geel, bleekhuidig, intelligent, dichterlijk of tamelijk stompzinnig zijn, met rare figuren, hele of halve criminelen en psychopaten hield zij zich niet bezig.
    Dat was in zekere zin aan te merken als een tekortkoming van haar exercities. Want juist de ruige zelfkant van de mannenwereld, die wellicht veel fotografisch interessant materiaal zou kunnen opleveren, zou vanuit dat standpunt bekeken eigenlijk niet mogen ontbreken. Maar zij kon nu eenmaal niet tot het uiterste gaan. Althans nog niet, omdat zij vond dat zij daar nog niet aan toe was. Mogelijk later, als zij door alle ervaring verrijkt, een nieuw, nog verdergaand fotografisch avontuur zou aanvangen.
    De laatste avonden was er niemand meegegaan – of beter: had zij niemand meegenomen. Want versieren liet zij zich niet, en soms zag ze gewoon geen man die haar geschikt leek, of uitsluitend kennissen, en daar begon zij evenmin aan.
    – Zij was vanzelfsprekend geen prostituée of callgirl; al zou haar gedrag sommigen misschien op het idee brengen, of bij bepaalde types zulke voornemens uitlokken. Nu, daar kwamen ze dan spoedig achter, en als het hen niet aanstond, verdwenen ze maar weer subiet.

2.
Zij had al met al een tamelijk druk leven, met veel dagelijkse onrust en intensief nachtwerk. Ook het overleg met uitgevers, opdrachtgevers en afnemers van haar foto's nam uren in beslag. Het was nog grotendeels de tijd van de conventionele fotografie, met veel donkerekamer-arbeid. Zodat zij er gewoonte van maakte af en toe eens een middagje vrijaf te nemen. Dan bezocht zij vaak haar oude schoolvriendin Doris. Na het uiteenvallen van haar huwelijk had Elfien het contact met deze Doris hernieuwd.
    Doris was tien jaar jonger dan Elfien, maar dit verschil viel grotendeels weg als ze bij elkaar waren. In tv-spotjes ziet men wel het zogenaamde "modaal" gezin, of hoe men zich dat voorstelt, indien men de reclame en de lectuurbakverhalen voor de werkelijkheid zou willen verslijten. –
    Niettemin had het gezin van Doris er model voor kunnen staan. Doris en haar man, Ron geheten, woonden in een eengezinswoning in een van lichtgrijze baksteen opgetrokken nieuwbouwwijk aan de rand van de stad, waar ook een supermarkt, kleuterschool, spaarbank, medisch centrum en de openbare bibliotheek waren gevestigd. Ron zou spoedig promotie maken en dan konden ze een tweede auto kopen en enige keren per jaar met vakantie gaan naar Spanje of Griekenland. Hun kinderen van negen en zeven heetten, geheel naar de toen geldende namenmode: Mark en Chantal.
    – Toch was vroeger Doris niet zo saai, dacht Elfien. In haar tienertijd was zij berucht om haar vele vriendjes. Misschien daarom was haar interesse voor Elfiens wonderbaarlijke levenswijze niet zo vreemd. – Zelfs had Doris als het erop aankwam, wel willen ruilen met het leven van haar vriendin; zoals zij zich dat tenminste voorstelde. Een voorbeeld leek het haar, zonder overigens daarbij een spoor van jaloezie aan de dag te leggen. Zijzelf kon immers niet anders dan ze deed, zij zat middenin dat plichtmatige, monotone van geordend ouderschap en voorbeeldig gezin. Met geen mogelijkheid zou ze daar uit kunnen ontsnappen.
    "Die verjaardagen ook altijd," zuchtte Doris tegen Elfien, naast haar in het lichte Zweedse interieur. "Ik ben nog niet eens klaar met rommel opruimen. Zusters, zwagers, broers, collega's... als ze niet komen is het ook niet goed, maar niet iedereen is aardig, zeker niet als de drank rond is gegaan. Ernie, ken je die, die had gedronken en dan wordt hij altijd vervelend, zegt tegen Ron: jij met je alternatieve snor, dat coltruitje en ponykapsel, hihi, je lijkt wel zo'n progressieve dominee uit de jaren zestig.
    Ik zeg waarom is dat nodig? Ron zegt later dat hij hem niet meer uitnodigt, maar volgende keer komt hij toch. Dittie en John zijn naar Israël geweest, moet je ze horen, of ze een geweldige prestatie hebben geleverd! Of we dia's komen kijken, misschien valt Ron weer in slaap tijdens de voorstelling. Ron wil naar India met vakantie en als ik zeg dat ik daar een schuldgevoel van krijg als je die armoede ziet, dan zegt Paul die dat bewakingsbureau heeft, dat je beter naar de Palestijnse gebieden kan gaan. Wonder dat er geen ruzie van kwam. Ik neem het je niet kwalijk dat je niet komt, je zou je alleen maar ergeren."
    Elfien staarde tijdens Doris' monoloog de kamer in, waar op het lichte linoleum verchroomde buistafeltjes stonden, en speelgoed in de hoeken lag of het er met storm was aangespoeld. Nergens haar idee van een smaaklvol en origineel interieur. Op zulke middagen vroeg zij zich vaak af waarom zij de vriendschap met uitgerekend deze Doris had vernieuwd. Ze betuigde op geen enkele manier instemming. Zij dacht wel: jammer dat ze in een dergelijke situatie is beland, maar verder ging haar betrokkenheid niet.
    En het was minder om er Doris een plezier mee te doen dan om het gesprek een wending te geven, dat ze maar weer over zichzelf begon.
    "Wat mij betreft heb ik niet veel nieuws. Kijk, een man meenemen, of met hem naar zijn kamer gaan is één, maar als het tot hun doordringt dat ze in een fotosessie moeten optreden, dan hoeven de meesten niet meer. Sommigen worden doodsbang! Of zijn zwaar beledigd. Voelen zich erin gestonken! Tegenwoordig vertel ik alles er maar meteen bij als ik ze uitnodig."
    – Elfien en Doris toonden de openheid van vrouwen onder elkaar, – zonder de overdrijving en branie die mannen daarbij aan de dag leggen. Mannen fantaseren er op los, omdat de heilige waarheid: alles wat er echt is gebeurd en hopeloos is misgegaan, – strikt geheim moet blijven. Daarom scheppen ze zo op. Zelfs zodanig dat hun uitlatingen er ongeloofwaardig van worden, hetgeen ze zelf meestal niet eens merken. – Vrouwen geven om dat alles niet.
    "Het lijkt me heel spannend, maar tegelijk ook griezelig, gevaarlijk zelfs..." zei Doris op Elfiens onthulling.
    "Is ook zo. Je weet maar nooit. Zelfs als iemand aardig en zachtzinnig lijkt, is er toch kans dat hij zich ontpopt als een sadist, of erger... Of met een smerige ziekte is behept en ik heb geen zin om verder als sero door het leven te gaan."

– "O, heus niet zoveel aan hoor," zei Elfien even later, "ik bedoel als het niet om kunstzinnige redenen was, deed ik het natuurlijk niet. Dat klinkt braafjes, maar het is geen kwestie van hormonen, maar onderdeel van een artistieke richting."
    "Ik ben benieuwd of er niet een keer een man bij is die ik ken," zei Doris.
    "In dat geval, zou je je dan bezwaard voelen? Ik zou dat denk ìk niet eens merken, want ik ben niet zo ingevoerd in jouw kennissenkring. Maar zoiets is tamelijk onwaarschijnlijk. Maar waarom wou je dat weten? Dan ga je zeker aan hen vragen hoe het was?"
    Doris schaterde.
    "Heb je al eens aan Harold gevraagd of die niet wil poseren, haha!"
    "Haha! Echt iets voor hem! Als hij merkt waar ik mee bezig ben zal hij er van ophoren, dat voorspel ik je, maar hij weet het niet."
    "Ophoren is nog zacht uitgedrukt, haha!"
    "...Ooit komt hij het te weten, als dit project klaar is en wordt geëxposeerd in het Stadsmuseum..."
    "Maar zou je," zei Doris wat ernstiger, "ook met al die mannen meegaan, als jullie nog een relatie hadden, als Harold... hij zou het daar heel moeilijk mee hebben, en zoiets is natuurlijk ook... Al is het voor honderd procent beroepsmatig."
    "Nee dan deed ik het niet. – Zeker niet in de toestand zoals waarin Harold nu verkeert. Hij is altijd al zwaartillend en pessimistisch geweest, maar zoals de laatste maanden heb ik hem nog niet meegemaakt. En hoe langer het duurt, hoe erger het wordt. Waardoor het komt, – ik weet het niet... Maar alles met Harold is wat mij betreft definitief afgesloten. Ik kan me niet voorstellen dat de draad weer opnemen voor ons beiden iets positiefs oplevert."
    "En eh, je ouders, weten die wat je van erotische activiteiten af?"
"Nee. Je weet hoe die verhouding is. Weinig contact. Al is dat doordat dat ik met Harold heb gebroken, wel iets beter geworden. Zij mochten Harold niet, hebben hem nooit gemogen, al van het begin af niet. – Het zijn mijn eigen ouders, maar ze hebben hem altijd behandeld als oud vuil. Ja, geld aftroggelen, dat is wat ze deden..."
    Elfien zette haar thee die afgekoeld was op de glazen tafel. "Maar nu de relatie met Harold over is, wil mijn vader zelfs dat ik weer bij hen kom wonen, maar dat doe ik natuurlijk niet. Ik zie het al... Ik woon nu ook niet prettig boven dat café, maar in dat kleine huisje... waar zou ik al m'n spullen moeten laten?"
    Doris stak nog een grote bonbon achter haar kiezen. "En waar zou je met al die mannen naartoe moeten? Je moeder zal je zien aankomen! Misschien op zolder een extra kamertje bij timmeren?"
    "Hahaha!.. zeker een met dubbele wanden! – Maar wat mijn ouders betreft: dat is daar ook niet allemaal rozegeur hoor: mijn moeder wil in een verzorgingstehuis, maar mijn vader pertinent niet."
    "Zonde dat zij daar weg wil waar ze wonen."
    "Ja, jij bent daar vroeger wel eens geweest, hè. Maar zo mooi is het er niet meer, hoor. Die hele buurt stikt van de vergiftige grond. Ja, vroeger was het er prachtig. Leuke buren, een tuin, bomen, bloemen, een veld om op te spelen. Moet je nu eens kijken. Een vuilnisbelt is er niets bij. Jij vond toen mijn ouders erg aardig hè? Maar je kent ze niet echt. Zo naar buiten toe doen ze zich voor als innemend, maar met Harold heb ik ze anders meegemaakt.
    Ik heb verder ook niet zo'n adellijke familie hoor! Ik heb nog ergens een oom die in het illegale gokcircuit ronddobbert. En neem mijn aangetrouwde neef Oscar, – wel niet rechtstreeks familie, maar die is niet helemaal goed bij zijn hoofd. Ziekelijke fantast en treiterkop."
    "Als ik het zo hoor is de enige nog die deugt Harold."
    "Die hoort inderdaad in dit rijtje niet huis. Kon ook wel eens zeikerig en vervelend zijn, en dat vind ik eigenlijk nog steeds, maar ik heb hem nooit op iets slechts of achterbaksheid kunnen betrappen."
    "Als je dat zegt, kunnen jullie toch beter weer met elkaar omgaan?"
    "Alleen omdat hij niet zo'n mafkont is als de rest zeker. Nee, want dat gaat na een tijdje toch weer niet. En zelfs, al zou het een paar weken wel lukken, het loopt op een zeker moment weer in de soep – absoluut. De moeilijkheid of schuld ligt niet zozeer bij hem misschien – hoewel hij altijd heeft gezegd niet geschikt te zijn voor een vaste relatie, hij is ook geen man om alleen te zijn, of te blijven, dat weet ik zeker. – Maar wij samen: nee dat moeten niet meer proberen."
    "Maar hij kan wel enorme spijt hebben dat jij niet meer bij hem bent. Of dat hij opnieuw verliefd op je is geworden..."
Elfien zweeg, dacht: hoe komt ze daarbij? Zij zal hem toch niet hebben gesproken, zodat ze nu probeert ons weer een beetje bij elkaar te brengen?..
    "Ik denk dat het dat niet is," zei zij vlak. "Hoewel, je weet natuurlijk nooit... In dat geval hoop ik het niet voor hem, want zoals ik al zei ik voel er niets voor die relatie nieuw leven in te blazen. Dat is verleden tijd."

Haar bespiegelingen werden onderbroken door een dingdongbel. Doris stond op, gevolgd door de langharige hond die steeds in zijn mand had gelegen. Elfien hoorde gestommel, geblaf, stemmen en even later kwamen Doris, een vrouw in een beige regenjas en een onberispelijk geklede jonge zwarte man de kamer in.
    "Hé dag Elfien!" riep zij verrast, "een tijd geleden! – Elfien is vroeger mijn buurvrouw geweest," zei ze tegen Doris, "wist je dat? – Maar mag ik je even voorstellen: dit is Oberon, mijn vriend."
    Verlegen drukte de jonge zwarte haar de hand.
    – Machteld is klaarblijkelijk nog steeds op het oorlogspad, dacht Elfien, alleen heeft zij voor haar activiteiten niet zo legitieme reden als ik. Of juist wèl... bij haar zijn het inderdaad hormonen. Ze is nog geen snars veranderd.
    Zij zetten zich op de bank. Doris zei: "Even verse thee zetten," en liep naar de keuken.
    Machteld zei: "Tijd geleden Elfien! Ja, ik spreek je ook niet meer, Harold trouwens ook niet, hoewel die nog steeds naast me woont. De laatste tijd zie ik hem ook weinig, veel weg. Ik vond dat hij er slecht uitzag. Misschien werkt hij te hard. Moet-ie oppassen dan hij geen infarct krijgt, net als mijn vorige man."
    Doris kwam de kamer in met het theeblad, en het gesprek over Harold hoefde gelukkig geen voortgang te vinden.
    De zwarte man zat steeds met een verlegen gezicht voor zich uit te kijken, de handen op de knieën. Buitengewoon correct gekleed, dacht Elfien, dat antracietkostuum: smetteloos, een dressman die een show gelopen heeft.
    Hij zou trouwens ook wel geschikt zijn voor mijn experimenten. Als ik dat eens voorstelde met iedereen erbij... Dan zou je Machted raar zien kijken. Ik zou haar helemaal moeten bijpraten... Als ze al niet van jaloezie uit elkaar zou barsten. En hij zou van schaamte door de grond willen zinken... Wat hij ziet in die Machteld...
    Om vier uur stapten ze allemaal op, want Doris moest Chantal en Mark uit school halen. – Het was vroeger toch leuker bij Doris, dacht Elfien, terwijl ze naar haar wagen liep. O niks voor mij... Zij is veranderd... ze heeft nu echt zo'n gezinnetje van het Troskompas en lekker brood verdient Bona.
    Nog even dacht ze aan Machteld. Zou die nog wel eens proberen het met Harold aan te leggen?.. En ditmaal met meer succes dan die ene keer? – Harold was er toen niet op in gegaan, had het haar, Elfien, gewoon verteld.
    Zij waardeerde zijn huwelijkstrouw, beschouwde dat aanvankelijk als bewijs van liefde.
    Maar achteraf verdacht ze hem er van dat hij Machteld had afgewezen omdat zij eenvoudig zijn type niet was.
(Wordt vervolgd met nog één aflevering).

Deze tekst is toegevoegd op 29-11-2017 door Henk Gruys .